Naar de inhoud

beiaardmeise

Vrienden van de oude beiaard
akke.beakke.be

Archief

316 Kommunie M.N. Lettens

316 Aan mijn teergeliefde meter Maria-Nathalia Lettens

ter gelegenheid van haar Plechtige Heilige Kommunie
gedaan in de Sint-Annakerk te Koekelberg op 21 april 1918

Met een zuiver, rein gemoed.
Lof en danklied aangeheven.
Tot de bron van alle goed,
Tod de Schepper van het leven.
Lof ! den Heer, die ’t al behoort,
’t Lot van mensen en van volken
Kind en engelen ’t akkoord,
Zullen Zijnen lof verkonden.

Dank, ja, de goede God,
Vurig uit uw kinderharte
Voor ’t verkregen gunstig lot
En voor afgeweerde smarte.
Dank Hem, in uw ouders naam,
Voeg uw stem bij d’ engelenkoren
Want ’t is Gode aangenaam,
Kinders dankgebed ’t aanhoren.

Richt de blik ten hemel op !
Want het zijn beroerde tijden
’s Mensen dwaasheid t’ hoogsten top,
Zaaide ramp en druk en lijden.
Smeek hem, toch zo lief en teer
Tot hij ’t vaderhart bewogen,
Ziend’ op ons ellende neer
Wij zijn hulp verhopen mogen.

Stijgen voor Jehova’s troon,
Lof en dank en smeekgebeden.
Uit een hart zo rein en schoon,
Op een dag, zo groot als heden.
Dan, dan blikt de goede God
Over zijne kind’ren neder,
Brengt verzachting van ons lot,
En schenkt rust en vrede weder.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:14 Reageer op dit bericht

315 Ouders 50 jaar X

315 Ouders 50 jaar X

ter gelegenheid hunner vijftigjarige echtvereniging
13 november 1872 – 13 november 1922

Koor

Hoera, hoera voor ’t jubelend paar !
Dit is de kreet der blijde schaar
Van uwe kinderen en kindskinderen ;
En moge voor uw teeder hart
Toch nooit of nooit de minste smart
Het volle levensheil verminderen !

Vader, Moeder, heil en zegen
Dale van den Opperheer,
Als eene milde, frissche regen,
Over uwe hoofden neer !

Wat zoet genot te kunnen staren
Met jubelend hart, o Man en Vrouw
Als Gij vandaag, op vijftig jaren
Van nooit gestoorde liefde en trouw!…
U ook, o ouders werd geschonken
Uit ’s levens beker zoet en zuur,
Maar beiden hebt gij saam gedronken
En ’t schonk uw liefde kracht en duur.

Koor

Hoera,enz.

                        II

Wat zoet genot u zien te omringen,
O vader, moeder, door een kroost,
Wiens blijde stemmen heil u zingen,
En dat uw kroon is en uw troost !
Wat zorgen, angsten soms door grieven
Het teeder minnend oudrenhart !
O vader, moeder, maar wij lieven
U dubbel thans om al die smart.

                        Koor

Hoera, enz.

                        III

En onze wensen juichen, schallen,
En onze beden stijgen op,
Dat God uw heil met welgevallen,
Doe rijzen tot den hoogsten top :
Leef lang op aard nog ! Leeft geprezen
Door God en mensen te gelijk !
En mogen wij uw kroon eens wezen
Hierna in ’t zalig hemelrijk!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:54 Reageer op dit bericht

315 Gouden Juwelijkswens

315 Gouden Huwelijkswens

ter gelegenheid hunner vijftigjarige echtvereniging
13 november 1872 – 13 november 1922

Koor

Hoera, hoera voor ’t jubelend paar !
Dit is de kreet der blijde schaar
Van uwe kinderen en kindskinderen ;
En moge voor uw teeder hart
Toch nooit of nooit de minste smart
Het volle levensheil verminderen !

Vader, Moeder, heil en zegen
Dale van den Opperheer,
Als eene milde, frissche regen,
Over uwe hoofden neer !

Wat zoet genot te kunnen staren
Met jubelend hart, o Man en Vrouw
Als Gij vandaag, op vijftig jaren
Van nooit gestoorde liefde en trouw!…
U ook, o ouders werd geschonken
Uit ’s levens beker zoet en zuur,
Maar beiden hebt gij saam gedronken
En ’t schonk uw liefde kracht en duur.

Koor

Hoera,enz.

                      II

Wat zoet genot u zien te omringen,
O vader, moeder, door een kroost,
Wiens blijde stemmen heil u zingen,
En dat uw kroon is en uw troost !
Wat zorgen, angsten soms door grieven
Het teeder minnend oudrenhart !
O vader, moeder, maar wij lieven
U dubbel thans om al die smart.

                      Koor

Hoera, enz.

                        III

 En onze wensen juichen, schallen,
En onze beden stijgen op,
Dat God uw heil met welgevallen,
Doe rijzen tot den hoogsten top :
Leef lang op aard nog ! Leeft geprezen
Door God en mensen te gelijk !
En mogen wij uw kroon eens wezen
Hierna in ’t zalig hemelrijk!

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:11 Reageer op dit bericht

314 Huwelijkswensch

314 Huwelijkswensch aan Philibert Lettens  en Serafina Van Doorslaer

Het ware voorzeker een plichtje verzuimenis
Zoo niet op dees heilvollen dag
We blij en verheugd uw komst begroeten
Met wenschen lijk ’t hart ons vermag.

We wachtten zoo lang, we spraken gedurig
Aan van ’t bootjen, wat U bereidt
Waarin gij de Zee door, de zee van het leven
Te zamen uw levensdagen leidt.

Zoo gaat thans dit bootjen, al lachend aan ’t varen
Hoe schoon, ha, de zee in ’t verschiet ;
Geen windje van onheil, geen wolken ’t ontwaren
De Hemel met lust op u ziet.

De toekomst, ik weet het, voor niemand ligt open,
Maar kwam er dan ook ooit een smart
Het lied uwer vreugde, ’t zij voorspoed verstoren
Zoo beiden, verkloekt gij uw hart.

En beiden gesteund, in ’t werken, in ’t rusten
De handen in handen geschaard.
Zoo, weert gij den nood af en kweekt er de vreugde
Met al wat de deugd brengt op aard.

Dit zijn onze wenschen, dat de Hemel ze uitvoere,
Lang houde de Heer U te saam
In vreugdegenot, in heil en invoorspoed
Op ’t bootje met zegen belaan.

Lang leve Philibert Lettens !
Lang leve Serafina Van Doorslaer !
Lang leven Bruidegom en Bruid.

 

Wolverthem, den 26 Januari 1913

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:57 Reageer op dit bericht

313 Hulde aan de Heer Doktor Armand Rubens

25 jaar burgemeester van Zele
Redevoering uitgesproken door Mr J.B.Rosseels
in naam der Zelenaars van Brussel
2 oktober 1933

 

Doch zij minnen en zij eeren
Zij begrijpen en waardeeren
Al het schoone, al het goede,
door deze Burgemeesters macht
Hier in Zele tot stand gebracht.
En zij danken in gemoede.
Ach, het zijn zoo’n leuke gasten
Zij vergoeden voor de lasten
Vraag het aan de vrouwen maar,
Want geen mensch heeft ooit beschreven
Welk genot men kan beleven
met een echten Zelenaar.

 

Hoog de harten, hoog de geesten
Wijl we dokter Rubbens feesten
Immer voor het goede voorwaerts
Zegenend zal God u sterken
Voor uw volksverheffend werken
Spijts de kwaden en de lauwaerts
’t Is de harte kreet van vele
Leve Rubbens, leve Zele.
Binnen vijf en twintig jaar
Komen wij nog eens te gader
Gij nog steeds als Burgervader
Wij met onze Zelenaar !

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:14 Reageer op dit bericht

312 Omdat ik bakker ben!

312 Omdat ik bakker ben !

            Zangwijze : “Omdat ik Vlaming ben “

            Woorden van onze vakgenoot Jef Lettens van Meysse

Waarom ik onze Gilde min
Met hart en ziel en vrij van zin,
Zeg dat ‘k geen andere erken ! (2X)
            Omdat ik bakker ben ! (3X)

 

Waarom ik bij mijn stillen haard
Den geest der vaadren heb bewaard
Mij aan geen vreemden bluf gewen ? (2X)

            Omdat ik bakker ben ! (3X)

 

Waarom ik aan mijn kindren leer :
“Hou ende trou” – gelijk weleer !
Blijf steeds in wel en wee met hen ! (2X)

            Omdat ik bakker ben ! (3X)

 

Waarom ik ondanks dwang en druk,
Mijn vreugde zoek en mijn geluk,
Bij hen, die ik als vrienden ken ? (2X)

            Omdat ik bakker ben ! (3X)

 

OMDAT IK BAKKER BEN “BAK IK MET PURATOS”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:06 Reageer op dit bericht

311 Je vous présente Mr. Grewez

311 Je vous présente Mr. Grewez

au nom de tous les boulangers (met de hulp van Phil)
que vous avez si bien servi
ce petit cadeau que voici
Cette montre vous rappellera
que bientôt l’ heure sonnera
l’ heure du boulanger patron
si ardemment nous travaillons

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:10 Reageer op dit bericht

310 Het oordeel van Sinte - Pieter

310 Het oordeel van Sinte - Pieter

Gevolg aan het artikel “Peper en zout” brief aan Bolle voor de
Zwijgende Denker – zie Koorrnbloem – augustus 1926.

Daar stonden voor het hemelhof        
De kleren vol van slijk en stof.
Met steenkoolzwart geweten
Het drietal dat zoo wonderbaar
Bijna aan ’t Grimbergsche gevaar
Ontsnapt was, ’t is geweten…

De man die zich een denker noemt
En daaglijks op zijn zwijgen roemt
Heeft het in ’t lang beschreven.
Verwaandheid zit hem in het lijf.
Hij babbelt als een koffiewijf,
Dat zat is, om ’t even.

Ze stonden, zôô hij zegde daar
En voor het dreigende gevaar,
“Het oordeel van Sinte Pieter”.
Geraakte zijne vastheid zoek
Er viel iets achter in zijn broek
En ’t ging daarom niet beter.

Doch zie, daar kwam Sint Pieter af.
Eenvoudig leunend op zijn staf,
Sprak : jongens zet u neder.
’t Was lastig voor den denker, doch
De schrik gaf moed, hij deed het toch…
En kreeg zijn praatzucht weder.

Hij sprak tot Sinte Pieter, zie
Ik ben de beste van de drie
‘k Bedreef nooit geene zonden. Terwijl die twee, zeg hoe ge ’t vindt ?
Het zeiltje hingen naar de wind,
Er steeds profijt bij vonden.

Zo ging het in één adem door,
Tot hij de kluts geheel verloor,
Wijl Bolle en Adam stille,
Van ’t plechtig ogenblik bewust
Zich onderwierpen heel gerust,
Aan Pieters heilige wille.

Toen kwam Sint Pieter aan het woord,
Sprak, jongen het is ongehoord,
Zo nutteloos te praten,
Ik weet er immers alles van
Gij spot slechts met u zelven man,
En raaskalt als verwaten.

Is Bolle soms een beetje rauw
En bleven zij niet altijd blauw.
Of streelden zij der meiden kin
Was Adam lid van ’t Komiteit
En schippren beiden met ’t beleid,
Daar zien wij geene zonden in.

Toen ik nog vischte op garnaal
Dan was ik ook wel eens…
’t Is ’t kenmerk van goede zielen.
En meiden,…die weerstond ik niet,
‘k Was altijd een der eerste, ziet,…
Die in hun strikken vielen.

‘k Herinner mij dat ik ne keer
Gelast door Onze Lieve Heer,
Om visch en brood te delen.
Ik had toen ook het beste paart
Heel vriendelijk voor mij bewaard
Ik wil ’t u niet verhelen.

En wat ik heel verstandig vind
Is ’t zeiltje hangen naar de wind
Wil men zijn boot niet stranden.
Had ik het niet perfekt gekend
Dan kreeg ik nooit mijn beste vent,
De hemelpoort in handen.

De politiek van liberaal,
En evenzo van klerikaal,
Die zijn reeds lang versleten.
Geen mens die er nu nog van wilt,
Daaraan talent en tijd verspilt
Dat moest ge toch wel weten.

Wees Kristen, Vlaming, democraat,
Zo dient gij God en volk en staat,
Tracht daarin uit te blinken.
En trek nu maar algauw naar huis,
Doe in UW broek de grote kuis,
‘t Begint begot te stinken!…

Grimbergen, hondsdagen, 1926

 

Bolle Verbuyck= Hendrik Lettens (bakker en broer van Jef en Fil). Fil was hier bakkersgast. Hendrik verbleef in het pension in Grimbergen.
Hij bakte ook in Grimbergen voor de paters. Hij was liberaal, maar liet ze vallen omwille van de paters. Afrekening in De Koornbloem. Dit pamflet werd huis aan huis verstuurd.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:28 Reageer op dit bericht

309 Ma Normandie

De St.-Elooistoet trok door het dorp langs de kerk.  Het beiaardrecital was echter reeds voorbij.  Volgend jaar moeten wij zorgen dat de beiaard speelt als de ruiters voorbij komen (12.30 u.)

Quand tout renaît à l’ espérance

Et que l’hiver fut loin de nous ...

 

Jos Lettens zong dit voor zijn dood. Dit werd opgenomen op video.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:33 Reageer op dit bericht

308 De Vlaamse banneling

Beiaardrecital op 1.12.2013 n.a.v. St.-Elooi

308 De Vlaamsche banneling

                        Wijze : Ma Normandie

Als alles weer vol lust en leven,
Vol kleurenpracht herboren wordt.
En zephirs door de hagen zweven
En zonneschijn weer weelde stort.

Wanneer uit vreemde, wilde streken,
De zwaluw ’t oude nest hervindt.
Voel ik mijn smachtend harte breken,
En ‘k word weemoedig als een kind.

Dan dwaalt mijn geest in droomgedachten
Terug naar ’t lieve landekijn
Waar lentezon en zwoele nachten
Een paradijs aan ’t scheppen zijn.

‘k Bereisde ’t Zuiden en het Noorden
Doch vond op aard geen plekje grond
Zoo schoon, zoo lief, als Vlaandrens oorden
Daar was het dat mijn wiegje stond.

Waar we ook het schone zochten
In kunstpaleizen rijk en fijn
We vonden Vlaamse kunstgewrochten
Waar vreemde naties fier op zijn.

Gij hadt reeds in de Middeleeuwen
De hoogste trap der kunst gemaakt.
O Vlaamse mannen, Vlaamse leeuwen,
Gij hebt de wereld schoon gemaakt.

Ik zie, ik zie in ’t schemerduister,
Van ’t lang verleden sterk en groot.
Die trotse steden in hun luister
Waaraan de wereld schatting bood.

Ik zie ’t Venetië van het Noorden
‘k Zie die van Gent ten strijde gaan
Ik hoor de taal der Scheldeboorden
En klokke Roeland storme slaan.

Er grijpt een eindeloze smarte
De moegestreden balling aan
Die met de wanhoop in het harte
Zijn offer ziet verloren gaan.

Treft hem de dood, in vreemde gouwen
Eer gij uw fierheid wedervindt
O Vlaamse mannen, Vlaamse vrouwen
Heeft hij u dan te veel bemind ?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:04 Reageer op dit bericht

Meer van beiaardmeise

↑ Terug naar de berichten