Economie wordt het belangrijkste agendapunt van het Hongaars voorzitterschap van de Raad van de EU. Dit vertelde de Hongaarse premier Viktor Orbán aan de parlementsleden toen hij de prioriteiten van het zes maanden lange voorzitterschap uiteenzette. Het daaropvolgende debat ging er soms heftig aan toe aangezien de omstreden Hongaarse mediawet door sommige EP-leden op de korrel werd genomen.
Bij de opening van zijn speech verwees premier Orbán naar de opstand van 1956 en de daaropvolgende communistische repressie in zijn land. Hij sprak van een "historische rechtvaardigheid" in Hongarije, omdat het nu het voorzitterschap van de Raad bekleedt terwijl het de EU-lidstaat is die sinds de tweede wereldoorlog "het meeste bloed heeft zien vloeien voor vrijheid".
Qua actuele problemen bracht de Hongaarse premier er hoofdzakelijk twee op de voorgrond. Ten eerste de grote schuldenlast, een obstakel dat enkel door werkgelegenheid en een accuraat economisch bestuur kan overwonnen worden, "zonder onze kinderen in de toekomst met onze schulden te belasten". Vervolgens benadrukte hij dat het Lissabonverdrag enkele wijzigingen nodig heeft, als men het geplande permanent crisismechanisme tegen 2013 wil invoeren. Op economisch vlak had Orbán het nog over betere coördinatie van het economisch beleid, economische groei, een duurzaam werkgelegenheidsbeleid en deregulering.
Niet alleen economie, ook de uitbreiding van de EU was een belangrijk punt tijdens de toespraak van de Hongaarse eerste minister. Er is angst voor uitbreiding, legde hij uit: "het is niet rechtvaardig dat Kroatië nog steeds geen lid is van de EU". Daarom wil Orbán het toetredingsverdrag van Kroatië tegen het einde van het voorzitterschap ondertekenen. Bovendien sprak hij opnieuw zijn steun uit voor een toetreding van Bulgarije en Roemenië tot het Schengengebied.
Tenslotte kon de premier ook niet aan de veelbesproken mediawet voorbijgaan. Hij herhaalde dat de Hongaarse regering bereid is de wet te herzien indien de Commissie dit zou vragen, om er zo voor te zorgen dat de conformiteit met de Europese wetgeving wordt verzekerd.
Commissievoorzitter José Manuel Barroso sprak zijn volle steun uit voor Hongarije, want "er is veel werk aan de winkel". Hij voegde eraan toe dat "persvrijheid een heilig beginsel is in de EU", en dat Hongarije bereid is wijzigingen in de mediawet aan te brengen mocht de Commissie de noodzaak daarvan vaststellen.
De leider van de Europese Volkspartij Joseph Daul sprak zijn vertrouwen in de Hongaren uit: "Ik ben ervan overtuigd dat u de letter en de geest van de Europese regels zal respecteren". Volgens de Fransman is de belangrijkste taak dit jaar de stabilisatie van de euro: "het is misschien een goede zaak dat het voorzitterschap dit jaar door twee landen (Hongarije en Polen) wordt bekleed die geen lid zijn van de eurozone, maar die graag snel tot de eurogroep willen toetreden. Zij hebben er belang bij dat de euro een zekere stabiliteit bezit".
Volgens Martin Schulz van de Socialisten en Democraten is de mediawet op dit moment in tegenspraak met de Europese regels. Hij wilde echter niet dat dit thema het Hongaars voorzitterschap zou domineren: "Trek uw wet in en kom terug met betere, evenwichtigere regels".
Liberaal parlementslid Guy Verhofstadt ondersteunt de prioriteiten van het Hongaars voorzitterschap: "u hebt één hoofdprioriteit, en dat is het stabiliseren van het economische bestuur binnen de EU en de eurozone". Over de mediacontroverse vertelde hij dat "een mediabeleid niet een juiste en adequate berichtgeving moet garanderen, maar net pluralisme moet handhaven, zodat gelijk welk initiatief zich kan ontwikkelen".
Daniel Cohn-Bendit, kindervriend en leider van De Groenen, drukte zijn respect uit voor Orbán als politicus. Toch toont de mediawet volgens hem aan dat "Orbán de aard en de structuur van democratie niet begrijpt". Een sterk Europa moet immers geloofwaardig zijn, en "de basis van democratie is het recht op vrije meningsuiting".
Lajos Bokros van de Europese Conservatieven en Hervormers had het over enkele recente "bijzonder onsolidaire maatregelen" van de Hongaarse regering, bijvoorbeeld de nationalisatie van de private pensioenfondsen. Door deze maatregelen riskeert men dat de aandacht voor het voorzitterschap zou vertroebelen, en dat is heel erg, aldus Bokros.
De Duitser Lothar Bisky (Europees Unitair Links) was het ermee eens dat het controleren van de media geen taak is voor de regering. Over het algemeen uitte Bisky zich positief over het Hongaars voorzitterschap, omdat het een nieuwe wind door de EU doet waaien: "de EU is nog steeds hoofdzakelijk een West-Europese aangelegenheid, en we kijken uit naar een meer Oost-Europees getinte inbreng van uw voorzitterschap".
Als laatste politieke leider die de toespraak van Orbán becommentarieerde, opperde Nigel Farage (Europa van Vrijheid en Democratie) een vergelijking tussen de EU en de Sovjet-Unie die men 20 jaar geleden in Hongarije bevocht : "U zal veel communisten ontmoeten de komende zes maanden, meneer Barroso inbegrepen".
In zijn slotbeschouwingen kwam de Hongaarse eerste minister terug op de mediawet. Hij betreurde de misverstanden die de discussie op een verkeerd spoor hebben gebracht, maar had er vertrouwen in dat de Commissie met een oplossing zou komen voor dit probleem, "een oplossing die ik zal aanvaarden".
Bron : EU-parlement
1 reactie op dit bericht