Woensdag 13 september 2006
Een Herfstbloemstuk.
Men bouwt het bloemstuk op vanuit een schotel in vierkantvorm.
Kleef een oasishouder in het midden van de schotel.
Snij het steekschuim ( oasis ) over de lengte in twee gelijke
delen, en prik één deel in de lengte op de houder.
Vul de kom verder op met de oasis; gebruik tandenstokers
voor de hechting aan het opstaande steekschuim.
Bekleed de bovenkant van de ( rechtstaande ) oasis met bladeren
van de aucuba.
In de zijkanten prikt met het graan.
De graanstengels snijden op dezelfde lengte, zodat de aren gelijk boven
de oasis uitkomen.
Elke stengel vastprikken in de oasis ( op dezelfde hoogte ) met naalden
op ongeveer 7 cm. van de aren en op 7 cm. van de bodem totdat
de volledige oasis is bedekt.
Tussen de graanstengels steken we takjes hortensia's, waardoor de
naaldkoppen niet meer zichtbaar zijn.
Dit bloemstuk kan weken behouden blijven daar hortensia's
uitstekend geschikt zijn als droogbloem.

Tarwe is ook een van de oudste gedomesticeerde planten.
De domesticatie vond waarschijnlijk ongeveer 10.000 jaar geleden plaats in
het Missen-Oosten en Afrika van Syrië tot Kasjmir en naar het zuiden tot in Ethiopië.
De ontstaannwijze van gewone tarwe of broodtarwe is waarschijnlijk als volgt gegaan:
De eenkoorn ( tarwesoort ) heeft zich gekruist met een wilde grassoort .
Vaak zien we bij kruisingen tussen soorten dat er geen fertiele planten ontstaan doordat de chromosomenparen teveel verschillen.
Door verdubbeling van het aantal chromosomen kan wel een goede paring van
de chromosomen optreden.
De wilde en primitieve tarwesoorten hebben een brosse aarspil, waardoor de
korrels zich makkelijk kunnen verspreiden.
Ook zijn de korrels stevig omsloten door de kafjes en zitten er weinig korrels
op een aar.
Deze ongewenste eigenschappen zijn door de mens door de eeuwen heen weggeselecteerd. Eenkoorn en emmertarwe werden 4000 jaar v. Chr. veel
verbouwd in Noord-Afrika en het Middellandse Zeegebied.
Waarschijnlijk kwam eenkoorn veel voor als een ongewenste vermenging met emmertarwe.
Na 300 v. Chr. werd durumtarwe met naakte korrels meer en meer verbouwd
en na enkele eeuwen had deze soort de emmertarwe verdrongen.
Gewone tarwe kwam in 200 v. Chr. voor het eerst voor in het Middellandse Zeegebied.
Tegelijkertijd werd ten noorden van de alpen emmertarwe verdrongen
door spelt.
In de Middeleeuwen werd gewone tarwe en spelt in Europa veel verbouwd. Uiteindelijk is spelt bijna geheel verdrongen door de gewone tarwe.
Tarwerassen worden ingedeeld naar groeiseizoen
(wintertarwe, zomertarwe en overgangstarwe).
Door kruising en selectie zijn er van gewone tarwe duizenden rassen gekweekt
met verschillende eigenschappen en een steeds hogere opbrengst per ha.
Meel van gewone tarwe is afhankelijk van het ras geschikt voor het maken van brood, biscuit en gebak.
Pasta's worden meestal van durumtarwe gemaakt.
De
gewees
Oorspronkelijk komt de Hortensia uit Japan.
Via Frankrijk verspreidde de plant zich verder over Europa.
Vooral als potplant is de Hortensia erg populair, maar gelukkig
duikt hij ook steeds vaker op in tuinen.
En daar is wat voor te zeggen, want Hortensia's garanderen een
lang bloeitijd, van eind juni tot de eerste vorst.
Er zijn verschillende soorten Hortensia's in drie hoofdkleuren:
blauw, roze en wit.
Alleen de witte Hortensia is "kleurecht".
Dat wil zeggen dat deze Hortensia op elke grondsoort zijn witte
bloemen houdt.
De bloemen van de blauwe Hortensia blijven alleen blauw (of mauve)
op zure grond met een pH-waarde van 6 of lager.
Op andere grondsoorten krijgen de oorspronkelijk blauwe bloemen
na verloop van tijd een roze (of rode) tint.
Hortensia's houden van vochtige schaduwrijke plekken.
Voor een optimale bloei is regelmatige bemesting met een speciaal voor
hortensia's verkrijgbare meststof onontbeerlijk.
Past u overigens op met het snoeien van uw Hortensia.
Niet alle soorten zijn hier even goed tegen bestand.
In warme klimaten wordt de plant in het najaar gesnoeid,
in koele klimaten in het voorjaar: eind maart - half april.
Hortensia bloeit op hout van het voorgaande jaar.
Regelmatig snoeien komt de bloei ten goede.
Vormsnoei is niet nodig.
Bij volgroeide planten worden zwak gegroeide (dunne) scheuten zonder
meer verwijderd.
Wanneer er veel oude scheuten aan de struik zitten, worden enkele daarvan
op ca vijf centimeter boven de grond teruggezet.
De overige oude scheuten worden tot dertig centimeter boven de grond ingekort.
Snoei in dat geval het topeinde boven een naar buiten staand oog af.
Uitgebloeide en jonge scheuten worden ook tot dertig centimeter boven de
grond gesnoeid en ook op een buitenoog.
Uit dit oog groeien nieuwe bloeischeuten.
Van een totaal verouderde struik worden alle scheuten tot vijf centimeter
boven de grond weggesnoeid.
Nieuwe scheuten worden dan in de loop van het jaar gevormd.
Die zullen dan niet in hetzelfde jaar bloeien, maar het jaar daarop.
In het voorjaar daarna worden alle uitgebloeide scheuten tot op vijf centimeter
boven de grond afgeknipt.
De nieuwe, jonge scheuten worden tot op dertig centimeter teruggezet.
De snoeicyclus is dus voortdurend gericht op verjonging van de struik.
Oud hout en bloeihout van hortensia is te herkennen aan de lichtbruine kleur
Oud en jong hout wordt gemarkeerd door kleurverschil: bruin en groen.
Zowel in winter, voorjaar en zomer kan er worden gestekt.
In alle gevallen moeten de stekken onder glas bewortelen.
Kop- of topstek komt het meest in aanmerking.
Zomerstek wortelt veruit het snelst.
Snij de stengel onder een oog af met een vlijmscherp mes.
Verwijder de daarboven zittende blaadjes door de bladstengel(s) zo dicht
mogelijk bij de (hoofd)stengel af te snijden.
Plant de stekken in een mengsel van turfmolm (zuurgraad of ph 5)
vermengd met zand. Gebruik van groeistof is onnodig.
Zet de planten in een stekbak onder glas.
Na ca drie weken is de stek beworteld en worden de jonge planten opgepot
in een zeven centimeter grote pot.
Als potgrond komt kamerplantengrond vermengd met turfmolm en wat oude,
verteerde stalmest in aanmerking in een verhouding van 3 : 2 : 1.
Begiet de planten regelmatig en zorg ervoor dat overtollig water snel
wordt afgevoerd.
Top de jonge planten voor de langste dag.
Bescherm de planten in de zomer tegen fel zonlicht.
Overwinter ze bij een koele, vorstvrije temperatuur.
In het voorjaar kunnen de planten in de tuin worden uitgeplant.
Bemest hortensia af en toe met een fosfor (P) en kali (K) houdende meststof,
zoals Thomasslakkenmeel en zwavelzure kali.
Stop eind september met het toedienen van meststoffen.
De planten moeten voor de winter afrijpen.