Naar de inhoud

De tachtigers

een allegaartje van proza en poëzie
akke.beakke.be

Archief

Anders

Anders dan anderen

 

Oh, zeg mij, mijn Ziel, waarom ik anders ben dan anderen

en waarom anderen mij willen veranderen

tot ik gelijk ben aan hen!

Het is zo goed om weg te glijden op de kleur van ranke regenbogen

in het dansend water van fonteinen…

Het is zo goed om weg te dromen in de geur van magnoliabomen

waarvan de bloesems in het zonlicht deinen…

Oh, zeg mij, mijn Ziel, waarom mijn oog, mijn oor, mijn denken

steeds naar het ijle zwenken

waarin ik vind de kleur van bonte bloementooi

waarin ik vind de geur van het vers gemaaide hooi

waarin ik vind zoveel geschenken!

Het is zo goed te gaan in goudenregenregen

over witbewolkte wandelwegen

langs lege droomkastelen

voorbij de hoge horizon

waar elfen en kabouters spelen

waar eens Doornroosje aan haar spinwiel spon

waar feeën wuivend wenken.

Oh, zeg mij, mijn Ziel, waarom ik wil plukken het fonkelend kristal

uit een bevroren waterval

waarom ik mij zo diep wil bukken voor de stille sterren van het heelal

waarom ik mijn vleugels moet verbranden

in de zoektocht naar geheime landen

ver voorbij de zilveren maan en gouden zon.

Waarom mijn lippen dorsten naar een bron

vol diamantbezette dauw.

waarom mijn blik zich vastzuigt aan het blauw

van de baltsende pauw.

Waarom ik wil rusten

op vogelvleugels in volle vlucht

waarin een zucht

van de wind is gevangen

en mijn vragend verlangen

landt op ongrijpbare kusten!

 

Ach, mijn Ziel, laat al die vragen maar vervagen

tot louter stof in zonneschijn.

Ik zou toch geen ander willen zijn.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 13:47 1 reactie Reageer op dit bericht

Vondst

Vakantiehuisje.

 

Jozef stapte uit de bus. Een eenzaam bushokje liet zien dat hij nog in de bewoonde wereld was.

Cor, de verhuurder van het vakantiehuisje, zou hem komen afhalen.

Jozef had hem zijn nogal moeilijk verleden opgebiecht.

 

Prachtige ligging aan het het strand’, had Cor geantwoord.

‘Duinen waar je uren in kunt dwalen. Je naaste buur is een onbemande vuurtoren. Geen mens zal je storen. Geen telefoon of televisie. Wel elektriciteit, een douche en verwarming.’

Jozef had zich geen minuut bedacht. Daar wilde hij heen. Hij had genoeg van de wereld met  zijn ongemakken. Hij verlangde naar vrijheid en frisse lucht.

Na een zwijgzame rit met paard en wagen was het huisje eindelijk in zicht gekomen.

‘Ik kom af en toe eens langs. Hier ligt de sleutel. U hoeft voor mij niet thuis blijven. U kunt gaan en staan waar en wanneer maar U wilt.’

Met deze woorden klom de man in zijn wagen en verdween.

Jozef voelde zich de koning te rijk. Koffie stond klaar. Verse broodjes lagen op  tafel. Het was te mooi om waar te zijn.

Jozef genoot met volle teugen van zijn nieuw leven. Hier wilde hij blijven tot het einde van zijn dagen.

Op een dag vond hij een manuscript.

Jozef begon te lezen. De thriller boeide hem tot en met de laatste bladzijde. 

 

Cor besteedde er weinig aandacht aan.

‘Zeker achtergelaten door de laatste huurder. De man is helaas overleden.’

 

Het manuscript bleef Jozef achtervolgen.

Wilde plannen raasden door zijn hoofd. 

Hij, Jozef, de mislukte schrijver, had een schat in zijn handen.

Tegenslagen die hij had moeten incasseren hadden hem agressief gemaakt. Een uitgever moest het ontgelden. 

Zeven jaar cel had zijn schrijverscarrière opgebracht.

Jozef werd een gevierd auteur. De centjes rolden binnen. Ook mensen van de pers, directies van talloze uitgeverijen, uitnodigingen voor lezingen, verzoeken om op beurzen het populaire  boek te komen signeren. 

Jozef kende geen rust meer.

De eigenaar van het huisje lachte in zijn vuistje. 

Zijn geesteskind lag in alle boekwinkels. 

Dat was voor hem voldoende

Hij was al beroemd en rijk genoeg.

Hij verlangde naar vrijheid en frisse lucht.




Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 16:11 Reageer op dit bericht

Pasen

Pasen

In mijn stadstuin van vijf meter op zeven

bloeit deze dagen het nieuwe leven

in de vorm van een gele narcis.

Door de wind wiegt hij zacht heen en weer.

Het lijkt een lieve groet, keer op keer.

In mijn stadstuin van vijf meter op zeven

probeer ik ondanks alles, verder te leven

alsof er niets aan de hand is!

 

In mijn living van vijf meter op zeven

staar ik deze dagen naar het beven

van een land onder oorlogsgeweld.

De tévé braakt gruwelbeelden uit.

Spuwt ze ruw en brutaal in mijn leven.

Clusterbommen schuren mijn huid.

Raketten scheren rakelings langs mijn wezen.

Een weerloos mens tussen machten gekneld!

Ik zit verwezen.

 

In mijn stadstuin van vijf meter op zeven

geeft de gele bloem kleur aan mijn leven.

Een vlam van HOOP in dit dom bestaan

waarin mensen doden om geld en macht.

Niets geleerd van het verleden…

Pasen is gebracht..

Een nieuwe lente, een nieuw geluid.

In mijn stadstuin heb ik stil gebeden:

'Laat alstublieft 'vrede' op aarde ontstaan;'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 13:01 1 reactie Reageer op dit bericht

Pa' haas.

Pa’s haas.

Op een dag kwam vader na een wandeling door het bos terug met een klein konijn. De oren waren lang, het vachtje zacht en zijn neusje snuffelde aan mijn handen. En toch, het was een beetje vreemd konijn.

’Zorg goed voor deze kleine haas’’, zei Pa. En denk eraan, het is mijn haasje. Ik heb hem gevonden.

Als hij groot is brengen wij hem samen naar het bos’.

Het haasje groeide uit tot een prachtige haas.

Deze morgen brachten mijn vader en ik hem terug naar het bos. Ik zal hem missen.

Maar ja, hij was Pa’s haas.

 

.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 18:41 Reageer op dit bericht

Geslaagde fietstocht?

Inzending van een ultra kort verhaal. Ultra korte verhalen waarin men leert te schrappen om een lang verhaal in 99 woorden te vertellen bij Schrijven-on-Line.

Geslaagde fietstocht.

Met een mengeling van bewondering en afgunst kijkt Jeroen hoe zijn 2 jaar oudere broer Roger  zijn verjaardagscadeau showt. Zijn klasgenootjes strelen het zadel, betasten het stuur en knijpen liefkozend in de banden. Roger straalt van trots.

Na schooltijd vindt Jeroen het pronkstuk in hun garage.

Hij klimt erop en fietst onhandig de weg op. Dit is wel iets heel anders dan fietsen op zijn eigen rammelkast. Deze rijdt als vanzelf.

Als jij 10 jaar wordt, krijg je ook een nieuwe fiets, heeft vader hem beloofd.

Jeroen wil niet wachten. Hij wil hem nu.

‘Au!

Mijn hoofd!’

Pap?

Mam?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 00:00 Reageer op dit bericht

Vallen opstaan.

Schrijfopdracht: schrijf in 99 woorden een verhaal over een motto. Onderstaand kunt U het resultaat lezen...

Gevallen.

Ze zit achter de laptop. Haar hand rust op de muis. Ze mist inspiratie en kijkt naar buiten. 

De wind geselt  de takken van de bomenvoor haar huis die geduldig de kringloop van het leven volgen.

Regelmatig wordt een nieuw aquarel gevormd. Donkere twijgjes met zwellende knoppen tekenen zich ragfijn af tegen voorbijrazende grijze wolken. In een afwisselend patroon. Een vleugje zonlicht brengt af en toe wat  kleur.

Ze legt een verband tussen het aquarel en haar leven. Een leven met als motto: vallen en opstaan. Donkere takken geselden haar hart. Zonlicht deed haar hart verwarmen. 

Haar hand beroert de muis.  

Ze schrijft over vallen en opstaan.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 14:12 Reageer op dit bericht

Mesjogge

Het ultra korte verhaal van de week. Opdracht: schrijf een verhaal in 99 woorden met daar in woord 'mesjogge'.

Het zal nu fijn zijn aan de zee. De opkomende vloed zal het zand van mijn voeten spoelen. Zand dat ik meebracht van een wandeling door de duinen.

Het zal nu fijn in het bos. De geur van de varens en sparrenbomen zal mij omhullen en kalmeren.

Het zal fijn zijn om nu op een terrasje in de zon te zitten met een fris drankje om mijn dorst te lessen.

Het zal fijn zijn om daar een babbel te doen met mijn vrienden.

Ik moet toch wel mesjogge zijn om hier binnen te blijven om een UKV te schrijven.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 12:41 Reageer op dit bericht

Een late lente

Een laatste lente.

Liesbeth weet dat het afscheid ieder uur naderbij komt.

Urenlang zit ze ‘s middags aan zijn ziekbed. Te wachten op het onafwendbare einde van hun jaren een innig samenzijn.

Zachtjes streelt ze zijn gezicht met de donkerbruine ogen waarin vonkjes dansten als hij naar haar keek. Ze ziet dat ze dieper en dieper in de kassen zinken.

Ze neemt zijn koude dooraderde handen die haar ooit teder streelden in haar handen, tot ze warmte voelt komen.

 

Ze bidt tot de god van alle Godsdiensten. 

De God van haar jeugd is door de jaren heen een schimmige figuur geworden. Maar misschien willen de goden haar toch helpen de pijn van het afscheid te verzachten?

Ze kijkt door het venster naar de  kleine schapenwolken die vredig verder schuiven in een stralend blauwe lucht. Waar naar toe? Ze weet het niet. Misschien naar de hemel?

 

Het is het lente.

David hield zo van de lente. In zijn dagboeken die hij stipt iedere avond bijwerkte, stonden de datum en plaats waar in de voorbije jaren de eerste forsythia de nieuwe lente inluidde. Daar gingen ze dan naar toe. Zeven jaar lang.

Nu  bloeien ook de narcissen felgeel tussen het jonge gras. De statige magnoliabomen met hun lichtpaarse bloemschermen steken schilderachtig mooi af tegen een  teer blauw getinte achtergrond. Fragiele bomen zijn door hun kersenbloesem omgetoverd tot wit getooide ballerina’s, wiegend in de lentebries. 

‘Nog eenmaal de lente mogen zien’, was één van zijn laatste  wensen.

 

De uren van het sereen samenzijn worden plots wreed verstoord door zijn zoon en schoondochter. Ook zij wachten en praten over onbenullige dingen. Liesbeth wil dat ze zwijgen.Ze weet dat het de zieke ergert.

Na een slapeloze nacht heeft ze een besluit genomen. Ze gaat in het vervolg vroeg in de morgen naar het ziekenhuis.

Voor de deur van Davids kamer ontmoet ze de pastoor van het ziekenhuis. Toevallig had ze gisteren gehoord dat de pastoor vandaag jarig is. Hoewel ze nog nooit een woord met deze persoon gewisseld heeft, steekt ze in een impuls haar hand uit.

“Gelukkige verjaardag, mijnheer pastoor.”

Hij glimlacht verrast, pakt haar beide handen.

“Dank U, mevrouw en hoe is het nu met Uw man?”

Even weet ze niets te zeggen. Ze is verward omdat hij zo belangstellend is en David ‘haar man’ noemt. Volgens zijn geloof, dat vroeger ook het hare was, leeft ze in zonde. En nog wel met een Joodse man.

“Niet zo goed, mijnheer pastoor. De dokter heeft gezegd dat het voor alle dagen kan zijn.”

“Mag ik met U mee naar binnen?”

Nog meer verward door zijn  vriendelijkheid opent ze uitnodigend de deur.

David zit met met grote ogen zwart van angst, overeind.

“Hij is aan het sterven”, flitst het door haar heen. Ze snelt naar hem toe en neemt hem in haar armen. Drukt zijn hoofd tegen haar borst.

“In Uw armen wil ik sterven”, heeft hij meermaals gezegd. Zijn wens is verhoord.

Een Joodse man met aan zijn zijden een katholiek man en een wanhopig naar God zoekende vrouw.



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 21:32 Reageer op dit bericht

Oorlog

Oorlog

 

In mijn stadstuin van vijf meter op zeven

bloeit deze dagen het nieuwe leven

in de vorm van een gele narcis.

Door de wind wiegt hij zacht heen en weer.

Het lijkt een lieve groet, keer op keer.

In mijn stadstuin van vijf meter op zeven

probeer ik ondanks alles, verder te leven

alsof er niets aan de hand is!

 

In mijn living van vijf meter op zeven

staar ik deze dagen naar het beven

van een land onder oorlogsgeweld.

De tévé braakt gruwelbeelden uit.

Spuwt ze ruw en brutaal in mijn leven.

Clusterbommen schuren mijn huid.

Raketten scheren rakelings langs mijn wezen.

Een weerloos mens tussen machten gekneld!

Ik zit verwezen.

 

In mijn stadstuin van vijf meter op zeven

geeft de gele bloem kleur aan mijn leven.

Een vlam van HOOP in dit dom bestaan

waarin mensen doden om geld en macht.

Niets geleerd van het verleden…

Pasen wordt verwacht.

Een nieuwe lente, een nieuw geluid, liefst vrede.

In mijn stadstuin heb ik stil gebeden:

‘Laat alstublieft vrede op aarde ontstaan!’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 16:36 Reageer op dit bericht

Schuilen

Het is stil in de schuilkelder waar ik juist ben binnengerend, achtervolgd door fluitende kogels die me net niet hebben kunnen raken. Hals over kop ben ik zojuist mijn huis ontvlucht. Aan de buitenkant is mijn lichaam nog intact. Van binnen ligt mijn ziel aan flarden; mijn brein staat op tilt. De baby in mijn draagdoek is angstaanjagend stil. Te stil. De stilte in deze schuilplaats wordt niet door zijn gejammer verbroken.

Mannen, vrouwen en kinderen staren mij aan. Ik lees in hun ogen naast angst, mededogen. Aan mijn borst voel ik de warmte van mijn kind. Eén van de vrouwen komt naar me toe en neemt mijn zoontje van me over. Mijn ogen verblind door tranen kijken niet begrijpend naar de baby die zo stil blijft, naar de draagdoek, naar mijn bloes.
Er druppelt een rood vocht. En ik begrijp. Ik verbreek de stilte met een kreet, zo luid. 'Nee!'

Het 'nee' wordt weerkaatst tegen de vochtige, muren van beton en het beschermende plafond. Dringt binnen in de hersenen van de toch al radeloze mensen die hun handen tegen hun oren drukken. Hun ogen afwenden van het bloedende hoopje mens dat enkele minuten geleden nog als een kraaiende, lachende baby in zijn wiegje lag.
Ik ren terug naar buiten. Ik stik. Ik heb lucht nodig. De sirenes loeien oorverdovend en moordend. Het deert me niet. Ik wil niet schuilen. Waarom zou ik schuilen?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marijcke om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van De tachtigers

↑ Terug naar de berichten