Van Toen naar Nu - 3


Jan de Laet was de eerste volksvertegenwoordiger die op 12.11.1863 de grondwettelijke eed in het Nederlands aflegde, wat op hoongelach onthaald werd door de andere kamerleden
1857
Door de liberale kiesoverwinning komt er een definitief einde aan het unionistische tijdperk.
De eerste Vlaamsgezinden tijdens de jaren 1830 en 1840 willen zich niet voor een of andere partij uitspreken. Zij verkiezen boven of buiten de partijen te staan. Hun voorkeur gaat daarom uit naar het unionisme (het stelsel van samenwerking tussen katholieken en liberalen dat van de Belgische revolutie dateert). Zij vrezen immers dat partijtwisten de aandacht van hun zaak zal afleiden.
Vanaf het midden van de jaren 1840 komt de V.B. tot het inzicht dat de taaleisen via het parlement en politieke actie gerealiseerd kunnen worden. Deze nieuwe strategie gaat met tal van experimenten gepaard. Er worden pogingen ondernomen om naast de katholieke en de liberale een derde, zelfstandige, Vlaamsgezinde partij uit te bouwen. Het meerderheidsstelsel (dat alle parlementszetels in een kiesdistrict toewijst aan de partij met de meeste stemmen) maakt het echter bijzonder moeilijk om met afzonderlijke Vlaamsgezinde lijsten Kamerzetels te behalen. Ook wordt geprobeerd een onpartijdige Vlaamsgezinde drukkingsgroep op te richten die de twee traditionele partijen moet beïnvloeden. Deze pogingen kennen over het algemeen weinig succes, temeer omdat de spanningen tussen klerikale en antiklerikale Vlaamsgezinden zeker in de jaren 1850 duidelijker aan de oppervlakte komen. In dit klimaat hebben de Vlaamsgezinden het er moeilijk mee om hun eigen levensbeschouwing helemaal ondergeschikt te maken aan hun Vlaamsgezindheid. Vandaar dat ze aansluiting zoeken bij een van de twee partijen.
Zowel de katholieke partij als de liberale hengelen naar de stemmen van de Vlaamsgezinden omdat zij de doorslag kunnen geven bij verkiezingen vanwege de kleine stemverschillen tussen de partijen. De Vlaamsgezinden hebben het niet onder de markt in de liberale partij die volledig gedomineerd wordt door Franstaligen. Het kiezerskorps van de liberalen bevindt zich in hoofdzaak in Wallonië, terwijl de verfranste burgerij van enkele Vlaamse steden voor de overige zetels zorgt.
1861
In Gent wordt het Vlaamsch Verbond opgericht en in Antwerpen de Nederduitsche Bond, twee Vlaamsgezinde politieke drukkingsgroepen.
Vanaf omstreeks 1860 krijgt de V.B. een grotere slagkracht omdat ze ingeschakeld wordt in een progressief oppositiefront van katholieken, radicalen en Vlaamsgezinden. Deze democratische oppositiebeweging zet zich af tegen het beleid van de behoudsgezinde liberale regering. De drijvende kracht is de middenklasse. Die is na de stemrechtuitbreiding van 1848 haar plaats gaan opeisen in het politieke bestel dat nog grotendeels door de hoge burgerij en adel wordt beheerst. In het Vlaams gedeelte van het land spelen Vlaamsgezinden een vooraanstaande rol in deze ontwikkeling. De V.B. treedt zo in een nieuwe fase. Ze wordt een mobilisatiekanaal van de sociaal ambitieuze, Nederlandstalige burgerij en verwerft daardoor politieke impact en een ruimere achterban. Ze wil niet zozeer meer het hele Belgische volk versterken dan wel de rechten van de Vlamingen doen eerbiedigen. Zo groeit een bewustzijn van gezamenlijke Vlaamse belangen die solidair verdedigd moeten worden. Deze Vlaamse solidariteit ligt aan de basis van het gevoel dat er een aparte Vlaamse stam (= volk = natie) bestaat in België, naast een Franstalig Waalse stam. Deze overtuiging leeft voorlopig uitsluitend bij een minderheid van de Vlamingen.
Katholieke en liberale Vlaamsgezinden willen hun krachten bundelen om hun ideeën politiek te realiseren. Zo ontstaan in het begin van de jaren 1860 de Nederduitsche Bond (Nederduits = Nederlands) en het Vlaamsch Verbond. Behalve de taalrechten verdedigen deze verenigingen het hele gamma van radicale ideeën: antimilitarisme, decentralisatie, afschaffing van het verbod op arbeidersverenigingen, uitbreiding van het stemrecht. Zij hebben nauwe contacten met de jonge arbeidersbeweging.
Een leidende rol in deze ‘unie van opposities’ is weggelegd voor de Meetingpartij. Het verzet van de Antwerpse bevolking tegen de militaire versterking van de stad maakt de progressieve stroming hier zo sterk dat Vlaamsgezinden, katholieken en progressieve liberalen zich verenigen in de Meetingpartij. In december 1862 haalt zij een meerderheid in het gemeentebestuur en een jaar later stuurt zij een vertegenwoordiging naar het parlement. Vooral de Nederduitsche Bond, de Vlaamsgezinde drukkingsgroep in de Meetingcoalitie, weet de vruchten van deze overwinning te plukken. Dit vormt een aansporing voor Vlaamsgezinden elders in het land om een samengaan van katholieke en liberale progressieven te bevorderen. Naarmate echter in de loop van de jaren 1860 de strijd tussen de klerikalen en de anti-klerikalen en de tegenstelling tussen godsdienst en vrijzinnigheid heviger worden, mislukken de toenaderingspogingen. Het Vlaamsch Verbond verdwijnt definitief in 1868 door de ideologische tegenstellingen. De Meetingpartij gaat geleidelijk op in de katholieke partij.
Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging

















1 reactie op dit bericht
We zijn er wel op ......