U zal wellicht gemerkt hebben, dat wij al enkele artikels geplaatst hebben van een nieuwe occasionele medewerker : Raymond. Neen, het is niet Ray met een mond achter, maar toevallig zijn het naamgenoten die halsstarrig weigeren een pseudoniem te kiezen. Raymond is een Willem Elsschotkenner zoals er in het Genootschap-met-die-naam weinigen zijn. Hij heeft daarnaast nog heel wat andere interesses waar hij bij Angeltjes zal over schrijven. In een rustige, evenwichtige en afgemeten stijl, die mooi contrasteert met de passionele, flamboyante en kleurrijke uitroepen van sommige andere redactieleden.
Telkens Raymond onze weelderige lokalen betreedt, daalt er een mandarijnenstilte neer. Juffrouw Ellen, die zwierend met de Chinese thermos voor onze neus, roept : "Mûtte nog koffe emme, gaai ?" stapt minzaam glimlachend en met afgemeten passen op de Heer Raymond af : "Mag ik een kopje koffie voor u inschenken, Mijnheer ?"
Rust, bezinning, wijsheid, net wat wij nodig hebben en waar u hopelijk ook zal van genieten.
De redactie van Angeltjes
.

Willem Elsschot in goed gezelschap
Verrassend maar toch ook niet helemaal. Dit was de bedenking die spontaan bij me opwelde toen ik recentelijk kennis nam van de uitslag van de poll ingericht door het weekblad Knack, dat onder zijn lezers peilde naar de mooiste slotzin ooit in een boek geschreven.
Voor degenen onder u die het zouden gemist hebben, hierna de namen die er als nummers een en twee uitkwamen.
Nummer 1: Uit de roman “Liefde in tijden van cholera” van Nobelprijswinner Gabriel Garcia Màrquez :
Fiorentino Ariza had het antwoord al drieënvijftig jaar, zeven maanden en elf dagen en nachten klaar: “Ons leven lang,” zei hij.
Nummer 2: Uit de roman “Een ontgoocheling” van Willem Elsschot :
En toen Kareltje haar aankeek, omdat zij zo raar praatte, zag hij dat zij met neergetrokken mondhoeken wenend de soep proefde.

Afstand genomen nog van het feit dat het hier per definitie gaat over de voorkeur van een beperkte groep en de aangename vaststelling een schrijver van eigen huize in één adem vermeld te zien staan met een Nobelprijswinner, wou ik er toch even op wijzen dat Willem Elsschot reeds veel vroeger al laureaat werd van een bijna gelijkaardig concours. In 1989 namelijk loofde publicist Hugo Brandt Cornelius onder het pseudoniem Battus in de Volkskrant onder de lezers een “Charlotte” uit voor de mooiste zin ooit uit de Nederlandse letterkunde. Elsschot won met een straatlengte voorsprong op de andere deelnemers met de volgende zin uit Lijmen komende uit de mond van hoofdpersonage Boorman:
“Ik word op ’t ogenblik van uit Gent verneukt door een kerel die Korthals heet en die ’t lijk van mijn schoonzuster in zijn bezit heeft”
Ik lees hier in mijn archief het volgende: “Terwijl de laureaat het hoogste schavotje beklimt en zijn hoofd in de erelus steekt, huldigt Battus hem in deze bewoordingen:
“Terwijl haast alle andere inzendingen voor de “Charlotte” een universele werking hadden, een abstracte inhoud, een menslievende hoogte, en een alomtoepasbare boodschap, is deze zin uiterst concreet, laag bij de gronds, en onverheffend. De zin is niettemin ijzersterk. Het is de enige zin van 25 woorden die iedereen feilloos uit het hoofd kan leren. De precisie van de innerlijk-rijmende bepalingen “op ’t ogenblik” en “van uit Gent”, het kranige “verneukt” en “lijk”, en vooral het woord “en” dat de laatste twee betrekkelijke bijzinnen verenigt, dat alles maakt de zin tot een standbeeld van woorden, een doelpunt van zinsdelen, een kathedraal van gedachten. Je hoort Boorman hem uitspreken: ernstig, maar onversaagd, kwaad maar precies, Belgisch maar Nederlands. Er is in die zin geen enkele verandering aan te brengen die hem niet direct zwakker maakt. Het trio woorden Ik-Korthals-Schoonzuster sluit op elkaar als de drie onderdelen van een galg: de paal, het dwarshout, en de strop. Die kerel heet Korthals omdat hij tussen Ik en Schoonzuster staat, en omdat hij hangen zal (De Volkskranr , 30 juni 1989)
Om nog even terug te komen op “Een Ontgoocheling”: ik vind dit zeker niet een van zijn betere werken, het valt me zelfs ietwat dunnetjes uit. Ik mis er de mengeling van tragiek en milde ironie in die zo kenmerkend is voor zijn latere oeuvre en die hem zo uniek maakt. Dat geldt ook voor “De Verlossing”, zijn volgend boek.
Van die mix zijn daarentegen al wel sporen aanwezig in zijn debuutroman “Villa des Roses”, die handelt over zijn Parijse tijd en waarmede hij reeds een voorsmaakje geeft van zijn werkelijk talent.
Maar zijn echte draai vindt hij slechts vanaf “Lijmen” waarin hij met brede hand al zijn troeven op tafel smijt: tragiek, ironie, groteske optiekverdraaiingen, emotie, zelfspot, medevoelen, dit alles in een perfecte dosering waarop hij alleen het patent heeft en gebracht in een geheel van krachtig samengebalde (en dit hoeft echt niet noodzakelijk een synoniem te zijn van zuinige) en glasheldere zinnen die bij de lezer lang blijven nazinderen en tot herlezen aanzetten.
Merkwaardig ook dat hij vanaf “Lijmen” voor de allereerste keer de ik-vorm hanteert en zich onderdompelt in de rol van de meelijwekkende underdog. Dat deze koerswijziging hem geen literaire windeieren heeft gelegd, moge blijken uit al zijn volgend werk, dat volgens hetzelfde stramien opgebouwd is: “Het Been” (dat in wezen het sluitstuk is van “Lijmen”), “Kaas”, “Tjip”, “De Leeuwentemmer”, “Pensioen”, “Het Tankschip” en tenslotte “Het Dwaallicht” (volgens velen zijn magnum opus) het is allemaal met dezelfde vlotte en zwierige pen geschreven, wat het maken van keuzes bemoeilijkt.
Ik kan over deze grootmeester blijven vertellen. Binnenkort meer. Over zijn gedichten
Raymond
1 reactie op dit bericht
Het deuntje...
Ware dat niet prachtig, moesten de Angeltjesvrienden samen, tegen het VB-congres van volgend jaar, die uitvoering op scene vertonen?
Ik zie het al voor mijn ogen: een heleboel oude en minder-oude knarren die ingespannen proberen om met hun oude, minder of meer "stijve knoken", een "zwierige vertoning" op poten te zetten.
Onze angeltjesvriendin Jeanine zou dan als prima-ballerina kunnen optreden met "haar speciaal stapke".
Driemaal hoera voor de platenruiter !!!