
... of zeg liever: beer. Want deze uit zijn kleren barstende versie van ons Brugs beertje die te zien is op het zandsculptuurfestival aan 't station moet dringend diëten. Anders geraakt hij muurvast geklemd in zijn nis.
Speciaal voor Bertine uit Kortrijk die via mijn gastenboek een vraag stelde naar de oorsprong van het Brugs beertje geef ik een woordje uitleg. Ik zal eens letterlijk weergeven wat in het programmaboekje van het sculptuurfestival te lezen staat:
"
In de strenge winter van 861 kwam Boudewijn met de IJzeren Arm naar Vlaanderen nadat hij de mooie jonkvrouw Judith, dochter van de Franse koning, had geschaakt in Parijs. Op zijn tocht door de bossen rond Brugge kwamen ze drie dreigende beren tegen. Eén beer viel het gezelschap aan maar de graaf kon hem met zijn speer aan een eik spiesen. De beer werd meegenomen en opgezet in de ridderzaal van de burcht. Nu waakt er nog steeds een stenen versie over alle vreemdelingen die Brugge bezoeken."
Met die stenen versie bedoelt men natuurlijk het Brugs beertje in de Poortersloge. Daarom dat men het ook het
Beertje van de Loge noemt, want het was het embleem van de vereniging het
Genootschap van de Witte Beer. In 1417 kreeg die vereniging, waarvan de leden allemaal welvarende burgers waren, de toestemming van het stadsbestuur om het beeldje in zijn nis in de gevel van de Poortersloge te plaatsen.