Naar de inhoud

Angeltjes

247184344.jpg
akke.beakke.be

Op wandel in de multiculturele wereld

 

Stuur door

7 reacties op dit bericht

JOSEPH LEBLANC Inquisitiecentrum6 november 2009 om 16:08

Wie iets terugzegt is RACIST !!!!

Maar anti-blank racisme is telkens en "incident" en mag NOOIT rechtspraak krijgen
Joseph Leblanc ,Inquisitiecentrum6 november 2009 om 16:06

Wie iets terugzegt is ..................................

Wij overgesubsidieerde rode enkelrichting-racismejagers en dito allochtonengatlikkers zijn daar heel goed in dank zij onze rode partijkaarten. Daarom noemen wij anti-blank-racisme, net als de pers, telkens een ...."incident"
lowieke staal5 november 2009 om 21:19

Lucky9

Waarvan heb ik het gevoel dat ik U persoonlijk ken, ik ken bij mijn weten maar enkele taalvirtuosen zoals U, een waarheid als een huis,waar ik mij aan erger is de lafheid van de door de media debiel geslagen meute simpele geesten, het conservatieve weerwerk dat door rechts geboden wordt is van generlei tel, wegens lang voorbijgestreefd, een nieuw idealisme ,zeker voor de lamlendige jeugd dringt zich dan ook onverholen op.
Opportunisten zoals Bartje de Wever, zijn vanaf de meet al gerecupereerd, door mee te doen in allerlei po-co debiele sitcoms en de valkuilen niet te zien!!, het EGO telt!!wat is er over van zijn zgn.onkreukbaarheid ? niks nada, nougabollen,arm Vlaanderen.
Pas op de boekenbeurs nog gezien, het fachistoide clubje "beheerders" tot kotsen toe opgevoerd in allerlei linkse media,zwijgen natuurlijk in alle talen over het verbod van bv.uitgeverij Egmond van met een stand daar te staan,er is wel een stand met boeken en foto's over wereldoorlog twee,
de eigenaar van die stand is een DREADLOCK sujet ven linkse signatuur!!!,anders mocht hij daar zijn nazi literatuurniet prostituéren,en de massaal in de vakentie opgetrommelde jeugd heeft op de "lerarendag"
weer een portie Vlamingenhaat opgelepeld gekregen 8
Jean5 november 2009 om 21:05

Lucky

Waar wachten we nog op?
Tot alles vernield is door de massa paria's en reetlikkende volksverraders?
Dan zal het probleem zich zelf snel gaan oplossen want alles is naar de vernieling geholpen door die bende land- én volksverraders.
We zullen het toch zelf moeten gaan doen, daarbij moeten we vooral opletten dat géén enkele land- en volksverrader daarvan de eieren kan gaan rapen en de veren op zijn/haar hoed zal kunnen steken.
Ze zijn bekend bij het grote publiek, gewoon met de mensen praten en de mond valt open van verbazing hoe over dat ordinair zootje gedacht wordt.
Ben ik blij dat ik geen naam draag van dergelijke land- en/of volksverraders.
Lucky5 november 2009 om 10:46

Moeilijk / Gemakkelijk

Het is niet zo moeilijk te vatten. De anti-Wilders en anti-PVV haatcampagnes zijn zo fascistoïde als wat. Ze zijn een redelijk getrouwe replica van wat de nazi's écht uitvoerden tijdens hun lang gerokken greep naar de macht. Het enige echte verschil met de actuele islamofiele crypto-fascisten het nu doen om de macht te behouden, want ze bezitten die al.
Ze maken zich gewoon schuldig aan laster en eerroof. Die wordt niet vervolgd omwille van politieke onschendbaarheid van de daders én de niet politiek gemandateerde intellectuele aanstokers. Het OM bedrijft takiyya³ en dus veinzerij tot de derde macht en volgt de wet waaraan zij trouw zweerden niet, maar uiterst slaafs hun politieke opdrachtgevers en peetvaders. Tot daar de situatie in Nederland.
In België voegt zich bovendien daarbij het feit dat de zetelende magistratuur van de rechterlijke macht elke legitimiteit mist in het centrale rechtegebied. Niet alleen als gevolg van politieke benoemingen maar ook door een tègen Vlamingen door de wetgevende macht geconstrueerde gerechtelijke organisatie. Handelend onder het gezag leiding en toezicht van de uitvoerende macht zijnde de minister van "Justitie" worden aldus elke dag opnieuw de principes van rechtsstaat verkracht.
Zo lang één inwoner van Vlaams Brabant onderworpen wordt aan het laatste oordeel van een Brussels hof van beroep is ongrondwettelijk onrecht geschied.
Het lot van de leraar Nederlands in penitentiaire instellingen die zonder opgave van redenen in koelen bloede gebroodroofd werd, Vervaet genaamd, is daarvan slechts een van de vele tekens aan de wand.
Dit land is zo rot en werkelijk structureel schizofreen dat het moet verdwijnen om nog erger te voorkomen.
lowieke staal5 november 2009 om 10:37

mooie ware analyse

Daarom ook het vrije volk, hier wordt zo een krant ook gedmosiseerd
ottorongo5 november 2009 om 09:48
Verplichte lectuur voor elke Vlaming!!!

http://www.hetvrijevolk.com/index.php?pagina=9628

16 De Islam en de mystiek

 

 

De kern van de soenni-islam is het islamitisch recht, maar het mysticisme en de individuele mystiek waren altijd verboden en beschouwd als ketterij. Voor de islamitische juristen is de koran een ethische en sociale boodschap. Mystieke ketters werden op een wrede manier ter dood gebracht. Voor de juridische islam kan een individuele verhouding tot God niet  bestaan omdat die geen rekening houdt met de maatschappij en de gemeenschap: dit begint te lijken op het christendom van de kluizenaars, en het monnikendom heeft geen bestaansrecht in de islam. Mystici verspreiden de leugen in de wereld. Hun straf zal de kruisdood zijn.

 

De grondregel voor de moslim zou kunnen zijn: “Gehoorzaam, en doe wat je moet doen”. Dit strenge gebod sluit iedere fantasie uit. De soenni-islam is een manier van leven: de onderwerping. Men buigt zich om God te aanbidden, een verre God die men niet kan bereiken. Het mysticisme is een verzuchting naar het hoogste, een verlangen om samen te smelten met God. Maar een persoonlijke relatie met God is een destabiliserende factor in de gemeenschap en wordt als dusdanig bestreden.

 

Nochtans heeft de islam soms het groepsmysticisme en de mystieke broederschappen getolereerd. Maar dat mysticisme is niet ontstaan in Medina. Dat gebeurde toen de islam in contact kwam met andere culturen (zoroastrisme, hindoeïsme, boedhisme, christendom).  Dit zogenaamd islamitisch mysticisme ligt aan de basis van de bekering van een groot aantal Europeanen tot de islam. Maar het soefisme, het islamitische mysticisme, wordt verketterd door zowel de soennitische als de chiïtische moslims die het zien als een verchristelijkte islam; de geïslamiseerde Europeaan wordt ertoe aangetrokken. Een zaak dient niet vergeten: voor de integristische moslim bestaat er maar één islam: degene die steunt op de wet.

.

Vrij naar Anne-Marie Delcambre - Vertaling Regus Patoff

.

 

 

 

 

Stuur door

Figuren uit de mini & maxi Vlaamse Beweging : René de Clercq (1877 - 1932)

 

René de Clercq en Virginie Loveling per koets in 1912

 

De Clercq studeert af in de Germaanse filologie in 1902, waarna hij leraar wordt. Voor de oorlog ontpopt hij zich tot een geliefd volksdichter. Bij de Duitse invasie vlucht hij naar Nederland. Voor het blad De Vlaamsche Stem schrijft hij er Belgisch-nationalistische, royalistische en anti-Duitse gedichten. Op de 11 juli-viering van 1915 in Bussum ondertekent hij een huldetelegram aan koning Albert I, waarin hij zijn vertrouwen uitdrukt in diens "haute sagesse pour garantir la Flandre autonome dans la Belgique indépendante". Het ontwijkende antwoord van de vorst vertaalt de Clercq ontgoocheld als: "Vlamingen, vecht en zwijgt".

Vanaf de zomer van 1915 wordt De Vlaamsche Stem met Duits geld in stand gehouden. De Clercq die weigert ontslag te nemen uit de redactie, wordt daarop ontslagen als atheneumleraar. Dat wekt bij de Vlaamsgezinden grote verontwaardiging. Voorlopig blijft De Clercq trouw aan België.

De Clercq schrijft talrijke Vlaamse strijdliederen, die geregeld overgenomen worden door de activistische pers in Vlaanderen. Toch onderhoudt hij weinig persoonlijke contacten met activisten in het Zuiden. De in het voorjaar van 1917 opgerichte Raad van Vlaanderen wil de populaire dichter gebruiken voor zijn propaganda. De Clercq laat zich overhalen om terug te keren naar België, als activist. Hij pleit nu voor een zelfstandig Vlaanderen als tussenstap naar een politiek Groot-Nederland en wordt lid van de Raad van Vlaanderen. Toch speelt hij geen leidende rol in het activisme.

Na de oorlog vestigt De Clercq zich definitief in Nederland, waar hij als letterkundige werkzaam blijft. Zijn terdoodveroordeling belet hem naar Vlaanderen terug te keren. Hij blijft ijveren voor de Groot-Nederlandse gedachte.

@ Encyclopedie Vlaamse Beweging

 

Stuur door

Van toen naar nu - 8

 

 


mei 1897

Het verslag van de eerste Vlaamse hogeschoolcommissie ter vernederlandsing van de Gentse rijksuniversiteit wordt gepubliceerd.

In 1830 wordt na de Belgische revolutie het Latijn als onderwijstaal aan de universiteiten vervangen door het Frans. Tijdens de daaropvolgende decennia rijst daar nauwelijks verzet tegen. Op het einde van de 19de eeuw komt het vraagstuk van de vernederlandsing van het hoger onderwijs echter op de agenda van de V.B.

Beïnvloed door de sociale en democratische vernieuwingen en parallel met de grotere economische slagkracht van Vlaanderen verruimt de V.B. haar programma. De Gentse botanicus Julius Mac Leod heeft hier aanzienlijk toe bijgedragen. De V.B. moet volgens hem een intellectuele en sociale beweging zijn waarin volksontwikkeling en vernederlandsing van wetenschap en onderwijs centraal staan. Hij ziet in dat de intellectuele achterstand van Vlaanderen ook zijn sociale en economische achterstand veroorzaakt. Enkel kennisoverdracht in de moedertaal kan dit verhelpen. In de lijn van zijn ideeën ontstaan in verscheidene Vlaamse steden zgn. hogeschooluitbreidingen voor volwassenenonderwijs. Zijn Vlaamsche Wetenschappelijke Congressen, waarvan het eerste in september 1897 gehouden wordt, dragen bij tot de verbreiding van wetenschappelijke kennis in het Nederlands.

Op het 23ste Nederlandsche Taal- en Letterkundige Congres in 1896 wordt de eerste Vlaamse hogeschoolcommissie opgericht. Mac Leod wordt benoemd tot rapporteur. In zijn verslag van mei 1897 pleit hij voor een geleidelijke vernederlandsing van de Gentse universiteit, met uitzondering van de technische hogescholen. Hij wil dit bewerkstelligen door de in functie zijnde professoren te verzoeken geleidelijk over te schakelen op het Nederlands en nieuwe professoren te verplichten meteen in het Nederlands te doceren. Vooraanstaande liberale Vlaamsgezinden wijzen Mac Leods voorstel af en pleiten voor een tweetalige universiteit.

18 april 1898

De zgn. gelijkheidswet wordt van kracht.

Na de invoering van het Algemeen Meervoudig Stemrecht (1893) groeit bij de Vlaamsgezinden in het parlement een consensus over de erkenning van het Nederlands als staatstaal naast het Frans. Dit noodzaakt een wijziging van de wet, die alleen Franstalige wetteksten als officieel erkent. Het voorstel tot de gelijkheidswet voorziet in de juridische gelijkwaardigheid van het Frans en het Nederlands. In de Kamer wordt het bijna eensgezind goedgekeurd. Hierop begint in het land een Fransgezinde agitatie. De senaat amendeert het voorstel: de Franse wettekst blijft voorrang hebben op de Nederlandse. Hierrond brengt de V.B. een massale partijoverschrijdende mobilisatie op gang. Katholieke, liberale en socialistische Vlaamsgezinden nemen deel aan meetings en betogingen. Hun acties zijn succesvol en de gelijkheidswet komt er. Van verdere samenwerking in de V.B. komt er echter niets meer terecht. De katholieke Vlaamsgezinden proberen de V.B. te monopoliseren om hun greep op hun eigen partij en op de geestelijkheid te versterken. Liberale en socialistische Vlaamsgezinden haken dan ook af.

Het Vlaamse ‘machtsvertoon’ wakkert het verzet van de Waalse beweging, die voornamelijk gesteund wordt door liberalen, aan. Voor de Franstaligen wordt het immers duidelijk dat de suprematie van het Frans en dus hun geprivilegieerde status in België door de taalwetgeving wordt aangetast. Van bij haar ontstaan op het einde van de 19de eeuw is de houding van de Waalse beweging tegenover Vlaanderen tweeslachtig. Enerzijds noemt ze de V.B. onvaderlands omdat de Belgische staat voor haar enkel Franstalig kan zijn. Anderzijds worden de Vlamingen beschreven als slachtoffers. Omdat zij geen Frans kennen, kunnen zij geen kennis nemen van de (liberale) vooruitgangsideeën en zitten zij gevangen in een reactionaire klerikale wereld

29 december 1899

Het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging bij verkiezingen wordt ingevoerd.

Het systeem van absolute meerderheid (dat alle zetels van een kiesdistrict geeft aan de partij met de meeste stemmen) wordt vervangen door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dit betekent dat in een kiesdistrict de zetels verdeeld worden volgens het percentage stemmen dat elke partij behaalt. Na de invoering van de EV zijn er belangrijke zetelverschuivingen ten nadele van de katholieke meerderheid en ten voordele van de liberalen die opnieuw een belangrijke vertegenwoordiging krijgen in Vlaanderen en Brussel. Ook de socialisten boeken lichte winst en verwerven voor het eerst zetels in Vlaanderen.

De katholieke regeringsmeerderheid houdt stand maar brokkelt van 1902 tot 1910 bij elke verkiezing af, van 26 tot 6 zetels. Vanaf circa 1904 wordt de conservatieve regering bijgevolg afhankelijk van de steun van een handjevol christen-democraten of Vlaamsgezinden, terwijl ook haar Waalse vleugel aan belang wint. Zowel de sociale als de Vlaamse kwestie komen nu uitdrukkelijker op de politieke agenda, maar nieuwe taalwetten komen er voorlopig niet.

 Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging

Stuur door

Polen eert zijn kunstenaars

 

 

Zo doet men dat in Polen : een treinstel dat internationaal ingezet wordt, krijgt de naam van de beroemde Poolse tenor Jan Kiepura (1902 - 1964). Een ideetje voor de NMBS ?  De Koen Wauters sneltrein met slaapwagons.  De Arno Hintjes met speciale bar-accomodatie.  De Kris Hoflack met geblindeerde ruiten, afweergeschut en swastika-zetelbekleding.  U roept maar.

In het interbellum triomfeerde Jan Kiepura op de wereldpodia en op het witte doek. In 1936 was hij in het huwelijk getreden met de knappe sopraan Martha Eggert (1912)  en beiden waren zij voor velen het droomstel. Omwille van beider joodse roots weken zij uit naar Amerika gedurende de afschuwelijke nazi-periode in Europa,  waar hun carrière en succes onverminderd verder ging. Tot Jan Kiepura onverwacht en veel te jong overleed in 1964. Martha Eggert heeft zich van dan af teruggetrokken maar zij is in de jaren '80 terug op televisie en in een aantal producties verschenen, ook in Europa.  Zij is nu 97 en schijnt van een uitstekende gezondheid te genieten. Destijds heeft zij ook opgetreden in films met de populaire Johan Heesters, die inmiddels 107 is. Morgen laten wij u een stukje horen van Jan Kiepura die zingt in zijn moedertaal.

De Platenruiter

Stuur door

Cynisch maar ook sentimenteel (Willem Elsschot - aflevering 15)

 

 

 

Leentje Delen over de oudste vriend van haar vader

       ‘Ik was zeven toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en elf toen hij gedaan was’ zegt Leentje Delen , de dochter van Ary Delen, De Ridder oudste vriend. ‘ In die periode gingen mijn zus Paula en ik vaak en dolgraag naar de familie De Ridder. Thuis was honger het grote woord. Ik herinner me dat mijn zuster en ik naar bed gingen na een klontje suiker als avondmaal. Aan de Mechelsesteenweg waren lekkernijen als echt brood; niet van dat slappe, kleverige goedje uit Amerika. Wanneer Fine er boter op smeerde, was het helemaal feest!’

‘Bij de De Ridders hadden ze niets te kort tijdens de oorlog. Vader Fons was inspecteur bij het Oogstbureel en je moet weten dat landbouwers de voedingsbronnen bij uitstek waren in 1914-1918. Toen bestond er geen zwarte markt zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog.’

‘Ik ben er heilig van overtuigd dat Fons De Ridder goed controleerde: in eigen voordeel en in dit van de boeren. Fons had niet de minste scrupules, Boorman dus.’Hij had het zelfs zo weten aan te leggen dat hij gratis woonde in het huis met een – in mijn herinnering – grote niet erg verzorgde tuin met grasveld in het midden.’

‘Ik heb hem vooral goed gekend toen ik een jong meisje was. Voor mij was hij Willem Elsschot noch Fons De Ridder, maar de vader van Adèle en Anna. Hij hield zich niet erg bezig met zijn eigen kinderen, zijn “joeng”, zoals hij hen noemde.’

‘Fons en Fine waren huisvrienden en kwamen geregeld bij ons met de vier kinderen. Walter was, als oudste, de chef. Willem was een braaf, stil jongetje, in tegenstelling tot zijn felle zussen Adèle en Anna. Ik was de jongste van de bende. Wij speelden graag met hen. De De Ridders waren vrolijke, drukke kinderen.’

‘Fons en de andere vrienden noemden mijn vader “Mus”. Ik heb mijn vader een keer gevraagd waarom zijn jeugdvrienden hem zo noemden. Hij wist het zelf niet meer. Omdat hij de kleinste en de jongste van de club was, dacht hij. De Ridder was negen maanden ouder dan hij. Mus was de enige vogel, maar zeker niet de raarste van de club.’

‘Ze waren allen anarchistisch en artistiek, maar De Ridder was werkelijk uitzonderlijk.’

‘Mijn vader kende Fons al van de lagere school, van toen hij de jonge Ary vroeg of hij even diens prijsboeken mocht vasthouden. De oudste brief van Fons De Ridder is gericht aan mijn vader. Mijn vader hield veel van hem.’

‘Het is werkelijk mijn vader geweest die hem heeft aangezet Villa des Roses te publiceren. Fons had iets geschreven en liet het mijn vader lezen. Papa vond het uitermate goed en spoorde hem aan om een uitgever te vinden. Zonder Ary Delen was hij misschien nooit de Willem Elsschot geworden die we nu kennen.’

‘Ik denk dat hij niet verder had geschreven, als de Villa niet uitgegeven was. Misschien wel voor zichzelf, maar niet voor publicatie.’

Delen begeleidde Elsschot, introduceerde hem bij de uitgever C.A.J. van Dishoeck en bij Jan Greshoff, hij  bewaarde Elsschots jeugdverzen, verving Elsschot zelfs een keer bij een interview, was kortom een literair agent avant-la-lettre. De drukproeven van Villa des Roses werden naar Ary Delen gestuurd. Fons was hem dankbaar, zeker.’

‘Op een dag had hij een verrassing bij zich: zijn nieuwste boek Kaas  heeft hij mijn ouders voorgelezen. Dat heb ik gedeeltelijk gehoord. De dichter Jan van Nijlen kwam elke zaterdag trouw naar zijn ouders in de Carnotstraat en vervolgens naar ons. Fons kwam niet altijd. Soms was Jan Greshoff er. Die bijeenkomsten gingen bijna altijd over literatuur.’

‘Met Ary Delen praatte de anders zo stille Fons De Ridder veel. De vriendschap is bijna levenslang geweest. Op het laatst, toen hij van de wijnfeesten begon te houden, was het contact wel wat verminderd. Mijn vader had het niet zo begrepen op die drinkgelagen. Mijn moeder zocht mevrouw De Ridder nog wel eens op.’

Ary Delen droeg zijn eerste boek Prinskensdag op aan Fons De Ridder. Het gedicht “In de retenue’ dat De Ridder geschreven had op zijn zestiende, stuurde hij Delen toe bij diens vijfenzestigste verjaardag.

Dat Ary Delen zich persoonlijk beledigd voelde in 1957 omdat hij niet uitgenodigd was op de stadhuishulde van de vijfenzeventigste verjaardag van Elsschot moet volgens Leentje Delen zo worden begrepen: ‘Papa voelde zich gemakkelijk miskend. Dat heeft te maken met zijn jeugd: Zijn vader stierf toen hij veertien was en zijn moeder liet de kinderen achter bij haar schoonmoeder.’

‘Alfons De Ridder was een heel complex geval. Hij kon ongelofelijk koud en cynisch zijn en aan de andere kant sentimenteel. Wanneer mijn moeder piano speelde, huilde hij. Hij was werkelijk een man van uitersten. Zijn echte aard was bohémien, uit de schreef lopen.’

‘Fons De Ridder was een flierefluiter. Hij kon geen rok zien of hij was weg. Dat was een van zijn specialiteiten. De “rattekes” noemde hij de meisjes. Hij was niet al te kieskeurig, maar hij had wel liefst jonge meisjes. Dat was algemeen van hem bekend.’

‘Fons’ meisje uit Parijs, Louise uit Villa des Roses, is in Antwerpen geweest toen hij al getrouwd was en ik weet niet hoeveel kinderen had. Daar was mijn vader absoluut niet over te spreken. In de eerste plaats kon van dat meisje hier niets terechtkomen. En ten tweede kon hij dat toch niet maken tegenover vrouw en kinderen?  Waarschijnlijk heeft hij haar ergens in een hotelletje gezet. Ze is zelf verstandig genoeg geweest om in te zien dat dat tot niks leidde.’

‘Fons was gehecht aan Fine, maar kon het weggaan niet laten. Leugenachtig was Fons zeker niet, wel schaamteloos. In de grond was hij oprecht, ik heb het dan over zijn zakenleven, maar als mens is hij voor veel uitgekomen en heeft hij de gevolgen gedragen.

Zoals met het Borms-gedicht. Ik kan heel goed begrijpen waarom Fons dat gedicht heeft geschreven. Hij heeft dat werkelijk gedaan vanuit het gevoel dat er tegenover zo’n oude, gebrekkige man iets misdaan werd. Dat heeft hem gestoord. Het is gemakkelijk voor extreme partijen om hem op te eisen, maar hij zou dat beslist niet hebben goedgevonden. Mijn vader sprak over Elsschot met veel waardering, maar kende zijn fouten. Bij het Borms-gedicht zei hij: “Fons heeft een stommiteit begaan”, maar hij vergaf hem veel.’

Wijlen de man van Leentje Delen, Jan Timmermans, was oorlogsburgemeester van Antwerpen. Na zijn gevangenistijd werd hij uit de stad verbannen. Elsschot schreef hem op hun nieuwe adres.

‘Hij moet ons nieuwe adres in Knokke onmiddellijk hebben gevonden, want we kregen een visitekaartje van hem waarop kort een hart onder de riem. Ik heb het altijd bij me gehouden, maar ik kan het nu meteen niet terugvinden. Er stond maar één regel op: woorden van moed. Mijn man en ik waren ten hoogste verbaasd. Dat visitekaartje heeft mijn man ongelofelijk veel deugd gedaan.

Als ik Elsschot lees, hoor ik de stem van Fons. Hij sprak met de tanden op elkaar. Hij had zo’n tic om tussen zijn gesloten tanden door in te ademen. Dat deed hij aanhoudend. Dat deed zijn zoon Walter eveneens.

Fons De Ridder was van 1882, mijn vader van 1883. Ze zijn hetzelfde jaar overleden (1960) met nauwelijks veertien dagen verschil. Mijn vader heeft nooit geweten dat zijn oudste vriend voor hem is gegaan. Dat hebben we hem bespaard.’

 

 Raymond

Stuur door

15 De Islam en de politiek

 

 

Als Mohamed in 622 als politiek vluchteling in Medina toekomt is hij een deelnemer aan de stammenpolitiek van die tijd en plaats. Hij is nog geen staatshoofd, een rolmodel voor alle tijden en plaatsen. Moslims hebben hun eigen verleden en het leven van Mohamed en zijn gezellen geïdealiseerd.

 

De bevolking van Medina was niet meer dan een confederatie van stammen. De politiek die er bedreven werd was er dus een van stammen. De historische Mohamed was ook geen revolutionair. Dat hij ontzag inboezemde en dat er naar hem geluisterd werd kwam door het wapengekletter, zijn geslaagde razzia’s, zijn politieke activiteit. Zijn godsdienst werd slechts geaccepteerd omdat zijn militaire macht gevreesd werd. De rol van Mohamed was dus eerst en vooral politiek en daarna pas religieus. Die rol werd veel later herzien, en Mohamed werd opgevoerd als een religieuze profeet, eerst en vooral moslim, omringd door volmaakte gezellen, perfecte en gehoorzame leerlingen. Dit bracht hem dichter tot Jezus. De politieke Mohamed uit de Medinaperiode, die enkel triomfeerde door zich te plooien naar de tribale wetten,  kwam aldus op de achtergrond.

 

De problemen in verband met de verhouding tussen islam en politiek bestaan ook vandaag nog. Moslimgeleerden verklaren met klem dat Mohamed geen politieker was maar wel een profeet en een volksleider.

 

Het is voor de hedendaagse moslims moeilijk om hun profeet te zien als lid van een stam, met de kwaliteiten van een stamhoofd: zachtmoedig of wreed, welwillend of haatdragend al naargelang de omstandigheden.

 

Mohamed was wijs genoeg om de stammenhiërarchie niet brutaal omver te werpen. Hij slaagde erin om zijn godsdienst door te drukken door wapengeweld, list en politieke moorden.

. 

Vrij naar Anne-Marie Delcambre - Vertaling Regus Patoff

.

 

Stuur door

Figuren uit de mini & maxi Vlaamse Beweging : Michiel Bulckaert (1985 - 1968)

 

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog is Bulckaert soldaat aan het IJzerfront. Na de oorlog studeert hij rechten aan de Leuvense universiteit en is hij betrokken bij de organisatie van het Vlaams-nationalisme in West-Vlaanderen, onder andere als medeorganisator en secretaris van de eerste IJzerbedevaarten. Hij wordt lid van de Frontpartij en later van het VNV, maar hij behoort niet tot de radicale vleugel.

Op 17 augustus 1940 volgt Bulckaert de tijdens de 18-daagse veldtocht afgezette gouverneur van West-Vlaanderen op. Deze functie oefent hij gedurende de hele bezetting uit. Als waarnemend gouverneur speelt hij een sleutelrol in de greep naar de macht van het VNV in de West-Vlaamse gemeentebesturen.

Na de bezetting wordt Bulckaert veroordeeld tot een gevangenisstraf. In 1950 komt hij vrij.

@ Nieuwe Encyclopedie Vlaamse Beweging

 

Stuur door

Van toen naar nu - 7

 

L'Académie Flamande à Gand ...


8 juli 1886

De Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde wordt bij KB opgericht.

Op het ogenblik van haar oprichting eisen Vlaamsgezinden al vijftig jaar een academie, o.a. in het Vlaamse petitionnement van 1840 en in het verslag van de Grievencommissie van 1856. De KVATL is de eerste officiële organisatie die in België de belangen van de Nederlandse taal en letterkunde behartigt. Zij heeft steeds de politieke actie voor taalwetten gesteund. Tot aan de oprichting van de overige Vlaamse Academies in 1938 heeft ze ernaar gestreefd de Vlaamse wetenschap in haar geheel onderdak te verlenen. Tegenwoordig heet ze de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

april 1891

De Vlaamsche Katholieke Landsbond wordt opgericht.

Het uitzicht op stemrechtuitbreiding geeft vanaf eind 1890 een sterke volksgezinde stimulans aan de katholieke publieke opinie. Die wordt nog bevorderd door de publicatie in mei 1891 van de pauselijke encycliek Rerum Novarum, waarin een christelijke oplossing van het sociale vraagstuk wordt verdedigd. De christen-democratie wordt geboren. Centraal staan de bekommernis om het lot van de arbeider, de hoop hem voor het katholieke geloof te kunnen behouden, de afkeer van het socialisme en de sterke invloed van het episcopaat en de burgerij. De christen-democratie zal slechts geleidelijk het paternalisme en corporatisme (d.w.z. de gezamenlijke vertegenwoordiging van werknemers en werkgevers in alle sociale organisaties) ontgroeien en evolueren tot een echte arbeidersbeweging.

De christen-democratie krijgt vorm in de oprichting van sociale organisaties naar stand (= belangengroeperingen): de Belgische Boerenbond in 1890, de Belgische Volksbond en de VKL in 1891. Terwijl de eerste twee verenigingen zich toeleggen op arbeiders- en boerenbelangen, is de VKL een groepering van de Vlaamsgezinde kleine en intellectuele burgerij.

Bedoeling is de werking van deze organisaties te coördineren tot een sterke Vlaams- en volksgezinde drukkingsgroep met het oog op de verjonging en de hervorming van de katholieke partij zodat alle belangen vertegenwoordigd zouden zijn: naast de adel en de burgerij ook de boeren, de arbeiders en de Vlaamsgezinden. Er ontstaat een samenwerking tussen de katholieke Vlaamsgezinde beweging en de christen-democratie, die de V.B. op termijn een brede sociale basis zal bezorgen en zal transformeren tot een volksbeweging. Tegelijkertijd krijgt de V.B. meer aandacht voor de sociale problemen

1893

Het algemeen meervoudig stemrecht voor mannen (AMS) wordt ingevoerd.

Het cijnskiesstelsel (dat enkel stemrecht geeft aan mensen die een bepaalde som aan belasting betalen) zorgt ervoor dat nu eens de katholieken dan weer de liberalen de absolute meerderheid behalen in het Belgische parlement. De socialistische partij is er niet vertegenwoordigd, een gevolg van de electorale uitsluiting van de lagere sociale klassen. Dit verandert drastisch na de invoering van het AMS: alle mannen krijgen minstens één stem, maar bezittenden en gestudeerden maximaal drie. Het aantal kiezers

vertienvoudigt. In Vlaanderen krijgen honderdduizenden Fransonkundigen voor het eerst stemrecht. De facto houdt dat de erkenning van de volkstaal in, al was het maar als enige doeltreffende propagandataal. Potentieel krijgt de V.B. een massabasis.

De verkiezingen van 1894 leveren de BWP in één klap 28 zetels op, terwijl het liberale zetelaantal terugvalt van 60 naar 20. De katholieke partij verovert in Vlaanderen en Brussel alle 90 zetels. Ze heeft haar 14 Waalse gekozenen niet nodig om een meerderheid te vormen, wat haar Vlaamse slagkracht vergroot. Het nieuwe kiesstelsel is voordelig voor het platteland en de sociale middengroepen, wat gaandeweg de positie van de Vlaamsgezinden en de christen-democraten in het katholieke kamp aanzienlijk zal versterken. Het is voornamelijk onder hun impuls dat de katholieke regeringen een aantal nieuwe taalwetten goedkeuren.

1894

De Christene Volkspartij van Adolf Daens wordt opgericht.

Na de stemrechtuitbreiding van 1893 gaan verschillende katholieke Vlaamsgezinden zich onafhankelijker opstellen tegenover de katholieke partijleiders en de bisschoppen. De radicaalsten onder hen vormen in 1894 een scheurpartij omdat zij geen verkiesbare plaatsen krijgen op de katholieke lijsten. In deze Christene Volkspartij zijn christelijke sociale actie en Vlaamsgezindheid onlosmakelijk verstrengeld. Zij wordt daensisitisch genoemd naar priester Adolf Daens die als boegbeeld naar voren wordt geschoven.

 

 Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging

Stuur door

Kunstschilder Willem Dolphyn

 




Willem Dolphyn (1935) is de zoon van de kunstschilder Vic Dolphyn en van Anna de Ridder, de dochter van Willem Elsschot. Als zeventienjarige was hij de jongste student die ooit op het Hoger Instituut van Schone Kunsten te Antwerpen werd toegelaten.

Hij is gespecialiseerd in stillevens die bestaan uit objets d'art, bloemen, noten en fruit. Zijn speciaal kleurgebruik en lichteffecten maken zijn stijl heel herkenbaar.Daarnaast doceerde hij onder meer portret- en figuurschilderen aan de Academie van Berchem. Evenals zijn vader Victor, werkt Willem in de traditie van de neo-klassieke Antwerpse School .

 

Stuur door

Alfons de Ridder als cinefiel (Willem Elsschot - Aflevering 14)

 

 

             

Lieven Walschap (in Vrij Nederland, 5 december 1970) : ‘Naar films ging hij nooit, maar hij had de films van Charlie Chaplin bezocht en die vond hij buitengewoon.’ Volgens Jan en Ida De Ridder hield hun vader van de films van Charlie Chaplin en Buster Keaton en ging hij met hun moeder wekelijks naar cinema Forum, op het hoekje van de Brederodestraat en de Gelijkheidsstraat.

Cineast-schrijver Frans Buyens sprak meer dan eens met Alfons De Ridder over films. ‘Ik werkte nog niet als cineast toen Elsschot me sprak over film. We waren beiden bewonderaars van Chaplin. Hij had wat gemeen met Chaplin, maar was het niet. Elsschot bezat niet de twee uitersten van tragikomedie die Chaplin tot zijn beschikking had. Elsschot was beperkter, maar de geest was er helemaal. Als we het over de Chaplin-films hadden ging het altijd over iemand die klappen krijgt in de maatschappij en toch altijd ten gunste van andere vertrapten vocht. Hij heeft me meer dan eens gezegd dat hij met Chaplin kon lachen en huilen.’

Buyens kan zich echter slechts één film herinneren waarover hij met De Ridder sprak: Ballon Rouge van Albert Lamorisse uit 1956. Het verhaal is eenvoudig: Pascal temt een rode ballon in Ménilmontant en die wordt zijn vriend, maar Pascals jaloerse vrienden pakken de doorgeprikte ballon na een achtervolging in de straten. Op dat moment komen alle ballonnen uit Parijs naar Pascal toe en hij vliegt met ze weg. ‘Poëtisch sprookje, maar zo ernstig dat de kinderen in Lamorisses films niet lachen , noch glimlachen in hun visioenen, en dat maakt deze regisseur voor de jeugd zo eigenaardig. Vervreemding en droomwerelden zijn goed gerealiseerd.’

Huisvriendin Henriette Anthonissen was caissière bij de cinema’s Odeon en Rubens, maar ze vergezelde Fons en Fine naar cinema Forum. Volgens haar wist Elsschot toen niet welke films er op dat ogenblik draaiden, maar wilde hij sowieso naar ‘de cinema’.Aan de vormgeving van de gevel boven de huidige supermarkt herken je nog steeds een stukje van het mooie  theatergebouw van weleer. Forum was een betere wijkbioscoop. Men draaide met andere woorden ook films uit de centrumzalen, maar ook meer volkse films. Henriette herinnert zich dat ze samen met Alfons De Ridder en echtgenote naar Monsieur Verdoux ging, de controversiële zwarte komedie van Chaplin over een Parijse blauwbaard die zijn vrouwen om hun geld vermoordt. ‘En wij konden allen om hetzelfde lachen’, zegt ze.

Karel Simons, grondlegger van filmclub Het Linnen Venster, is stellig: Elsschot zag de eerste voorstelling van de club in 1949, was lid sinds de (juridische) oprichting in 1950 en is dat gebleven tot aan zijn dood. Simons liet zich voor Het Linnen Venster inspireren door de Antwerpse Kinoclub, baanbrekend in het Antwerpen van het interbellum . Simons zocht toen mensen die aan de Antwerpse Kinoclub hadden meegewerkt. ‘De structuur van de voorstelling zag er telkens anders uit: inleiding door een van de bestuursleden, film en nabespreking, waarbij twee van de bestuursleden spontaan een tegengesteld standpunt innamen.’

In de statuten wordt het belang van de Belgische film vastgelegd en staat expliciet dat Het Linnen Venster zich onthoudt van elke politieke en wijsgerige strekking. Gevolg: de club draait alle ‘betere’ films, zowel vrijzinnige als christelijk geïnspireerde.

De club was baanbrekend, gaf impuls tot de oprichting van het Festival van de Belgische film, en stond garant voor vernieuwende initiatieven zoals de middernachtvertoningen, maar een boekhouding van leden, laat staan een gedetailleerde lijst van wie welke film zag bestaat niet.

Karel Simons: ‘Willem Elsschot was aan de zwijgzame kant en werd altijd vergezeld door zijn oudste zoon Walter. Ik kan mij niet herinneren dat hij zich als debatteur heeft opgeworpen en evenmin-  helaas – kan ik zeggen naar welke films hij kwam en naar welke niet. Behalve dat we hem niet zagen tijdens de kunstfilms die we konden draaien in het Museum voor Schone Kunsten over Rubens of een stroming in de kunst. En evenmin bij de nachtfilms.’

‘Een lidmaatschap kostte 100 frank, omgerekend 2,5 euro en daar had je veertig voorstellingen voor. Dat betekende 2,5 frank per voorstelling. Een gewoon filmticket kostte destijds 10 frank. Wat wij vroegen was een peulenschil dus.’

‘Ik heb er altijd nog spijt van dat ik Elsschot nooit heb gevraagd een film in te leiden. Anderzijds, hij heeft het zelf nooit voorgesteld.’

Raymond

Vrij bewerkt naar "Een Man van Woorden" door Martine Cuyt
Stuur door

14 De islam en de Wet

 

 

Wij kunnen het gedrag (de sluier, de baard) van de hedendaagse moslims niet correct interpreteren zonder te beseffen dat zij zich alleen maar zo gedragen omdat zij de wet (sharia) en de jurisprudentie (fiqh) van deze wet volgen.

 

Achter de sluier, de baard, de voedingsregels, de afkeer voor het celibaat, de afkeer om een hond in het huis binnen te laten staat de wet. De islam is niet alleen een eredienst, maar ook een levenswijze. Het islamitisch recht is de basis van de islamitische cultuur. Het geloof is niet iets zuiver theoretisch': het vereist ook lichamelijke daden. Men moet zich fysisch plooien naar de regels. Afwijken van deze regels maakt van de moslim een ‘verdwaalde’, op weg naar het verderf.

 

Daarom zal de moslim in alles wat hij doet het voorbeeld van de profeet volgen. Het ritueel weegt loodzwaar op de moslim. Men bidt of men vast niet hoe en wanneer men wil. Hetzelfde geldt voor alle andere religieuze voorschriften. Vanaf de wieg tot aan het graf zit de moslim vast in een net van voorschriften waaruit hij of zij zich niet kan bevrijden. Maar alleen de wet volgen is niet genoeg, want achter de wet staat het verbod. Verbodsbepalingen regelen het ganse leven van de moslim in al zijn facetten. De obsessie van de gelovige moslim bestaat erin om in alle gevallen te leven conform de wet. De gelovige moslim voelt zich altijd schuldig omdat hij denkt dat hij geen perfecte gelovige is.

 

Volgens de wet bestaan er 5 kwalificaties voor een bepaalde daad: geoorloofd, aanbevolen, verplicht, afkeuringswaardig, verboden. Het geoorloofde is hetgeen door de goddelijke wetgeving toegelaten is zonder enige verbodsbepaling. Hetgeen door de goddelijke wet verboden is zal door God en de wetgeving bestraft worden.

 .

Vrij naar Anne-Marie Delcambre - Vertaling Regus Patoff

.

 

 

 

 

 

Stuur door

Nogmaals de hypocrisie omtrent de VRT

 


Uit een vrij lezenswaardige column van Bruno Valkeniers op de VB-webstek over "De media en Vlaams Belang" lichten wij dit fragmentje :

"Wij willen geen oorlog met de VRT, maar de VRT moet de omroep worden van álle Vlamingen. Ook van die Vlamingen die zogezegd voor een ‘foute’ lijst zouden stemmen. Gedaan met de betutteling en de roodgekleurde journaals. Het Vlaams Belang heeft in het Vlaams Parlement voorgesteld om de overheidsdotaties van de VRT te koppelen aan een objectieve en onpartijdige berichtgeving. Want daar hebben wij – wij allemaal – recht op."

Bruno Valkeniers is een man met een ferme Vlaams-nationale overtuiging en wij hebben voor hem veel respect. Hij heeft zijn stellingname geschreven na lectuur van het boek "Media en Journalistiek in Vlaanderen" door Johan Sanctorum en Frank Thevissen.

Wij van Angeltjes zijn even weinig objectief of neutraal als de beroepsmedia, met dit grote onderscheid, dat wij als amateurs uitkomen voor onze overtuiging, en onze oordelen en vooroordelen niet schijnheilig wegmoffelen.  Als wij zin hebben om een of andere Jan-mijn-voeten uit de politiek-correcte kliek onderuit te halen, dan doen wij dit : de dames en heren geilen op aandacht, welnu als ze flink hun best doen, krijgen ze die aandacht van ons. De amateurs van internet maken van hun blogs, wat zijzelf willen en zijn niet gebonden door valse eden van objectiviteit.  Mocht de beroepspers haar plicht vervullen, wij zouden nauwelijks aandacht krijgen.

Een van de betere opvattingen van Kris Hoflack van de VRT luidt "objectiviteit bestaat niet" en daarmee kan hij met zijn bende rustig verder doen : "we kunnen niet anders".  Terwijl er nochtans in de beheersovereenkomst tussen de openbare omroep en de Vlaamse Gemeenschap, ondertekend door de beide partijen vermeld staat, dat het nieuws op een neutrale manier zal gebracht worden.  Huichelaars, profiteurs en geldwolven ondertekenen om het even wat, zolang ze maar de macht, de centen en de glorie behouden. Het klinkt cru, maar het is waar.

Met de VRT heeft deze blog een aparte relatie : wij schreeuwen moord en brand en zij trekken er zich geen bal van aan. Anderzijds (want er zijn altijd twee uiteindes aan het touw) wordt de vranke manier waarop wij de arrogante club van 3000 leeggangers aanpakken, links en rechts (vooral rechts) overgenomen en rondgestuurd en zo groeit de weerstand stilletjesaan tegen de huidige Onvlaamse Overbodige Openbare Omroep, de 0000

Het is al vaak gezegd, dat wij enkel onze eigen houding vertolken en niet die van een politieke partij.  Meer zelfs, het zou wel eens kunnen, dat een aantal mensen uit de politieke wereld liever zouden zien, dat wij minder met scherp schoten.  Dat zal ons dan diep spijten. Onze vragen aan Vlaamse volksvertegenwoordigers om ons hun teksten over te maken, blijven zelfs onbeantwoord.  Dan weten wij genoeg.  "Toedeloe, schat : ieder voor zich en Allah zeker niet voor ons."

De stelling Valkeniers : "wij willen geen oorlog met de VRT" zal evenveel indruk maken aan de Reyerslaan als onze "moord en brand". Valkeniers capituleert zonder oorlog.  In het Vlaams Parlement zal nog maar eens een beleefde vraag gesteld worden. U  doet maar : handjes wassen, mondje spoelen en glimlachend het bedje in.

Men moet de VRT ànders aanpakken : op de schande van de geldverspilling. Op de aangroei van het personeelsbestand tot 3000 eenheden, op de ongebreidelde toename van zelfverzonnen opdrachten, op de syndicale invloed, op de technische onkunde, op de vlucht van Vlaams talent naar eigen productiehuizen (het is niet Tony Mary, die Woestijnvis heeft uitgevonden, hij heeft ze overbetaald, maar het was de ambtelijke socialist Jan Ceuleers die zich niet durfde verzetten tegen het ambtelijke stramien van de omroep en daardoor Marc Uytterhoeven en Wouter Van den Houtte, beiden van de sportredactie de weg heeft getoond naar de autonomie). Men moet met de VRT in discussie durven gaan op de cijfers uit de boekhouding en de besteding van 300 miljoen overheidssubsidies, over de misplaatste sponsoringreclames die voortdurend opduiken en natuurlijk op de constante rechtstreekse en verkapte politieke boodschappen.  Als je in een raad van bestuur van die instelling enkel mag meepraten over de toepassing van het beheerscontract en over de balans en resultatenrekeningen, dan zit je goed, want uit een balans kan je het beleid aflezen, de verkeerde accenten, de wegmoffelpolitiek en de verspillingen.

Maar dan moet je dat ook doen. En niet alleen verontwaardigd zijn als een omhooggevallen omroepstertje te veel centjes heeft uitgegeven met haar minaar in een luxueus hotel aan de Côte d'Azur.

Een visie op het wezen van de openbare omroep, bestaat bij geen enkele politieke partij in Vlaanderen. Iedereen zwicht en zwijgt voor de macht, in de hoop op het scherm te mogen verschijnen. Iedereen legt zich dan ook neer bij de huidige superstructuur van de VRT, die zich ontwkkeld heeft tot een Ministerie van de Vlaamse Omroep, die eeigenlijk liever Belgische Omroep zou heten.  

Wie dat niet inziet, komt inderdaad tot de conclusie dat het beter is geen oorlog te voeren.  Er zal dan ook niets veranderen. Maar er is wel een leuk boek geschreven.  Voor de bespreking kan u terecht op de webstek van Vlaams Belang.

Savat


http://www.vlaamsbelang.org/6/107/

Stuur door

Figuren uit de mini & maxi Vlaamse Beweging : Hendrik Borginon (1890 - 1985)

 

 

Hendrik Borginon, Clemens Ledegen, Ward Hermans, Piet Finné, Raoul Hoornaert, Marcel de Ridder en Herman Vos in 1929

 

Voor de Eerste Wereldoorlog is Borginon actief in de katholieke V.B. Tijdens de oorlog vormt hij samen met Filip de Pillecyn en ‘ruwaard’ (leider) Adiel Debeuckelaere een soort van dagelijks bestuur van de Frontbeweging. Na de oorlog is Borginon o.a. medestichter van het VOS en van de Frontpartij. In 1919 wordt hij Kamerlid voor die partij en studeert hij af in de rechten en de wijsbegeerte in Leuven. In 1923 trekt Borginon zich een tijdlang terug uit de actieve politiek. Hij treedt weer op de voorgrond in het directorium van het in 1928 ontstane Algemeen Vlaamsch Nationaal Verbond. Dat directorium kent zichzelf ‘dictatoriale’ bevoegdheden toe om het partijpolitieke Vlaams-nationalisme uit het slop te halen. Borginon behoort tot de gematigde democratische federalisten, die tegenover de radicale antidemocratische Groot-Nederlanders staan.

In 1932 wordt Borginon weer Kamerlid voor de Frontpartij. Hij speelt een belangrijke rol bij de stichtingsonderhandelingen van het VNV. Hij probeert de antidemocratische programmapunten te milderen, wat niet lukt. Hij zal verschillende keren ontslag nemen uit het VNV, maar telkens op zijn stappen terugkeren. Borginon heeft tevergeefs geprobeerd de werkelijke leiding over het VNV in handen te krijgen om het Vlaams-nationalisme van binnenuit in een meer democratische richting te sturen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wijst Borginon de onvoorwaardelijke collaboratie van het VNV af, maar zijn houding is opnieuw dubbelzinnig. Zo aanvaardt hij o.a. een benoeming tot rijkscommissaris voor de grote agglomeraties (17 oktober 1941). In oktober 1942 neemt hij echter definitief ontslag uit het VNV.

Bij de bevrijding vlucht Borginon niet. Hij wordt veroordeeld tot twintig jaar hechtenis, maar in 1949 in vrijheid gesteld en enkele jaren later gerehabiliteerd. Hij treedt nog talloze keren op als spreker op Vlaamsgezinde manifestaties en wordt voorzitter van het IJzerbedevaartcomité (1968-1971).

@ Nieuwe Encyclopedie Vlaamse Beweging

Stuur door

Meer van Angeltjes

↑ Terug naar de berichten