http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=G7I27G67C
Nooit zou je denken dat Marie-Rose Morel baarmoederkanker heeft. Ze blaakt van levenslust, ziet er stralend uit, en haar modieuze hoofddoekje staat haar beeldig. En toch vecht zij tegen die vreselijke, levensbedreigende ziekte: 'Eind maart moet ik onder de scanner. Dan krijg ik goed of slecht nieuws. Het moét gewoon goed zijn. Ik ben 36 jaar. Dan ga je niet dood.'
'Na de eerste chemokuur van drie dagen gaf de PET-scan goede hoop', vertelt het Vlaams Belangparlementslid thuis in Schoten. 'De behandeling sloeg aan, de kankercellen werden teruggedrongen. Toen hebben we echt gefeest. Schitterend was dat. Op 23 maart start ik mijn derde kuur, en nadien moet ik weer onder de scanner. Dan gaan we het weten. Mijn mama is er nu al ziek van. Maar ik denk: dat zal goed nieuws zijn. En als het mislukt, ga ik mezelf wel wijsmaken dat het wél zal lukken. Dat wachten op die resultaten duurt een week. Vreselijk. Dat zijn de momenten dat ik schoonmaak, of bloemen plant in de tuin. Een jaar geleden was ik nog als vrijwilliger boompjes aan het verkopen voor Kom Op Tegen Kanker. Nooit had ik erbij stilgestaan dat zoiets ook mijzelf kon overkomen.'
Intussen hebt u twee chemokuren achter de rug. Eén keer dreigde onheil, toen u met een infectie op de spoedafdeling terechtkwam. Was u in paniek?
Marie-Rose Morel: 'Ik wist toen van niks meer, zo'n hoge koorts had ik. Mijn ouders voerden me naar het ziekenhuis en dachten dat ik doodging. Maar ik zat te zingen in de auto. Aan het ijlen wellicht, want achteraf herinnerde ik mij niks. Ik ben echt bang nogmaals zo'n infectie op te lopen.'
En toch wil u zondag een toespraak houden op het Vlaams Belangcongres over Europa, in Gent.
'Dat moet absoluut lukken ( Morel is lijstduwer op de Europese VB-lijst, nvdr. ). Onze campagnetournee Vlaanderen in Europa heb ik niet kunnen meemaken. Dat hebben we opgelost met een videoboodschap. Maar op het congres wil ik er persoonlijk bij zijn. De dokters hebben natuurlijk liever niet dat ik mij in een zaal met duizend man begeef, want met al die bacteriën is het gevaar op een infectie te groot. Afspraak is nu dat ik mag gaan als mijn bloeduitslag zaterdag goed is. En als ik langs de achteringang binnenkom en na mijn speech onmiddellijk weer vertrek, moet het toch lukken.'
Een kleine voorspelling: nog voor u een woord uitbrengt, krijgt u een staande ovatie.
'Ik zal waterproof mascara aandoen, want dan ga ik wenen. Ik ken mezelf: ik ween niet van verdriet, maar van emotie en blijdschap. Een vriendin zei me: je moet eens goed huilen, dat lucht op . Maar ik heb die behoefte niet. Ik lach veel liever.'
U hebt nog niet gehuild?
'Toch wel. Eén keer: toen mijn haar begon uit te vallen. Mijn papa was boos: hoe kan je dáár nu voor wenen? Toegegeven: die ziekte is levensbedreigend en is dus heel erg. Maar die kale plekken, dat is iets zeer visueels. Plotseling zie je dat er iets grondigs fout is. Eerst had ik mijn haar kort laten knippen. Maar toen het in plukken uitviel, heb ik het helemaal laten afscheren. Toen zag ik voor het eerst een zieke vrouw in de spiegel. Lijkbleek, met een kaal hoofd. Ik dacht: is dat Rozeke ? Dat vond ik echt heel erg.'
'Ik heb nu een pruik, maar ik draag ze nooit bij mensen die me goed kennen. Dan loeren ze alleen maar om te zien waar die pruik vastzit. Ik draag dus vooral sjallekes . Mijn oma droeg die vroeger ook. Zonder hoofddoekje ben ik echt een alien . Ik ben geen ijdeltuit - of toch misschien een beetje. Dan is zoiets echt wel confronterend. Ook al komt dat haar terug, en zelfs mooier dan voordien. Ik hoop dat ik blonde krullen krijg.'
Hoe reageren uw kinderen op uw kale hoofd?
'Voor hen zet ik altijd dat hoofddoekje op. De oudste, Alexander (5), mag wel 's avonds mijn hoofd met olie inwrijven. Hij vindt dat mooi, schattig en keilief . Precies een kuikentje, zegt hij. Marnix (2,5) vindt het griezelig. Ze hebben wel dolle pret als ik dan toch eens mijn pruik op heb. Dan kijken ze de hele tijd of ze er niet afvalt. De dag van mijn eerste chemobeurt was ook de eerste schooldag voor Marnix. Voor de allereerste keer ging hij naar de kleuterklas, en ik kon er niet bij zijn. Ik was diepbedroefd. Op zulke momenten moet je er als moeder toch echt bij zijn?'
Hoe hebt u uw kinderen het nieuws van uw ziekte verteld?
'Met een boekje: Mama heeft kanker . Daarin wordt dat mooi uitgelegd: met groene en gele monsters die in de buik van mama zitten. Ik heb hen verteld dat mijn haar zou uitvallen, dat ik zeer moe zou worden. Door mijn echtscheiding zijn ze maar één week op de twee bij mij. Ik probeer ervoor te zorgen dat ze niet te vaak hun doodzieke moeder in bed moeten zien liggen.'
Beseffen uw kinderen hoe erg u eraan toe bent?
'Neen. Ik heb hen ook niet gezegd dat ik dood kan gaan. Ook niet aan mijn nichtjes, die acht en tien jaar oud zijn. Eentje vroeg mij: tante Roos, gaat gij nu dood ? Mijn zus is longarts, en had het wel aan haar kinderen verteld. Als dokter kan zij dat plaatsen. Maar mijn eigen kinderen wil ik niet met dat scenario belasten. Ze zijn nog zo jong.'
Toen de ziekte eenmaal was vastgesteld, kreeg u meteen te horen dat er al uitzaaiingen waren. Een zware confrontatie?
'Zeg dat wel. Op 24 uur tijd veranderde ik van iemand die bruiste van energie in een doodzieke patiënt met baarmoederkanker, stadium vier. Ik dacht: er zullen wel acht of negen stadia zijn. Maar neen: stadium vier is het ergste. Ik ben nog een second opinion gaan vragen bij de gynaecoloog van mijn mama. Ik zat daar maar te lachen en te grinniken, maar die man bracht me meteen tot de realiteit: we zouden er serieus aan moeten werken. Toen wist ik het wel.'
Houdt u er rekening mee dat dit slecht kan aflopen?
'Na de tweede chemo ben ik vijf, zes dagen vreselijk ziek geweest. Toen flitste het door mijn hoofd: dát is dus doodgaan. Wat als ik er niet meer ben, wat met de kinderen, waar wil ik begraven worden? Maar gelukkig zijn dat maar flitsen. Ik zit daar niet permanent over te piekeren. In Alexanders klas hebben ze onlangs gesproken over het thema: mama is ziek. Hij was verschrikkelijk trots dat zijn mama iets had wat andere kindjes niet hadden! Ach, kinderen beseffen dat niet. Als binnen anderhalf jaar alles achter de rug is, weten mijn kinderen hier niks meer van.'
'Ik hoop dat ik niet herval. Dat is mijn grootste schrik. Ik heb sowieso al maar tien procent om te genezen. Maar een gynaecoloog voegde eraan toe: als je dit overleeft, heb je negentig procent kans om binnen de drie jaar een andere vorm van kanker te ontwikkelen. Meestal is dat botkanker. Dat kwam pas echt hard aan. Sindsdien is dat een loden deken die op mijn schouders rust. Moet ik dan nu zo hard vechten om over twee jaar een vogel voor de kat te zijn? Neen , zegt de dokter, want ook dán kunnen we u behandelen . ( zucht ) Ik wil in ieder geval verhinderen dat ik de komende vijftien jaar voor mijn kinderen een eeuwig zieke moeder ben.'
Kijkt u nu anders tegen het leven aan?
'Ik relativeer de zaken wel al langer, hoor. Na vijf jaar politiek kan dat niet anders. Hoofdzaken van bijzaken onderscheiden lukt me nu wel makkelijker, dat wel. Maar ik laat niet alles zomaar overwaaien. Ik wil mijn stempel blijven drukken.'
Op uw website blijft u inderdaad politieke beschouwingen neerschrijven. U hebt daar de energie voor?
'Ik wil dat absoluut voortzetten. Mijn kankerdagboek hou ik doelbewust afzonderlijk: je moet op een apart icoontje klikken om het te kunnen lezen. Ik wil niet dat men mij ervan verdenkt dat ik mijn ziekte politiek uitbuit.'
En toch: door alle aandacht die u nu krijgt, wordt u misschien alsnog verkozen, ook al bent u maar lijstduwer?
'De wonderen zijn de wereld niet uit. Dat probeer ik alvast te bewijzen door van deze kanker te genezen. Maar ik ben lijstduwer, en dat is een ondersteunende plaats. Mensen moeten niet voor mij stemmen omdat ik - ocharme - kanker heb. Wel omdat ik die vetpotten in Europa wil gaan uitschuren, zoals ik hier in België de vakbonden heb aangepakt.'
Dat u alleen op de Europese, en niet op de Antwerpse lijst voor het Vlaams parlement staat, nemen sommige partijgenoten u zeer kwalijk.
'Filip Dewinter ( lijsttrekker, nvdr. ) heeft het me nooit gevraagd! Men heeft vrienden in de politiek en men heeft er collega's. Met Filip kan ik samenwerken, maar we zijn nu eenmaal niet de beste kameraden. Ik ga niet op mijn knieën zitten om op zijn lijst te mogen staan. Lijstvorming is de autonomie van de lijsttrekker en Filip kent zijn stiel. Ik neem hem niets kwalijk.'
Dewinter vindt het een historisch gemiste kans dat het Vlaams Belang in 2007 Jean-Marie Dedecker niet heeft aanvaard op zijn senaatslijst. Vooral u hebt zich toen tegen de overkomst van Dedecker verzet. Geen spijt?
'Ik ben nog altijd uit het diepst van mijn hart tevreden dat ik die mens uit mijn mooi Vlaams Belang heb buitengehouden. Ik heb de jongste anderhalf jaar gezien dat Jean-Marie Dedecker de meest onbetrouwbare en bij momenten de meest boosaardige mens is die ik ken. Zijn standpunten wisselen om de twee weken en staan haaks op de onze. Hij is zelfs voor open migratie! Ik gruw van de manier waarop Dedecker met mensen omgaat. Wat hij gedaan heeft met dat boek van Jürgen Verstrepen ( de LDD'er die Morel ervan beschuldigde een relatie te hebben met partijgenoot Frank Vanhecke, nvdr. ) is van het meest crapuleuze dat ik ooit heb meegemaakt. In dat boek zijn we gruwelijk vernederd. Intussen is bewezen dat het verhaal over ons zogezegde liefdesnestje niet klopt, en die e-mails tussen Frank en mij zijn onecht verklaard. Maar Verstrepen heeft dat wel allemaal mogen doen onder de bescherming van Dedecker. Dat men mijn vechtscheiding gaat gebruiken om iemand politiek te schaden is ongezien. De menselijke schade is enorm. Intussen ben ik gescheiden met volledig eerherstel, maar wie interesseert het nog?'
Sinds uw ziekte bekend is geraakt, kreeg u al 30.000 e-mails. Welke hebben u het meest geraakt?
'Sowieso die van mensen die ik in jaren niet had gezien: juffen van de balletschool, klasgenootjes, ex-vriendjes, zelfs moeders van ex-vriendjes. E-mails van zeer gelovige mensen hebben me ook geraakt: van christenen, joden, islamieten, boeddhisten, noem maar op. Ik kom uit een katholieke familie, ben passief gelovig, maar geen kerkganger. Veel mensen putten kracht uit hun geloof, en dat werkt aanstekelijk.'
Uw geloof flakkert op?
'Misschien wel. Veel mensen worden door hun ziekte boos op God. Ik niet. Ik maak afspraken: zeg, jongen, ge gaat toch zorgen dat dit in orde komt .'
U bidt?
'Dat is een vorm van bidden. Ik ga niet op mijn knieën zitten met een paternoster, maar ik maak wel afspraken met die van hierboven . Mijn mama gaat zelfs naar Scherpenheuvel kaarsen branden en bidden. De jongste jaren ben ik alleen als toerist kerken binnengestapt. Nu is dat anders. Mijn zus woont in Bornem en daar staat een kapelletje. Daar ben ik al binnengestapt, jawel.'
Kreeg u al reacties van mensen van wie u het niet had verwacht?
'De eerste bos bloemen die hier werd afgeleverd, kwam van (minister-president) Kris Peeters (CD&V). Als die smerige kanker voor iets heeft gezorgd, dan wel voor de doorbreking van het cordon sanitaire! Uit alle mogelijke hoeken heb ik e-mails ontvangen. Ook van linkse partijen. Niet zomaar wat beleefdheidsformules, maar echt hartelijke boodschappen. Maar eigenlijk was het cordon al doorbroken na die smeerlapperijen van enkele maanden geleden, toen die zogenaamde e-mails uitlekten. Al waren het toen vooral vrouwen die mij steunden.'
U put er energie uit?
'Ik blijf bezig. De chemo heeft bijwerkingen. Een boterham smaakt naar rubber, als ik water drink, lijkt het vloeibaar metaal. Rozenbottelthee met een appelsienschijf, dat lukt gek genoeg wel. Je concentreren is moeilijk. Een dagboek bijhouden lukt nog net. Maar áls dit slecht afloopt, dan hebben mijn kinderen toch dat dagboek. Als ze een jaar of twaalf, dertien zijn, gaan ze dat graag lezen. Daar gaan ze zeker iets aan hebben.'
Peter De Backer
3 reacties op dit bericht
gent
Dramatisch
in Vlaanderen
en dan is men verwonderd dat al die buitenlanders dikke jobkes krijgen in hun bedrijven die bij ons vestigingen hebben, het personeel wordt dan ook nogeens verplicht hun vreemd gelul te ondergaan......
tegen de verfransing hebben we ons afgezet wanneer gaan we het ook doen tegen de verengelsing?