langs heuvelruggen en over lange bruggen kwam ik hem tegen het was rond een uur of negen we zeiden goeie morgen tegen elkaar en lachten naar mekaar maar rond de middag het was een lange voormiddag kwam ik hem weer tegen hij gaf mij de zegen het was een pater hij besprenkelde me met water ik moest erom lachen later het water droop van me af ik moest mij omkleden achteraf van hem ben ik nog niet af hij wou mij bekeren en me een lesje leren nu zit ik met een pater maar ik heb gratis water