We hebben een kwestie in belgië, zoveel is duidelijk. Weldra één jaar na de verkiezingen is er nog steeds geen regering. Het is een beschamend wereldrecord voor een land dat er prat op gaat een parlementaire democratie te zijn.
Buitenlanders zijn er, voor zover zij gewone burgers zijn, makkelijk van te overtuigen dat dergelijke toestand abnormaal is en getuigt van de onleefbaarheid van het land. Nadrukkelijk zeggen wij : "als het gewone burgers zijn", want buitenlandse politici die zich over de kwestie uitlaten, baseren zich op informatie hen verstrekt via diplomaten of media die vaak hun mosterd halen bij de franstalige kringen uit het Brusselse. De productie van Brusselse mosterd is weliswaar grotendeels gefinancierd door Vlaanderen maar de ingrediënten zijn Waals en beantwoorden niet aan de voedingsnormen en die mosterd is derhalve bedorven. Derhalve is de mening van internationale leiders over de belgische kwestie, zeer genuanceerd en erop gericht, dat dit kunstmatige land, nog lang kunstmatig aan mekaar gelast moet blijven.
De burgers uit het land B zijn intussen zo murw dat zij de kwestie van de niet-regeerbaarheid naast zich neerleggen en proberen hun rustige bestaan te beleven zonder zich vragen te stellen. Zij worden in deze gelatenheid gesteund door de nieuwsverstrekkende media, de Vlaamse omroep op kop. Het volk heeft al lang geen band meer met zijn eigen radio en televisie. Die wordt overeind gehouden door het regime en de samenwerking steunt op vraag en aanbod.
De VRT is gespecialiseerd in het leveren van leuke ontspanning, met daarin soms handig verweven valse politieke boodschappen en de informatie gaat uit van Vlaamsvijandige figuren. Je ziet het aan de Koppen op het scherm.
Dat peperdure openbare media-kluwen behoort ook "de belgische kwestie". Tijdens een ontspanningsprogramma van deze VRT (door ons de Overbodige, Onvlaamse, Openbare Omroep genoemd, afgekort 0000 of de Vier Nullen) vond vanmorgen tijdens het zondagse flutprogramma met een hoog Flairgehalte, de Zevende Dag, een gesprek plaats tussen twee niet-politici. Beiden met een door iedereen gekende partijpolitieke aanhorigheid : professor economie Paul Degrauwe (liberaal) en gewezen bedrijfsleider Karel Vinck (Vlaams-burgerlijke-katholiek). De heren waren het genuanceerd met mekaar niet eens over details van de politieke problemen, maar zij ontkenden, zoals van hen verwacht wordt, het bestaan van ene belgische kwestie.
Dit was werkelijk een summum van magisch-realisme : de werkelijkheid wordt geplaatst in een decor buiten de realiteit en verweft alzo aspecten van een boeiend avontuur. Het is zoals kijken naar een quarium en je verbeelden dat de vissen échte conversaties voeren over het leven in hun visbak.
Hoe langer de politieke, maatschappelijke, financiële en culturele elite uit Vlaanderen de "belgische kwestie" zal ontkennen en zich blijven gedragen als struisvogels, hoe meer de groep van bewuste burgers zal aangroeien.
Het inzicht dat de toestand hopeloos is, zal finaal leiden tot het verbrokkelen van de belgische kwestie. Hoe meer geknoeid wordt, hoe dichter de Republiek Vlaanderen komt. Het Flut-& Flairprogramma de Zevende Dag schiet zichzelf in de onbenullige voet. Goed zo.
Savat