|
26/2/2026 Boodschap van Jezus aan Gisella Cardia
Ik zeg jullie dat op de laatste dag, bij het Grote Oordeel, onderscheid gemaakt zal worden tussen hen die aan de rechterhand van de Mensenzoon staan en hen die aan zijn linkerhand staan. Wanneer Ik kom als de rechtvaardige Rechter, zal Ik antwoorden:
“Zoals jullie je hart gesloten hebben voor de noden van jullie broeders, zo sluit Ik voor jullie de poorten van het Koninkrijk. Wat jullie niet gedaan hebben voor de geringsten onder jullie, hebben jullie ook niet voor Mij gedaan – en met een nog grotere schuld, omdat jullie Mij, Mijn Evangelie en de Wet kenden. Ga weg van Mij, jullie die onrecht bedrijven, want Mijn broeder is wie op Mij lijkt; en jullie, die een hypocriet masker dragen, lijken niet op Mij, omdat jullie zonder liefde zijn, die Mijn wezen is.”
Hierin ligt de gelijkenis in Liefde: de volmaaktste Liefde in de Eerstgeborene onder de broeders. Liefde die zo volmaakt mogelijk werd in de broeders van Christus en in het geloof.
Wie niet in liefde leeft en geen werken van liefde verricht, is geen broeder van Christus – die Zijn broeders liefhad tot de dood toe – en is daarom geen mede-erfgenaam van Hem.
Zij die geroepen waren, bleven noch doof voor de roeping, noch werden zij moe om Hem te volgen. Integendeel, met heldhaftigheid gingen zij en blijven zij in Zijn voetsporen treden.
Zij raakten niet ontmoedigd toen de liefde voor de Heer voor hen een opeenvolging van beproevingen en lijden werd. Evenmin voelden zij zich minder geliefd toen God toestond dat mensen en gebeurtenissen tegen hen tekeer gingen.
Integendeel, wetende wie hen geroepen heeft – Zijn liefde en Zijn barmhartigheid – voelen zij Hem als Vader en Broeder, zelfs in de meest pijnlijke uren; en vertrouwend op Christus, in wie zij vast geloven, voltooien zij hun reis naar de hemel, vanwaar de roeping kwam.
Niemand kan van deze regel afwijken als hij in de heerlijkheid wil blijven waartoe God hem geroepen heeft.
Jezus, mens geboren uit Maria — vervuld met gaven en zeer geliefd door de Vader — was een trouwe beschermer en sterk in het rechtvaardig gebruiken van de ontvangen gaven, zoals dat voor alle mensen zou zijn gebeurd als zij onschuldig en vol genade waren gebleven. (Jezus en Maria) kenden de verdorvenheid van het vlees niet; maar met genade, verbonden met een smetteloze ziel, gingen zij het eeuwige Koninkrijk binnen, tot volledige verheerlijking.
Commentaar
Jezus herinnert ons eraan dat ieder van ons onderworpen zal zijn aan twee oordelen: een persoonlijk oordeel direct na de dood, en een universeel oordeel, wanneer Hijzelf aan het einde der tijden terugkeert om allen te oordelen.
Als we tijdens ons leven onze broeders en zusters in nood niet hebben geholpen, zullen we niet waardig bevonden worden om het Koninkrijk van God binnen te gaan.
Het oordeel zal daarom gaan over liefde, omdat God zelf liefde is — het is Zijn wezen.
Wie liefde in zijn hart heeft, lijkt op God; wie werken van liefde doet, is Zijn broeder; Wie in liefde leeft, is zelfs in staat zijn leven te geven, te sterven voor anderen, zoals Jezus voor ons heeft gedaan.
De eerste apostelen begonnen na de dood van Jezus en na het ontvangen van de Heilige Geest (Pinksteren) met drie activiteiten: ze verkondigden het Evangelie aan alle volken, hielpen degenen die in nood verkeerden (diakonie) en waren missionarissen. In de naam van Christus doorstonden ze allerlei beproevingen: gevangenschap, geseling, mishandelingen, verdrijving uit Jeruzalem, vernedering… en toch doorstonden ze alles met heldhaftigheid, omdat ze Jezus kenden; ze begrepen dat Hij de Zoon van God was, en ze konden niet nalaten te spreken over wat ze hadden gezien en gehoord.
Jezus vertelt ons in deze boodschap dat hetzelfde lot ons, Zijn nieuwe apostelen, te wachten staat. Niets mag ons aan Zijn liefde doen twijfelen, zelfs niet wanneer het leven ons aan de zwaarste beproevingen onderwerpt, wanneer we ons door iedereen verlaten voelen. We moeten vol vertrouwen verdergaan op ons pad dat ons zal leiden naar ons hemelse thuisland, waar we vandaan komen en waar ons hart naar verlangt terug te keren.
Jezus besluit door ons eraan te herinneren dat zowel Hij als Zijn allerliefste Moeder de gevolgen van de zonde (de verdorvenheid van het vlees) niet hebben ondervonden, omdat zij onschuldig en vol genade (de vriendschap van God de Vader) bleven, en dat hetzelfde lot ons te wachten stond als wij rein en in de liefde van God waren gebleven.
Met deze meesterlijke theologische les benadrukt Jezus in het kort een van de drie pijlers van deze vastentijd: liefdadigheid. Laten we ons inzetten om degenen die het meest beho behoeven te helpen; laten we niemand weigeren – materieel of geestelijk – die het nodig heeft.
|