De geur van jasmijn


Ennahda wordt beetje bij beetje gedwongen kleur te bekennen. Stilletjesaan groeit bij hen het besef dat de volgende verkiezingen wel eens niet zo voordelig voor de moslimpartij zouden kunnen uitvallen. Na de verkiezingen van oktober 2011 kon de euforie niet op – nu wordt het de bevolking duidelijk dat beloftes zo vruchtbaar bleken te zijn als de zandkorrels in de woestijn. Deze verkiezingen hebben immers een voorlopige regering tot stand gebracht, die als hoofdtaak heeft de grondwet te herschrijven, de instellingen te doen functioneren en de rust te doen weerkeren. Deze voorlopige regering kreeg een termijn van één jaar daarvoor toebedeeld. Tot een maand geleden werd er door Ennahda in alle talen gezwegen over de volgende verkiezingsdatum tot de partij door de straat hiertoe gedwongen werd. Het zal dus in maart 2013 zijn, ruim zes maanden later dan voorzien. Op zich is dit het kleinere probleem van de dagelijkse geschillen die in de straatarena’s uitgevochten worden.
Voor de islamisten is het nooit genoeg. Op de universiteiten sloegen de salafisten hun eerste veldslagen door provocatie, intimidatie en geweld met als resultaat dat er lessen gewoon geschorst werden. Op straat werd er quasi dagelijks betoogd, initieel vooral door de salafisten, die hun shariaparadijs willen zien vorm krijgen. Betogingen worden door de aanbidders van de vredesgodsdienst niet slechts met vlaggen, spandoeken en slogans gehouden: volgens hun visie kan een betoging slechts slagen als er voldoende geweld, vernieling of brandstichting aan te pas komt. Tot enkele weken geleden leek het alsof Tunesië als een konijn naar een lichtbak zat te kijken tot er een reactie kwam vanuit een andere hoek, vanuit de culturele en de vakbondswereld. Midden maart kwam het dan tot een zware confrontatie tussen de twee betogende groepen, tussen islamisten en kunstenaars / acteurs.

Emel Mathlouti, protestzangeres, verwoordde het aldus: “Vele jongeren zijn kritisch. Ze zijn niet echt gelukkig met de nieuwe regering: men krijgt de indruk dat deze de klok wil terugdraaien. Bovendien: er zijn bijna 50 ministers – is dat nu nodig? Het is zeker geen ideale situatie dat de islamisten de verkiezingen gewonnen hebben. Ik heb een andere kijk op de wereld. Ook bij de islamisten zitten er bekwamen mensen maar er moeten snel resultaten getoond worden want ze realiseren zich heel goed dat we anders opnieuw de straat opgaan.”
Sinds de salafisten, die de invoering van de sharia eisen, de acteurs / kunstenaars aangevallen hebben werden betogingen in het centrum van Tunis verboden. Op paasmaandag negeerden enkele honderden betogers dit verbod en vielen de politie aan met stenen en brandbommen. De politie trad voor het eerst resoluut op met wapenstok en traangas. Zowel bij betogers als ordehandhavers vielen er gekwetsten.
Op 30 maart kwam er een tweede verklaring van Ennahda: artikel 1 van de grondwet uit 1959 moet behouden blijven. Dit artikel stelt dat uitdrukkelijk dat Tunesië een vrije en onafhankelijke staat is met de islam als godsdienst, Arabisch als taal en een republiek als staatsvorm. Er kan, volgens Ennahda, geen sprake van zijn dat de sharia Tunesië’s toekomstige wetgeving zal zijn en de partij roept de constituante op artikel 1 ongewijzigd te behouden. Ennahda is als de dood voor een mogelijke volksopstand. Nochtans heeft Ennahda de chantage van de salafisten aan zichzelf te danken. Na hun verkiezingsoverwinning konden ze niet wachten om de wereld kond te doen dat de heroprichting van het kalifaat begonnen was. En de salafisten zetten de samenleving onder druk met hun gebruikelijke wapens: chantage, machtsvertoon, geweld en terreur.
De open grenzen van Tunesië zijn er niet vreemd aan. Onder Ben Ali werden radicale haatpredikanten geweerd; sinds de revolutie mogen ze ongehinderd hun fanatieke shariapreken verkondigen. Noureddine el-Khademi, minister van religieuze zaken, verklaarde dat de religieuze spreekgestoeltes van de moskeeën omgevormd werden tot politieke fora. Genaturaliseerde belg, Tarek Maaroufi, ontslagen uit een gevangenis in het land b, na het uitzitten van een celstraf voor terrorisme, keerde terug naar Tunis, waar hij werd begroet door broeders-salafisten. Bij zijn aankomst kuste hij de grond en verklaarde dat het hem verheugde dat de jihad nu ook in Tunesië zijn intrede gedaan had. De man werd veroordeeld wegens banden met Al Qaeda en betrokkenheid bij de moord op Massoud, twee dagen voor de beruchte 11de september in de VSA. Zowat elke dag arriveert er een baardman met een rugzak vol venijn op een Tunesische luchthaven. Onder meer Heni Sbai, van het Maqrizi Centre, die in Egypte tot 15 jaar gevangenisstraf gevonnist werd en die bij verschillende landen op een lijst van gezochte moslimterroristen staat wegens actieve samenwerking met de Taliban en Al Qaeda. Of Abd El Mustafa Mun,’m Halima Abu Bassir, alias Abu Bassir El Tartus, een haatpredikant uit Jemen. Telkens een dergelijk heerschap Tunesische bodem betreedt, vieren de salafisten feest, want ze hebben het toch maar weer klaar gespeeld een visum voor één hunner favoriete sharialeiders te bemachtigen. Zo lang de staat, de overgangsregering, geen duidelijk toekomstbeeld schept met vastomlijnde maatschappelijke regels, zullen de salafisten blijven proberen de staat te ontwrichten. Zo kwam er ook geen antwoord of rechtzetting op een oproep van een sjeik de joden te vermoorden. Zo kwam er ook geen vermaning bij de ziekelijke aanbevelingen van een Wahhabische predikant, Wajdi Ghenim, die speciaal naar Tunesië gereisd was, om zijn enthousiaste toehoorders te overtuigen dat genitale verminking bij vrouwen niet alleen door de koran verplicht wordt, maar bovendien meer dan gewenst wordt, want het is immers een “cosmetische ingreep”.
Het is dansen op een slappe koord voor Ennahda. Stilletjesaan realiseert zich de bevolking dat het grootste gevaar van de salafisten komt, die willen terugkeren naar “de tijd van toen”, de tijd van Mohammed. Ennahda is in oktober 2011 erin geslaagd alle lagen van de bevolking te overtuigen. De breuklijn wordt nu zichtbaar. Studenten, vrouwenverenigingen, de wereld der kunsten, vakbonden, academici, de toeristische sector e.a. willen hun vrijheden niet opgeven voor een islamitisch griezelverhaal.
Met de hete adem van de salafisten in zijn nek, zal Rached Ghannouchi van Ennahda met meer naar buiten moeten komen dan de gratuite verklaring “dat er geen oorlog tegen de salafisten gevoerd wordt, maar de wet moet toegepast worden tegen degenen die de veiligheid van de bevolking in gevaar brengen”. Hij durfde hen zowaar ervan te beschuldigen op een terroristisch gekleurde burgeroorlog aan te sturen.
Te weinig, te laat. Het wordt een hete zomer in Tunesië.
Floriaan Terbeke
Bron: diverse media
(Wordt zonder enige twijfel vervolgd)












