
Zoals ik gisteren al aankondigde zal ik het eens hebben over de Jeruzalemkerk. Ik doe het in twee schuifjes. Vandaag behandel ik de buitenkant en morgen - u raadt het: de binnenkant van deze unieke kerk.
Eerst en vooral: Dan Brown werd niet veroordeel omdat hij putte uit het werk "Het Heilig Bloed, de Heilige Graal". Ikzelf geef ook ridderlijk toe dat ik mijn inspiratie gehaald heb uit een boekje waarin alles wat ik nu verteld uitgebreider en beter neergeschreven werd. Het boekje heet "Brugge, de tempel en de Graal" en is geschreven door Paul de Saint-Hilaire. Of het nog in de boekhandel verkrijgbaar is, is een andere zaak.
Pieter Adornes is twee keer naar het Heilig Graf geweest en tekende het na met de bedoeling er een replica van te maken. Dat gebeurde hier te Brugge. Rondom dat graf werd een kapel gebouwd. Pieters zoon Anselm (die trouwens ook naar het echte Heilig Graf gegaan was) verving die kapel door een nieuwe met toren. Het was dus een privékapel die in 1482 eindelijk af was.
Volgens die Paul de Saint-Hilaire was die kapel bedoeld als het centrum van het nieuwe Jeruzalem in de stad waar de andere helft van het bloed van Christus bewaard werd, in Brugge. Het oude Jeruzalem was opnieuw in handen van de Ongelovigen gevallen en Adornes wilde een nieuw, vrij Jeruzalem voor hem en zijn nakomelingen.
Deze kerk barst van de bizarre verwijzingen en rebussen.
De gevel. Het begin van een rebus wordt dikwijls aangegeven door een specifiek teken. Het meest voorkomende teken is dat van het kalvariekruis met drie treden (hier rechts in de gevelsteen gemetseld). En dan hebben we boven het venster, opnieuw in de muur ingemetseld, het wapenschild van de Adornes. Samen met Gwijde van Dampierre kwam deze familie mee uit Palestina. Hun wapenschild had een met zilver en zwart geschaakte schuinbalk van 3 lijnen met twaalf vakken. Zo ook hier: 3 keer twaalf stenen op de schuine lijn. Dit was zoveel als een schaakbord van 36 velden. Deze 36 is het kwadraat van 6 het zonnegetal.