zesde dag na ongevalletje
Gisteren liet ik mijn krukken in de hoek van de dressoir en de muur staan achter een stoel...voor het geval. Met de wandelstok ging het de hele dag. In de voormiddag ging ik mee met Let naar Gistel en in de namiddag, tegen 16u werden we verwacht bij Robin met zijn stralende mama en zijn rustige papa en een bange zus, die vlucht als een opgeschrikt klein vogeltje, in de armen van papa. Eline is een beetje bang van mensen die niet normaal gaan, licht zhaar papa toe. Ik vroeg haar, -ben je bang van mijn stok? -Een zeer overtuigende jaknik. -Ben je bang van mij? -een aarzelende jaknik. Een ogenblik later zat ze op de arm van Let. En je mag dan als volwassen man toch echt niet een beetje jaloers zijn. Ewellll, ik was het wel, een heel klein beetje. Ik ben nu eenmaal een grote knuffelaar. De enige vriend die ik tegenwoordig heb is moeders wandelstok.
Die kon echter niet beletten dat naar de avond toe, mijn voet verschrikkelijk opgezwollen zat en zo nu en dan een stevige pijnscheut produceerde. Er kwam opnieuw ijs aan te pas. Ik sliep behoorlijk maar rond drie uur deze morgen heeft Let nieuw ijs aangebracht om opnieuw opkomende pijnscheuten wat te milderen. Nu laat ik haar slapen zolang ze nodig heeft.







Binnenshuis is dat wel niet erg praktisch en zeker niet op de trap. Toch ben ik blij dat ik ze heb. Als het weer het vandaag toelaat ga ik wel eens in de tuin om naar de plaats van het ongeval te gaan kijken waar de gekantelde kruiwagen nog steeds terplaatse is maar ik zal wachten tot er hulp komt opdagen om mijn werktuig in het droge te brengen.




Door dit stadium ben ik ook gemoeten, zoals iedereen. Daarvoor is er een uitleg...de theorie van de melktanden.
Ik poets
regelmatig elke dag mijn lieve tandjes en jong geleerd is oud gedaan.
Fijn nader bekeken is het wel en zeer sprekend.


















