|
Gamers die slechteriken neerknallen in een videospel, beseffen heel goed dat wat ze doen in het spel niets met de realiteit te maken heeft. Dat blijkt uit een onderzoek van de British Board of Film Classification (BBFC) bij gamers en niet-gamers van zeven tot veertig jaar oud, meldt Gametoday.
Niet echt "De tegenstanders die in een game vernietigd worden, worden door de speler niet als echt gezien. Ze hebben geen persoonlijkheid en zijn daardoor niet echt. Hun vernietiging wordt daarom door spelers niet als echt ervaren. De speler blijft veel meer in de realiteit gegrond dan voorheen werd aangenomen en dit lijkt ook te gelden voor de wat jongere spelers", zegt David Cooke, directeur van de BBFC. Obstakels Spelers zien tegenstanders in games als obstakels waar ze voorbij moeten. Geweld zien ze dan ook niet als doel op zich, maar als een middel om voorbij die obstakels te komen. Aangezien de meeste games waarin wordt geschoten ook het risico inhouden dat de speler zelf wordt neergeknald, zijn de spelers ook meer bezig met het vermijden van zelf neergeschoten te worden dan met het neerknallen van anderen. Het rapport zegt ook dat games waarin spelers gewelddadig kunnen zijn zonder gevolgen, horen bij de escapistische functie van het spel. Het draagt bij tot het plezier omdat spelers dingen kunnen doen waar ze in het echte leven nooit aan zouden beginnen. Tv en film Opvallend is ook de vaststelling dat, wie bezig is met een videospel, daar minder emotioneel bij betrokken is dan bij films of televisie. Er werd lang uitgegaan van het omgekeerde, omdat games interactief zijn en input van de speler vragen. Uit het onderzoek blijkt verder dat veel ouders videogames nog altijd beschouwen als kinderspeelgoed, ongeacht de inhoud van een spel. (hln)
|