Men zegge het voort (nr 900)

Indien ik destijds aan wijlen mijn grootmoeder zou verteld hebben dat ik in de toekomst nog zou meemaken dat ik na de bureeluren op een donderdag de trein zou kunnen nemen naar de luchthaven van Parijs om van daaruit rond middernacht te vertrekken naar Peking in China om daar vrijdagnamiddag rond 4 uur toe te komen zodat ik om 6 uur kon deelnemen aan een vergadering en dat ik de volgende dag met een trein zou rijden naar het op 1400km afstand gelegen Shangai en daar op zondagmorgen terug een vergadering zou bijwonen om daarna terug naar Peking te sporen en rond middrnacht van dezelfde dag terug te keren naar Parijs waar ik wegens het tijdsverschil terug rond 5 uur op maandagmorgen zou landen om nog voor de middag thuis te zijn in Wommelgem zou ze me zeker voor gek hebben verklaard. Indien ik daar dan nog zou bijgevoegd hebben dat ik via het internet vanuit het hotel in Peking een tekst zou kunnen schrijven die enkele seconden later overal ter wereld zou kunnen gelezen worden en dat ik vanop de straat in Shangai met een draadloos klein apparaatje naar mijn echtgenote in Belgie zou kunnen bellen en met haar zou kunnen spreken alsof ze naast mij stond zou ons bomma zeker naar haar huisdokter hebben gebeld met de vraag of het niet beter zou zijn dat ik werd geinterneerd! En toch heb ik dit alles zoals vermeld vorige week-end meegemaakt.
Ik was reeds 30 en 40 jaar geleden in China geweest. Het was de tijd toen iedereen nog in een soort kartonnen uniform rondliep en men gek werd van het gerinkel van tienduizenden fietsbellen. Maar toen ik nu na dertig jaar terug in dit land was viel mijn mond bij herhaling open. Alleen in groot Peking rijden er nu ongeveer 5 miljoen auto's rond. Honderden treinen flitsen tegen meer dan 300 kilometer per uur tussen de grote Chinese steden. Gigantische wolkenkrabbers worden hier op minder dan een jaar gebouwd enz.
Tijdens mijn eerste vergadering vroeg een Chinees mij hoe wij in ons land problemen in verband met infrastructuur oplossen.
Ik vertelde dan dat ik enkele voorbeelden zou geven. Toen ik pas afgestudeerd was bij het begin van de zestigerjaren van de vorige eeuw had ik beslist om me met allerlei transportproblemen als adviseur in te laten. Toen reeds stelde ik vast dat de transportsector die een grote toekomst had de luchtvaart was. Daarom gaf ik toen veel toespraken om de aandacht te vestigen op het belang van de luchthaven van Antwerpen (Deurne) en dat om enig nut te hebben voor de wereldhaven in de toekomst men dringend de bestaande startbaan met enkele honderden meters diende te verlengen. Toenmalig socialistische burgemeester Lode Craeybeckx werd mijn medestander en hij was aan boord van de eerste naoorlogse regelmatige passagiersvlucht die we zelf organiseerden als onderaannemer van KLM tussen Antwerpen en Amsterdam. Maar in die tijd lag de andere grote partij, de CVP, dwars. Na enkele jaren konden we de nationale voorzitter van de CVP, senator Vandekerckhove uit Mechelen, overtuigen om ons te steunen. Maar inmiddels was de sterke man van de socialisten in Antwerpen een zekere Bob Cools geworden die toen nog bijkluste als beheerder van SABENA en daarom tegen een uitbreiding van de luchtvaart in Antwerpen was. Nog later kregen we toenmalig transportminister, de liberaal Herman De Croo, achter onze kar maar toen begonnen en de socialisten en de CVP te wringen. Jaar na jaar bleef de luchthaven regelmatig in de belangstelling maar vandaag in December 2012 is er nog geen enkele centimeter bij de lengte van de startbaan gekomen!
Zo kennen we eveneens en sinds vele jaren een steeds meer vastlopen van het verkeer in onze wereldstad. Daarom werd er door de overheid een bedrijf opgericht, BAM genaamd, Dit bedrijf heeft reeds fortuinen uitgegeven aan studies; maquettes; voorstellen voor een brug; dan een tunnel; dan een mengeling van de twee enz.enz. Bedrijfswagens met chauffeurs rijden met reeksen overbetaalde amttenaren door het land en van de ene vergadering naar de andere. Maandelijks blijft men aanzienlijke sommen belastingsgeld verbrassen. Maar in december 2012 werd er nog steeds geen kilogram beton gestort of de eerste spade in de grond gestoken.
Toen ik dat aan het vertellen was werd mijn aandacht getrokken door een aanwezige secretaresse die naar me toe kwam en iets in mijn oor fluisterde
''Mister Fangheefer'' zei ze ''wil u a.u.b. met uw verhalen ophouden. Meerdere van de aanwezigen hebben reeds een bruine streep in hun onderbroek gekregen van het schaterlachen''
Men zegge het voort,
Freddy van Gaever








