
Jotie 't Hooft. Sommigen noemen hem hoogdravend de Jim Morrison van Vlaanderen omwille van zijn gelijkaardige levensstijl, zijn eveneens vroegtijdige drugsdood en de verafgoding die nu nog, bijna dertig jaar na de feiten, rond zijn figuur hangt. Jotie's
graf in Oudenaarde wordt nog regelmatig bezocht door bewonderaars die er een of andere attentie achterlaten. Hier in Brugge komt niemand kijken naar deze straat. Toch is het hier dat deze toen amper 21-jarige dichter in de nacht van 5 op 6 oktober 1977 zichzelf het fatale shot cocaïne toediende op een kamertje bij zijn vriend Christian R. Diezelfde Christian R. reed nog snel met Jotie naar het ziekenhuis Sint-Lucas in Assebroek waar hij hem gewoonweg dumpte aan de poort van de spoedgevallendienst waarna hij in zijn BMW snel wegstoof. Jotie 't Hooft werd nog in allerijl naar de reanimatiekamer gebracht maar het mocht niet meer baten. Jotie stierf in de vroege ochtend van 6 oktober 1977.
Over Jotie's schrijverscapaciteiten lopen de meningen uiteen. Eén ding is een feit: met zijn dichtbundel 'Schreeuwlandschap' viel hij in de literaire prijzen. Graag wil ik een stukje kritische commentaar van Jeroen Brouwers kwijt: "Bij de uitgeverij Manteau was Jotie jongste bediende en manusje-van-alles [...] Voor secretariaats- of redactiewerk was hij ongeschikt, - het liefst was hij in zijn kantoortje met zijn eigen dingen bezig. [...] Van hem en van de huiskat had niemand last." Voor alle duidelijkheid moet ik zeggen dat Jotie in 1975 trouwde met de dochter van de uitgever Julien Weverbergh, en zo die job bij de uitgeverij makkelijk kon versieren. Nog een citaat van Jeroen Brouwers, over Jotie's literaire talent: "Hij voelde zich overrompeld door het succes, hij was nog maar pas begonnen zich te ontwikkelen. Hij wilde ernstig werken aan zijn talent. [...] Jotie 't Hooft is door het publiek doodgeknuffeld. [...] Wie even afziet van alle biografisch sensatie eromheen, houdt een vrij primitief en wat thema en motieven betreft weinig origineel dichterschap over." Alle citaten komen uit Brouwers' boek 'De Laatste Deur'. (1983)
"Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend."
Jotie 't Hooft