Vrijdag 18 januari 2013
Schorsbreker
Geschreven door Cladonia om 16:50
Reageer op dit bericht
Schorsbreker
Inktzwam
Gesteelde druppelzwam
Het steeltje van deze "Gesteelde druppelzwam" (Dacrimyces capitatus) is helemaal niet lang maar wel zeer kort en niet goed zichtbaar. Het vruchtlichaam zelf is ook niet groot , het is bol tot lensvormig en maar 1 tot 3 mm in doorsnede. Het zwammetje is een zwam levend van dood hout, een saprofyt dus. Wel met een mooie oranje kleurtje. In "bijlage" nog een opname van dit zwammetje.
Variabel kristalkopje
Een slijmzwammetje is toch steeds fascinerend! Het is een doorgaans klein organisme dat een dierlijk begin kent, als een amoebe (een ééncellig wezen). Het voedt zich vooral met algen en bacteriën die het opneemt en inwendig verteert. Daarna komt er een fase dat het stabiliseert en een "sporogoon" vormt , waar het een soort sporen ontwikkelt om zich voort te planten. Hier hebben we "sporogonen" van het "Variabel kristalkopje" (Didymium squamulosum). Meestal staan de sporogonen afzonderlijk maar bij deze soort kunnen er ook samengroeien. Onderaan zien we een klein vliezig vlakje waarop het zich verder ontwikkelde. Het steeltje is gegroefd en wit. Bovenaan zitten de bruine sporen in een omhulsel uit kristallen bestaand. Voor deze details moet u in "bijlage" gaan kijken waar we een vergroting van x 30 opnamen, de kleuren zijn dan wel niet zo echt meer, maar wat bruinig. Ook bij vorige gelegenheden hebben we over deze ééncelligen al iets meer verteld (zie bovenaan bij slijmzwammen).
Gedraaid knikmos
Soms moet men niet ver gaan zoeken om mooie mosjes te vinden. Dit "Gedraaid knikmos" (Bryum capilare) staat gewoon in een voeg van ons terras. Zoals vele mossen draagt het vooral de naam van het kapsel en dat "knikt" hier perfect! Ze staan ook het meest in het oog als er een lage winterzon op schijnt. Het mosje zelf is zeer klein en valt zeker niet op. Als het erg droog is zijn de blaadjes wel sterk gedraaid en dit komt dan ook weer voor in de naamgeving!
Kleine wintervlinder
Hier hebben we wel het mannetje van de "Kleine wintervlinder" (Operopthera brumata) want het vrouwtje is vleugelloos! Het is het mannetje dat dus wel het vrouwtje moet vinden. Het is ook een nachtvlinder en verschijnt maar eerst na de eerste nachtvorst. Zeer merkwaardig toch? Zijn naam "Wintervlinder" is dus wel goed gekozen. Op een stuk stronk van een boom is het ook geen opvallende verschijning men moet er bij toeval op uit komen. Er vliegt één generatie van deze vlindertjes per jaar en de eieren overwinteren. Het schijnt ook dat de rupsen soms massaal voorkomen en veel schade kunnen aanrichten aan fruitbomen...
Priembladmos
Dit "Priembladmos" (Dicranodontium denudatum) wordt als zeer zeldzaam aangeduid. De blaadjes staan wat sikkelvormig op de stengel en blijken gemakkelijk af te breken en zo zien we de stengel nog met sporen van oude blaadjes als een streepje op de stengel. De naamgeving van de wetenschappelijke naam duidt daar ook op: "denudatum" =ontbloot of naakt. De stengel wordt kaal daar waar vroeger blaadjes stonden. Hier ook te merken! Het is en bij uitstek mos dat zich vegetatief met stukjes van een blad of het gehele blad voortplant. Als men er met de hand overgaat kleven er heel veel stukjes van de blaadjes aan de vingers. Op die manier zal het gehele stroken op een liggende rottende boom kunnen inpalmen maar verspreidt het zich niet vlug op grotere afstand, tenzij de mens of een dier bij toeval een stukje van meeneemt en op een geschikte plaats deponeert bv. op zuur rottend hout of een scheve boomvoet. In "bijlage" nog een opname!
Gewoon sikkelsterretje
Gewoon schijfjesmos
Het "Gewoon schijfjesmos" (Radula complanata) is een éénhuizig mos met bladeren die als schijfjes boven elkaar aan een stengel groeien. Aan de bladrandjes zien we vlakke, ronde broedlichaampjes die kunnen afbreken en in staat zijn om een nieuw mos te laten uitgroeien. Speciaal hier zien we boven links echter ook twee openspringende sporendoosjes (bruin) op een steel, die met vier kleppen open staan. De sporen zijn er ondertussen uit. Dit ziet men niet dikwijls want gewoonlijk zien we dit mos alleen met de broedkorrels langs de blaadjes. Een meevaller! In "bijlage" nog en opname .
Gewimperd veenmos
Veenmossen hadden en hebben een bijzondere betekenis voor de mens. "Veen" is het samengeperste veenmos van honderden jaren oud en werd in vele delen van Europa gewonnen en in gedroogde vorm (turf) onder meer als brandstof gebruikt. In het landschap zijn hier en daar nog van die sporen terug te vinden, waar de mens deze "turf" ontgonnen heeft. Een veel voorkomend veenmos hier bij ons is het "Gewimperd veenmos" (Sphagnum fimbriatum). Om het echt op naam te brengen is wel nodig dat men een "stamblaadje kan zien. Dit moet wat "uitgerafeld" of (gewimperd) zijn. De venmossen zijn ook erg mooi en blijven maar doorgroeien als ze de kans krijgen. Zo vormen zij dus ook die stapels die later het "veen"geven. Hier hebben we het mos dat kapselt. De kapsels staan bovenaan op een steeltje met een doosje. Hierin zitten de sporen. Hier zijn "sporedoosjes" te zien die nog gesloten zijn maar er zijn er ook al open om de sporen los te laten. In "Bijlage" nog een opname!
Elzenmos
Gewoon knikkertjesmos
Boompjesmos
Het "Boompjesmos" (Climacium dendroides) is wel iets heel apart. Het is door zijn boomvormige groeiwijze en forse afmetingen een opvallend mos. Het kan overal groeien maar moet toch wat vochtig staan. Het verdraagt geen bemesting. In gebieden met intensieve landbouw zal het dan ook ontbreken. De "takjes" met zowat "een kruin" bovenaan staan onderling verbonden op uitlopers. Het zal zich ook langs die uitlopers verspreiden. Het "Struikmos" doet dat ook en daardoor is er met dat mos wel eens verwarring mogelijk. In "bijlage" kunt nog een opname bewonderen.
Haarmos
Dit zijn de kapsels van een "Haarmos" (Polytrichum - betekend ook "vele haren") waarschijnlijk het "Gewoon haarmos" maar we zien dus niet het hele plantje, alleen de kapsels op een steeltje. Het is wel duidelijk te zien hier dat op die kapsels een harige bedekking is die naar achter toe wat uitsteekt. Het illustreert ook dat de naam van de meeste mossen genoemd is naar een kenmerk van het kapsel. Dit is harig! Dus ...Ook hieronder hadden we parapluutjesvormige voortplantingsorganen dus..."Parapluuutjesmos".
Parapluutjesmos
Het "Parapluutjesmos" (Marchantia polymorpha) is een levermos dat nogal groot kan worden. Het heeft een "lapvormige" groeiwijze die wel 10 cm lang kan worden en 5 tot 15 mm breed kan zijn. Het is wat licht- tot donkergroen met een onscherpe middenstreep en een fijne netvormige tekening met poriën. Het is ook tweehuizig, er zijn mannelijke en vrouwelijke plantjes. Hier is er een mannelijk plantje op de foto. Dit is goed te zien aan het vruchtlichaam dat de vorm heeft van een gesloten parapluutje. Er zijn hier "drie rondje parapluutjes" goed te zien van boven getrokken want die staan eigenlijk op een steeltje, dat we hier niet kunnen zien. Er zijn hier ook nog bekertjes te zien. Dit is een ongeslachtelijk voortplantingsmechanisme. In de "bekertjes" zitten of zaten hier "broedkorrels" die met de regendruppels verspreid worden, maar dat worden dan "klonen" van het plantje. In "bijlage" nog een foto maar nu van een vrouwelijk "Parapluutjesmos" met ook parapluutjes maar niet helemaal vol men ziet eerder "baleinen" van een parapluutje.
Blaasjesmos
Helmroestmos
De kleur van dit mosje, "Helmroestmos" (Frullania dilatata), helpt om het op naam te brengen. Meestal ziet men de dofgroene tot roodbruine stengeltjes van het mos over de stam of tak uitgespreid. Het is een levermos met ronde blaadjes en ze hebben ook nog een onderlob, die we hier niet kunnen zien uiteraard. De kleur is wel bijzonder. In "bijlage" nog een andere opname van dit mosje.
Landvorkje
Klei-smaragdsteeltje
Gewoon kronkelsteeltje of Breekblaadje