
Het staatsbezoek van de Britse koningin Elizabeth II aan Ierland zal vandaag gewoon doorgaan, ondanks het feit dat in de buurt van de Ierse hoofdstad Dublin een bom onschadelijk werd gemaakt. Gisteren waarschuwden Ierse dissidenten ook al voor een bom in Londen.
Eeuwen Engelse bezetting en kolonisatie
Koning Hendrik VIII had zich in 1534 van de Rooms-katholieke kerk had afgescheiden, en door de titel Koning van Ierland aan te nemen kon de kerk zijn titel Heer van Ierland, die immers door de paus aan de Engelse koning was toegekend, niet terugtrekken.
In de eeuw die daarop volgde herstelden de Engelse koningen geleidelijk hun gezag over heel Ierland (die ze tijdens de Rozenoorlogen grotendeels hadden kwijtgeraakt), door middel van zowel geweld als grootschalige kolonisatie door Engelse immigranten.
Het koninkrijk werd bestuurd door een gouverneur, de Lord Lieutenant of Ireland of Lord Deputy of Ireland, ook wel viceroy (onderkoning) genoemd. Het Ierse parlement, met een lagerhuis (House of Commons) en hogerhuis (House of Lords), zetelde in Dublin. Het Ierse parlementsgebouw uit 1729 was het eerste parlementsgebouw ter wereld dat speciaal voor dat doel was gebouwd.
Voor de Britten waren Ieren slaven
Tot 1782 had het parlement weinig te zeggen, en Rooms-katholieken mochten geen parlementslid worden. Bijna alle macht in Ierland lag in handen van de gouverneur en zijn tweede man, de Chief Secretary for Ireland, die beiden altijd van Engelse of Britse adel waren.
De arme, voornamelijk Rooms-katholieke bevolking van Ierland werd bestuurd door een kleine protestantse, Iers-Engelse elite. Dit leidde tot gewelddadige conflicten, waaronder de opstanden in 1641, 1689-1691 en 1798.
De Ierse maatschappij bestond in de 19e eeuw uit een kleine, protestantse, bovenlaag en een grote katholieke onderlaag. Er was nauwelijks een middenklasse. De leefomstandigheden van de onderklasse waren zeer slecht. In Dublin, na Londen de tweede stad van het Britse Rijk, was het niet ongewoon om met dertig tot veertig mensen een huis te delen.
Op het platteland waren de omstandigheden zo mogelijk nog slechter. De bevolking van Ierland was in de eerste jaren van de 19e eeuw explosief gegroeid. Het land was grotendeels eigendom van protestantse edelen, die vaak zelf in Engeland woonden. Hun voornaamste belang was een zo groot mogelijke opbrengst. Dat leidde tot een toename van de graanteelt, voornamelijk voor export naar Engeland.

De Grote Hongersnood
De landarbeiders en kleine boeren teelden daarnaast voor eigen gebruik aardappelen. Naar schatting twee derde van de bevolking was in 1841 voor zijn dagelijkse voeding primair aangewezen op de landbouw, en dan met name op de aardappel.
In 1845 mislukte de aardappeloogst grotendeels vanwege een tot dan toe onbekende ziekte, de door de pseudoschimmel "Phytophthora infestans" veroorzaakte Aardappelziekte. Het jaar daarop mislukte de oogst volledig. Omdat de plattelandsbevolking nauwelijks alternatieven had, leidde dit tot een zeer ernstige hongersnood. In 1847 viel de oogst mee, met als gevolg dat voor het volgende jaar weer meer aardappelen gepoot werden. Toen in 1848 de oogst wederom compleet verloren ging was het drama compleet.
De precieze omvang van deze ramp, in Ierland aangeduid als the Great Famine is moeilijk vast te stellen. Naar schatting had Ierland in 1840 ongeveer 8 miljoen inwoners. In 1850 werd het inwonertal geschat op 6 miljoen. Het verschil zou voor de helft veroorzaakt zijn door sterfte, en voor de andere helft door massale emigratie.
De hongersnood was een extra impuls voor het streven naar een gelijkere verdeling van het land. Voor veel Ieren was het 'landvraagstuk' van veel meer belang dan zelfbestuur of onafhankelijkheid.
Paasopstand
In 1850 leidde dat tot de oprichting van een vereniging van pachters, Tenant Right Leaugue. Daarmee begon een periode die in het Engels wordt aangeduid als de 'land war'.
Na het unie-verdrag van 1800 ontstond in de 19e eeuw een streven naar zelfbestuur (home-rule). Grote leider van deze groep was Charles Stewart Parnell. Tot twee keer toe werd een wet voor zelfbestuur aangenomen door het Lagerhuis in Londen, maar beide keren sneuvelde het voorstel in het Hogerhuis. De dood van Parnell in 1891 beroofde de Ierse Partij van een krachtig leider, het perspectief op een eigen parlement in Dublin leek daarmee te verdwijnen.

Het gebrek aan politiek perspectief leidde tot een opbloei van de eigen cultuur. Een groep schrijvers rond W.B. Yeats en Lady Gregory zochten en vonden hun inspiratie in de oude Keltische mystiek. De Gaelic League werd gesticht mede met als doel de eigen Ierse taal Iers te ondersteunen. Door het hele land werden nationale scholen opgericht waar Iers een verplicht vak werd. Op sportgebied werd de GAA, de Gaelic Athletic Association, opgericht die zich richtte op 'klassieke' Ierse sporten als Iers voetbal en Hurling.
Dit nieuwe nationalisme, vooral gegrond op de Ierse eigenheid, zorgde ook voor een opleving van de radicale stroming in de politiek. Sinn Féin werd in deze periode opgericht, maar was oorspronkelijk nog geen republikeinse partij.
Toch blijft de Ierse Partij de dominerende kracht. Als in Engeland in 1910 de liberalen aan het bewind komen met steun van de Ierse Partij lijkt zelfbestuur opeens toch binnen handbereik. Door een wijziging in de verhouding tussen Lagerhuis en Hogerhuis kan het Hogerhuis zelfbestuur niet langer blokkeren, alleen nog vertragen.
In 1912 wordt een wet aangenomen waarbij heel Ierland zelfbestuur krijgt. Die wet leidt tot groot verzet in de provincie Ulster, verzet dat overigens wordt geleid door een Dubliner en in Engeland van harte ondersteund wordt door de Conservatieve Partij. In het vooruitzicht van de naderende wereldoorlog durft de Liberale Partij de protestanten in Ulster niet voor het blok te zetten. De Ierse partij moet lijdzaam toezien hoe gepraat wordt over een aparte regeling voor het noorden van het eiland.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betekent uitstel van het zelfbestuur. De leider van de Ierse Partij roept alle Ieren op om het Koninkrijk te helpen in deze zware tijden door dienst te nemen in het leger. Hoewel veel Ieren aan die oproep gehoor geven is er ook forse tegenstand, ook binnen de Ierse Partij. Die tegenstand is vooral te vinden in de paramilitaire afdeling van die partij, de Irish Volunteers.
Ook de republikeinen hebben een eigen militaire organisatie, de Irish Republican Brotherhood (IRB). De leiders van die beweging sluiten zich ook aan bij de volunteers en volgen daarbinnen hun eigen agenda.
Een aparte rol speelt de kleine socialistische partij. Onder leiding van James Connolly probeert deze partij de strijd voor onafhankelijkheid te combineren met de strijd voor een socialistische revolutie. Ook deze partij heeft een eigen militaire afdeling, de Irish Citizen's Army.
24 april1916 : Republiek Ierland
Padraigh Pearse, de belangrijkste leider van de IRB, weet Connolly tot samenwerking te bewegen. Op 24 april 1916, Paasmaandag, gaan beide groepen over tot de bezetting van een aantal belangrijke panden in Dublin. Zij vestigen hun hoofdkwartier in het Hoofdpostkantoor (GPO) aan O'Connell Street. Pearse leest daar de proclamatie voor waarbij de Republiek Ierland wordt uitgeroepen.
Algemeen wordt aangenomen dat de leiders zelf wisten dat hun actie in militair opzicht kansloos was. De opstand was na zes dagen voorbij. Waarschijnlijk gokten de leiders er op dat hun actie voldoende zou losmaken om op korte termijn toch tot het gewenste doel te komen. De manier waarop de Engelsen reageerden, alle leiders werden geëxecuteerd, heeft er zeker toe bijgedragen dat de opstand postuum heeft bereikt wat zij voor ogen hadden.
Verdeling
Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was de Home Rule opgeschort. De Paasopstand had het verzet tegen die wet in Ulster alleen maar versterkt. Voor de protestanten betekende Home Rule: Rome Rule.
Bij de algemene verkiezingen in november 1918 werd Sinn Féin verreweg de grootste partij, zij behaalde 73 zetels, tegen 26 voor de Unionisten in Ulster. De oude Ierse partij werd vrijwel weggevaagd. De leden van Sinn Féin weigerden plaats te nemen in het parlement in Londen en vormden hun eigen parlement in Dublin: Dáil Éireann.
In de loop van 1919 werd het steeds onrustiger. Steeds vaker werden er aanslagen gepleegd op Britse doelen. De Britten reageerden daarop met vergeldingsacties door het inzetten van troepen: de beruchte Black and Tans. De gewelddadigheden bereikten een hoogtepunt met The Burning of Cork. In Ierland zelf staat deze periode bekend als de Ierse onafhankelijkheidsoorlog.
In 1920 nam het Britse parlement een wet aan waarbij het eiland in tweeën werd gedeeld. Het noorden kreeg eigen zelfbestuur en behield een nauwe band met Londen. In het zuiden kwam een eigen parlement in Dublin, waarbij Zuid-Ierland een status zou krijgen vergelijkbaar met Canada en Australië.
De verdeling van het eiland was voor veel Ieren onacceptabel. Ook de status, waarbij een band bleef bestaan met Londen, ging velen niet ver genoeg. De wet werd daarom niet geaccepteerd en de onrust groeide uit tot een ware onafhankelijkheidsstrijd.
In het voorjaar van 1921 brak bij een aantal kopstukken van Sinn Féin het besef door dat langs militaire weg hun doel niet bereikt zou worden. Dat leidde tot vredesbesprekingen die in december resulteerden in een verdrag.
Door dat verdrag werd het zuiden de facto onafhankelijk, de Vrijstaat, hoewel er in naam een band met Londen bleef bestaan. Het verdrag betekende echter ook dat het zuiden akkoord ging met de creatie van een protestantse staat Noord-Ierland waarin de grote katholieke minderheid bewust tot tweederangs burgers werd gemaakt.
Hoewel Fianna Fáil zich zelf beschouwde als de meest republikeinse partij werd de Republiek in 1949 uitgeroepen door de coalitieregering onder John A. Costello. Daarmee werden ook formeel de laatste banden met Groot-Brittannië verbroken.
In 1973 werd Ierland lid van de Europese Gemeenschap

Wie kan het de Ieren kwalijk nemen dat zij protesteren tegen het bezoek van de Britse koningin aan hun land ?
(bron : Wikipedia)