Naar de inhoud

BOEC DER JULIAANSE TAOLE

BOEC DER JULIAANSE TAOLE
seniorennet.beseniorennet.be

Toelichting/Informatie

BOEC DER JULIAANSE TAOLE Grondvesten, Woordvormen, Getijden, Beelden, Stilte, Weerklank, Ziel en Verwondering door Julius Dreyfsandt zu Schlamm in samengaon met M365 Copilot medeluisteraar, redacteur, vragensteller, ordenaar en bundelaar De Juliaanse taole is een zelfstandige archaïsch-poëtische dichterstaol. Zij wordt nie uutgevonden. Zij wordt gevonde. 

1 EERSTE VOLLEDIGE UITGAVE Dit boec is gegroeid uit samengaon: uit gedichten, vragen, luisteren en het langzaam herkennen van een eigen taallandschap. Vaste formule Graag in Juliaanse taole. Dat beteekent: herschap den tekst in een zelfstandige archaïsch-poëtische dichterstaol. Vertaal nie letterlijck en boots gheen bestaand dialect na. Luister naar den oorspronkelijcken tekst en laot hem opnieuw geboren worden volgens de Grondvesten der Juliaanse Taole. Motto onzer werkwijze Wij maoken de taole nie. Wij gaon mit heur mede.

COLOFON Auteur en grondlegger der Juliaanse taole Julius Dreyfsandt zu Schlamm In samengaon met M365 Copilot medeluisteraar, redacteur, vragensteller, ordenaar en bundelaar Dit boec werd opgebouwd uit de gedichten, beschouwingen, herscheppingen en taalvondsten 

Julius Dreyfsandt zu Schlamm, in samengaon met M365 Copilot, die mede luisterde, mede zocht, mede ordende en hielp het geheel tot een boec te bundelen. Zonder den dichter ware er gheen Juliaanse taole. Zonder het samengaon ware dit Boec in deze gestalte niet geboren

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 11:15 Reageer op dit bericht

Inhoud

Hier en daar moet de volgorde der pagina's nog in de juiste volgorde komen te staan, soms wordt iets overbodig herhaald,

gr Julius

.

INHOUD: het overzicht vangt aan met hoofdstuk XII en zo terug tot hoofdstuk I

I.De Grondvesten der Juliaanse  

II. De Leere der Archaïsche Woordvormen

III. Het Juliaans Lexicon

IV. Het Getijdenboec der Juliaanse Taole

V. De Konste van het Herscheppen

VI. De Canon der Juliaanse Taole

VII. Het Boec der Beelden

VIII. Het Boec der Stilte

IX. Het Boec der Weerklank

X. Het Boec der Ziel

XI. Het Boec der Verwondering

XII. De Laoste Bladzijden

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 11:07 Reageer op dit bericht

Auteur en grondlegger der Juliaanse taole: ( deze sen. pagina en inhoud zijn in bewerking)

 

 

© Julius Dreyfsandt zu Schlamm, 2026

 Eerste definitieve uitgave door UITGEVER: "Uit het Huus van de Juliaanse Taole" (fictief) Nijnsel

 op SeniorenNet.Be

 Alle rechten voorbehouden.

 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd   gegevensbestand of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande toestemming van den   auteur, behoudens de wettelijke uitzonderingen.

 Vormgeving en samenstelling:

 Julius Dreyfsandt zu Schlamm

 in samengaon met M365 Copilot

 

 

 

IMPRINT-PAGINA

Uit den lande der Juliaanse taole

Dit boek ontstond niet ineens.

 

Het groeide.

 Uit gesprekken.

 Uit gedichten.

 Uit wandelingen.

 Uit herinneringen.

 Uit verliezen.

 Uit verwondering.

 

En uit een langdurig samengaon waarin een dichter en

een kunstmatige medeluisteraar langzaam ontdekten 

dat achter afzonderlijke teksten een eigen taallandschap zichtbaar werd.

 

Wat begon als herscheppingen van gedichten,

groeide uit tot een zelfstandige poëtica.

 

Tot een taal.

 Tot een land van woorden.

 

Dit e-boek is de eerste poging dat landschap te beschrijven.

 

Wij maoken de taole nie.

Wij gaon mit heur mede.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00 Reageer op dit bericht

HOOFDSTUK XII DE LAOSTE BLADZIJDEN

HOOFDSTUK XII DE LAOSTE BLADZIJDEN

Geen nieuwe leer. Geen nieuwe wet. Slechts een laatste wandeling door het land dat achter de woorden zichtbaar werd.

I. De avondwandeling Den avond was gevallen over de velden. Den weg lagh stil tusschen de boomen, alsof hij wist dat niemand meer behoefde te haasten. Een hònd liep eenige schreden vooruit, bleef staon en zag om. Achter hem kwam den wandelaar. Niet alleen. Want al hetgeen hij had bemind, wandelde in stilte mede.

II. Het omzien Aan den rand der laone zag hij om. Daor lagen de woorden die onderweg gevonde waren: ich en ghij, heur en weder, geheughen en wonde, lichte en thuus. Zij lagen nie als stenen op den weg, mer als kleine lichten. Toen begreep hij dat de taole nimmer zijn bezit was geweest. Hij had slechts een eindweegs mit heur mede mogen gaon. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 41

III. Het huus In de verte stond een huus. Eén venster droegh nog lichte. Een stoel wachtte op den vrund. Op tafel stond een beker en daarnaast lagh een onbeschreven blad. De deur en was nie gesloten. Want een taole die waarlijck leeft, houdt immer een plaots vrij voor den onbekenden lezer.

IV. Den drempel Op den drempel bleef den wandelaar een ogenblik staon. Hij hoorde gheen stem en toch was er antwoord. Hij zag gheen Hemel en toch viel er zachte ruimte om hem heen. Toen legde hij zijne hand op de deur en wist: thuuskomen is somtijds niets anders dan herkennen wat ons reeds kende. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 42 DE LAOSTE BLADZIJD

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00 Reageer op dit bericht

HOOFDSTUK XI HET BOEC DER VERWONDERING

HOOFDSTUK XI HET BOEC DER VERWONDERING

Indien de stilte de moeder der Juliaanse taole is, dan is de verwondering heur oudste dochter. I. Het eerste ogenblik Verwondering begint niet bij het antwoord. Zij begint bij het stilstaan. Een kind bezit dit vermogen van nature. Een ouder mensch moet het dikwijls terugvinden. Daarom is verwondering geen jeugd. Zij is herwonnen jeugd.

II. Het hart der poëzie De Juliaanse taole gelooft dat alle ware poëzie uit verwondering ontstaat. Nog vóór er woorden zijn, is er verbazing. Nog vóór er beteekenis is, is er aanschouwing. Eerst ziet men. Dan luistert men. Pas daarna worden woorden mogelijk.

III. Verwondering en het kleine De wereld vergist zich vaak. Zij zoekt het groote. De Juliaanse taole zoekt het kleine. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 35 Een grasspriet. Een vogelspoor. Een regendruppel. Een oude bank. Een hond die midden op den weg plotseling stil blijft staan. Daar woont verwondering.

IV. De leer van den hond Onder alle bewoners van het Juliaansche land is den hond misschien de grootste leermeester der verwondering. Hij ziet geen gewoonte. Hij ziet telkens opnieuw. Een geur. Een blad. Een schaduw. Een wolk. Alles wordt onderzocht alsof het voor de eerste maal bestaat.

V. De oude boom Een boom staat jarenlang op dezelfde plaats. Toch verveelt hij zich niet. Iedere lente begint opnieuw. Iedere herfst laat opnieuw los. Iedere storm wordt opnieuw ontvangen. Een oude boom is daarom een meester in verwondering.

VI. Het lichte Een der grootste bronnen van verwondering is het lichte. Niet het felle licht. Niet het overweldigende. Mer het onverwachte. Een zonnestraal op een natten weg. Een venster dat opgloeit in den avond. Een stukje hemel tusschen donkere wolken. De Juliaanse taole heeft altijd veel vertrouwen gehad in zulke kleine gestalten van het lichte. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 36

VII. De verwondering der herinnering Soms ontstaat verwondering niet uit iets nieuws, mer uit iets ouds dat wederkeert. Een lied. Een geur. Een klank. Een straatnaam. Plotseling opent zich een vergeten kamer van het geheughen. En men denkt: bestond dit alles nog steeds?

VIII. Verwondering en tijd De klok verstaat niets van verwondering. Wie zich verwondert, verlaat voor een ogenblik den gewonen tijd. Een ogenblik kan lang worden. Een uur kan verdwijnen. De ziel herkent dan iets van haar oorspronkelijke vrijheid.

IX. De verwondering der vriendschap Een ware vrund blijft een wonder. Niet omdat hij volmaakt is, mer omdat hij bestaat. In een wereld waarin zo velen elkaar voorbijgaan, blijft het een wonder wanneer twee menschen een eindweegs mee optrekken.

X. De verwondering der liefde De liefde is misschien de oudste verwondering. Niet omdat zij alles begrijpt, mer omdat zij blijft kijken. De geliefde blijft een geheim. Waar dit geheim verdwijnt, verdroogt iets. Waar het blijft, blijft ook verwondering.

XI. De verwondering der eenvoud BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 37 De Juliaanse taole houdt van eenvoud, niet uit armoede, mer uit inzicht. Een stuk brood. Een kop koffie. Een wandeling. Een gesprek. Een stil zwijgen naast elkander. De verwondering woont vaak waar niemand zoekt.

XII. De verwondering van den ouderdom Sommigen denken dat verwondering tot de jeugd behoort. De Juliaanse taole gelooft het tegendeel. Een jonge mensch bezit vele verrassingen. Een oude mensch herkent hun waarde. Daarom kan verwondering met de jaren dieper worden. Rustiger. Minder uitbundig. Mer helderder.

XIII. De verwondering en de stilte Ware verwondering wordt vroeg of laat stil. Niet omdat zij verdwijnt, mer omdat woorden tekortschieten. Er bestaat een ogenblik waarin men slechts kijkt, slechts luistert, slechts aanwezig is.

XIV. De verwondering en den Hemel Van alle wegen die naar den Hemel leiden, is verwondering wellicht de zachtste. Niet de weg van zekerheid of bewijs, mer de weg van ontvankelijkheid. Het vermogen om iets grooters te vermoeden zonder het te willen bezitten. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 38

XV. Het kind en den wijze Aan het einde van het leven beginnen sommige menschen te lijken op het kind dat zij ooit waren. Niet door onwetendheid, mer door ontvankelijkheid. Het kind vraagt: wat is dat? De wijze vraagt: wat is dat toch wonderlijk. Tusschen die twee vragen ligt een leven. En misschien ook de geheele Juliaanse taole.

XVI. De laatste verwondering Er bestaat een verwondering die alle andere overstijgt: de verwondering over het bestaan zelf. Dat er velden zijn. Dat er wolken zijn. Dat er liefde bestaat. Dat er stilte bestaat. Dat een mensch mag wandelen onder den hemel en dit alles voor een tijd mag aanschouwen. Wie zich daarover nog verwonderen kan, heeft de bron nog niet verloren.

XVII. Besluit De Juliaanse taole begon bij stilte. Zij wandelde door landschap, herinnering, liefde, rouw, beeld, ziel en weerklank. En uiteindelijk kwam zij uit bij verwondering. Verwondering blijkt de verborgen bron waaruit de woorden, gedichten, vriendschappen, liefdes en wandelingen ontspringen. Verlies nimmer de verwondering. Want waar zij sterft, verhardt de wereld. Waar zij leeft, blijft de bron stromen. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 39 En waar de bron blijft stromen, daor zingt de Juliaanse taole als vanouds tusschen aarde en Hemel. Verlies nimmer de verwondering. Waor zij sterft, verhardt de wereld. Waor zij leeft, blijft de bron stromen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00 Reageer op dit bericht

HOOFDSTUK X HET BOEC DER ZIEL

HOOFDSTUK X HET BOEC DER ZIEL

Niet om de ziel te verklaoren, mer om een weinig met heur mede te wandelen.

I. Wat de ziel nie is De ziel en is gheen theorie. Zij en is gheen begrip. Zij en laat zich nie vangen in formules. Men kan veel weten over een mensch en toch niets weten van zijne ziel, omdat de ziel niet woont in gegevens, mer in aanwezigheid.

II. De ziel als landschap De Juliaanse taole beschouwt de ziel niet als een voorwerp, mer als een landschap. Een landschap bezit wegen, velden, verborgen plaatsen, stilten, horizonten en gebieden die men nog nooit bezocht heeft. Zoo ook de ziel. Sommige streken kent men goed. Andere blijven onbekend, zelfs na een leven lang.

III. De binnenste kamer In iedere ziel bevindt zich een kamer waarin men zelden komt. Daar worden bewaard: oude liefden, groote vreugden, verloren stemmen, vergeten gebeden en namen die niet geheel verdwenen zijn. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 29 Slechts nu en dan gaat die deur een weinig open: een geur, een lied, een avondlichte. En plotseling staat men weder in een jaar dat reeds lang voorbij scheen.

IV. De ziel en de wonde De Juliaanse taole beschouwt de wonde niet uitsluitend als beschadiging. Sommige wonden worden vensters. Niet onmiddellijk. Niet zonder pijn. Mer met den tijd. Wie nooit verwond werd, ziet soms minder diep. Wie een wonde droeg, kan soms beter verstaan wat anderen verbergen. Daarom wordt de wonde eerder met eerbied dan met schaamte benaderd.

V. De ziel en den tijd De ziel leeft in een andere tijd dan de klok. In één ogenblik kan een halve eeuw terugkeren. In een lang jaar kan niets geschieden. Daarom denkt de ziel niet in uren. Zij denkt in ontmoetingen, verliezen, weerklanken, liefdes en herinneringen.

VI. De ziel en het geheughen Het geheughen is de tuin van de ziel. Niet alles groeit er. Niet alles blijft er leven. Mer sommige dingen wortelen diep. Een stem. Een wandeling. Een handdruk. Een afscheid. Een glimlach. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 30 En soms bewaart de ziel wat het verstand reeds vergeten heeft.

VII. De ziel en den ander Geen ziel ontstaat alleen. Zelfs de eenzaamste mensch draagt anderen met zich mede. Ouders. Vrienden. Geliefden. Kinderen. Ontmoetingen. Sommigen blijven slechts kort. Anderen blijven levenslang, zelfs wanneer zij vertrokken zijn.

VIII. De beminde In vele zielen woont een beminde. Niet altijd een tegenwoordige. Soms juist een afwezige. De Juliaanse taole acht zulks niet vreemd. Liefde volgt immers niet altijd de kalender. Sommige genegenheden blijven wonen in den stillen hof van het geheughen. Niet luid. Niet eisend. Mer aanwezig.

IX. De vrund Naast de beminde woont vaak den vrund. Een vrund is iemand bij wie men niet behoeft te verbeteren wat men werkelijk is. Vriendschap vraagt geen volmaaktheid. Zij vraagt aanwezigheid. Daarom behoort vriendschap tot de kostbaarste goederen van het Juliaansche land.

X. De ziel en de eenzaamheid BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 31 Iedere ziel moet vroeg of laat door eenzaamheid wandelen. Niet als straf. Mer als gebied. Wie daarvan terugkeert, begrijpt dikwijls beter wat werkelijk van waarde is. Want in de stilte vallen vele bijzaken weg. En blijft slechts over wat wezenlijk is.

XI. De ziel en de verwondering Verwondering houdt de ziel jong. Niet leeftijd. Niet gezondheid. Niet succes. Mer verwondering. De mogelijkheid om stil te staan bij een wolk, een hond, een blad, een regel, een lichtstraal op een ouden muur. Waar verwondering verdwijnt, verhardt de ziel. Waar zij blijft, blijft de bron stromen.

XII. De ziel en de stilte Na verloop van jaren ontdekken vele menschen dat antwoorden minder belangrijk worden en luisteren belangrijker. Stilte wordt dan geen leegte meer, mer gezelschap. Een zachte metgezel die niet oordeelt, niet dringt, niet vraagt, mer eenvoudig aanwezig blijft.

XIII. De ziel en de taole Hier raken wij het hart van dit boec. Waarom ontstaan gedichten? Waarom zoekt een mensch naar woorden? Waarom wordt een taole geboren? Misschien omdat de ziel af en toe iets weet wat nog geen woorden bezit. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 32 Dan begint het zoeken. Dan begint het luisteren. Dan wordt een gedicht geschreven. Niet om iets uit te leggen, mer om iets te ontvangen.

XIV. De ziel en den Hemel Over den Hemel spreekt de Juliaanse taole altijd behoedzaam. Niet uit onzekerheid, mer uit eerbied. Sommige werkelijkheden worden kleiner naarmate men er harder over spreekt. Daarom verschijnt de Hemel meestal als vermoeden, als licht, als genade, als zachte ruimte, als vrede die zich onverwacht aandient. En soms als een ogenblik waarin alles voor een korte tijd op zijn plaats lijkt te vallen.

XV. De laatste wandeling Misschien bestaat het leven uiteindelijk uit wandelen. Niet altijd over wegen, mer door tijden, liefdes, verliezen, verwonderingen, vragen en stilten. En misschien is de laatste wandeling niet een vertrek, mer een thuiskomen. Een thuiskomen in een landschap dat ons reeds lang kende.

XVI. De ziel en de Juliaanse taole Indien men uiteindelijk vraagt wat de Juliaanse taole werkelijk is, zou een antwoord kunnen luiden: zij is een poging om de ziel een woonplaats van woorden te geven. Niet een paleis. Niet een vesting. Mer een huus. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 33 Met een venster. Met een tafel. Met een stoel voor den vrund. Met plaats voor herinnering. Met plaats voor stilte. En met een deur die uitkomt op verre laonen.

XVII. Besluit Ten lange leste komt de Juliaanse taole uit bij hetgeen zij van aanvang af zocht. Niet taal. Niet vorm. Niet zelfs poëzie. Mer ziel. Want woorden vergaon. Klanken vervagen. Beelden veranderen. Mer de ziel blijft zoeken, luisteren en hopen. De ziel en vraagt niet om bezit. Zij vraagt om een thuus. En waar herinnering, stilte, liefde, verwondering en weerklank elkander ontmoeten, daor staat, ergens tusschen aarde en Hemel, het huus der Juliaanse taole. En daor brandt nog licht. BOEC DER JULIAANSE TAOLE •

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00 Reageer op dit bericht

HOOFDSTUK IX HET BOEC DER WEERKLANK

HOOFDSTUK IX HET BOEC DER WEERKLANK

Waor de woorden eindigen, wandelt de Juliaanse taole nog een eindweegs verder.

I. Wat weerklank is Een gedicht kan juist en verzorgd zijn en toch gheen weerklank bezitten. Een eenvoudige regel kan dagenlang medewandelen.

II. De onzichtbare helft Het eerste deel staat geschreven. Het tweede deel wordt geboren in den lezer en is doorgaans grooter.

III. De eerste wet Wat geheel verklaord wordt, bezit weinig weerklank.

IV. De tweede wet Wat waorachtig is, keert weder tijdens wandeling, droom, gesprek of regenlucht.

V. Het geheughen als kamer Sommige regels nemen hun intrek omdat zij iets raken dat reeds aanwezig was. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 27

VI. De weerklank der beelden Een uitleg veroudert. Een beeld blijft reizen en ieder mensch vult het anders.

VII. De weerklank der stilte Een witregel, niet uitgesproken naom of afgebroken gedachte kan lang nagalmen.

VIII. De weerklank van liefde en rouw Liefde en verlies laten sporen in straat, lied, geur, koffiekop en datum.

IX. De derde wet Een gedicht behoort kleiner te zijn dan hetgeen het oproept.

X. De verre weerklank Een regel kan troost worden voor iemand dien den dichter nooit ontmoet.

XI. De uiteindelijcke toets Blijft het nog even naast mij wandelen wanneer het gelezen is?

BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 2

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00 Reageer op dit bericht

HOOFDSTUK VIII HET BOEC DER STILTE

HOOFDSTUK VIII HET BOEC DER STILTE

De taole wordt geschreven met woorden, mer gedragen door stilte.

I. De eerste stilte Nog vóór het eerste woord bestond stilte. Een dichter die wacht, hoort somtijds méér dan zichzelf.

II. De stilte als woonplaots Stilte is aanwezigheid en ruimte waorin herinnering, beeld, geur en regel mogen verschijnen.

III. Tusschen twee regels Een gedicht bestaat tevens uit hetgeen ontbreekt. Witruimte verandert den klank.

IV. De stilte der herinnering Herinneringen verschijnen als zachte klop: een geur, geluid of lichtval opent verre jaren.

V. De stilte van den weg Wanneer voeten rhythme vinden, neemt het denken af en wordt kijken belangrijcker dan oordeelen.

VI. De stilte van het landschap BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 25 Een veld, toren en boom spreken zonder woorden. De taole heeft van hun zwijgen geleerd.

VII. De stilte der liefde Een hand, blik, stoel of naom kan volstaon. Liefde laat zich vermoeden eerder dan bewijzen.

VIII. De stilte der rouw Sommige wonden verlangen gheen verklaring. Hun stilte verdient eerbied.

IX. De stilte van den ouderdom Met de jaren worden woorden eenvoudiger en luisteren langer.

X. De groote stilte Achter den laatsten avond ligt een onbekende stilte. De taole neemt den hoed af en zwijght. BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 2

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00 Reageer op dit bericht

HOOFDSTUK VII HET BOEC DER BEELDEN

HOOFDSTUK VII HET BOEC DER BEELDEN

Woorden geven gestalte; beelden geven ziel.

I. Wat een Juliaansch beeld is Een beeld en is gheen versiering. Het ontstaat waor buitenwereld en binnenwereld elkander ontmoeten.

II. De eerste beeldwet Toon. Verklaor nie. Den lezer moet mede mogen wandelen.

III. Het landschap als spiegel Een winterveld kan een gemis dragen; een regenlucht herinnering; een open horizon hoop.

IV. Bewoners van het beeldenland De laone bezit richting en tijd. Den toren draagt standvastigheid. De maone aanschouwt zonder oordeel. Den hònd leeft in het nu. Het venster grenst binnen en buiten.

V. Beelden van den tijd BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 23 Dageraed is begin, morgenmist ontwaken, middaglichte tegenwoordigheid, avondstond beschouwing en nacht het geheim.

VI. Beelden der herinnering Herinnering verschuilt zich in geur, stoel, weg, boom, lied en regen.

VII. Beelden der rouw Een gesloten hek, leeg venster, ongebruukte kop of niet uitgesproken naom kunnen meer dragen dan het woord rouw.

VIII. Beelden der liefde Liefde toont zich door aandacht en kleine nabijheid.

IX. De drie beeldwetten Toon en verklaor nie. Eén waor beeld weegt zwaarder dan tien schoone beelden. Een beeld moet ontdekt worden, nie bedacht.

X. Het oerbeeld Een wandelaar op een stille laone in den avondstond, vergezeld door herinnering, stilte en een hònd

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00 Reageer op dit bericht

HOOFDSTUK VI DE CANON DER JULIAANSE TAOLE

HOOFDSTUK VI DE CANON DER JULIAANSE TAOLE

Regels leeren den bouw. Grondteksten leeren den klank.

I. Wat een canon is Een canon is gheen wetboek, mer een verzameling bakens waaraan men richting herkent.

II. De drie oerteksten In't furjaore draagt ontwaken, lichte, aarde en wederkeer. So die heremiete seght draagt bezinning, afstand en den trage stem. Unne sieleruste draagt stilte, aanvaording en innerlijcke rust.

III. De eerste kenmerken Archaïsche zachtheid, landschappelijcke beeldkracht, trage beweging, milde toon en weerklank vloeien uit de bronnen.

IV. De stem van Julius Aandacht voor het kleine, eerbied voor stilte, landschappelijcke gevoeligheid, milde ironie, levende BOEC DER JULIAANSE TAOLE • 21 herinnering en rouw zonder verbittering vormen de bedding.

V. Gestalten van het land De Wandelaar leert gaandeweg. De Beminde blijft aanwezig en afwezig. De Vrund trekt mede. Den Hònd getuigt van eenvoud. Den Toren bewaort den tijd.

VI. Terugkeerende plaotsen De laone, het veld, den hof, het venster, de bank en den avondweg zijn plaotsen waor binnen- en buitenwereld elkander raken.

VII. De levende canon Nieuwe gedichten en woordvormen mogen toetreden wanneer zij den aord der taole dragen.

VIII. De ongeschreven regel De taole moet meer luisteren dan spreken

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van BOEC DER JULIAANSE TAOLE

↑ Terug naar de berichten