Driesken de Nijper Over de merkwaardige figuren uit de geschiedenis van de Parochie van Miserie vertellen we deze keer over de jonge en…
Driesken de Nijper
Over de merkwaardige figuren uit de geschiedenis van de Parochie van Miserie vertellen we deze keer over de jonge en doodarme Driesken de Nijper.
Hij is wel geen langdurig inwoner van het St.-Andrieskwartier geweest, maar de 24jarige jonge man heeft toch enige tijd vertoefd in de afspanning "De Star" in de Kammenstraat. Hij had daar in een knap herenpak plaats genomen om de mensen die aan een ernstige kwaal leden te genezen door op de zere plekken van hun lichaam te nijpen. Al spoedig kreeg hij van de mensen uit de 4de wijk de bijnaam "Driesken de Nijper".
De vraag "Wie moet er eens genepen worden ?" lag op de spottende lippen van vele Sint-Andriezenaren. Vrij vlug gingen de gesprekken aan de togen van de volkscafés over niets anders meer dan over het merkwaardig nijpen van de wonderdokter. Zij die zijn genezingen belachelijk durfden maken werden door enkele goedgelovige volksvrouwen betiteld als "slechte mensen". Toch geloofde het merendeel van de mensen uit de Parochie van Miserie na een tijdje niet zo erg meer in de kwakzalverij van Driesken. Hij besloot daarom zijn kunsten te gaan proberen in onze hoofdstad. De naïeve volksmensen van Brussel trapten dadelijk in de genezingskun-sten van de wonderdoener.
Deze mensen waren meer dan twintig jaar in het Frans aangespro-ken en praktisch niemand onder hen verstond die taal. Die onwetend-heid van de Brusselse volksmens deed het vertrouwen in bijgeloof en kwakzalverij groeien. Driesken de Nijper oogstte met zijn praktijken dan ook veel meer bijval in onze hoofdstad dan in de Antwerpse Sint-Andrieswijk.
De grote schaal die voor gulle gaven klaarstond aan de inkom van de Brusselse cafés werd goed gevuld door de genezen volksmensen.
Na ongeveer één jaar was Driesken zo rijk geworden door zijn patiënten dat hij een paard en een chees kon kopen. De periode van de welstand was echter van korte duur voor de wonderdokter. Zichzelf kon hij door zijn nijpen niet genezen. Hij stierf op 25jarige leeftijd. In de gedachten van vele naïevelingen leefde hij echter verder.
-o-o-o-O-o-o-o-
Guillaume Wolry Voor de zoveelste keer zijn we erin geslaagd in deze folklorerubriek over een bekende figuur uit de geschiedenis van de…
Guillaume Wolry
Voor de zoveelste keer zijn we erin geslaagd in deze folklorerubriek over een bekende figuur uit de geschiedenis van de Parochie van Miserie te vertellen. Guillaume Wolry was de zoon van mosselleurster "Beth de zevenste". Hij woonde in het poortje van suikerbakker Olfs in de Schoytestraat. De mensen van de 4de wijk hadden hem de bijnaam "Nonkel" gegeven.
Van zijn moeder kreeg Guillaume drie frank zondaggeld en als de mosselzaken goed draaiden 4 frank. Onze "nonkel" hield echter van lekker eten en van veel drinken en probeerde langs listen en knepen zo goed mogelijk zijn inwendige mens te versterken. Op die manier geraakte hij dikwijls gratis aan drank via de pakjesdragers van het station aan het Koningin Astridplein.
A. Van Cakenberghe vertelt in "Wij, jongens van het Sint-Andries-
kwartier" over een ontmoeting van Wolry met een boerin in de buurt van dit station. De vrouw die twee korven eieren sjouwde vroeg Guillaume waar ze de trein naar Boom kon nemen. Hij vertelde haar dat ze door de spleet van de brievenbus aan de overkant van de straat "Boom" moest roepen. Onze bereidwillige "nonkel" bood haar zelfs aan één van de korven met eieren te dragen. "Ik ga alvast plaats houden op de trein", riep hij haar toe, terwijl hij zich met de korf uit de voeten maakte. Terwijl de boerin alsmaar "Boom" door de brievenbus bleef roepen, vluchtte Wolry met de korf naar de Arme Beukelaerstraat in het Sint-Andrieskwartier. In deze straat woonde Roos, de echtgenote van Zwik, een man die veertien dagen in de cel zat wegens openbare dronkenschap. Guillaume had een stiekeme verhouding met deze volksvrouw. Bij wijze van attentie schonk hij haar de korf eieren. Toen haar man kort daarna vrij kwam, maakte Roos een eierkoek van de ondertussen al niet meer zo vers uitziende eitjes. Toen Zwik de rotte eiergeur rook, werd hij zo kwaad dat hij de pan met inhoud naar het hoofd van Roos slingerde. Op dat moment kwam een niets vermoedende "nonkel" binnen en hij kreeg heel het zootje over zijn kleren.
De week daarop monsterde Zwik voor een maand als stoker aan op het schip Friesland van de Red Star Line. Deze reis leek Roos een goede gelegenheid om Guillaume te vertellen dat ze zwanger van hem
was. Het kind was door "nonkel" verwekt na een avondje "doorzakken" in het café van Rik Boonen op het Scheldeken, in de periode dat Zwik voor de zoveelste keer in de gevangenis zat nadat hij de schenen van een agent openstampte. Veertien dagen na de thuiskomst van Zwik werd de kleine geboren. Aan "nonkel" werd gevraagd het peterschap op zich te nemen. Na de doop bezocht de feestende familie vele café in het Sint-Andrieskwartier. Al die tijd leefde Guillaume op de kosten van de gelukkige vader. Trotse Zwik trakteerde voortdurend en kon maar niet ophouden de cafébazen de geboorte van zijn gezonde erfgenaam mee te delen ...
-o-o-o-O-o-o-o-
Stamgrootvader : XI.1384 - KERCKX Egidius Franciscus - geen verdere gegevens - - - - - - Man van Stamgrootmoeder : XI.1385.- -…
Stamgrootvader :
XI.1384
- KERCKX Egidius Franciscus
- geen verdere gegevens -
- - - - -
Man van Stamgrootmoeder :
XI.1385.-
- GOETVRINT Anna Catharina
- geen verdere gegevens -
- - - - - - - - - - -
Kinderen uit dit gezin :
XI.1384.1.-
- KERCKX Jean Baptiste
° Antwerpen, 1757
+ Antwerpen, ZO 30.12.1810
x met : - COOLS Susanne Isabella
- - - - -
XI.1384.2.-
- KERCKX Franciscus
° Antwerpen 1761
- zie X.692 -
- STAMVADER -
-o-o-o-O-o-o-o-
Stamgrootvader : XI.1382.- - DOM Gerard - geen verdere gegevens - - - - - - Man van Stamgrootmoeder : XI.1383.- - LARICK Ma…
Stamgrootvader :
XI.1382.-
- DOM Gerard
- geen verdere gegevens -
- - - - -
Man van Stamgrootmoeder :
XI.1383.-
- LARICK Madelaine
- geen verdere gegevens -
- - - - - - - - - -
Kind uit dit gezin :
XI.1382.1.-
- DOM Joanna Christina
° Antwerpen ca 1753/1754
- zie X.691 -
- STAMMOEDER -
-o-o-o-O-o-o-o-
Frans, het zoontje van Trees. Vandaag vertellen we over Frans, "Het Grootste Broodje". Niemand in de 4de wijk zou gezegd hebben da…
Frans, het zoontje van Trees.
Vandaag vertellen we over Frans, "Het Grootste Broodje".
Niemand in de 4de wijk zou gezegd hebben dat Frans slechts zeven jaar oud was. Zijn grote gestalte en zijn sterke spieren gaven hem een veel ouder uitzicht. Van zijn ouders had hij echter die kloeke lichaamsbouw niet geërfd, want die waren beiden mager en lang.
Frans moest in de schoenmakerij van zijn vader werken. Hij maakte daar pikdraad en deed daar boodschappen. Naar school gaan zat er bij Frans niet in.
Alle ochtenden ging zijn moeder Trees in de bakkerij "broodjes" kopen. Ze betaalde één cent per broodje. De pistolets kosten twee centen per stuk. Deze kwamen meestal bij de rijken en op de ont-bijttafel terecht. Frans maakte elke morgen ruzie met zijn broer Jan omdat hij steeds het grootste broodje voor zichzelf wilde hebben. Hij bleef daarvoor zeuren en maakte zoveel kabaal tot Trees hem zijn zin gaf. Daardoor gaven de buren hem de bijnaam "Het Grootste Broodje" . Deze bijnaam bleef hij in het Sint-Andrieskwartier behouden.
Elke morgen haalde Frans een flesje "kwak" voor zijn vader in de herberg van Suske Fries. Telkens dronk kleine Frans echter een ferme slok uit zijn flesje. Hij hield het daarna onder de waterpomp, zodat het toch nog vol leek. Op een dag verklapte de herbergier aan de vader van Frans wat zijn zoontje met zijn "kwak" uitrichtte. Razend kwaad nam vader de ochtend daarop het grootste broodje van Frans af. Voor zijn straf moest hij onmiddellijk boodschappen gaan doen. Frans moest een paar herenschoenen naar gemeenteraadslid
De Vocht dragen in de Happaertstraat en ook een paar damesschoenen naar juffrouw Van Noyen, de directrice van de meisjesschool in de Sint-Jansstraat (de huidige Aalmoezenierstraat). Zijn moeder Trees had zijn haar nog netjes gekamd en hem gevraagd beleefd zijn pet af te nemen wanneer hij die deftige lieden zou ontmoeten. Frans hield echter van grappen maken en opende al gauw de pakjes onderweg in de poort van Scheel Net. Hij legde een herenschoen bij een dames- schoen. De dienstmeid van meneer De Vocht bedankte Frans hartelijk en gaf ze hem zelfs een klein fooitje. De schooldirectrice was ook heel vriendelijk en ze stopte kleine Frans extra vijf centen toe. Ze stond te wachten om met de mesijes naar de mis te gaan in de Sint-Andrieskerk.
Blij over deze gelukte opdracht kocht Frans in het naar huis gaan twee grote broodjes. Ze waren belegd met kaas en stroop. Na deze grap weigerde de vader van Frans zijn zoon nog in de schoenmakerij
te laten werken. Frans werd toen helper van de Cité. Dit is zijn hele verdere leven gebleven.
-o-o-o-O-o-o-o-
Jef en Piet Janssens Vandaag vertellen we over de zonen van vader Janssens. Piet en Jef woonden met hun vader bij meneer De Groof in d…
Jef en Piet Janssens
Vandaag vertellen we over de zonen van vader Janssens. Piet en Jef woonden met hun vader bij meneer De Groof in de Happaert-straat. Jef hielp vader Janssens bij het schoenen maken en Piet verdiende zijn centen als loopjongen in een kaarsenfabriek, wat hem de bijnaam "Piet Bougie" bezorgde.
Alhoewel zij alle drie onder één dak woonden, maakte ieder apart zijn eigen eten klaar. Vader Janssens nam na zijn belegde boterham-men steeds een ontbijtkoek als "dessert". Terwijl Jef zich tevreden stelde met enkel stroop op zijn brood, gaf Piet er de voorkeur aan zijn boterhammetjes te beleggen met "gerookt vlees". Op het middagmenu stonden veelal stoofvlees of worsten 's avonds nog met een veeg mosterd.
Elke zaterdag, zondag en maandag gingen ze uit. Wanneer ze dan elk apart tegen de ochtend thuis kwamen, dronken ze koude koffie uit de tuit van de koffiekan.
Jan De Schuyter vertelt in zijn boek "Wij, jongens van het Sint-Andrieskwartier" een prettige anekdote over Piet en Jef Janssens die tijdens één van de beruchtte "kermisweken" gebeurd was. Tijdens de feestelijkheden speelde vader Janssens steeds de bas en zijn zoon Jef de triangel in café "Het Wereldje" in de Schoytestraat. Het was reeds een traditie geworden dat de schoenmakerij van de familie Janssens tijdens de kermissen een hele week gesloten bleef. Zo konden zij veel tijd besteden aan het tot zich nemen van pinten en borrels. Lang van tevoren leefde men in huize Janssens naar de kermis toe. Om direct aan de slag te kunnen gaan na de kermis, sneed vader Janssens reeds zolen en halve zolen op voorhand. Omdat ze naar de kermisstoet gingen zien, had Janssens senior die ochtend van de feestelijkheden zes biefstukken gekocht bij beenhouwer Breydel in de Sint-Antoniusstraat. Het plan bestond erin deze stukken vlees na de stoet te braden.
In het feestgewoel na de stoet geraakte de heren Janssens elkaar kwijt. Elk van de drie verdwaalde met enkele vrienden van het ene café in het andere
De traditionele ommegangen behoorden tot de mooiste uitingen van het volksleven.
De stoeten van het "Landjuweel" bevat steeds de walvis met Cupido, de dolfijnen, de bootjes, het schip en de zeelieden van alle landen, allemaal zinnebeelden van de rijkdom die Antwerpen vanuit de zee via de Schelde ontving. Cupido spoot de aanwezige kijkers van de feeststoet zo nat dat de paraplu's te voorschijn kwamen. Jef Janssens was echter niet alleen nat van buiten, maar zeker even nat van binnen toen hij die avond huiswaarts keerde.
Wanneer hij de huiskamer binnenwandelde zag hij scheel van de honger. Hij zocht naar het vlees dat zijn vader die ochtend gekocht had. Toen nam hij per vergissing een paar gereed gesneden halve zolen. Hij wierp ze in de pan en "braadde" de toch wel erg taaie biefstukken. Toen hij ging eten, geraakte hij maar niet door zijn lappen vlees met zijn mes. Razend omdat het niet lukken wou, viel hij uiteindelijk toch in slaap, met zijn hoofd op de arm op de tafel naast het bord met het onsmakelijke avondmaal.
Toen rond vier uur in de morgen vader en Piet thuis kwamen, vonden ze het huis vol stinkende rook. Daar zij echter mosselen gegeten hadden in de Hoogstraat en deze schaaldieren nadien rijkelijk hadden laten zwemmen in het bier en de jenever, trokken zij zich van heel de huiselijke situatie niets aan en gingen nog half gekleed slapen.
In de voormiddag werd Piet wakker door het gebraak van de andere huisgenoten. Met een enorme kater vertelden ze toen alle drie hoe mooi de stoet geweest was aan elkaar. Ze waren ervan overtuigd dat het de laatste keer zou zijn dat ze nog zo iets moois gezien hadden. Jef voegde eraan toe dat het te hopen was dat het ook de laatste keer zou zijn dat hij zo'n taaie "biefstuk" te eten kreeg als die vorige nacht.
-o-o-o-O-o-o-o-
Stamgrootvader : XI.1342.- - KNYFF Gerard - geen verdere gegevens - - - - - - Man van Stamgrootmoeder : XI.1343.- - JANSSENS …
Stamgrootvader :
XI.1342.-
- KNYFF Gerard
- geen verdere gegevens -
- - - - -
Man van Stamgrootmoeder :
XI.1343.-
- JANSSENS Jeanne Marie
- geen verdere gegevens -
- - - - - - - - - - -
Kind uit dit gezin :
XI.1342.1.-
- KNYFF Jeanne Marie Gertrude
° Schoten (A), ca 1755/56
- zie X.671 -
- STAMMOEDER -
-o-o-o-O-o-o-o-
Van de Stamgrootouders genummerd van
XI.1344 tot en met XI.1381 hebben wij
geen gegevens.
-o-o-o-O-o-o-o-
Stamgrootvader : XI.1340.- - HENSMANS Joseph - geen verdere gegevens - - - - - - Man van Stamgrootmoeder XI.1341.- - JANSSENS Be…
Stamgrootvader :
XI.1340.-
- HENSMANS Joseph
- geen verdere gegevens -
- - - - -
Man van Stamgrootmoeder
XI.1341.-
- JANSSENS Berbe
° 1771
- - - - - - - - - - -
Kind uit dit gezin :
XI.1341.1.-
- HENSMANS Joseph Bartholomeus
° Kampenhout, MA 10.1.1746
- zie XI.670 -
- STAMVADER -
Op Karlientje met zijn klarinet Vandaag wijden wij ons aan een korte, dikke vreemdeling die door de mensen van de Parochie van Miserie …
Op Karlientje met zijn klarinet
Vandaag wijden wij ons aan een korte, dikke vreemdeling die door de mensen van de Parochie van Miserie "Karlientje met zijn klarinet"
genoemd werd, omdat hij steeds op stap ging met dit merkwaardig muziekinstrument.
Deze zonderlinge man woonde bij Trees de Neus in het Steegsken. Hij was bijzonder goed gekend bij de dokwerkers die dagelijks naar de dokken trokken of naar de werven met de boeren van Zwijndrecht, Beveren, Kruibeke, Melsele en omgeving. Ze verdienden daar hun dagelijks brood en ... hun dagelijkse drank. De mannen van de dok noemden hun dagelijkse portie drank "hun kwak".
Rond halftien 's morgens trok "Op Karlien met zijn klarinet" erop uit, zijn muziekinstrument stevig onder de arm geklemd. Hij zocht dan de kade op waar de schepen aanlegden en verwelkomde de matrozen op een muzikale wijze.
Weldra vormden ze een klein optochtje. Aan het begin van de stoet liep dan de muziekmakende vreemdeling. Dit bracht een heel eigenaardig stuk sfeer aan de havenkant. In de druk bezochte herbergen krioelde het toen van schippers en ander havenvolk.
De voornaamste havencafés waren toen het "Oud Schippershuis" op de Jordaenskaai, de "oude Marktschuit", "Kleine Brabant" en
"Hollandsch Hof" alle op de Van Dyckkaai, "Den Hert" op de Orteliuskaai, "de Eenhoorn" op het Zand en "In Jonas" op de Sint-
Pietersvliet.
De tocht ging verder van het ene café naar het andere op de deuntjes van de klarinet. Arm aan arm en al zingend trokken ze tenslotte van het lokaal "De Pauw" op de hoek van de Oever en de Muntstraat naar het "Grijs Peerd" op de hoek van de Augustijnenstraat.
Aan eten werd niet gedacht. De groep feestvierders vonden de biertjes belangerijker. Soms gaf men "Op Karlientje met zijn klarinet" een fooitje. Maar dat was niet zo belangrijk voor hem. Het voornaamste vond hij dat zijn lever voortdurend bevochtigd werd met fris gerstenat. Het gebeurde zelfs dat hij een hele nacht gratis klarinet speelde.
Ook de zatte vrouwtjes van de wijk hoorden de vreemdeling graag spelen. Zo gaf hij soms "klarinetrecitals" aan "Mieke zonder hemd".
Dat onze muzikant niet altijd een aandachtig luisterpubliek onder zijn toehoorders aantrof, bewijst het feit dat zijn muziek helemaal niet doordrong tot "Marie de voddenlingé" die dikwijls stomdronken in de goot van de straat door enkele spelende kinderen op een stootkar geladen werd en naar het politiebureau gereden werd waar ze haar roes kon uitslapen tot de volgende morgen.
-o-o-o-O-o-o-o-
Stamgrootvader : XI.1332.- - MATTHIJSSENS Josephus = Antwerpen, Sint-Andries ca 1738. - - - - - x te Antwerpen in de Sint-Andrieskerk,…
Stamgrootvader :
XI.1332.-
- MATTHIJSSENS Josephus
= Antwerpen, Sint-Andries ca 1738.
- - - - -
x te Antwerpen in de Sint-Andrieskerk, met :
XI.1333.-
- DE HAEN (DEAEN) Maria Catharina
= Antwerpen, Sint-Joris ca 1741.
- - - - - - - - - - -
4 kinderen uit dit huwelijk :
XI.1332.1.-
- MATTHIJSSENS Josephus
° 1766
- - - - -
XI.1332.2.-
- MATTHIJSSENS Balthazar
° 1774
- - - - -
XI.1332.3.-
- MATTHIJSSENS Joanna Maria
= Antwerpen, Sint-Andries, ZA 29.9.1781
doopgetuigen :
- Gerardus Dehaen en
Joanna Maria Mattheyssens
- - - - -
XI.1332.4.-
- MATTHIJSSENS Gaspar Ludovicus
° Antwerpen, VR 21.9.1792
- zie X.666. -
- STAMVADER -
-o-o-o-O-o-o-o-