Achter de schermen van Baselius


... vond er een kort maar pertinent interview plaats met de regisseurs Bart Cafmeyer en Jan Bonne én met de historicus, verbonden aan het stadsarchief, Jan D'Hondt.
"Is het waar dat van bij de start van de begeleiding van de figuranten, ik spreek nu over zowat zes maanden geleden, bijna niemand zich nog gewassen heeft?"
"Ja dat klopt. Om alles historisch zo echt mogelijk te doen lijken was dat noodzakelijk. In de periode waarin het stuk Baselius zich afspeelde waste het gewone volk zich nauwelijks. Daarom werd aan iedereen nadrukkelijk gevraagd zich zes maanden niet meer te wassen. Ook de kleren waarmee men in het stuk verschijnt moest men dag en nacht aan hebben. Verleden maand met die hitte was dat voor de meesten geen pretje, maar dat hadden ze er voor over, ook het feit dat ze van langsom meer door familie en vrienden gemeden werden. Gezweet dat ze hebben in die kleren! Maar ook die kleren mochten niet gewassen worden, o neen anders deed dit afbreuk aan de historische waarde van het stuk. Eén keer per jaar iets wassen was toen bij het gewone volk normaal. Ook scheuren in de kledij werden eventueel wat versteld maar meestal niet."
Jan D'Hondt mengde zich in het gesprek: "Alleen de burgerij kon het zich permitteren om zich regelmatig te wassen, maar deed dat zeker niet dagelijks. De mannen wasten zich het liefst van al in de openbare stoven zoals er eentje was in het stoofstraatje. Daar konden zij zich eens lekker laten verwennen, als u begrijpt wat ik bedoel"
... en plots waren ze alledrie verdwenen, want de opvoering ging gelijk beginnen.



















