Het planten van de levensboom van Eowyn

Planten van de levensboom van EowynPsalm 1: "Als een boom bij het water geplant!"
Wie niet dient, dient tot niets
Het planten van de levensboom van Eowyn
Planten van de levensboom van Eowyn
November en de week van de seniorenGroeien naar volheid van leven
In november vieren we steeds de seniorenweek die dan wordt afgesloten met het feest van de grootouders. Meer en meer gaat de laatste jaren de aandacht – ook van de politiek - naar de veroudering van de bevolking.
Velen denken dat de eerste helft van het leven ook de schoonste jaren zijn: een onbezorgde jeugd, de prille liefde, het eerste kind, succes in het beroep. Maar is dat wel zo? In Kana had men toch ook de beste wijn voor het laatst bewaard.
Het is een opgave voor de maatschappij om er voor te zorgen dat ook de “ouderdom” mooi kan zijn. Natuurlijk als men zich blind staren op de biologische leeftijd, dan roept “oud” bij vele mensen negatieve associaties op als staande aan de zijlijn van het leven, maar als men aandacht heeft voor de psychologische leeftijd dan kan een tachtiger jeugdiger van geest zijn dan vele veertigers.
Op de Nederlandse Televisie toonde men onlangs een honderdjarige kranige dame die leerde de computer en Internet te gebruiken “want je moet toch meekunnen met je tijd!”
Op hogere leeftijd loopt de motoriek van je lichaam weliswaar trager en je pas wordt voorzichtiger maar men kan dus nog met een frisse blik zichzelf ervaren en nieuwe mogelijkheden ontdekken.
Natuurlijk brengt ouder worden – vooral als meen zeer oud wordt – ook vragen mee: men moet bv. dikwijls afscheid nemen van een vriend(in) die verhuist of die overlijdt. Dat zijn weliswaar pijnlijke ervaringen zoals die oudere man die zei dat hij in straat eigenlijk niemand kende maar die op het kerkhof lagen kende hij allemaal.
Maar hoe de oudere mens wordt hangt voor een deel af hoe we naar hem kijken.
Wat zien we?
Alleen maar grijs haar, rimpels in het gelaat, lastig lopen?
Of tonen we interesse niet in wat ze hebben maar in wat ze zijn.
Ouderen hebben er nood aan dat er met hen gepraat wordt en geluisterd en dat ze nog meetellen.
Geven we hen het gevoel van een verloren voorwerp te zijn waar niemand nog naar zoekt, dan verkommeren ze.
Geven we hen wel de waardering en liefde waarnaar ze uitzien?
Zien we de ouderdom als een waarde en zegen, een mogelijkheid om – na een leven van werken – een stukje vrijheid te veroveren om dingen te doen waar men vroeger niet aan toe kwam, om nieuwe sociale contacten op te bouwen, nieuwe prioriteiten vast te leggen en nieuwe uitdagingen om iets zinvols te doen.
Een grootmoeder zie: “Als ik had geweten wat een vreugde mijn kleinkinderen voor mij zouden zijn, zou ik hen het liefst eerst gekregen hebben.” Heerlijk toch!
Bij het ouder worden gaat men beter zien wat echt belangrijk is, wat in het leven waarde heeft en zich, voor zover het kan, daarvoor inzetten.
Men gaat zich bevrijden van waardeloze dingen die men in de loop van de jaren heeft verzameld – opruimen noemt men dat – om zich te concentreren op dat wat ook thans nog waarde heeft.
We gaan dus andere prioriteiten stellen.
Meer dan in het verleden gaan we zien dat belangrijk is niet wat we hebben maar wat we zijn.
Dan wordt de herfsttij van het leven de tijd van de volheid.
Dat mogen we dan ook wensen aan al onze bejaarden in de seniorenweek.
Overgenomen uit ‘aktie 365’, driemaandelijks tijdschrift n°3, 2005. Uitgever: R. Loyens, Gent.
Het gelaat in de rotsDe knaap en de rots
Midden in de bergen lag een verloren dorpje, aan de voet van een geweldige rots, waarin de natuur het gelaat van een mens had uitgebeiteld, een koninklijk en goed mens.
Dat gelaat, reusachtig en beschermend, beheerste gans het omliggende, beheerste ook het kleine dorp, dat beneden rustte als een warm, nietig nestje.
Daar vertelden de mensen dat eens in het dorp een man zou komen, die sprekend op de figuur in de rots zou gelijken, en die een gouden rijk van vrede en geluk aan zou brengen.
Dat vertelden ze gaarne in donkere dagen, als nood en ziekte aan de deuren klopten.
In het dorp leefde een jonge knaap, die droomde over dat rijk en ernaar verlangde, en onophoudend bezig was met de grote, eenzame rotsfiguur. Altijd was ze bij hem, in zijn ogen of in zijn geest.
De mensen zagen hem staan in de deuropening van zijn huis, met de pink in de hoek van zijn mond, starend naar de rots. Midden in het spel werd hij plots stil, keek naar de figuur en glimlachte. Wat zal dat een mooie tijd worden als die man komen zal!
Hij groeide op, en over zijn aangezicht lag iets van de rust en de goedheid van het beeld waar hij vol van was.
En toen hij man was geworden, merkten de mensen dat hij de gelaatstrekken droeg van de man in de rots, en dat zijn ziel schoon en goed was als de droom waarover zij vertelden. En zij zagen dat hun verlangen vervuld was: er was een edel, koninklijk mens onder hen geboren, het gouden rijk van vrede en geluk was aangebroken.
Naar een verhaal van Nathaniel Hawthorne
Ooit hoorde ik dit verhaal vertellen. Later heb ik het herhaaldelijk naverteld. Op zeker dag bezorgde een vriend mij bovenstaande tekst. Hij was geschreven in oude spelling (bijvoorbeeld ‘mens’ werd nog ‘mensch’ gespeld!) en ik heb de tekst wat aangepast aan onze schrijfwijze.
Volgens mij is het verhaal met een enorme kracht in het vormingswerk. Bijvoorbeeld in vormingswerk voor ‘gelovigen’. Ben ik er ver naast als ik beweer dat de grondgedachte van deze tekst het volgende is: wie regelmatig het gelaat van Jezus bekijkt of de afstraling van Jezus’gelaat op zijn ‘heiligen’ d.w.z. die mannen en vrouwen die door het lange schouwen van het gelaat van Christus, dezelfde trekken van Jezus gingen vertonen. Mensen die dus ‘ge-heeld’ werden. Mensen die heel geworden zijn, tamiem, ‘uit één stuk’, kunnen de andere mensen en de maatschappij ‘helen’, heel-maken!
Om mens te worden moet je opnieuw geboren worden
Bomen zien en tekenen met André Van Laere (2)
Suzanne als onderschrift bij 'De storm op het meer''De storm op het meer en Jezus die over het water wandelt!' volgens
Mt 14, 22 – 33
Luister wij naar het lied ‘Suzanne’
Suzanne neemt je mee,
naar een bank aan het water,
duizend schepen gaan voorbij
en toch wordt 't maar niet later,
en je weet dat zij fijn gek is,
want daarom zit je naast haar
en ze geeft je pepermuntjes,
want ze geeft je graag iets tastbaars
En net als je haar wilt zeggen:
'Ik kan jou geen liefde geven'
komt heel de stad tot leven
en hoor je meeuwen schreeuwen,
Je hebt steeds van haar gehouden,
en je wilt wel met haar meegaan,
samen naar de overkant
en je moet haar wel vertrouwen,
want ze houdt al jouw gedachten in haar hand
En Jezus was een visser,
die het water zo vertrouwde,
dat Hij zomaar over zee liep,
omdat Hij had leren houden
van de golven en de branding,
waarin niemand kan verdrinken,
Hij zei: 'Als men blijft geloven,
kan de zwaarste steen niet zinken'.
Maar de hemel ging pas open,
toen Zijn lichaam was gebroken
En hoe Hij heeft geleden,
dat weet alleen die Visser aan 't kruis
En je wilt wel met Hem meegaan,
samen naar de overkant
en je moet Hem wel vertrouwen,
want Hij houdt al jouw gedachten in Zijn hand.
Suzanne neemt je mee,
naar een bank aan het water,
je onthoudt waar ze naar kijkt,
als herinnering voor later
En het zonlicht lijkt wel honing,
waaraan kinderen zich te goed doen
en het grasveld ligt bezaaid met wat de mensen zoal weg doen,
In de goot liggen de helden,
met een glimlach op de lippen
En de meeuwen in de lucht,
lijken net verdwaalde stippen,
als Suzanne je lachend aankijkt
En je wilt wel met haar meegaan,
samen naar de overkant
En je moet haar wel vertrouwen,
want ze houdt al jouw gedachten in haar hand.
Evangelie en lied beluisterden wij vandaag tijdens de afscheidsviering van dhr Luc Stevens. Vorige week was Luc nog een levenslustige jong man van 34 jaar jong, vol van dromen en plannen. Vandaag hebben wij hem naar zijn laatste rustplaats begeleid.
Bomen zien en tekenen met André Van Laere

Bomen zien en tekenen met André Van Laere
Tekenen naar de natuur waarborgt een lang samenzijn, op voorwaarde dat hij die het wil doen niet al te ongeduldig of al te virtuoos van wal steekt. Hij denke liefst niet te veel na over artistieke prestatie of bevrijdende zelfexpressie of religieuze verdieping of wat dan ook. Hij moet vooral kijken en daarna plaatsen. Wat dáár zo groot en in drie dimensies staat te prijken, moet hiér in het klein en in twee dimensies worden weergegeven. Dat is de spelregel.
Hoe zal ik beginnen? Misschien kan ik, heel omzichtig, met een reeks puntjes de omtreklijn op het rechthoekige blad aanduiden; opgelet, niet te dicht bij de randen, want gedurende het tekenen kan de bladertooi naar buiten zwellen, er moet dus ruimt overblijven. Die omtreklijk wordt vooral bepaald door de algemene ovaalvorm en door de uiterste takken daarlangs.
Dan is de stammenconstructie aan de beurt. Daarvan zijn, tussen het lover, slechts fragmenten te ontwaren. Eerst moet ik aandachtig de architectuur overschouwen, mij daarbij hoedend voor gezichtsbedrog. Wat ik niet zie, kan ik erbij redeneren of raden. Wat ik wél zie, zet ik volgens dezelfde verhoudingen met enkele schematische streepjes op de goede plaatsen.
Van de zo hooggeroemde scheppingsvreugde is vooralsnog niet bijster veel voelbaar. Wel ontstaat er een soort van hardnekkige spanning naar de voltooiing. Maar ook de verdere afwerking mag niet overijld geschieden. Wellicht is het nu beter met een aantal speelse lijntjes over de gehele oppervlakte de bladermassa’s tussen en over de zichtbare takstukken te omlijnen en aldus, rondzwervende over de diverse onderdelen, geleidelijk wat meer schaduw te leggen. Als de kruin, dank zij deze behandeling, tastbaarder volume begint te krijgen, kunnen ook stammen en takken wat duidelijker bijgewerkt en verdonkerd worden. Daarna schaatst de pen nog eens rond, vooral in het lommer van de bladerpartijen, dan weer over de takken, totdat wit en zwart op het papier ongeveer beantwoorden aan donker en licht van het model.
Stilaan begint de monumentale boom te leen en zijn geheimen mee te delen. Hij wordt steviger tussen het gras in de bodemgrond gevestigd. Hij is omgezet in mensentaal. Hij zet in het tekenboek en kan meegenomen worden. Wij hebben hem geannexeerd. Hij is geciviliseerd. Hij is bezworen.
André Van Laere
Bomen zien en tekenen
Gebedsdienst bij de begrafenis van dhr Luc Stevens- De steen -
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.
De stroom van een rivier hou je niet tegen.
Het water vindt er altijd een weg omheen.
Misschien eens gevuld van sneeuw en regen,
Neemt de rivier mijn kiezel mee.
Om hem dan glad en rond gesleten,
Te laten rusten in de luwte van de zee.
Ik heb een sten verlegd in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten,
Ik leverde 't bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
De stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.
(Bram Vermeulen)
Luc heeft in ons leven een steen verlegd, waardoor ons leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Als herinnering aan hem krijgen de aanwezigen, als ze naar voor komen om Luc de laatste eer te bewijzen, een wit steentje mee. Het is een symbool dat hij ook in ons leven aanwezig zal blijven.
Bomen kijken en tekenenHierboven zou ik de boom, getekend door André Van Laere, willen afdrukken. Indrukwekkend.
Een deze dagen hoop ik erin te lukken. Hieronder beschrijft hij het scheppingsproces
Bomen kijken en tekenen
Een boom is een individu, vooral als hij alleen staat, zoals hier, temidden vaneen gras veld. Hij heeft zijn eigen gestalte, zijn eigen bewegingen en zelfs zijn eigen inwendig leven. Deze is er een die zich weelderig ontplooit en onmiddellijk imponeert. Tegenover hem gaan zitten betekent: zeer klein worden. Toch doen wij het, bijna als een oefening in nederigheid. Deze vast gewortelde, traag groeiende en verder niets doende takkendrager daagt ons uit, nietige, haastige wezens.
Wij wennen niet aan zijn altijd eender geruis. Hij bestaat al zoveel langer dan wij, hij heeft zijn aanhechtingspunten in een andere, geschiedenisloze wereld, hij welft zich onverschillig over ettelijke mensengeneraties heen. Dit doet ons onwillekeurig duizelen. Hij schijnt ons te bedreigen, wij verliezen er weldra onze alledaagse zekerheid bij. Maar hij lokt ons eveneens naar zich toe, want hij is volmaakt en rustig en sterk.
Wie hem van naderbij wil leren kennen, neme tekenboek en pen en zoeke een geschikt contemplatiepunt uit, om hem over te brengen op het witte blad. De late avondzon zal zorgen voor licht en reliëf.
Wist u dat bomen spreken?!“Indianen die in nauw contact staan met de Natuur en haar Meester, leven niet in het duister. Wist u dat bomen spreken? Ja, dat doen ze. Ze spreken tegen elkaar, en ze spreken ook tegen u als u maar luistert. Maar blanken luisteren jammer genoeg niet. Ze hebben nooit naar Indianen leren luisteren, wat zouden ze dan naar de stemmen van de Natuur luisteren? Zelf heb ik van de bomen veel geleerd: soms vertellen ze van het weer, dan van de dieren, dikwijls ook van de Grote Geest.”
“Mijn volk en de blanken weten dat ik er niet aan denk om ook maar het kleinste stuk van mijn grond te verkopen, en ik wil ook niet dat de blanken de bomen omhakken, vooral de eiken niet. Ik houd erg veel van de eikenbosjes. Ik kijk er graag naar, omdat ze de stormen van de winter en de hitte van de zomer trotseren. Ze lijken op ons, want hoezeer ze ook bloot staan aan het geweld van weer en wind, ze krijgen daarvan ook kracht.”
“Alles wat beweegt, staat van tijd tot tijd hier en daar stil. Een vogel vliegt rond, maar hiér blijft hij een tijdje zitten om zijn nest te bouwen, en dáár om van het vliegen uit te rusten. Een man die op weg is, blijft staan als hij wil. Zo heeft ook de Schepper gepauzeerd. Een plaats waar hij zijn tocht heeft onderbroken, is de zon, de mooie, stralende zon. Ook bij de maan, bij de sterren en de winden heeft hij gestaan. Waar bomen groeien en dieren leven, heeft hij vertoefd, en een indiaan is die plaatsen indachtig, en stuurt zijn gebeden daarheen, om de plek te bereiken waar de Schepper gerust heeft, en om haar hulp en zegen te verkrijgen.”
Getuigenissen van Noordamerikaanse Indianen, opgetekend door T.C. McLuhan, Canadese antropologe, in: Wie der Hauch einen Büffels im Winter
Ook bomen zijn eindigLaat de bomen leven.
maar laat ze ook sterven als hun tijd is gekomen.
Laat dendrologen zieke bomen genezen.
Maar houd stervend ebomen niet in leven
tegen hun wet enwil,
met injecties en ijzeren hoepels om hun stam.
Oude mensen zeggen: Eens
stond hier de linde op het plein.
Ook dat is goed.
Ik ben geen meester over leven en dood.
Ook bomen zijn eindig.
Frans Cromphout
Bomen dringen zich niet op!Bomen dringen zich niet op!
Mensen vragen om je aandacht.
Zie je me? Hoor je me?
Wil je? Kun je?
Mensen wekken en prikkelen je,
dagen je uit.
Bomen dringen zich niet op. Ze zijn er
als alle zwijgende dingen,
water, aarde, steen en plant.
Ze vragen of willen niets van je.
Ze zijn er, als je oog ze nodig heeft
of je hand.
Daarom zijn bomen herbergzaam.
Vogels wonen erin.
En kinderen soms.
Tussen bomen wandelen.
Opgenomen zijn.
Rust vinden.
De gestalte van de boom verandert met de seizoenenMet de seizoenen
verandert zijn ( = de boom) gestalte.
Voor mij is hij het zuiverst boom in de winter:
naakt skelet,
boom tot zijn pure vorm herleid.
Met de seizoenen
verandert zijn relatie tot het licht.
Pril en speels het licht van het voorjaar
door nieuw groen en bloesems.
Hoog en ernstig de zomerzon
boven de volle kruinen.
Het wijkende, zinkende najaar
kleurt boom en blad en grond.
Het lage, schaarse winterlicht
rust op zijn lege takken.
Ik heb de donkerte nodig. Ik heb de hemel nodig!
De gestalte van de boom.
Zijn wortels. De donkerte waar alles begint.
Ik heb donkerte nodig, en
grond, diepte, slaap, onbewogenheid.
Zijn kruin. Reiken naar het licht.
Speling van twijgen en bladeren.
Ik heb de hemel nodig.
Hoogte. Licht. Bewogenheid.
De stam is ernst. Is kracht.
De zijtakken: spanning naar alle zijden.
Evenwicht van spanningen.
Eén keer per jaar is voldoende!
Eén keer per jaar is voldoende!Ik zou, denk ik, niet zoveel houden van boom
die “twaalf maal vrucht draagt, elke maand eens” (Apok. 22, 2).
Het is te veel.
Ik zou minder verwonderd zijn, minder dankbaar.
Eén keer per jaar is voldoende.
Dan ben ik weer diep met de tijd verbonden.
Waarom dragen 'macht'-hebbers lange kleding?
Fruit is geweldloos voedsel!Fruit is geweldloos voedsel
In de krant van las ik ooit, Mother Lea Provo,
stichteres van Seevapoor, bij Madras,
een dorpsgemeenschap in de geest van Gandhi:
“De aanleg van een tuin was één van de eerste dingen.
We plantten er fruitbomen in.
Je doet er niets aan
en toch vallen de vruchten, elk seizoen.
Je moet alleen je hand uitsteken.
Fruit is geweldloos voedsel.”
Alles heeft zijn tijd: dat leren ons de fruitbomen!In verzamel de bloesem van linde en vlier;
ik pluk de vruchten van kerselaar en pruimeboom.
Dan peren, de appelen.
De najaarswind slaat de okkernoten los:
ik raap de laatste vrucht van het jaar
uit het vochtige gras.
Nu komt de winter.
Alles heeft zijn tijd.
Zolang je er de kracht toe hebt,
moet je één keer per jaar in een appelboom klimmen.
Om te voelen hoe de boom gewillig loslaat
wat hij maanden lang heeft gedragen.
Om dankbaar te zijn en te zeggen dat het goed is.
Het bestaan is gezegend.
En als de oogst schraal is,
méér genieten van minder.