Justitie faalt door misleiding : De vaststellingen (3)

Justitie faalt in België maar niet op de manier waarop men het wil doen geloven.Eerst en vooral is de rechterlijke macht niet hetzelfde als de handhaving van rechtvaardige beginsels en wetten en regels uitgevaardigd door de wetgevende macht. De rechterlijke macht spreekt recht, en niets meer dan dat.
De uitvoering van de gerechtelijke beslissingen behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de uitvoerende macht. Het gebrek aan opvang, aan gevangenissen en celcapaciteit, het gebrek aan enkelbanden of een onvoldoende voorraad ervan en alle aspecten van de praktische organisatie van de uitvoering van gerechtelijke beslissingen is een verantwoordelijkheid van de uitvoerende macht.
Zij is het voor wie de uitvoering en handhaving van het rechterlijk gewijsde – het beschikkend gedeelte van de vonnissen en arresten- een plicht is, en geen privilege.
Vanaf het ogenblik dat de uitvoerende macht faalt in haar opdracht om de beslissingen van de derde staatsmacht niet te respecteren door ze niet of slecht uit te voeren, blijft ze als staatsmacht in gebreke en verliest ze daardoor haar grondwettelijke opdracht. Althans zo zou dat moeten zijn bij gebrek aan collusie, aan samenspanning tussen de uitvoerende en de wetgevende macht.

Bij het falen van de uitvoerende macht behoort de wetgevende macht de bestaande uitvoerende macht in gebreke te stellen en bij afwezigheid van gepaste onverwijlde reactie de macht te ontnemen en een andere nieuwe uitvoerende macht aan te stellen in vervanging van deze die in gebreke bleef.
Alleen al het gebruik van het woordje onverwijld zal bij velen al een belletje doen rinkelen. Het is en mag echter niet de bedoeling zijn om hierop verder bordurend de rechterlijke macht als speelbal te laten fungeren van incivieke en ongrondwettelijke krachten om een geheel eigen, sektaire en egoïstische agenda verder te laten uitvoeren.
Laten we duidelijk stellen wat de taak van de derde onafhankelijke staatsmacht altijd geweest is en in het bestaande staatsverband ook moet blijven. Die derde macht spreekt recht ter handhaving en uitvoering door de uitvoerende macht. De handhaving van de regels die niet worden nageleefd en/of overtreden behoort tot het domein van het recht dat sancties oplegt bij wijze van straf : het zogenaamde strafrecht.
Beslissingen van de derde staatsmacht die betwistingen tussen partijen beslechten, behoren niet alleen gerespecteerd maar dikwijls ook onder dwang uitgevoerd te worden in de rechtsstaat. De uitvoerende macht behoort daarom ook beslissingen waarbij niet alleen gedingvoerende burgers of bedrijven maar ook in voorkomend geval zichzelf als partij in het ongelijk gesteld zijn, uit te voeren en deze status ook te handhaven als sterke arm van de wet. Desnoods tegen zichzelf, haar geledingen en vertegenwoordigers.
Deze handhaving en uitvoering behoort tot het zogenaamde burgerlijke recht.
Gemakkelijkheidhalve stelt men conflicten en meningsverschillen inzake arbeid en handel best onmiddellijk gelijk het laatst genoemde “burgerlijk” recht omdat een concensus en billijke regeling in der minne met respect voor de geldende en algemeen bindend verklaarde rechtsregels hier het hoofddoel is van het optreden van de derde staatsmacht en niet het bij wijze van waarschuwing of sanctie opleggen van straffen.
Gaius
Morgen aflevering vier: “Wat verkeerd liep.”














