Naar de inhoud

beiaardmeise

Vrienden van de oude beiaard
akke.beakke.be

Archief

307 Mijn dorpje

Mijn dorpje

Er staan in ’t dorpje dat ik ken
Sinds mijne prilste jeugd
Nog steeds dezelfde huisjes, en
Er heerscht dezelfde vreugd.

Die huisjes staan daar neergepland
Zoo schilderachtig net
Als werden zij door Godes hand
Er op hun plaats gezet.

De muren zijn zoo hagelwit
De daken vurig rood
En achter ieder venster zit
Een oudje, spijts de dood.

Ginds op de brokkelstenen trap                       oud huis van Kestens in Imde (huis?)
Daar spelen met den vleet
Er kinderen, zo vlug, zo rap,
Die denken aan geen leed.

Wijl vader, kalm en onverpoosd
Zijn zware taak verricht
Wijl moeder lief, voor man en kroost
Vervult haar grote plicht.

Terwijl het oudje zich verblijdt
In ’t zorgeloos kinderspel
Terwijl de jaren en de tijd
Vervliegen even snel.

Blijf ’t dorp getrouw, zijn oude trant
Zoo schilderachtig net
Als werd het er, door Godes hand
Op zijne plaats gezet.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

306 De uil

306 De uil

Een uil die werd verliefd van zin, oe, oe.
Hij droomde van een nachteling, oe, oe.
Hij sprak meteen zijn liefje aan.
Ik wil met jou door ’t leven gaan
Oe, oe, oe, oe , oe , oe.(bis)


Ze beet verlegen op haar poot, oe, oe.
Een blos die kleurd’ haar wangen rood, oe, oe.
Ze zei niet nee, ze zei niet ja.
Verwees hem naar haar eerpapa.
Oe, oe, oe , oe, oe, oe. (bis)

De vrijer was van zessen klaar, oe, oe.
Hij bood zich aan bij d’ uilenvaar, oe, oe.
Doch spottend met zijn zielsverdriet.
Sprak d’oude heer : ge krijgt ze niet.
Oe, oe, oe, oe ,oe, oe.(bis)

De eerste uil van mijn geslacht, oe, oe.
Is op een kerkmuur groot gebracht, oe, oe.
Mijn dochter is dus van natuur.
De fijn voor uilen uit de schuur,
Oe, oe, oe, oe, oe, oe.(bis)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:58 Reageer op dit bericht

305 De boer

305 De Boer

Hij is geboren op het land
En heeft er zijne wone.
Zijn leven is eraan verpand.
Natuur is hem zo schone.

Zo klinkt de leuze die
door vader werd gegeven.
Bewerk uw akker en wees vrij.
In al uw doen en streven.

Buig rug en knie voor God alleen.
Hij zij uw licht, uw baken.
En laat het stormen om u heen.
Geen onheil zal u raken.

Wie trekt door klei en dorre zand
De rijk bemeste vore.
Schept nieuw en vruchtbaar akkerland ?
In velden, golvend koren.

Wie is het die vol pracht en sier ?
Doet plant en bloemen groeien.
Die op de wilden Eglantier,
De mooie roos doet bloeien.

Hij ruilt die voor geen steedse pracht
Tot zijne laatste stonde
Met paard en ploeg in mannenkracht
Er boven of ten gronde.

Wie is die groote kunstenaar
De man van ploeg en spade
Hij die natuur haar werk verlicht
Is boer bij Gods genade.

Zoo klinkt de leuze die
mijn vader bij ’t verscheiden heeft gegeven
Bewerk uw akker en wees vrij
In al uw doen en streven.

Jef Lettens

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:58 Reageer op dit bericht

304 't KLooster

Beiaardbespeling op 1 november om 9.30 u.?!
Beiaardconcert op zondag 1 december om 11.30 u.!???


304 't Klooster

Kom vrienden luistert naar mijn lied.
Wat ik u zal gaan verhalen.
Wat er in Antwerpen is geschied.
Al over twintig jaren.
In het gas, in het gas…
In het gasthuis viel van pas
Waar Chassé, waar Chassé, waar Chassé nog meester was.
Van joep, joep, joep tiralala (bis)
Waar Chassé, waar Chassé, waar Chassé nog meester was.

 Er wierd in ’t gasthuis eens verteld.
Dat ’t ministerie ging expireeren
Al de nonnen heel ontsteld
Riepen : ze gaan bombardeeren
En van schrik, en van schrik.
En van schrik, zoo kregen zij
Allebei, allebei, allebei de schijterij
Van joep, joep, joep tiralala (bis)
Allebei, allebei, allebei de schijterij.


Kom vrienden luistert naar mijn lied.
Wat ik u zal gaan verhalen.
Wat er in Antwerpen is geschied.
Al over twintig jaren.
In het gas, in het gas…
In het gasthuis viel van pas
Waar Chassé, waar Chassé, waar Chassé nog meester was.
Van joep, joep, joep tiralala (bis)
Waar Chassé, waar Chassé, waar Chassé nog meester was.

 Er wierd in ’t gasthuis eens verteld.
Dat ’t ministerie ging expireeren
Al de nonnen heel ontsteld
Riepen : ze gaan bombardeeren
En van schrik, en van schrik.
En van schrik, zoo kregen zij
Allebei, allebei, allebei de schijterij
Van joep, joep, joep tiralala (bis)
Allebei, allebei, allebei de schijterij.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:52 Reageer op dit bericht

303 Getweeën


303 Getweeën

Van in den vroegsten tijd, zoo ‘k meen
‘k Heb dat in boeken al gelezen
Sprak Adam, toen hij was alleen
Dat hij ’t niet langer meer kon wezen
Hij had in ’t geheel geen tijdverdrijf
En ging daarvan zijn nood gaan klagen
Hij wou bij hem een mollig wijf
En die ging hij den schepper vragen
Hij kreeg die en hij was getweeën !
Getweeën ! Getweeën !
…
Getweeën ! Getweeën !
Tot Adam met Eva mee
Getweeën ! Getweeën !
In den appel beet, zoals men zei
Getweeën ! Getweeën !

En zie ! Ik lieg er ook niet om
’t Is ook bij mij lijk bij u allen.
Bij oud en jong, bij recht en krom
’t Zijn al wonderlijke gevallen.
Vraag aan den Turk of Baviaan
Eene van ’t Noord of eene van ’t Zuiden
Of hij alleen zou kunnen bestaan
Hij zal zeggen in korte woorden
Geen vreugd vond men op d’ aarde dan
Getweeën ! Getweeën !
‘k Ben nooit gelukkiger dan als ’t kan.
Getweeën ! Getweeën !
Vraagt aan de vrouw en aan den man.
Getweeën ! Getweeën !
Had het huwelijk anders waarde dan
Getweeën ! Getweeën !

Ja, zelfs een dier is niet tevree
En zou ook niet lang blijven leven
Was ’t niet dat zij ook zijn getweeën
Om aan elkaar vriendschap te geven.
Van de grootste tot het kleinste beest
Van olifant tot vlieg genomen
Dat verheugt zich al om ter meest
En zijn voor elkaar ingenomen
Zie maar eens duiver en duivin
Getweeën ! Getweeën !
Trekken te zaam hun nestjen in
Getweeën ! Getweeën !
Liefkozend en heel blij van zin
Getweeën ! Getweeën !
Bieden zij elkaar de zoetste min
Getweeën ! Getweeën !

En ziet nu eens een minnend paar
Hoe ’t voor elkaar is ingenomen
Ze hebben niets dan van malkaar
Des nachts de zoetste dromen
Des avonds gaan z’ een wandeling doen
Zo arm in arm de twee beminden
..
’t Genot der liefde te gaan vinden
Al zuchtend gaan zij ook ik meen
Getweeën ! Getweeën !
Des avonds in de maneschijn
Getweeën ! Getweeën !
In d’ eenzaamheid zoo gansch alleen
Getweeën ! Getweeën !
Hoe gelukkig moet dat ook niet zijn
Getweeën ! Getweeën !

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

302 Het schrijven vertrok en het antwoord kwam

 302 Het schrijven vertrok en het antwoord kwam

Aan pa die den brief van de besteller aannam
Opende koortsig d’ enveloppe … liep haastig naar binnen
En toen kwam den volgende brief voor de pinnen.

 Mijnheer, … in antwoord op uw schrijven,
Dient dat ik niet wil achterblijven,
In ’t vervullen van mijn plichten de eere,
En je dochter, door een huwelijk wil rehabiliteere,
U ziet dus dat ik niet het minste eergevoel mis..
Maar … schrijf mij per omgaande … welke dochter het is.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:08 Reageer op dit bericht

301 Het liedje van de Hasseltberg

          301 Het liedje van de Hasseltberg
Wijze : Dokter Grijzenbaard.

 Wie kent er niet den Hasseltberg ?      Peleman ?
Wat daar gebeurde was wel erg !
Een ogenblik bleek de kapel
Van Sint – Elooi niet meer van tel !

 Refrein : Hoppe – hoppe – haver – hooi !
            Leve Sint – Elooi !

Want die van Meise (wat een spel)
Vergaten Sint – Eloois kapel !
Ze gunden Hasselt zelfs geen mis !
Toen werd het oorlog en ’t zat ...mis !

 Er werd met recht geprotesteerd !
En gauw naar Hasselt weergekeerd !
Daar liet men Sint – Elooi niet los !
Fil Lettens bleek ‘ne slimme vos !

Sindsdien is ieder weer akkoord.
En ieder houdt zich aan zijn woord.
Viert Sint – Elooi ! Viert eensgezind !
Ook Meise is met ons bevriend !

 Gij allen die dit liedje hoort !
Viert dus maar verder ongestoord !
Viert Sint – Elooi in zijn kapel !
Want Hasselt is weerom van tel !

N.B. De twee eerste regels van elke strofe worden telkens gevolgd door : Wizze – wizze – wis – bom – bom.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:19 Reageer op dit bericht

300 Dat is geen kunst

300 Dat is geen kunst

’n Concert bij te wonen :                        dat is geen kunst;
zich kunstenaar tonen :                          “
’n compositie schrijven :                         “
Maar wakker kunnen blijven :              zie dat is een kunst.

 ’n Kieken imiteren :                                  dat is geen kunst
Het kakelen afleren :                               “
Rondlopen langs heggen :                                  “
Maar zelf eieren leggen :                                    zie dat  is een kunst.

 Met ’n auto rijden :                                  dat is geen kunst
De koeien te weien :                                “
In de stad te promineren :                                 “
Maar een vlooi goed scheren :             zie dat is een kunst

Van een meisje houwen :                                   dat is geen kunst
Daarna met haar trouwen :                   “
Zich als vader te prijzen :                                   “
Maar dat te bewijzen :                            zie dat is een kunst.

’n Klein land binnen rukken :                dat is geen kunst
Dit volk dan verdrukken :                                  “
In parade marcheren :                            “
Maar het kanaal dan passeren :                       zie dat is een kunst.

 ’n Vat bier ineens afdrinken :                dat is geen kunst
Naar den drank te stinken :                   “
Zijn vrouw dan doen kijven :                “
Maar nog nuchter kunnen blijven :     zie dat is een kunst

 Honderd kilo’s te drukken :                   dat is geen kunst
Een hoefijzer krom rukken :                  “
Met gewichten jongleren :                     “
Maar uw schoonmoeder dresseren :  zie dat is een kunst.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:04 Reageer op dit bericht

299 Jan moest gaan witten

Jan moest gaan witten

Verleden zondag na de noen
Toen Jan zijn dutje wou gaan doen
Sprak moeder vrouwe ;
Ons huisje is hoog tijd gewit,
De muren zijn zo zwart als git
’t Ziet al zoo grauwe.

En Jan,als ne perfecte vent
Dat is door heel de buurt gekend,
Sprak : op mijn rugge
Haal ‘k morgenvroeg, voor dag en dauw
Een emmer kalk, naar ’t dorpje gauw
Zoo vliegensvlugge.

Doch ’s morgens vroeg, ’t was naar de maan
Van al de kraaien, van den haan
Hoort hij geen ziere.
En toen hij eindelijk wakker schoot,
Dan sloeg de huisklok, kalm en stout
Reeds tweemaal viere.

 Hakkelt die ros, of slaat ze goed
Zegt onze Jan en springt met spoed
In broek en blokken.
De fiets op en naar ’t dorpje heen
In alle haast, zoo rap als geen,
Is hij vertrokken.

 Doch Jan-man wikt, en God beschikt
Hij komt in ’t dorp bijna verstikt
Door stof en hitte
Springt gauw een ijzerwinkel in,
En roept , maakt spoed , tot de bazin
Ik moet gaan witte.

Doch blond van Moortgat is zo fijn
Een kameraad, die er mag zijn,
Kwam ondertusschen
’t Werd noen en ’t werd avond laat,
Toen leek Jan, als hij kwam op straat,
Een schrik der musschen.


Hoe hij het ’t huis heeft klaargespeeld
Dat heeft de brave nooit verteld.
En moeder vrouwe
Die is zo goed, dat van ’t geval
Zij nimmer iets verhalen zal,
Da’s echte trouwe.

Maar sinds heeft Jan een vroomen schrik
Van blond, Pallieter en lambik
Zelfs met dees hitte,
Drinkt hij geen bier en antwoordt stil
Aan die hem iets betalen wil
Ik moet gaan witte.
Jef Lettens

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:54 Reageer op dit bericht

298 De zedepreker

298 De zedepreker.  De grote lantaarn.
1ste

De jongen Haarmann.-doet de ontdekking dat er in hem een Übermensch steekt.
Zulks gebeurt in een weide van Baetens kort tegen de groote laan.  Hij heeft niet opgemerkt dat een oude herder, wiens schapen het mager gras langs de kasseien afgrazen , achter een struik te rusten zit en zonder het te willen alles heeft afgeluisterd.

Deze herder ..;

Gij die voor anderen, ongenadig zede preekt
Vergeet waar ’t ezelsoor door al de mazen steekt.
Weet wel, als eenen aap wil klimmen in het spriet
’t is dan alleen dat men zijn naakte billen ziet

 Ik voel in mij een gloed, een licht, een vuur ontsteken.
‘k Zie alles helder klaar, geen menselijke gebreken
hebben nog vat op mij, uit mijn verlicht gemoed
Straalt heldere wetenschap. ‘k Breng het mijn volk te goed.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:30 Reageer op dit bericht

Meer van beiaardmeise

↑ Terug naar de berichten