Philip Claeys, EU-parlementair op het Gastenpodium

De minachting van de barones
Vormt België op internationaal vlak een meerwaarde voor Vlaanderen, zoals Mia Doornaert schrijft ("Arm Vlaanderen", krant van 30 november)? Het is een debat dat zeker moet gevoerd worden, maar wie rationele argumenten verwachtte, blijft jammer genoeg op zijn honger. Aan minachting daarentegen is er geen gebrek, niet alleen voor Vlaanderen maar voor zowat alle staten die de jongste 40 jaren hun onafhankelijkheid verwierven.
"Een onafhankelijk Vlaanderen, wat een groots, aanlokkelijk vooruitzicht", spot barones Doornaert. "Als zowat tweehonderdtwintigste land de Verenigde Naties binnenkomen, na heel de gekoloniseerde wereld, na al de nieuwe staten en staatjes van de Kaukasus en de Balkan. En ons geboorterecht verkwanselen op het diplomatieke krediet van België."
Het diplomatieke krediet van België… Wat moeten we ons daar bij voorstellen? Mia Doornaert situeert dat in het feit dat België één van de medestichtende landen van een hele reeks internationale instellingen is. Het is goed om daar eens aan te herinneren, maar wat betekent zoiets concreet, in de dagdagelijkse realiteit? Anciënniteit is een gezagsargument van de derde of de vierde orde. De Navo bijvoorbeeld is vooral geïnteresseerd in de vraag of België over een operationele, inzetbare troepenmacht beschikt. Het hoofdkwartier in Evere en de Shape zullen overigens blijven bestaan, ook na een Belgische boedelscheiding. De Oeso is geïnteresseerd in de economische prestaties van België. De Europese Unie kijkt erop toe dat elke lidstaat, medestichtend of niet, de gemeenschappelijke regels volgt.
Er is geen enkele reden om aan te nemen dat Vlaanderen op al deze vlakken slechter zou presteren dan België, integendeel. Mia Doornaert doet in elk geval geen poging om hier iets in te brengen. Anderzijds zijn er wel wat argumenten te bedenken waarom Vlaanderen het internationaal beter zou doen dan België. Zo zouden we een - bescheiden maar reële - rol kunnen spelen in Afrika zonder het stigma van de kolonisatie dat onlosmakelijk verbonden is met de Belgische staat en de koninklijke familie. Een ander voorbeeld is het internationale handelsverkeer. Via een meer concurrentiële fiscaliteit kunnen in een onafhankelijk Vlaanderen meer buitenlandse investeerders aangetrokken worden. Onze exportgerichte ondernemingen zullen daar ook wel bij varen, zelfs zonder de visionaire inzichten van prins Philippe.
Mia Doornaert hanteert een aantal zeer merkwaardige merkwaardige argumenten voor het voortbestaan van de Belgische constructie. "Wat voor een ambitie is het in godsnaam om een Slovakije te willen zijn? Dat land stoot niet noemenswaardig op in de vaart der volkeren. En het heeft braaf moeten wachten om lid te worden van de EU, en Tsjechië moeten laten voorgaan."
Dat laatste klopt niet, want Tsjechië en Slovakije zijn op exact dezelfde dag toegetreden tot de Europese Unie. De vraag is echter: wat is er in godsnaam verkeerd met Slovakije? Dat land doet het economisch zeer goed, en de relaties tussen Slovaken en Tsjechen zijn nu veel beter dan toen ze in één staatsverband gedwongen leefden. En wat moeten we ons voorstellen bij een land dat, in deze tijden van internationale samenwerking en multilateralisme, "in de vaart der volkeren opstoot"?
Hoe past België eigenlijk in dat plaatje?
Het streven naar onafhankelijkheid is een uiting van provincialisme, beweert Mia Doornaert. Een dergelijke karikatuur wordt gemakkelijk weerlegd door initiatieven als de werkgroep 'In de Warande' en vele andere mensen die een onafhankelijk Vlaanderen wel degelijk weten te plaatsen in een internationale context. Bovendien is het belgicistische kamp zelf niet wars van enige provincialistische kneuterigheid. Zo konden we naar aanleiding van de belgicistische betoging, enkele weken geleden, meermaals horen dat de (weinige) Vlaamse deelnemers "niet naar het buitenland willen" als ze naar de Ardennen gaan.
Minstens even innovatief is de stelling van mevrouw Doornaert dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het streven naar Vlaamse autonomie en de verloedering van het Nederlands. Dat laatste is een reëel probleem, maar wat het ene met het andere te maken heeft, is volstrekt onduidelijk. Misschien is het voer voor een nieuwe column?
Ten slotte aarzelt Mia Doornaert niet om op de man te spelen om haar stelling te onderbouwen. Zo moet de "stijve hark" Bourgeois het ontgelden. De vraag die kan gesteld worden, is wie Vlaanderen het meeste schade berokkent in het buitenland: Bourgeois of, pakweg, minister van Defensie Flahaut met zijn eigengereide initiatiefjes in Kongo en zijn feestjes in 'onze' ambassade in Parijs.
Philip Claeys is lid van de commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement





.jpg)

