BEIAARDEN- EN LUIDKLOKKENKRANT
Foto
Inhoud blog
  • De Nieuw-Zeelandse staatsbeiaaardier Timothy Hurd concerteerde te Ieper.
  • Een man in de kijker Jean SERVAES.
  • BEIAARDIER VAN LOKEREN CONCERTEERDE OP ZONDAG 10 JULI IN HET FRANSE SAINT-AMANDS-LES EAUX
  • BEIAARD IN VROUWENHANDEN
  • ZONDAG 12 JUNI TE 18 UUR CONCERTEERDE DE RUSSISCHE BEIAARDIER SERGEJ GRATCHEV TE MEISE.
  • OPROEP AAN ALLE BEIAARDLIEFHEBBERS DOOR LUC ROMBOUTS UNIVERSITEITSBEIAARDIER
  • EEN TUINCONCERT OP BEIAARD TE VELTEM TEN HUIZE VERNIMMEN OP 11 JUNI 2005
  • TUINCONCERT OP BEIAARD VERVOLG!.
  • TUINCONCERT OP BEIAARD VERVOLG!.
  • TUINCONCERT OP BEIAARD VERVOLG!.
  • TUINCONCERT OP BEIAARD VERVOLG!.
  • TUINCONCERT OP BEIAARD VERVOLG!.
  • Beiaardconcert van zondag 5 juni te Meise.
  • ALVERCA EN ZIJN NIEUWE BEIAARD :We dachten dit geraakt nooit klaar
  • De Deense beiaardierster Ann-Kirsten Chrisriaensen, liet een diepe indruk op me na....
    Zoeken in blog

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Zoeken in blog

    Geschiedenis-Klokkensagen-Klokken en literatuur-Mechelen wereldhoofdstad der beiaardkunst
    11-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.UITDRUKKINGEN MET KLOK ALS ONDERWERP EN TWEE MECHELSE KLOKKEN-SAGEN.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Door Michel Lejeune

    Foto: Zandpoort

    Door de eeuwen heen en tot de dag van vandaag, heeft in onze gewesten het geluid der klokken in nauw verband gestaan met de voornaamste ogenblikken en markantste periodes van ons bestaan. In de Middeleeuwen schreef men aan de klokken een zekere persoonlijkheid toe ze werden vereerd als de kerkelijke wachters over de gemeenten. In onze oude steden klepte de “werkklok” als signum voor het begin en het einde van de dagtaak. Als het begon te donkeren klepte de “nachtklok” en bij dreigend onheil luidde de “stormklok”. Wanneer echter de oerkrachten uit de natuur die van de mens ver te boven gingen, dan leek de kracht van het geluid dikwijls het enig zinvolle antwoord. Klokken, bellen en trommels speelden en spelen daarbij nog altijd in sommige streken een grote rol. Daarom ook is in het volksgeloof, volkswetenschap, volkstaal en volkskunst de klok uitgegroeid tot een folkloristisch symbool.

     

    Het is wel vermeldenswaardig dat ook vandaag nog in ons land geluid wordt om het slechte weer te verdrijven. In Dorne een deelgemeente van Maaseik wordt sinds 2001 terug na een stilte van dertig jaar door klokkenluider Gerda Baeten de “onweersklok” van de plaatselijke Sint-Donatuskapel geluid.  

     

    Wat een wonder, als men aan  de klok haar het vermogen toeschrijft menselijke taal te spreken. Het is nog een groter wonder wanneer daarna het geluid der klokken vertaald wordt met menselijke woorden. Dit gebeurde dikwijls, in alle landen zodat de voorbeelden voor het grijpen liggen. Te Mechelen weet toch iedereen dat de doodsklok waarschuwt :

     

                                                     Heden ik / morgen gij!

    of nog:

                                                Heden rood / morgen dood.

     

     

    De volksraadsels laten op hun beurt de klok niet met rust zoals in:

                          

                                            Wie spreekt er zonder tong

                                          en schreeuwt er zonder long?  

     

    Ons algemeen Nederlands gebruikt een boel uitdrukkingen waarin de klok van pas komt, onze dialecten blijven in dit opzicht niet ten achter.

    De meest gebruikte zijn :

     

    1.Iets aan de klok hangen. of  Iets aan het klokzeel hangen.

    Voor iets alom bekend, ruchtbaar maken; aan elk en ieder overluid vertellen.Soms zelfs veranderd in: Iets aan de grote klok hangen. Hierbij hoeft men te bedenken, dat meestal twee klokken in de toren hingen: een zware en een lichte.

     

    2.Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.

    Zegt men van iemand die van een zaak wel iets vernomen heeft, doch het fijne niet weet.

     

    3.Dat gaat er in als klokspijs.

    Dat gaat er zo gemakkelijk in als het metaal waarvan de klokken worden gegoten in de vorm. Deze betekenis van klokspijs ontwikkelde zich in de 18de eeuw in die van iets lekkers, iets dat men gaarne eet.

                                       

    4.Waar een klok is, is er een klepel.

    Waar het ene is, bevindt zich het ander dat er mede samenhangt.

    Waar rook is, is vuur.

     

    5.Die maar één klok hoort, hoort maar éénen klank of toon.

    Om goed te kunnen oordelen moet men beide partijen horen spreken.

     

    6.Al wat de klok slaat.

    Voor al wat men ziet of hoort.

     

    7.Als ’t gebeurt zullen alle klokken te gelijk luiden.

    Heeft betrekking op iets buitengewoons.

     

    8.Zij/Hij heeft een goede klepel.

    Zij/Hij heeft een radde tong.

     

    9.Zij/Hij heeft een stem als een klok.

    Zij/Hij heeft een zware, heldere stem

     

    10.Een vent van klokspijs.

    Een gezonde, sterke man.

     

    11.Ge kunt niet luiden en in de processie gaan.

    Het is onmogelijk twee dingen te gelijk goed te doen.


       Foto links: O.-L.-Vrouw van de Scheve Lee   

     

     

    In Mechelen, de wereldhoofdstad der klokkenkunst, is er als bijdrage tot de schat der klokkensagen echter bitter weinig te vinden. Meestal gaan die sagen en vertellingen over verzonken en verzwonden klokken. Dit staat in schrille tegenstelling tot steden of kleine landelijke gemeenten waar men vaak poëtisch schoon klinkende sagen met een dikwijls merkwaardige diepe inhouden kan terugvinden. Hoe bloeiend te Mechelen van de 14de tot de 18de eeuw het klokkengietersambacht mag zijn geweest, hoe bedrijvig mannen gelijk Steylaert, de Waghevens, de Vandengheyns jaar op jaar, eeuwen lang in de Dijlestad hun kunstvol ambacht hebben uitgeoefend: aanleiding tot het ontstaan van meerdere klokkensagen blijken ze niet te hebben gegeven.

     

    Wel is er het volgende verhaal van 6 augustus 1546 bekend dat  Remmerus Valerius (Remigius Wouters) [1] in zijn “Chronycke van Mechelen” op bladzijde 176 stelt.

     

    “Stont daer ontrent Mechelen op, een schromelyck Omweder soo dat ider Coster liep naer de Kerck om te luyden onder andere den Coster van Put willende in de Kercke gaen om de Clocke te trecken en coste niet: want hy wiert tegen gehouden tot twee keeren toe, doen zeyde hy daer moet meer als eenen mede spelen.  Den Duyvel, zoo men gelooft, zat op eenen Boom en antwoorde ick ben alleen en dander zyn naer Mechelen, gelyck het gebleken is door het springen van de Sant-Poorte[2] ende allen die ongelucken die daar geschiet zyn.”

     

    Dit fabeltje van de koster die in de gemeente Putte bij Mechelen naar de kerk liep om de klok ter bescherming tegen onweer te luiden, herinnert aan het gebruik de klokken tegen bliksem en donder en hagelbuien te luiden, tot bestrijding van Lucifers woede.

     

    Het zal natuurlijk allerminst verbazen dat het luiden tegen onweer en andere boze zaken ook in de klokopschriften zijn weerslag vond. “Vivos voco, mortuos plango, fulgara frango”  (De levenden roep ik, de doden beween ik, de bliksem breek ik) was een alom verbreid opschrift waarvan de wortels tot het einde van de 13de eeuw teruggaan.[3]



    Nog rondom een klok gaat de legende van O.-L.-Vrouw van Scheve Lee. Tegen de tweede zuil, zuidkant van de prachtige Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle-kerk  staat het oudste beeld uit deze Mechelse dekenale kerk, het is gekend onder de naam van O.-L.-Vrouw van Scheve Lee. Dit kunstwerk dateert waarschijnlijk uit de 14e eeuw, waarin toen die heupstand veel voorkwam in de beeldende kunst. Het werd einde jaren 60- begin jaren zeventig door de heer J. Crag, conservator van het Stedelijk Museum te Leuven in zijn oude polychromie hersteld.[4] De Mechelaars hebben dit beeld met deze drastische naam gedoopt uit oorzaak van haar sterke naar rechts hellende houding en de overdreven plooi boven de lenden. Verder heeft men zijn ongebreidelde verbeelding laten spelen en werd er verteld dat :

     

    De koster van de kerk zich had overslapen en niet tijdig het Angelus kwam kleppen. Daarop heeft het beeld, dat eertijds bij de ingang onder de toren zijn plaats had, zelf het zeel getrokken en………is het in die houding blijven staan.

     

    Eerlijk toegegeven wat op Mechelse bodem kan worden samengebracht als bijdrage tot de schat van klokkensagen die elders een diepere zin inhouden is bitter weinig.

     

      

     

    [1] Remmerus Valerius (Remigius Wouters) Geboren te Berghem bij Oss, land van 's Hertogenbosch ca 1607 . Hij werd op 25 juni 1636 als pastoor van de Sint-Lambertus-kerk Muizen aangesteld waar hij 51 jaar lang dorpsherder was op 22 september 1685 deed hij afstand van pastoraat in Muizen Valerius overleed er op 30 augustus 1687 . Hij beschreef een aantal merkwaardige gebeurtenissen in zijn “Chronycke van Mechelen” een kroniek die loopt van 355 tot einde 1680. Tevens schreef hij  den “Eeuwigen Almanach tot vermaeck ende gerief van den curieusen Leser”.

     

    [2]Met haar vier zijtorentjes prijkte de Zandpoort als een juweeltje vlak voor het Berthoudersplein en de stadsgracht kronkelde rond haar omheiningmuren. Ze werd in de 13de eeuw gebouwd en gaf uit op het Zand. Ze stond ongeveer op het einde van de huidige Bleekstraat. Een barst in het gebouw was de oorzaak van een verschrikkelijke ramp. Op 7 augustus 1547 zou rond elf uur ’s nachts een blikseminslag langs de gescheurde voorgevel 200 vaten buskruit doen ontploffen. Het buskruit was daar op bevel van Keizer Karel, die een uitzonderlijk vertrouwen in de Mechelaars had daar opgeslagen.Niet alleen het hele gebouw doch de halve stad vloog in de lucht er zouden niet minder dan 150 doden en evenveel gekwetsten  vallen en meer dan 800 huizen werden vernield of beschadigd. Deze ramp was de aanleiding dat het bestuur der Zuidelijke Nederlanden verhuisde naar Brussel. Het betekende ook het einde als “Hofstad” voor Mechelen.

    Bibliografie : Historische en anekdotische toer rond de Mechelse vesten door Pol van der Poel blz94.

     

    [3]Fulgara Frango een middeleeuws klokkenopschrift.(blz29)

    Door André Lehr  ano 1983 Nationaal Neiaardmuseum Asten(NL)

     

    [4] Dekenale kerk Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle Mechelen.(blz53)

    Deel: Rondleiding in de kerk door Lic. A. Jans.

     

    Bibliografie : Spreekbeurt “De klok in de folklore” in 1923 te Mechelen gehouden door professor-emeritus Dr. Robert Foncke*.

                                Die Explosion des Mechlner  Sandtores door De Robert Foncke “De Sikkel” Antwerpen 1932 blz 16-17.

                                   *Dr. Robert Foncke                     

    Doctor in de Wijsbegeerte en Letteren.

    Hoogleraar aan de rijksuniversiteit te Gent (1922-1959)

    Ere-voorzitter van de koninklijke Belgische kommissie voor Volkskunde.

    Geboren te Mechelen 1 juli 1889 overleden te Gent op 19 juni 1975

    11-04-2005, 00:00 Geschreven door Michel Lejeune
    Reageren (1)


    09-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De beiaard van het Stedelijk Museum 'œHof van Busleyden' bestaat meer dan 50 jaar!!.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vlak naast de Mechelse beiaardschool gevestigd in het huis “Het Schipke” bevind zich de tuin van het Hof van Busleyden, en een torentje, dat al dat moois bewaakt.. Het renaissancetorentje is bekroond met een balustrade en een torenhelm en herbergt in zijn bovenste geleding een beiaard van 49 klokken. Alle leraars, studenten en oud studenten kennen dit 2541Kg wegende instrument, dat vooral als oefenbeiaard wordt gebruikt door de “Koninklijke beiaardschool Jef Denyn”.

     

    Wijlen Gaston van den Bergh, de vroegere stadsbeiaardier van Lier en Halle heeft ooit eens in een voordracht van 27.06.83 tot de leden van het Comité van Toren en beiaard v.z.w. van Mechelen verteld dat men met de oprichting van de Busleydenbeiaard, de Monumentencommissie even voor schut had gezet. Aan het geklasseerd torentje mocht geen steen gewijzigd worden, dat was wel een probleem om de zwaarste klok een bes van 420kg binnen te krijgen. Deze klok werd ook op het klavier aangesloten als bes, zodat het instrument in tegenstelling tot de meeste andere beiaarden niet getransponeerd diende te worden. Toch moest er een gat naast een raam gekapt worden. Dit moest daarna terug dichtgemetseld en onzichtbaar hersteld worden. Wijselijk en dit om op geen NJET te stuiten heeft men nadat de klok was geplaatst  de Monumentencommissie om toelating gevraagd. Ze waren daar blijkbaar goed op de hoogte want hun antwoord was “De beiaard IS er al. Ge hebt ons voor een voldongen feit gezet”. Wel moest men in het begin op Busleyden zonder verlichting spelen. Er mocht géén elektriciteit in het torentje wegens brandgevaar voor het museum, men was niet verzekerd enz……….. Men ging dan maar naar boven met een zaklamp of een brandende kaars, dat was minder “gevaarlijk,” gelukkig is die tijd voorbij.

     

    Het is  wel de moeite even bij dit instrument blijven stil te staan. In 1953 werd deze beiaard door het Mechelse stadsbestuur aan de beiaardschool geschonken. De firma M. Michiels Jr. uit Doornik (van Mechelse origine) werd met het gieten en de plaatsing belast. Tevens en dit moet toch ook wel even worden onderlijnd, is de stemmige binnentuin een ideale luisterplaats.

     

    Ik herinner me nog alsof het gisteren was hoe Jef Rottiers (1904-1985), na een les piano me vanuit het tussenkamertje in de Van Hoeystraat waar de buffetpiano stond me, naar het koertje achteraan loodste om naar de beiaard van Busleyden te gaan luisteren. Eest moesten we nog langs het reuze grote schilderij van “De Toren Van Babel “  waar de meester aan het werken was. Jef schilderde niet naar het origineel maar naar kleurenreproducties en detailfoto’s telkens met toevoeging van kleine symbolische elementen die niet op het originele werk voorkwamen. Luister, zei hij me dit is iets van mij dat ze spelen “Sprookje”. Rottiers was een all-round kunstenaar, hij was niet alleen schilder doch ook beiaardier en vooral een groot toondichter van beiaardmuziek. Hij genoot van de beiaardklanken uit het torentje van Busleyden. Terwijl hij binnensmonds mee neuriede hing zijn zelfgerolde sigaret in een van zijn mondhoeken  klaar om zo omlaag te vallen. Dit alles is meer dan vijftig jaar geleden ik was toen twaalf, dit vergeet ik nooit. Toen alles stil werd draaide hij zich om en zie me, “ge moet ook leren beiaardspelen jongen”. Helaas ben ik daar veel te laat aan begonnen, wat niet wegneemt dat het een mooie hobby is.

     

    Jef Rottiers’s leerling mijn goede vriend Joseph Lerinckx pr.(1920-2000)  heeft het torentje tot twee maal toe bezongen. Eerst in zijn Busleyden-menuet uit december 1971 en een tweede maal in zijn Busleyden-memory van februari 2002 opgedragen aan Marcel Kocken voor diens 65ste verjaardag. Lerinckx had zoals ook ik van echtgenote en dochter Kocken een brief ontvangen  om mede te werken aan het “liber amicorum” van Marcel. Lerinckx had een enorme bewondering voor de licenciaat geschiedenis en toenmalige leider en bezieler van het Festival van Vlaanderen afdeling Mechelen. Een maand later was Joseph’s compositie reeds klaar en bewerkte hij dit nog tot “Fox-Trott voor ’n jarige Marcel” voor koperensemble en beiaard.

     

    De klokken van de Busleydenbeiaard  hebben een korte uitklinktijd, wat het instrument een tokkelkarakter geeft. Doch daarom is het ook bij uitstek geschikt voor de uitvoering van muziek uit de baroktijd en de klassieke periode.  Ook in samenspel met andere instrumenten komt deze beiaard uitstekend tot zijn recht. Daarom werd hij ook gebruikt in een CD uit 1991, in een opname samen met gitaar. Ik denk hier aan de prachtige CD “Carillon and Guitar”, van  mijn beiaardleraar Eddy Marien en guitarist Wim Brioen Vroeger werd dit bronzen hart zelfs opgenomen in de programma’s van het Festival van Vlaanderen afdeling Mechelen, vandaag de dag valt deze eer ook de jongste beiaard (1981) van de Sint. Romboutstoren niet meer te beurt. De Mechelse reus is door de “wijzen” van het Festival van Vlaanderen vanaf nu het zwijgen opgelegd. Vond het onstaan van het Festival van Vlaanderen afdeling Mechelen soms niet zijn oorsprong in de orgel-recitals van Flor Peeters en de beiaardconcerten van Staf Nees?  Het kan verkeren zei Bredero…………het enige origineel historisch  instrument uit de lage landen dat de beiaard wel is, mag zijn bronzen stem in het Mechelse “Vlaamse Festival” niet meer laten klinken. Arm Vlaanderen…………………………spijtig.

     

    Tot slot toch nog dit, het Hof van Busleyden werd tussen 1503 en 1505 in opdracht van humanist H. van Busleyden gebouwd. Naar alle waarschijnlijkheid waren Antoon I en Rombout Keldermans de bouwmeesters van dit prachtige renaissancecomplex. Beiden behoorden zonder enige twijfel de voorouders van de naar Amerika uitgeweken organist-beiaardier  Mechelaar Raymond Keldermans wiens zoon Karel de traditie in de USA verder zet.….Daarmede is de cirkel van de klokkenmond helemaal rond.

     

    Michel Lejeune

    09-04-2005, 17:05 Geschreven door Michel Lejeune
    Reageren (0)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CONCERTPIANIST PHILIBERT MEES SPEELT ORIGINELE BEIAARDMUZIEK
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Naar aanleiding van de 75ste verjaardag van concertpianist Philibert Mees (geboren  te Mechelen op 13 mei 1929) richtte zijn geboortestad op 13 februari 2005 een huldeconcert in. Philibert Mees studeerde klavier bij Lode Rosquin aan het muziekconservatorium te Mechelen. Hij zette zijn muzikale studies verder aan het Kon. Vlaaams Muziekconservatorium te Antwerpen, in de klas van Eugeen Traey, waar hij in 1949 een eerste prijs met onderscheiding en in 1952 het hoger diploma behaalde. Daarna studeerde hij als privaatleerling, onder de leiding van de bekende Weense pianist Stevan Bergman (Nederland), en in 1955 werkte hij verder onder de leiding van Geza Abda (klavier) en Igor Markewitsj (orkestdirectie) aan het Mozarteum te Salzburg. Aldaar viel hem de eer te beurt als solist te kunnen optreden tijdens het eerste Schluskonzert van de Sommerakademie.

     

    Sinds 1953 trad hij geregeld op als solist bij publieke concerten alsook voor de radio in binnen en buitenland. Hij concerteerde onder de leiding van dirigenten als Franz André, René Defossez, Heinz Zilcher, Oivin Fleldstadt, Daniël Sternefeld, Jozef Verelst, Fernad Terby, Roelof krol, Henk Spruyt, Urs Voegli en Walter Crabbeels. Na meer dan 800 concerten in binnen- en buitenland kan men Philibert Mees terecht de ambassadeur van de Vlaamse  muziek noemen: in Santiago de Chile vertolkte hij Lodewijk Mortelmans en in Sint-Petersburg speelde hij pianowerk van Gilson.  

    De toehoorders in de Mechelse stadsschouwburg genoten van de verpletterende en verblindende individualiteit van de uitvoerder. Ieder muziekliefhebber was onder de indruk van de emotionele macht en het krachtige temperament van de concertant.

     

    Het kon haast ook niet anders dan dat Philibert Mees een vurige verdediger van Vlaamse componisten in “zijn Dijlestad” zeker de muziek van de groten der “Mechelse school”, een diamant met vele facetten, ten gehore zou brengen.

     

    Werken van August De Boeck, Flor Peeters, Gaston Feremans, Godfried Devreese, Frederic Devreese en Peter Cabus stonden dan ook op het programma. Allemaal composities van toondichters die ofwel Mechelaar van geboorte ofwel vele jaren van hun leven in de Dijlestad hadden gewoond en gewerkt. Van het einde der negentiende- tot ver in de tweede helft der twintigste eeuw drukten al deze “Mechelse” toonkunstenaars hun stempel op het Belgische klassieke muziekleven. Vele anderen zoals Edgar Tinel, Mgr. Van Nuffel, Marinus de Jongh, Jef Denyn, Staf Nees , Jef Rottiers, Staf Nees, droegen, meer dan hun steentje bij tot uitstraling, niet alleen in ons land doch ook ver daarbuiten,.van deze Mechelse muziekstroming.

     

    Op een grauwe herfstdag van 2004 belde Philibert Mees bij me aan met vraag of ik soms geen pianowerk van Joseph Lerinckx pr. in mijn bezit had. Hij wou graag op zijn huldeconcert ook een compositie brengen van deze priester-toondichter. Ik voelde me vereerd in mijn oude vriend zijn plaats doch ik wist zeer goed dat Joseph Lerinckx bitter weinig voor piano had geschreven. In zijn legaat vond ik “Cantilene”. Het is een bewerking voor piano van de Aria uit de Jubileum-Suite door Lerinckx getoonzet in 1981 als huldecompositie en opgedragen aan Meester-Beiaardier Piet Van den Broeck. Het is op mijn aandringen dat Lerinckx op het einde van zijn leven deze originele beiaardmuziek heeft bewerkt voor piano, orgel en trompet, orgel en zang, orgel en viool. Het sprak Philibert Mees onmiddellijk aan en hij heeft dit werk op zijn eigen schitterende manier dan ook gebracht op zijn huldeconcert.

    Als musicus en Mechelaar kon Philibert Mees niet anders dan getroffen zijn geweest door de

    klokkenklanken van de Sint-Romboutstoren. Hij houdt van beiaard en was ook zeer verwonderd toen ik hem vertelde dat het festival van Vlaanderen-Mechelen het zelfs niet meer nodig vond nog verder beiaardconcerten te programmeren. Alhoewel de roots van het Festival Van Vlaanderen Mechelen juist haar oorsprong vinden bij de orgelconcerten van Flor Peeters en de beiaardconcerten van Staf Nees. Vlaanderen vergeet graag het instrument met een bronzen hart, Vlaanderen vergeet graag zijn grote toondichters. Hoe dikwijls hoort men op Klara Van Hoof, De Boeck, Meulemans, Cabus, Mortelmans, Tinel enz…….En hoe dikwijls hoort men op Klara Philibert Mees? Op 3 december l.l. om 22 uur heb ik in de uitzending Musiciens Belges op RTBF(musique 3) men sprak er over “un garnd pianiste du Nord du payes, dans l’automne de sa vie” Phiplibert Mees een hartverwarmende Mortelmans en een grootse Cabus horen vertolken. Ik was diep ontroerd bij het aanhoren van al die mooie Vlaamse klanken. Hoe kan ik anders besluiten dan met………een nederig doch dankbaar merci Madame Anne Quievreux, U vergeet geen grote Vlaams talenten, U programmeert ze.


    Foto: Philibert Mees


    Michel Lejeune

     

    09-04-2005, 16:59 Geschreven door Michel Lejeune
    Reageren (1)


    30-11--0001
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuwe beiaard in Alverca en de Media....
    Ook de geschreven pers en het locale TV station waren aanwezig gedurende de week van feestelijkheden ronde de nieuwe beiaard.
     Foto bovenaan met frontpagina van een lokale krant.

    30-11--0001, 00:00 Geschreven door Michel Lejeune
    Reageren (0)



    Weer in Diest een historisch klokje ondekt een uit 1746 van de hand van de Tiense gieter Petrus Peeters.....later hierover meer.....
    Foto

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Archief per jaar
  • 2005
  • -0001

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!