In vele landen van de wereld leven journalisten gevaarlijk. Gelet op de meer dan 150 gedode mediavertegenwoordigers in 2006 heeft de VN-organisatie van cultuur UNESCO hun veiligheid op de Dag van de Persvrijheid op 3 mei centraal gesteld.

Irak UNESCO-secretaris-generaal Koichiro Matsuura speekt in zijn oproep van een dramatische toename van geweld tegen journalisten en andere mediamedewerkers de afgelopen jaren: "Het was nooit gevaarlijker journalist te zijn." Alleen al in Irak zijn sinds het begin van de oorlog in de lente van 2003 meer dan 170 medewerkers van mediaberoepen gewelddadig aan hun eind gekomen, 69 van hen vorig jaar. "Nooit eerder in de gedocumenteerde geschiedenis zijn er in zo'n grote getale journalisten gedood", zo maakt Matsuura een balans op. Anna Politkovskaja Geweld tegen journalisten vormt ook steeds een aanslag op de fundamentele rechten op vrijheid. "Pers- en meningsvrijheid vereisen wezenlijke veiligheid". Hier geeft de UNESCO een teken met de postume uitreiking van haar Guillermo-Cano-prijs voor Persvrijheid aan de vermoorde Russische journaliste Anna Politkovskaja. Ze onderging hetzelfde lot als de naamgever van de prijs in 1987, de Colombiaanse journalist Cano. Filipijnen Naast het oorlogsgebied Irak zijn journalisten in vele andere landen met gevaar voor lijf en leden uitgestuurd. Zo werden volgens een telling van de Wereldkrantenfederatie afgelopen jaar alleen al acht journalisten op de Filipijnen gedood, telkens zes in Mexico en Guyana. Volgens een overzicht van de organisatie Reporters zonder Grenzen (RzG) verblijven momenteel 174 journalisten, mediamedewerkers en online-dissidenten achter de tralies. Persvrijheid De door de RzG gehekelde vijanden van een vrije pers zijn ook dit jaar dezelfde als de voorgaande jaren gebleven. In de ranglijst van de persvrijheid, die laatst in oktober 2006 werd geactualiseerd, is Noord-Korea opnieuw de hekkensluiter achter Turkmenistan en Eritrea. Bovenaan staan Finland, Ierland, IJsland en Nederland. België bezet samen met Zweden pas de veertiende plaats op de wereldwijde index voor de persvrijheid. Dat slaat dan wellicht terug op het wetsontwerp dat in het kader van de strijd tegen het terrorisme in verschillende landen werd ingediend waarbij de inlichtingendiensten in de toekomst telefoontaps kunnen uitvoeren. Strengere normen In deze richting gaat ook de oproep van de wereldkrantenfederatie voor de Dag van de Persvrijheid uit. De democratische landen, zo luidt het, moeten bij de beperking van de rechten op vrijheid uit veiligheidsoverwegingen "veel strengere normen opleggen". Hier moet steeds een afweging genomen worden tegen het in artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens beschermde recht "dat de vrijheid omvat om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven." (belga/hln)
|