Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
305 Situatie
305 Situatie
In de St.-Annakapel in Meise had ik een aangenaam weerzien met een oud-student Duits. Hij
herinnerde zich nog levendig wijlen pater Stans, van het St.-Theresiakollege in Kapelle op den Bos. Deze leerkracht Duits gaf toen het derde jaar en het specialisatiejaar. Hij had daar nog aangename, levendige en blijvende herinneringen aan.
Ik kreeg ook een interview op You-Tube toegestuurd over de huidige politieke toestand. De
spreker beweert dat alle Walen al 180 jaar pertinent weigeren Nederlands te leren. Hij mag niet veralgemenen, want de anderstalige oud studenten van het AVC, waaronder vele Franstaligen uit de rand, leerden bij ons uitstekend Nederlands. Dank zij de avsg-methode en het a.a.ac.zc.-talenpracticum, kon je nog amper horen dat zij anderstalig waren. Ik heb steeds enkel Nederlands gesproken bij mijn contacten, drie maal per jaar, in de klassen. Nooit heeft hier iemand problemen over gemaakt!
Maar als er een ranzig politiek tintje bijkomt is de situatie misschien anders? Bovendien spreken onze Vlaamse handelaars in de rand, al te graag Frans. Mij n oud-studenten kwamen dan ook regelmatig klagen dat zij de gelegenheid niet kregen om Nederlands te praten in de winkel.Er blijft dan nog de vraag : welk gesproken Nederlands? En dan spreken we nog niet over de revival
van de verkeerde didactiek in de lessen!
304 IDLO
304 IDLO
Het Interfacultair Departement Lerarenopleiding wil “Samen werken aan de leerkracht van morgen” in de VUB.
Er zijn wel drie aanbieders en hier slaat de wildgroei ook weer toe. Het BEO (Brussels Expertisenetwerk Onderwijs bestaat uit de Erasmushogeschool Brussel, de Centra voor Volwassenenonderwijs en de VUB. De VUB doet het vakdidactisch onderzoek.
Er zijn 60 studiepunten vertaald in 9 nieuwe aangepaste programma’s. Er zijn even veel praktijk- als theorielessen. Een en ander vergt meer inspanning en men gaat ervan uit dat dit de motivering ten goede zal komen.
Inderdaad, veel leerkrachten en niet de minste, vertoonden een gebrek en belangstelling voor de didactische technieken. Ze waren als mekaniekers in de tour, die over het beste materieel beschikken, maar geen fiets in mekaar kunnen zetten. Deze hervorming komt is ook op haar plaats, indien ze vruchten afwerpt. Want het is het resultaat dat telt.
http://www.vub.ac.be/IDLO
303 Ontmoeting
303 Ontmoeting
Bij een gezellige ontmoeting met enkele oud studenten van het Audiovisueel Centrum Meise en Jette, vielen twee woorden op : dialogen en inoefenen.
Door het wegvallen van de audiovisuele methode wordt er vanaf het 0-niveau te weinig gesproken. De dialogen worden niet ingeoefend. Zo spreekt men na 12 jaar les volgen van gebrek aan dialogeren. Dit moet een andere situatie zijn, volgens ons didactisch schema. Als men de cyclus afgewerkt heeft moeten er onderhoudscursussen of bijspijkercursussen komen, om het geleerde te onderhouden. Individueel kan ik Skype aanbevelen. Zoek een native-speaker in het land van de door u aangeleerde taal en spreek er regelmatig mee via uw PC.
Het tweede woord was : gebrek aan inoefenen.
Door het oneigenlijk gebruik van het talenpracticum of het helemaal niet meer naar het talenpracticum gaan, ontbreekt inderdaad de gelegenheid om aangenaam en efficiënt het aangeleerde in te drillen. Want als men een taal wil beheersen ontkomt men daar niet aan. Ik vergeleek het destijds met “the loneliness of the long distance runner”.
302 Vakantie
De vakantie is de ideale tijd, om op een ongedwongen manier andere talen te oefenen. Hiervoor gaat men in een milieu waar enkel de aangeleerde taal gesproken wordt. Dus hier geldt ook ons eerste didactisch principe : de aangeleerde taal is de voertaal.
Voor kleuters van migranten is dat enorm belangrijk. Vakantiekampen en speelpleinen zijn ideaal om hun taalachterstand bij te werken. Ze gaan dan best alleen in een groep waar enkel Nederlands gesproken wordt. De taaluitwisselingen voor tieners zijn ook een uistekende gelegenheid. Maar weer met dezelfde voorwaarde : de voertaal is de aangeleerde taal. Als ze met enkele vriendinnen op taalkamp gaan, komt er van de doeltaal niet veel in huis. Discipline is hier op haar plaats.
301 Resultaat
Ondertussen was er ook weer een klachtenlitanie van een leerkracht Latijn i.v.m. met het mogelijk afvoeren van uren van deze dode taal. Over het nut kan gediscussiëerd worden. Maar wat er te veel aan was, was het pleidooi voor theorie. Het argument was dat ze anders nooit literatuur zullen integreren. Of dat nodig is in een vreemde taal, valt te betwijfelen. Maar dan zitten we weer in de disccussie over het functionele en het artistieke. Wanneer zal men eindelijk begrijpen dat men een onderscheid moet maken in Moedertaal en talenonderwijs aan anderstaligen. De specifieke didactiek van talen aan anderstaligen vanaf het 0-niveau is hier essentieel. Maar helaas : het percentage leerkrachten met grondige didactische vakkennis is bijzonder laag!
300 Verandering
300 Verandering
Er werd weer een nieuw fenomeen beschreven : aangeleerde hulpeloosheid. Het werd bestudeerd door de Amerikaanse psycholoog Martin Seligman.Het ontstaat door het gevoel dat medewerkers aan een organisatie hebben, dat ze geen werkelijke invloed hebben en alles lijdzaam moeten ondergaan. Er is maar één remedie tegen : betrokkenheid.
In het management van Tom Peters zit dat anders. Betrokken zijn en mee veranderen is de essentie van zijn beheer. De medewerk(st)er moet een gevoel hebben en een overtuiging van eigenaar te zijn van de zaak.
299 Dialogen
299 Dialogen
In het eerste deel resten nog 3 dialogen : XII Pension La pepa , XIII Hoe grappig en XIV Op weg
298 XI Vragen over Rome
298 XI Vragen over Rome
1 Waar wonen jullie ?
2 Wij wonen in een pension “Pepa”.
3 Geef mij je adres.
4 Neem mijn kaart
5 Mijn adres is gemakkelijker :
6 De Metrostraat
7 Steek de straat over
8 Neem het voetpad langs de winkels
9 Aan de hoek is er een apotheek
10 He, dat is moeilijk
11 Vraag het aan de bewaker
12 Wij steken over
13 Ik dacht het. De disco is gesloten.
14 Kunt u mij eens zeggen, a.u.b.
15 Waar is het pension “La Pepa” ?
16 Volg rechts
17 Zie je dat standbeeld
18 Zie je het park rond het standbeeld
19 Je hebt daar een plein met arcades
20 Het pension is aan het plein
21 Maar, we zijn opzoek naar “La Pepa”
297 X We kopen een appartement
297 X We kopen een appartement
1 We kopen een appartement in dit gebouw
2 We gaan kijken
3 Kunnen we het appartement bezoeken
4 Natuurlijk, ga maar, a.u.b.
5 Hier heb je de inkom
6 De keuken is heel mooi
7 Hier heb je de eetkamer
8 Alle meubels zijn nieuw
9 en die deur ?
10 Die gaat naar de gang
11 van de bewoners
12 De kamer van de ouders
13 Deze kamer is veel groter
14 Is ze bewoond ?
15 Ze is van de kinderen
16 Je hoort het; En deze deur ?
17 Dan houd ik er minder van
18 Dat is de deur van de badkamer
19 Hoeveel kost het ?
20 200000 Euro
21 Dan houd ik er minder van
22 Waar gaan we heen ?
23 Waar is de kat ?
24 Ik kijk onder de meubels
25 Kijk in deze woonkamer
26 Ik wil in deze kast kijken
27 En achter deze deur
28 Ik kijk
29 Dat is zo
30 Kijk, zij zit op het bed
31 Die meneer is aan het wandelen
32 Die meneer is aan het zonnebaden
33 Die is aan het lezen
34 Ik houd van deze kast
35 Ik verkies dit bed
36 Deze kasten zijn goedkoop
37 Deze kasten zijn duurder
38 Deze mijnheer is aan het wachten
39 Deze vrouw wacht ook
40 Deze jongens wandelen
41 Deze meisjes winkelen
42 Wij kopen dit appartement
43 Dit huis kopen wij ook
44 Deze flats worden verkocht
45 deze huizen worden ook verkocht
Klein - groot
Links – rechts
Goedkoop - duur
296 Evaluatie
296 Evaluatie
Deze week stootten wij op twee nieuwe initiatieven.
Minister Van Deurzen kondigde een actie aan voor Nederlandse taalbeheersing bij kleuters. Hier viel één ding op : de noodzaak aan een éénvormige uitspraak van onze taal. Wanneer wordt er eindelijk werk gemaakt van standaard Nederlands ?
ANWB pakt uit met taalgidsen en taalkits. Die zouden functioneel moeten zijn. Maar de gidsen beginnen met een korte grammatica en daarna pas volgen belangrijke uitdrukkingen op het gebied van eten, drinken, vervoer, medische hulp enz. Hopelijk wordt hierin rekening gehouden met de basiswoordenschat van gesproken Nederlands!
295 IX Het nieuw appartement
295 IX Het nieuw appartement
1 C. en A. staan te praten in de straat.2 We hebben al een nieuw huis, weet je.
3 Het nieuw huis? Echt?
4 Goed, het nieuw appartement
5 Neen, ik wist het niet.
6 Hoe ziet het eruit ?
7 Kom kijken
8 Het is in de hoofdweg
9 daar, even terug, in het nummer 9
10 Kijk, het is op de 6de verdiepi ng
11 Wij hebben een lift, Echt
12 Ja, vrouw, duidelijk
13 Hou je van het huis ?
14 Ja, meisje, veel
15 Het appartement is heel klaar
16 en heel modern
17 Er is een klein vernster
18 en twee balkonnen
19 Aan de andere kant hebben we een terras
20 Heb je bloemen
21 Bloemen ? Het staat vol bloemen.
22 Mama. Mama.
23 Zij is niet thuis
24 Ik weet het niet
25 Ik denk van wel
26 Ik zal zien. Mama!
27 Neen, zij is niet thuis
28 Niemand
29 Ja, er is iemand : de kat
30 Zij is aan het zonnebaden
31 Ja, zij is aan het zonnebaden
32 Neen, ik houd niet van de zon
33 Ik verkies de schauw
34 Is er geen lift? Rechts?
35 Zeker vrouw
36 Houd je van het appartement ?
37 Ja, meisje erg38 Is uw moeder thuis ?
39 Ik weet het niet
40 Mama
41 Er is niemand
42 Neen, neen, er is niemand
43 Ja, de kat is er
44 Heb je bloemen ?
45 Ja, het terras staat er vol van
294 VIII Opreis
294 VIII Op reis
1 Taxi!
2 Waar gaan we naartoe ?
3 We gaan naar het station.
4 De trein vertrekt om half negen
5 Het is acht uur
6 Hier is het station
7 Hoeveel is het ?
8 Achttien Euro
9 Hebt u wisselgeld ?
10 Neen mijnheer.
11 O, ik heb twintig Euro.
12 Als ’t u belieft.
13 Achttien en zeven, vijfentwintig
14 Mijnheer
15 Ja, mijnheer
16 Hoeveel valiezen hebt u ?
17 Wij hebben er drie.
18 Een mandje
19 en drie pakjes
20 Wij hebben nog voldoende tijd
21 Kom kinderen. Naar boven.
22 Hier zijn onze zitplaatsen
23 Oef, wat is het warm!
24 Heb je een zakdoek, P.
25 Geef hem aan papa
26 Dank u, zoon
27 Hoeveel kinderen hebben jullie ?
28 Wij hebben twee zonen
29 en een dochter
30 Ik heb een zoon en zes kleinkinderen
31 kleinzoon
32 Hoe laat is het ?
33 Het is negen uur.
34 De mijnheer heeft drie valiezen
35 De mevrouw heeft drie zonen
36 Hier hebben we onze zitplaatsen.
37 Hebben jullie het warm, kinderen ?
38 Ik, neen.
39 Ik heb het niet warm.
40 Heb je een zakdoek, P.
41 Hoeveel kinderen hebt u ?
42 Wij hebben twee zonen en een dochter.
43 Ik heb een zoon en zes kleinkinderen
44 Wat grappig. De zonen hebben zwart haar.
45 Ja, en dochters zijn blond.
Tijd
betalen
familie - stamboom
293 VII De oma en de nichtjes
293 VII De oma en de nichtjes
1 Dit zijn foto’s van een uitstap.
2 Wij zijn in de bergen.
3 De bergen zijn hoog
4 En er is sneeuw
5 Waar ben jij ?
6 Ik sta in het midden
7 Ben jij dat ?
8 Ja, dat ben ik
9 Ja, oma, dat ben ik
10 Je bent goed met je hoed
11 De foto’s zijn goed, eh, oma
12 Ben jij de fotograag
13 Ja
14 Je bent een goede fotograaf
15 Ja … mijn hoed is blauw
16 Op deze plaats is er groen
17 Hoe? Wat zeg je ?
18 Welke kleur hebben de bomen, oma ?
19 De bomen zijn groen
20 Als ze groen zijn
21 Goed man, goed
22 Dat is Manuel
23 Wie is Manuel
24 Hij is mijn broer
25 Dat is hij
26 O ja, dat is hij
27 Juffrouw
28 zeg
29 Het bier is warm
30 Mijn horchata is goed fris
31 Pardon, wat is de horchata
32 Dat is een verfrissing
33 Is uw horchata fris ?
34 Ja, zij is goed fris
35 Is de koffie goed ?
36 Ja, hij is goed
37 omdat hij fris is
38 Dat is sympathieker vandaag
39 Neen, het is altijd sympathiek
40 Ik ben Ana
41 Ik ben nu in Malaga
42 Ik ben student
43 Maar ik ben met vakantie nu
44 Is de koffie van Colombia goed
45 Ja, hij is goed, want hij is koud
Hoog - laag
Familieverbanden
Kleuren
Dranken
292 VI Winkelen
292 VI Winkelen
1 Goede avond, heren.
2 Wat verlangt u ?
3 Schoenen voor heren a.u.b.
4 Hebt u iets gezien ?
5 Graag zwarte schoenen … goedkoop
6 Wij zullen eens kijken
7 Zwarte schoenen van arriba
8 van honderd Euro (pesetas)
9 De zwarte kosten vierhonderd Euro
10 Verkies je niet van de bruine ?
11 De bruine daar beneden
12 Ik verkies zwarte
13 Jan maar de zwarte zijn duurder
14 de bruine voor alle dagen
15 en de zwarte voor ‘s zondags
16 De twee paren zijn uitstekend
17 Zo zal het zijn, …, de twee paren
18 Neen, neen, dat kost te veel
19 En een paar schoenen
20 Ja, een paar mevrouw
21 Hier heb je ze
22 Hier heb je schoenen
23 witte, blauwe en zwarte
24 Ik verkies de blauwe
25 De blauwe zijn mooier
26 Hoeveel kosten de blauwe ?
27 Ze kosten 25 Euro
28 Hoe verschikkelijk Welke prijzen
29 Heb je dat gehoord ?
30 en een paar vrouwenschoenen
31 De bruine zijn goedkoop
32 Ik verkies zwarte schoenen
33 Die zijn goedkoper
34 Neen, mijnheer, ze kosten … Euro
35 Begrepen, de slippers voor u
36 en de schoenen voor mij
37 Hier heb je goedkope schoenen
38 Goedkope schoenen? Hoe goedkoop ?
39 De schoenen van … Euro
40 De bruine daar beneden
41 Neen, de zwarte van boven
42 Slippers
43 Welke ?
44 De blauwe slippers
45 De blauwe zijn beter
Goed beter best
Goedkoop duur
kleuren
boven beneden
kostprijs
290 IV Groeten, bier, ijsjes
IV Groeten, bier en ijsjes
1 Zijn dat …
2 Neen, mijnheer, dat zijn ze niet
3 Ja, dat zijn z
4 Zij zitten op het terras
5 O, ja, dat zijn ze
6 Hoe gaat het ?
7 Oef, wat is het warm
8 Wij zijn in de zomer, vriend
9 Ja, wij zijn in Madrid
10 Hoe gaat het met de kinderen
11 Goed, dank u
12 Zij zijn in Malaga
13 met mijn ouders
14 Ober
15 Wat wenst u meneer ?
16 Een ijsje en twee bieren
17 Een ijsje en twee bieren
18 Waar zijn mijn cerillas
19 Kijk, zij liggen op de grond
20 Een ijsje en twee bieren
21 Zij zijn heel fris,eh
22 Hoe gaat het
23 Goed, dank u
24 Goed,…wat is het warm
25 De kinderen zijn in Malaga
26 bij mijn ouders
27 Jullie zij hier
28 en zij zijn ginder
29 Wat doen jullie
30 Wij schrijven naar mama
31 Met hoeveel zijn jullie, oma
32 Wij zijn met tien
33 Waar zijn de kinderen ?
34 Zij zijn in de tuin
35 Waar zijn jullie ?
36 Wij zijn hier, in de tuin
37 Wij zijn in Malaga
38 Ja, wij zijn met onze grootouders
39 Wat doen jullie ?
40 Wij schrijven naar mama
41 Waar zijn de kinderen ?
42 Zij zijn in de tuin
43 Zijn jullie in de tuin ?
44 Ja, dar zijn we
45 Zijn jullie goed, daar ?
mijnheer
mevrouw
ober
oma
opa
postbode
289 III Telefoon
289 III Telefoon
1 telefoongerinkel
2 D Hallo, met …
3 A Hoe maakt u het, mevrouw- mijnheer
4 D Goed, en u
5 A Ik voel mij goed, dank u
6 A Is … thuis ?
7 D Neen, hij (zij) is er niet
8 C Wie klopt er op de deur ?
9 D O, ik hoop dat hij (zij) het is
10 C Ik ben mij aan het klaar maken
)11 D Zij is zich aan het klaar maken
)12 C Waar bent u ?
13 A Ik ben in …
14 C … ?
15 A Ja, ik kwam daar langs
16 C Heb je goed weer ?
17 A Ja, het is super
18 C Gaan we naar het zwembad ?
19 A Ja, … en … gaan ook
20 S Ik wacht
21 A Excuseer
22 We gaan naar het zwembad
23 Daar is …
24 … is er ook
25 Hoe gaat het met ….
26 Hij zwemt
27 Waar is …
28 Ik ben hier
29 Ik leyendo
30 Ben je kwaad
31 Neen, neen, dank u
32 Ik ben moe
33 Ben je klaar ?
34 Een … twee …en … drie
35 Ik ben het aan het leren, eh
36 Ja, ik leer het
37 Hoe maakt u het ?
38 Is … thuis
39 Zij is zich aan het klaar maken
40 Waar ben je ?
41 Ik ben in …
42 Ik ban aan het lezen
43 Ben je klaar ?
44 Ben je kwaad
45 Neen ik ben moe
288 II De piano
288 II De piano
1 L Bent u Miguel?
2 M Goede dag
3 L Hallo, ga maar
4 L Ga zitten
5 L Er wordt op de deur geklopt
6 O Woont Luis Mata hier ?
7 L Ja, dat ben ik
8 O Hoe maakt u het ?
9 O Wij zijn van het Nationaal teater
10 L O ja, ga door
11 O Hoe zwaar ?
12 O Man, jullie zijn jongeren
13 L Als ’t u belieft
14 O Bent u muzikant
15 L Wij zijn beiden muzikant
16 L Hoeveel is het ?
17 O Duizend Euro
18 L Als ’t u belieft
19 L En dit voor u
20 O Veel dank
21 L Dat is niets. Tot ziens.
22 M Er wordt aan de deur geklopt
23 O Wij zijn van het Nationaal Teater
24 M Wie is dat ?
25 L Dat is een werknemer
26 O Man, jullie zijn jongeren
27 O Bent u muzikant ?
28 L Ja, wij zijn beiden muzikanten
29 O Wij zijn werknemers
30 O Dat is duizend Euro
31 L Als ’t u belieft
32 L Met hoeveel zijn jullie
33 O Wij zijn met drie
34 M Wie is dat ?
35 L Ik ben werknemer
36 M Van waar ben je
37 L Ik ben van het Nationaal theater
38 M Met hoeveel zijn jullie ?
39 L Wij zijn met drie
40 O Zijn jullie muzikanten?
41 L Ja, wij zijn pianisten
42 O Wij zijn werknemers
43 O Jullie zijn jongeren
44 O Wij zijn jongeren
45 O Dat is duizend Euro
Beleefdheidsvormen :
Goede dag
Ga zitten
Hoe maakt u het ?
Hoeveel is het ?
Als ’t u belieft
Dank u
287 Vertaling
Leven en dialogen in Spanje.
1 Onder vrienden.
1 M Dat is Paco
2 P Ja, ik ben Paco
3 A En dit is Alfonso
4 M Paco is student
5 A Alfonso ook
6 A Ja, ik ben ook student
7 A Goede dag, Paco
8 P Hallo Alfonso, goede dag
9 P Wat is dat ?
10 P Dat is een boek
11 P Hoe laat is het ?
12 A Het is 2 uur
13 P Waar woont Manuel
14 A Hier, in dat huis
15 M Kijk. Dat is Alfonso
16 M En dit is Paco
17 A Aangenaam
18 M Van waar zijn jullie ?
19 P Ik ben van Panama
20 A Ik ben Madrileense
21 A Ik ben ook Madrileense
22 A Wie is dat ?
23 M Dat is Alfonso
24 A Ja, ik ben Alfonso
25 M Alfonso is student
26 A Waar woont Manuel ?
27 M Kijk, dat is Paco
28 A Van waar ben jij ?
29 P Ik ben van Panama
30 P En jij, van waar ben jij ?
31 A Ik ben van Madrid
32 A Ik ben ook van Madrid
33 A Wie is dat ?
34 De meid Dat is een meneer
35 P Ik ben Paco
36 A Ik ben student
37 A Jij ben ook student
38 P U bent mekanieker
39 P Hij is boer
40 Een meisje : Ik ben Spaanse
41 Een jongen : Ik ben van Madrid
42 Beambte : Bent u Noord Amerikaan
43 Toerist 1 : Ja, ik ben van New York
44 Beambte : Bent u jager
45 Toerist 2 : Neen mijnheer, ik ben temmer
Feitelijk kan deze les zonder hulpmiddelen gegeven worden, in een levende conversatie. Maar de éénvormige klank wordt dan vervangen door de stem van de leerkracht. Bij toon- en klemtoonveranderingen kan dat een negatieve invloed hebben op het luisteren.
De voorgeprogrammeerde dialoog is ook niet onbelangrijk.
Men kan volgende elementen verwerken :
Dat is …
Ik ben … Ik heet …
Hij is …
Zij is …
Goede dag
Wat is dat ?
Wie is dat ?
Hoe heet jij ?
Waar woon je ? Van waar ben je ?
Wat doe je ?
Hoe laat is het ?
286 Dialogen
286 Dialogen
In het audiovisueel onderwijs werk je met de reële dingen als ze voorhanden zijn. Het valt op dat de eerste lessen alle in of in de omgeving van de klas kunnen.
Zo hebben we in de tweede les een situatie in een huiskamer, die gemakkelijk kan gesimuleerd worden in de klas. Het komt er dus op aan, van met enige creativiteit toneeltjes te bedenken rond thema’s, die de studenten in hun dagdagelijks leven zullen gebruiken.
Om op een enigszins veilige manier dialogen te maken, vertalen wij de dialogen van Diálogos de España. We halen er de bruikbare dialogen uit en proberen die samen te brengen, tot een doordachte lijst, waarmee het einddoel : zo snel als mogelijk de taal spreken, mogelijk is.

