een zeer geschrokken pastoor

De kapelaan had zijn rijbewijs gehaald en in het bezit gekomen van een prachtige tweede hands auto, een Renault Dauphine. Zo een die je in die tijd nog aan kon slingeren als hij van binnenuit niet wilde starten. Ook de banden waren nog van dien aard dat zij luchtbanden bevatten die spoedig lek gereden konden worden. De kapelaan was er erg blij mee en vol trots liet hij zijn auto aan de pastoor en de huishoudster zien.De huishoudster liet duidelijk blijken dat zij het maar niets vond. De kapelaan een auto en de pastoor nog op de fiets. Dat klopte niet. De pastoor echter feliciteerde de kapelaan met diens nieuwe bezit en zei te overwegen ook zijn rijbewijs te halen en een Daf te kopen.
De Commissaris van de Provincie had bij de Deken van het dekenaat een verzoek ingediend om de kapelaan te benoemen tot lid van een commissie "Tot Streekverbetering van het Oude Land". Zodoende moest de kapelaan nogal eens naar de hoofdstad en het Provinciehuis om met de andere leden overleg te plegen. Het doel van het overleg was te komen tot een reeks aanbevelingen die zouden leiden tot het optimaliseren van het tourisme in de streek en tot het komen van een strandpastoraat.
De auto kwam dus net op tijd.
Ook voor de pastoor die, samen met de kapelaan, was uitgenodigd om met andere pastores de verjaardag te komen vieren van de Deken.
Dus stapten kapelaan en pastoor rond de klok van acht uren 's-avonds in de auto om op weg te gaan naar de pastorie van de Deken. Een groot gedeelte van de weg liep langs een lange en smalle dijk door de polder.
Het werd een gezellige avond met wijn en allerlei hapjes en de stemming was vrolijk. Het was fijn om ook weer enkele ex-medestudenten te spreken en ervaringen uit wisselen.
Om half twaalf gingen pastoor en kapelaan op weg naar hun eigen pastorie.
Op de lange en smalle dijk aangekomen liet de kapelaan het gaspedaal wat los, ook om dat het aardedonker was en hij nog niet zoveel rijervaring had.
Plots zei de pastoor"stop, ik zie een fiets liggen op de dijk".
De kapelaan remde af en reed wat terug naar de plaats waar de pastoor de fiets had zien liggen. "Ik ga kijken wat er aan de hand is, mogelijk ligt er iemand onderaan de dijk en heeft hij hulp nodig"
De pastoor stapte uit en liep de dijk af om te zien wat er gaande was.
De kapelaan had de pastoor nog nooit zo snel zien lopen en zeker niet een dijk op zien rennen. Snel stapte hij in de auto.
"Vlug, wegwezen", riep hij.
Het was duidelijk dat de pastoor erg geschrokken was en de kapelaan vroeg hem wat hij daar had gezien.
Nog ontdaan, zei de pastoor met trillende stem:"ik heb een jong stel aangetroffen die met elkaar de liefde bedreven en bijna geen kleding meer aan hadden".
"Gelukkig maar, beter dan een ongeluk", was het antwoord van de kapelaan.
De pastoor keek hem aan, lachte toen en zei, "ze waren zo druk bezig dat ze mij niet eens hoorden of zagen".



















