|
Heb je het lied in de wind gehoord, Als hij strelend ritselt door de bla'ren, Zacht blaast doorheen je haren Of wild huilend de rust verstoort? Ken je de melodie van de zee die zingt: Het klotsende water op een zomerdag, Het spetterend spel van de golfslag, Het schuimend gebrul van de branding? Luister je soms naar het groeiende gras, Het gefluister van bloeiende bloemen, Waarrond de insecten blij zoemen En naar de treurwilg zijn diepe bas? Heb je oor voor de echo der bergen, Waar dennen hun geheimen ruisen, Vrolijke beekjes tussen de rotsen bruisen En knerpende keien inspanning vergen? Herken je het geneurie van de zon en de maan, Overstemd door het gerommel van wolken Die donderend de hemel bevolken, De ijle klank van planeten in hun baan? Want de hele wereld is muziek En wij leven er middenin, Maar wat ik bovenal bemin, Is een mensenstem met zijn dynamiek.
|