om kwart over negen stond ik weer buiten ik hoorde iemand naar me fluiten 't was mijn schoonzoon die stond te wachten die was op mijn dochter aan het wachten
ik had haar in de winkel niet gezien ze zal moeten afzien ik vlug naar huis de buurman stond aan het venster thuis
ik heb alles netjes opgeborgen ik wil altijd voor orde en netheid zorgen mijn sigaretten had ik niet vergeten anders was ik straks om op te eten
ik zit hier in mijn jas te typen ik ben toch een raar type