Vrijdag 6 juni 2008
6 juni 2008 Koning Albert wordt vierenzeventig.
2008 - 6 juni Koning Albert wordt vierenzeventig.
Er zijn speculaties over een troonsafstand als hij in 2009 vijfenzeventig wordt. In België is er in de regel een troonopvolging bij overlijden met van uitzondering Leopold III.
Als de kroonprins de volgende koning der Belgen zou worden, wordt dan later Elisabeth, de dochter van Filip en Mathilde, dé kandidaat voor de eerste koningin.
Koning Albert II vertelt een sprookje aan zijn kleinkinderen, in het bijzonder aan Elisabeth die misschien ooit de eerste regerende koningin van België zal zijn.
“Er was eens een koning die regeerde over een klein land. Hij liep niet rond met een kroon en een lange mantel. Hij reed niet door zijn land rond op een groot wit paard. Toen hij jonger was reed hij liever rond met een vlugge auto of met een motorfiets. Want ook koningen gaan met hun tijd mee. Hij reed dan naar de kust, naar De Panne, vlak aan de grens met Frankrijk. Daar ging de eerste koning van dit kleine land voor de eerste keer aan land. Deze eerste koning was een grote, man die er graag mooi bij liep. Als hij wat ouder werd droeg hij een mooie pruik met zwarte lokken en hij droeg meestal een strak legeruniform.
België zag er toen heel anders uit dan nu. Meer weiden en velden en hier en daar fabrieken. De meeste Belgen leefden van de landbouw. Heel wat mensen konden met moeite rondkomen. Ze leden geregeld honger, zeker als de oogst van de aardappelen of van het koren mislukt was. Ze morden, al beseften ze dat ze woonden in een vrij land. Sommige buurlanden keken met een begerig oog naar ons landje. Eerst Nederland, later Frankrijk en zeker Duitsland die twee keer dit kleine land (poor little Belgium) binnenviel: twee vreeslijke oorlogen met zeer veel doden. De zoon van de eerste koning volgde zijn vader op: Le roi est mort, vive le roi. Die tweede koning was een grote bouwheer in Brussel, in Oostende, in Spa. Hij had geen zoon die hem kon opvolgen. Hij had wel dochters, maar toen mochten de dochters nog niet regeren. Dat is nu veranderd.
Zijn neef Albert volgde hem op. Ik draag dezelfde naam: Albert. Niet veel later kwam de Eerste Wereldoorlog. Duitsland viel België binnen. De Belgen hielden stand op een klein gebied in de Westhoek aan de Noordzee. Onze medestanders hielpen ons en Duitsland verloor. De Belgen waren door het dolle heen van vreugde: ze droegen hun koning op de handen en de sympathieke koningin, die dezelfde naam droeg als u, ma petite princesse, Elisabeth. Enkele jaren later viel deze koning van een rots in de Ardennen. Opnieuw rouwden de mensen: hun dappere koning was dood. Zijn zoon volgde hem op. Hij had het bijzonder moeilijk. De mensen die het land bestuurden vanuit Brussel konden niet overeen komen. De koning vond dat niets. En zie: veertig jaar na de Eerste Wereldoorlog, kwam de Tweede Oorlog. Opnieuw viel Duitsland ons land aan en vele andere landen. Tijdens en vooral vlak na de oorlog gingen de helft van Belgen niet akkoord hoe die koning de zaken had aangepakt. Er kwam geweld en betogingen. Om dit op te lossen besloot de koning van zijn troon afstand te doen. Zijn zoon Boudewijn, hij was nog geen eenentwintig, volgde hem op. Hij stond er alleen voor en was nogal eens triest. Sommigen spraken van ‘Le roi triste’. Er was nog geen koningin en hij moest alles nog leren.
Deze koning regeerde vele jaren. Als hij plots stierf in Spanje, was heel het land in diep verdriet. Zijn broer volgde hem op. De Belgen hadden opnieuw een koning. De Belgen leefden langer, gezonder en welvarender. Ze vonden werk. Ze gingen meer en meer op reis. Ze hielden van chocolade, bier, friet, het Atomium, Manneken Pis, Kuifje (Tintin): ook in het buitenland kenden ze zo België.
Er waren wel problemen tussen de Vlamingen en de Franssprekenden. Ze keken soms een andere kant op. Er kwamen ook personen uit andere, soms verre landen naar België. Ze dienden hun weg te vinden in België. Sommigen werden nieuwe Belgen, anderen zochten een schuilplaats in België.
De Belgen vieren graag feest. Samen met de koning en de koningin dansten en zongen ze toen ons land 175 jaar bestond. Ze betaalden nu niet meer de frank maar met de Euro. En die koning samen met de koningin kregen kinderen en kleinkinderen. En de koning zag dit goed was. Als hij alleen in de slaapkamer was, deed hij voor zijn plezier een kroon op zijn hoofd. Hij keek in de spiegel en lachte. De koning lachte omdat hij gelukkig was in zijn land, met zijn familie, met de Belgen. …
“Maar opa, die koning bent u.” zei Elisabeth,blij dat ze dit doorhad. “Ja prinsesje, oui ma petite princesse, die koning ben ik.” en hij lachte breeduit zoals enkel een koning als Albert II dat kon.
Hij kneep wat harder in haar hand, hij kuste haar op haar voorhoofd en deed dit ook bij de andere kleinkinderen. De koning pinkte een traan weg. Ook koningen pinken traantjes weg, maar die veranderen niet in goud zoals in sprookjes.
Er zijn speculaties over een troonsafstand als hij in 2009 vijfenzeventig wordt. In België is er in de regel een troonopvolging bij overlijden met van uitzondering Leopold III.
Als de kroonprins de volgende koning der Belgen zou worden, wordt dan later Elisabeth, de dochter van Filip en Mathilde, dé kandidaat voor de eerste koningin.
Koning Albert II vertelt een sprookje aan zijn kleinkinderen, in het bijzonder aan Elisabeth die misschien ooit de eerste regerende koningin van België zal zijn.
“Er was eens een koning die regeerde over een klein land. Hij liep niet rond met een kroon en een lange mantel. Hij reed niet door zijn land rond op een groot wit paard. Toen hij jonger was reed hij liever rond met een vlugge auto of met een motorfiets. Want ook koningen gaan met hun tijd mee. Hij reed dan naar de kust, naar De Panne, vlak aan de grens met Frankrijk. Daar ging de eerste koning van dit kleine land voor de eerste keer aan land. Deze eerste koning was een grote, man die er graag mooi bij liep. Als hij wat ouder werd droeg hij een mooie pruik met zwarte lokken en hij droeg meestal een strak legeruniform.
België zag er toen heel anders uit dan nu. Meer weiden en velden en hier en daar fabrieken. De meeste Belgen leefden van de landbouw. Heel wat mensen konden met moeite rondkomen. Ze leden geregeld honger, zeker als de oogst van de aardappelen of van het koren mislukt was. Ze morden, al beseften ze dat ze woonden in een vrij land. Sommige buurlanden keken met een begerig oog naar ons landje. Eerst Nederland, later Frankrijk en zeker Duitsland die twee keer dit kleine land (poor little Belgium) binnenviel: twee vreeslijke oorlogen met zeer veel doden. De zoon van de eerste koning volgde zijn vader op: Le roi est mort, vive le roi. Die tweede koning was een grote bouwheer in Brussel, in Oostende, in Spa. Hij had geen zoon die hem kon opvolgen. Hij had wel dochters, maar toen mochten de dochters nog niet regeren. Dat is nu veranderd.
Zijn neef Albert volgde hem op. Ik draag dezelfde naam: Albert. Niet veel later kwam de Eerste Wereldoorlog. Duitsland viel België binnen. De Belgen hielden stand op een klein gebied in de Westhoek aan de Noordzee. Onze medestanders hielpen ons en Duitsland verloor. De Belgen waren door het dolle heen van vreugde: ze droegen hun koning op de handen en de sympathieke koningin, die dezelfde naam droeg als u, ma petite princesse, Elisabeth. Enkele jaren later viel deze koning van een rots in de Ardennen. Opnieuw rouwden de mensen: hun dappere koning was dood. Zijn zoon volgde hem op. Hij had het bijzonder moeilijk. De mensen die het land bestuurden vanuit Brussel konden niet overeen komen. De koning vond dat niets. En zie: veertig jaar na de Eerste Wereldoorlog, kwam de Tweede Oorlog. Opnieuw viel Duitsland ons land aan en vele andere landen. Tijdens en vooral vlak na de oorlog gingen de helft van Belgen niet akkoord hoe die koning de zaken had aangepakt. Er kwam geweld en betogingen. Om dit op te lossen besloot de koning van zijn troon afstand te doen. Zijn zoon Boudewijn, hij was nog geen eenentwintig, volgde hem op. Hij stond er alleen voor en was nogal eens triest. Sommigen spraken van ‘Le roi triste’. Er was nog geen koningin en hij moest alles nog leren.
Deze koning regeerde vele jaren. Als hij plots stierf in Spanje, was heel het land in diep verdriet. Zijn broer volgde hem op. De Belgen hadden opnieuw een koning. De Belgen leefden langer, gezonder en welvarender. Ze vonden werk. Ze gingen meer en meer op reis. Ze hielden van chocolade, bier, friet, het Atomium, Manneken Pis, Kuifje (Tintin): ook in het buitenland kenden ze zo België.
Er waren wel problemen tussen de Vlamingen en de Franssprekenden. Ze keken soms een andere kant op. Er kwamen ook personen uit andere, soms verre landen naar België. Ze dienden hun weg te vinden in België. Sommigen werden nieuwe Belgen, anderen zochten een schuilplaats in België.
De Belgen vieren graag feest. Samen met de koning en de koningin dansten en zongen ze toen ons land 175 jaar bestond. Ze betaalden nu niet meer de frank maar met de Euro. En die koning samen met de koningin kregen kinderen en kleinkinderen. En de koning zag dit goed was. Als hij alleen in de slaapkamer was, deed hij voor zijn plezier een kroon op zijn hoofd. Hij keek in de spiegel en lachte. De koning lachte omdat hij gelukkig was in zijn land, met zijn familie, met de Belgen. …
“Maar opa, die koning bent u.” zei Elisabeth,blij dat ze dit doorhad. “Ja prinsesje, oui ma petite princesse, die koning ben ik.” en hij lachte breeduit zoals enkel een koning als Albert II dat kon.
Hij kneep wat harder in haar hand, hij kuste haar op haar voorhoofd en deed dit ook bij de andere kleinkinderen. De koning pinkte een traan weg. Ook koningen pinken traantjes weg, maar die veranderen niet in goud zoals in sprookjes.
Geschreven door siti4 - georges de corte om 14:47

