Willem Elsschot en de Mosterdverzen


De huidige successchrijvers zouden er hun neus voor optrekken, maar Willem Elsschot was er niet te beroerd voor: hij wendde zijn literair talent aan voor het voeren van reclamecampagnes waarmede hij heel goed zijn brood verdiende. In 1949 schreef hij in Snoecks Almanak: “Alle lekkerbekken weten: er is geen smakelijk eten als er geen mosterd wordt bijgedaan. Dan pas is men voldaan.” Ook in de volgende uitgaven werd met soortgelijke karamellenverzen een ode aan het mengsel gebracht.
Het vers “Lofzang van de Mosterd”, dat in 1959 werd gepubliceerd in opdracht van het Gentse bedrijf Ferdinand Tierenteyn, werd slecht onthaald door de Belgische Vereniging van Adverteerders omdat Elsschot er een omschrijving in geeft van de werkwijze van andere fabrikanten: “Zij doen het met een ernstig gezicht als deden zij zowaar hun plicht door zaden te malen en te mengen in de hoop mosterd voort te brengen. Maar tot hun allergrootst verdriet gelijkt dat goedje op mosterd niet. Het doet een mens niet niezen maar braken en kreten van verwensing slaken.”
De opstekende kritiek vormde voor de auteur geen enkel probleem. Hij had immers geen enkele concurrent bij naam genoemd. Daarbij benadrukte hij dan nog dat alle adverteerders zichzelf de hemel in prijzen en anderen indirect verwensen.
Dat de Lofzang van de Mostaard wel degelijk aansloeg wordt bewezen door het feit dat in 1999 – dus vele jaren later – de zaakvoerder van het bedrijf het omstreden gedicht op niet minder dan 50.000 glasverpakkingen van de Stropkesmosterd van Ferdinand Tierenteyn liet afdrukken En hij wilde er nog een afbeelding van Willem Elsschot himself bij. En zo geschiedde.

Ten behoeve van de Angeltjes-lezers volgt hierna de inhoud van het bekritiseerde vers.
LOFZANG OP DE MOSTERD.
De armste man en de rijkste vent
Zijn zonder MOSTERD niet kontent.
Het beste eten is zonder smaak,
maar met mosterd is het een andere zaak,
als het er is mijn beste vriend,
die waarlijk de naam van mosterd verdient.
En onder ons gezegd en elders gezwegen,
ga langs grote en kleine wegen,
gij vindt er maar één in heel het land
die echt van mosterd heeft verstand.
Hoe hij het doet is niet geweten
maar men proeft het dadelijk bij het eten.
- Wat zegt gij vriend? Wie mag dat zijn?
- Weet gij het niet, gij stom konijn?
Hij is bekend bij groot en klein
en woont in Gent op ’t Bisschop Seghersplein.
’t Is daar dat men voor mosterd moet zijn.
Zijn naam is Tierenteyn FERDINAND.
Wacht geen dag, wordt direct zijn klant.
Moge hij ons zijn hele leven
den mostaardzegen blijven geven.
Wij vragen u niet het onmogelijke, u hoeft deze reclameboodschap niet te koesteren, maar om ze verteer- en waardeerbaar te maken raden wij u wel aan ze met uw alleroudste bril te bekijken. En voor de rest zand erover. Of om het te zeggen met de woorden van de meester zelf: “Zwijgen kan niet verbeterd worden.”
Raymond

















