
Johan Daisnes werk "De trein der traagheid" heb ik waarschijnlijk al vier, vijf keer gelezen. Dat het boekje flinterdun is spreekt in zijn voordeel want dikke turven als "Oorlog en Vrede" of "Het verdriet van België" zijn helaas niet aan mij besteed. Niet dat die boeken slecht zijn (allez, dat denk ik toch), maar het is een feit dat ik de moed niet kan opbrengen om ze te verteren. En ze liggen niet alleen zwaar op de maag, maar ook nog eens zwaar op de benen. Neen geef mij dan maar het liefst een werkje als dat van Johan Daisne. Om vandaag eens een totaal misplaatste uitdrukking te gebruiken: dat meesterwerkje leest als een trein.
Magisch realisme, daar gaat het hem in "De trein der traagheid" om. En mocht dit een schilderij zijn, dan was het er waarschijnlijk een van
Paul Delvaux: treinen genoeg, maar alleen geen naakte, bevreemdende vrouwen. Of waren zij er toch wel maar zag ik ze over het hoofd? Van hoofd gesproken: de hoofdfiguur van "De trein der traagheid" werd wakker tijdens een treinrit terwijl alle anderen in het coupé nog sliepen. De trein stond stil en het portier was open en hij trok de witte nacht in op zoek naar de antwoorden op al zijn vragen.
Vandaag stond er als bij toeval bij een van de drie werkeloze treinen in het Brugse station ook één portier open. Ik stapte werktuigelijk binnen maar trof er totaal niemand aan. Ik stapte terug buiten maar vond nog altijd niemand. Geen conducteur, geen machinist, en zeker geen naakte vrouwen ... Niemand dus. Was ik soms ook het slachtoffer van een treinongeval geworden en zweefde ik ergens tussen heden en verleden, tussen waan en waanzin, tussen leven en dood? Oei, nu heb ik voor u de plot van het boek verteld...
(o ja, voor wie zelfs het lezen van dat dunne boekje te moeilijk is: er bestaat een prachtige verfilming van.
Un soir, un train.)