In 1897 werd de " Wiener Secession" opgericht waarin Gustav Klimt, Koloman Moser, Josef Hoffmann zich hebben verenigd. Ze werden hierin gesteund door tal van kunstenaars en architekten zoals Otto Wagner, Otto Czescka, Dagobert Pèche, Michael Powolny, Josef Olbrich (architekt van het “Secessionhaus”), Franz Metzner, Richard Luksch..... De Jugendstil was geboren maar dat is een andere gebeurtenis .
Ik wil het hebben over een aparte stijlgemeenschap die zelfs niet vergelijkbaar is met de "Arts & Craft movement" van William Morris : de "Wiener Werkstaette" die in 1903 wordt gesticht. Deze kunstproductiegemeenschap verenigt ambachtslieden en kunstenaars die zich tot doel stellen, voorwerpen tot en met "totaalprojekten" te realiseren onder leiding van de architekt Josef Hoffmann en de kunstenaar Koloman Moser en gefinancierd worden door Fritz Waerndorfer. In de oprichtingsakte werd het doel van de vereniging omschreven als volgt: " de economische belangen van haar leden bevorderen door hen te scholen en te vormen in de kunstbranche, door het vervaardigen van voorwerpen uit alle disciplines van het kunstambacht op grond van artistieke, door de leden van de vereniging vervaardigde voorwerpen, door de inrichting van werkplaatsen en door de verkoop van de voortgebrachte artikelen." Ikea avant-la-lettre en voor de vermogenden. Josef Hofmann zegt het zo : "Als het niet mogelijk is om voor de hele markt te werken, dan concentreren wij ons op degenen die het kunnen betalen."

De Kus van Gustav Klimt
Hierna volgt een begeleidende tekst, overgenomen uit de catalogus die werd uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling " Europalia 87 Oesterreich" te Brussel, om enig inzicht te geven in de sfeer in de kunst rond de eeuwwisseling (1900).
Waarom Wenen en opnieuw Wenen zal men zich afvragen ? Deels omdat het de kunsthoofdstad van de 20ste eeuw wordt genoemd, een bevoorrechte teelgrond voor bloei van cultuurfenomenen. Maar vooral omdat het één van de onvolprezen plekken in Europa blijft waar de gegoede burger zoveel belang heeft gehecht aan de esthetische cultuur als een uiterlijk teken van de persoonlijke ontplooiing en als statussymbool van de sociale welstand. In die tijd lagen de grote Oostenrijkse verwezenlijkingen trouwens niet op het literaire of filosofische vlak, zoals in het protestantse Noorden, maar in het gevoelsrijke gebied van de toegepaste kunsten en van de expressie: architektuur, toneel, muziek. Het valt op hoe ontvankelijk en gevoelig de burgerij reageert op het einde van de 19de eeuw voor psychologische invloeden, voor sensuele en de esthetische "Gefuhlskultur", die haar "Moralkultur" hebben ondermijnd.

Sitzmachine van Joseph Hofmann
Sociale en politieke spanningen, een ongehoorde bevolkingstoename en ellende en nationale conflicten staken schril af tegen het verfijnde esthetisme of het symbolisme in de laat-19de-eeuwse bourgeoisiekunst. De verleiding is dus groot om de kunstrichting die daarop volgt te beschouwen als een reactie, een verdedigingsreflex tegen een dreigend en angstaanjagend klimaat. Enkele jonge intellectuelen en artiesten zetten zich vlak voor de eeuwisseling scherp af tegen de schittering en de ornamentiek van het Weense fin-de-siècle die ze cultuurhistorisch als maatschappelijk bedrog en als culturele agressie afwezen.
Esthetiek komt in het teken te staan van het functionele, maar fijn kunstambacht kwijnt weg. Zowat overal treden vernieuwingen en reacties op, van kunstweigering tot kunst voor de kunst. Nieuwe materialen en technieken richten ravage aan en brengen in de esthetische uitdrukking een ommekeer en verloedering teweeg. In die context kwam in 1903 de “Wiener Werkstatte” tot stand. Met die oprichting wilden Josef Hoffmann, Kolo Moser, Fritz Waerndorfer en Otto Czescka niet alleen een nieuwe stijl aanbieden overeenkomstig de nieuwe tijdsgeest, maar tevens het kunstambacht doen heropleven door het vervaardigen van kwaliteit-hoogstaande siervoorwerpen. Ze wilden reageren tegen de bedroevende banaliteit van de industriéle massaproduktie. Daarmee liepen ze, dan reeds vooruit op wat we nu onder de naam industriéle vormgeving of design samenvatten. Niet toevallig vertoont onze maatschappij een wat verrassende verwantschap met het Wenen van rond de eeuwwisseling.
Aan de Brusselse Tervurenlaan troont het door Josef Hoffmann gebouwde “Paleis Stocklet” als toonbeeld en incarnatie van de functionele rationele Weense stijl. Opdrachtgever was Adolphe Stocklet, Belgisch ingenieur en zakenman die open stond voor vernieuwing. Zo werd dit “Paleis” zowaar een laboratorium voor internationale vormgeving. Het aparte karakter van dit meesterwerk werd duidelijk ge-induceerd uit de cultuurkritiek die door de Weense artistieke en intellectuele avant-garde werd bedreven. Het vormt de bekroning van de Wiener Secession en de “Oostenrijkse Art Nouveau”. Achter de door bronsoxydatie groenglanzend geworden marmeren muren van deze a-tectonische constructie schuilt een raffinement dat elke verbeelding tart. Van dit ontoegankelijk heiligdom kon in de expositie helaas slechts een maquette getoond worden. De “Wiener Werkstatte” is beslist representatief voor de Oostenrijkse sierkunst tijdens die periode. Chronologisch opgezet, hangt deze tentoonstelling een totaalbeeld op van het esthetisch gevoel in de eerste drie decennia van de 20ste eeuw. “ Wiener Werkstatte” een schitterend stukje Wenen dat van grote originaliteit getuigt. Later wil ik nog terugkomen op de schitterende verwezenlijkingen van de “Wiener Werkstatte” met de voornaamste kunstenaars en ambachtslieden.
Ik herhaal dat bovenvermelde tekst gebaseerd is op het voorwoord voor de katalogus van de tentoonstelling te Brussel ter gelegenheid van “Europalia 87”en dus de verdienste van de heer Etienne Van Driessche .
Jos
3 reacties op dit bericht
MET POTLOOD !!
daarom zijn zulke mensen al onze steun waard. als ik vandaag zie hoe leterme en het ganse zootje tegen beter weten in, door het stof kruipt, ben ik zoals u ook beschaamd belg te zijn. vandaag staat in le standaard te lezen dat leterme (nog maar eens, maar nu) uit de regering stapt als er geen "staatshervorming" word doorgevoerd tegen de zomer. welke en hoe groot zegt hij er natuurlijk niet bij. 't zal wel weer met blijven met "uitzicht op.."denk ik ! maar meer beschaamd nog ben ik in bdw die zoals een echte tjeef zijn dubbelspel tot de laatste snik blijft spelen. daarna zien we wel is het motto bij de nva. het kan niet rap genoeg herkiezing zijn, maar dan met POTLOOD !
arm Vlaanderen ...
en dan dat hatelijke en vooral valse gedoe met het VB, de politieke processen, de verkrachting van de democratie, het is bijna niet te geloven maar spijtig genoeg toch waar, hallucinant, ontluisterend. wij schamen ons "Belg" te zijn. nooit wil ik aangesproken worden als Belg, liever ben ik Vlaming, en met trots i.p.v. schaamte.
alhoewel, als ik zie hoe ons volk en onze grond worden verraden door gewetenloze poenscheppers van de aller schijnheiligste soort, doet mijn hart pijn in mijn borst.
en mensen zoals Filip De Winter, Gerolf, Frank en zoveel anderen die ten onrechte worden uitgesloten, uitgemaakt voor racist, fascist en onmens, het doet pijn, van langsom meer.
Uit de GvA