
Hotel Cordouanier in de - hoe kan het ook anders - Cordouaniersstraat.
Hier heeft de François Goudeseune van mijn vorig bericht, de Brugse ballonvaarder, gewoond. Op de
site van het hotel kunt u er de geschiedenis van het gebouw op nalezen, en meer specifiek wat meer te weten komen over die Goudeseune. Als u dit gelezen heeft zult u begrijpen waarom ik hem als een vreemd heerschap bestempel.
Als u dit nog niet gelooft, lees dan eens
wat Andries van den Abeele over hem schreef:
De ene was de in Ieper geboren ontvanger van het pondtgeld, griffier van de Sint-Sebastiaansgilde, assessor van de Kunstacademie en amateurkunstschilder François Goudeseune (1749-1815), die gehuwd was met Jeanne-Françoise Lambert en één van de voornaamste spionnen was die de Franse oprukkende troepen inlichtte over wat er in Brugge gebeurde. De burgemeester schreef dat hij de meest verdachte onder de Fransgezinde was.
Na de definitieve terugkeer van de Fransen, juni 1794, werd hij benoemd tot voorzitter van een “bewakingscomité” met politiebevoegdheden, dat evenwel niet lang in werking bleef, maar toch de tijd vond om een aantal priesters en kloosterlingen op te pakken en als gijzelaars naar Frankrijk te voeren. Wat men over hem dacht lezen we bij Van Walleghem die hem bestempelde als “een wreedaard die noch God noch religie meer herkent” en die meldde dat aan het Prinsenhof een plakkaat was gehangen waarop te lezen stond:
“Den afgod Goudeseune met zijne consoorten,
zullen haast g’hangen worden buiten de poorten”.
Nadat Goudeseune begin 1795 in het eerste republikeins stadsbestuur tot gemeenteraadslid was benoemd, en nogmaals in maart 1796 in een meer beperkt bestuur, werd hij zoals de andere radicalen buiten gestemd bij de eerste min of meer democratisch gehouden verkiezing in mei 1997.
Als verdere beloning voor zijn republikeinse ijver werd hij in 1800 tot plaatsvervangend rechter benoemd, maar de regeringscommissaris noteerde een paar jaar later dat hij "geen rechtsgeleerde (was) en noch verstandig, noch geschikt”. In 1810 werd hij bedankt. In een verslag van substituut procureur generaal Mercx werd over hem genoteerd: “Eerste plaatsvervangend rechter sedert het jaar VIII, is zijn gedrag onberispelijk, maar hij is zo onwetend dat men hem nooit heeft opgeroepen. Hij heeft dus sedert zijn aanstelling geen enkele zaak behandeld”.
Goudeseune vervulde om den brode enkele ontvangersfuncties, die hij heel zeker ook aan zijn francofiele houding te danken had. Ook dit was blijkbaar geen onverdeeld succes, want zelfs door zijn vroegere revolutiekompaan, de burgemeester van Sint-Kruis Valentin Jacoby, werd hij omwille van zijn nalatigheden berispt.
En dit is dus dat heerschap die ze een plaats tussen de zandsculpturen toebedeeld hebben.