Een vreemde pre 1 novemberstemming

Ik ben vandaag op deze prachtige zonnedag naar de begraafplaats van de familie gegaan om naar jaarlijkse traditie de graven op te poetsen. Op 1 november worden de bloemen geplaatst.
Grootvader en grootmoeder, bompa en bomma, zoals het bij ons gezegd wordt, zijn al bijna 40 jaar geleden heengegaan en telkens ik voor hun graf sta, voel ik de weemoed om hun afwezigheid knagen, het gemis van de eigen jeugd en de vrolijke warmte en genegenheid waarmee ze mij omringden. Twee- tot driemaal per jaar ga ik naar de begraafplaats en elke keer vertel ik wat er zoal gebeurd is met de kinderen en de kleinkinderen, meestal de prettige dingen maar ook soms een verhaal van pijn en verdriet en dan zeg ik altijd een beetje dom : "Het is maar goed dat jullie dit niet meegemaakt hebben". Zij hebben andere zaken meegemaakt, zoals twee oorlogen.

Schoonselhof de begraafplaats van Antwerpen
Ik heb al dikwijls verteld aan de grootouders en de groottante en de grootoom, die allen het grootste stuk van hun leven in de Seefhoek hebben gewoond, dat er heel wat veranderd is in onze stad en dat in de likeurwinkel die bomma vroeger openhield in de Lange Beeldekensstraat, nu een kapper gevestigd is, een man met een onbestemde nationaliteit, die nauwelijks Nederlands spreekt en dat heel de wijk ingenomen is door mensen uit andere landen. Ik denk dat bomma en bompa heel erg zouden schrikken, net zoals tante en nonkel.
Mijn andere grootouders hebben geen graf meer. De vava die vier jaar aan het IJzerfront heeft doorgebracht, diens naam staat op een herdenkingsmonument in Ruisbroek waar hij overleden is in 1957, maar het graf is verdwenen. Het huis, waar zij lange tijd gewoond hebben in de Everaertstraat, een beetje voorbij de grote werkplaats die nu een Turkse moskee is met winkel en allerlei activiteiten waar je als autochtoon niets te zoeken hebt, is er nog altijd. Het is goed onderhouden en het zal bewoond zijn door vreemdelingen, want oorspronkelijke Antwerpenaars zijn bijna allen verdwenen.

Toen ik de graven had schoongemaakt en het onkruid gewied, zag ik een beetje verder een dame in gedachten verzonken staan voor wat ik dacht, het graf van haar man te zijn. We hebben even gepraat, mevrouw is 87 maar ze zag er nog geen 70 uit, ze had inderdaad haar man verloren en dat was erg, zei ze. Maar niet zo erg dan de drie kinderen die ze intussen ook verloren had. Toen ik haar vroeg waar ze de moed vandaan haalde verder te leven, zei ze me : "Och mijnheer, ik heb nog twee jongens, kleinkinderen en achterkleinkinderen, zij zijn mijn leven, want zelf ben ik al lang heengegaan..."
Dit is een van de triestigste verhalen die ik ooit gehoord heb. Zaterdag 1 november keren wij terug naar de overleden familie met bloemen. Ik zal ook even in gedachten iets zeggen tegen het graf van de buurvrouw van 87.
Ray











5 reacties op dit bericht
Rozen als bloed, ...poppy's.
Rozen als bloed,…poppy’s.
Klaprozen als vlekken, tussen het groener dan groene gras,
als spatten van bloed door soldaten vergoten.
De klaprozen blijven, de soldaten zijn dood.
De soldaten zijn dood, maar met memory’s begraven.
Steeds weer staan hun spatten rechtop, nimmer aflatend
zoveel jaren later, uit de met bloed doordrenkte aarde….
Met de geestkracht van de vermoorde soldaten overgedragen,
eindigend in de bloedige tranen van wanhopige moeders
die vruchteloos, naar wat van hun zonen overbleef, blijven zoeken…
Klaprozen wiegen zachtjes op het zuchten van de wind.
Bloedvlekken, het zwarte kopje verdoken op ranke steel.
Ze wiegen als zacht strelende herinneringen,
om ons niet te laten vergeten, wat nooit meer gebeuren mag…
Kristin.
Tijdloos.
op Vlanderens Velden
Misschien daarom dat de graven van gesneuvelde soldaten af en toe ga eren.
Op Vlaanderens Velden
Klaprozen bloeien op Vlaanderens velden,
tussen de kruisen, rij aan rij,
van ons die liggen, zij aan zij.
De zang van koene lerken in de lucht,
schier niet gehoord door het krijgsgerucht.
Wij zijn de Doden. Gisteren nog
zagen wij dageraad en deemstering,
beminden en werden bemind,
en liggen nu in Vlaanderens velden.
Bekamp de vijand met nieuwe moed
en grijp de toorts waarvoor wij streden;
Als je verzaakt aan ons die leden,
dan gun je geen rust aan helden,
waarvoor klaprozen, rood als bloed,
bloeien op Vlaanderens velden.
© Hertaald door Lepus
Het verlies is voor iedereen gelijk
Niets blijft duren
niet de vuren
niet de muren
van het ouderlijk huis
niet de kinderen in de straat
niet de vrienden 's avonds laat
niet de tuin in stille pracht
niet mijn zoon die gretig lacht
niet de vogels in de bomen
niet de dag die nog moet komen
niets blijft duren:
tenzij
die onrust diep in mij
dat onophoudelijk geruis
uit "gevoelig is mijn huid"
gilbert coghe
even stilte.
af en toe wend ik de blikken van het graf weg naar de wolkenloze herfstlucht. de gedachten dwalen af naar wat was op 25 april '66! toen rustten vader's gevouwen handen op het witte laken. soms was het ook goed . ik sta vandaag niet stil bij wat nog komen kan. het gaat allemaal voorbij. tot volgend jaar misschien, wie weet !
Best Ray.