LEVEN ALS PAASMENSEN (Carlos Desoete pr.)
Midden in de dood, in de leegte
van leven dat geen leven is,
kan het ook vandaag gebeuren
dat de Verrezene opstaat in ons
en ons omvomt tot wie we tendiepste zijn:
paasmensen die de dood en alles wat scheidt
en leeg maakt achter zich laten en leven
alsof de dood voorbij is en het nieuwe leven
waar alles spreekt van Hem die heet
'IK ZAL ER ZIJN" al begonnen is.
Paasmensen z i e n; veel meer dan de dingen
die ons aan het hebben binden,
veel meer dan het uiterlijk vertoon
dat vaak de leegte moet verbergen.
Zij zien verder dan het dodende geweld
en onrecht, verder dan agressie
en het elk voor zich.
Zij zien tekenen van verrijzenis:
hoe midden in die dood Hij er is,
de grote Aanwezige; hoe Hij gebeurt,
soms overduidelijk, soms stlweg incognito:
in een vreemdeling op het strand,
een tuinman of iemand die per toeval
onze wegen kruist en een ein weegs meegaat.
Zij zien dat de dode niet dood is
maar enkel maar uit het gezicht verdwenen,
zij zien waar leven is en dat kruis van gisteren,
het vechten tegen de ontmoediging,-
zijn betekenis had, dat alles zijn zin krijgt
in het breken van het brood
en het delen van het leven.
Paasmensen staan op,
uit het graf van hun angsten,
uit de wonden van hun verleden,
met een veerkracht die niet alleen
in henzelf haar oorsprong vindt.
Zij staan op tegen alles wat leven tegenhoudt,
wat mensen minder mens maakt
en leven minder levenswaard.
Zij staan op om engel te zijn;
een engel die de steen wegrolt
die op het leven van medemensen drukt,
die in de donkere chaos licht brengt,
die waar mensen op een dood punt zitten,
nieuw leven mogelijk maakt,
die met een warm hart nabij is,
zo nabij als God.
Paasmensen gaan op weg.
Mensen van de weg, zo werden zij eertijds genoemd.
Hun weg heet: liefde, geloof en hoop,
breken en delen,
doen wat Jezus heeft gedaan,
zijn woord verder spreken,
zijn gebed verder bidden.
Ja, Jezus' weg is niet doodgelopen,
hij loopt door in zoveel paasmensen
tot op vandaag.
Door zijn Geest bezield, weten zij zich gezonden
om blinden het zicht te geven,
om verlamden te doen lopen,
en monddoodgemaakte mensen
stem te geven, om aan armen blijde boodschap
te brengen
Zij zijn met heel hun doen en laten,
met hun manier van leven vandaag
de belichaming van het evangelie.
ZIJ ZIJN VANDAAG HET LICHAAM VAN CHRISTUS.
VOOR WIE GELOOFT IN EEN NIEUWE AANPAK (Bij Joh.21,1-7)
Ik ga vissen!
Wie spreekt er niet dat verlossende woord
bij verdriet of onmacht, na ruzie, na een feest,
dat diep alledaagse woord:
ik ga weer aan het werk, ik blijf niet hangen
in mijn verdriet of onrecht,
in doelloosheid of verveling.
Ik ga vissen!
Wie heeft er nog niet ervaren
dat die resolute beslissing
een uitnodiging wordt voor anderen?
Wie hoorde niet antwoorden: dan gaan wij mee?
En gezamenlijk wordt het werk, de toewijding,
het geloof, de vriendschap, de inzet hernomen.
Maar goede wil is niet alles.
Zelfs na lang en nachtelijk werk, na inspanning
en herhaald proberen kon het net leeg blijven,
de toewijding niet beloond, het geloof niet terugevonden worden,
kon de vriendschap onvoldaan blijven.
Zij vingen die nacht niets.
En dan, tegen de morgen van een nieuwe aanpak,
gebeurt het toch.
Iemand staat aan het strand, aan de kant,
met een onhebbelijke vraag naar méér vis, naar méér geloof,
toewijding, vriendschap.
Maar tevens met een pasklare oplossing:
werp het net uit, rechts van de boot,
zoek toewijding rechts van het egoïsme,
hervind het geloof rechts van de zekerheid.
En dan lachte de hemel open in netten barstensvol met vis,
in vriendschap vol tederheid, in geloof zonder aarzeling,
in toewijding zonder berekening.
DAN GAAN DE OGEN OPEN VOOR EEN DIEPERE WERKELIJKHEID EN KON MEN ZEGGEN:
HET IS DE HEER.
EER HET ZOVER IS MOET JE EERST BESLISSEN: IK GA VISSEN !
( Piet Stienaers, salesiaan van Don Bosco)
CHRISTELIJK GEBED MET DE SCHEPPING (Paus Franciscus)
Wij loven U , Vader, met al uw schepselen,
die uit uw machtige hand zijn voortgekomen.
Zij zijn van u en vol van uw aanwezigheid en uw
tederheid.
U zij lof!
Zoon van God, Jezus,
door U is alles geschapen.
Gij hebt een menselijke gestalte aangenomen in de
moederschoot van Maria,
Gij zijt deel geworden van deze aarde,
en hebt naar deze aarde gekeken met menselijke ogen.
Vandaag zijt Gij levend in ieder schepsel
met uw heerlijkheid als Opgestane,
U zij lof!
Heilige Geest, die met uw licht
deze wereld richt op de liefde van de Vader,
en de weeklacht van de schepping begeleidt,
ook Gij leeft in onze harten
om ons aan te zetten tot het goede.
U zij lof!
Heer God, Eén en Drievuldig,
kostbare gemeenschap van oneindige liefde,
leer ons U te aanschouwen
in de schoonheid van het heelal,
waar alles spreekt van U.
Wek onze lofprijzing en dankbaarheid
om ieder wezen dat Gij hebt geschapen.
Geef ons de genade ons ten diepste verenigd te voelen
met al het bestaande.
God van liefde, toon ons onze plaats
in deze wereld
als instrumenten van uw liefde
voor alle wezens van deze aarde,
want geen enkel van hen wordt door U vergeten.
Verlicht hen die macht en geld bezitten,
opdat zij worden behoed
voor de zonde van de onverschilligheid,
het algemeen welzijn liefhebben, de zwakken ondersteunen,
en zorg dragen voor deze wereld, die wij bewonen.
De armen en de aarde schreeuwen:
Heer, doordring ons met uw macht en uw licht,
om ieder leven te beschermen,
om een betere toekomst te bereiden,
opdat uw Rijk kome,
het Rijk van gerechtigheid, vrede, liefde en schoonheid.
U ZIJ LOF ! AMEN.
(Gegeven te Rome bij Sint Pieter op 24 mei op het hoogfeest van Pinksteren, het derde jaar van mijn pontificaat)
HEILIGE GEEST, WEES EEN VUUR
Heilige Geest, wees een vuur in de donkere stad van mensen,
een laaiende toorts onderweg,
dat wij de duistere machten van twijfel doorkomen en niet verloren gaan.
Wees een fontein en besproei de arme tuin van onze hoop
met genade en met vreugde,
dat wij niet vruchteloos van bloemen dromen als de zomer komt.
Waai ons tegen, bemoedigend en warm, op onze trektocht naar geluk,
naar dat vreemde land ver voor ons uit met de kleur van onbereikbaarheid,
want eeuwen heimwee van de mensen brachten het niet naderbij.
Heilige Geest, maak onze gedachten helder en vriendelijk als morgenlicht,
en leer ons teergevoeligheid als wij van mensen weten
wat hen gekruisigd heeft.
Bewaar ons voor de treurigheid alleen maar voor onszelf te leven
en niet ons brood, ons dak en onze overvloed aan armen weg te geven.
Laat de avond niet vallen voor wij uw mensen
met grote hevigheid des harten hebben liefgehad.
Heilige stormwind, ruk ons los,
als wij behoudsgezind uw nieuw seizoen vertragen
en niet gehoorzaam in beweging blijven, om met U wonderen te doen.
Kom als een weerlicht die verrast
en splijt de harde rotsen van onwilligheid, die in de mensen wortel schoten.
Wees zachte bries van troost voor wie geleden heeft,
een huisportaal en open haard voor wie van thuiskomst droomt,
want het alleen zijn maakt mensen moe.
Smeed met uw aangeblazen vuur de mensen vast aaneen
en laat wie voor elkaar geboren zijn niet uit elkander gaan.
Geest van God, laat niet één mens alleen en zonder vrienden zijn,
maar geef aan ieder mens een ander, een man, een vrouw, een kind om voor te leven.
Leer ons de taal van PINKSTEREN spreken,
dat ook de vreemden ons verstaan
als wij gewijd door heilig vuur, weldoende op de aarde zijn
en aan de wereld tekenen geven van Gods oneindigheid.
VOOR WIE GELOOFT IN EEN NIEUWE AANPAK
(bij Johannes 21, 1-7)
Ik ga vissen !
Wie spreekt er niet
dat verlossende woord
bij verdriet of onmacht,
na ruzie, na een feest,
dat diep alledaagse woord:
ik ga weer aan het werk,
ik blijf niet hangen
in mijn verdriet of onrecht,
in doelloosheid of ververveling.
Ik ga vissen.
Wie heeft nog niet ervaren
dat die resolute beslissing
een uitnodiging wordt
voor anderen?
Wie hoorde niet antwoorden:
dan gaan wij mee?
En gezamelijk wordt het werk,
de toewijding, het geloof,
de vriendschap,
de inzet hernomen.
Maar goede wil is niet alles.
Zelfs na lang en nachtelijk werk,
na inspanning en herhaald proberen
kon het net leeg blijven,
de toewijding niet beloond,
het geloof niet teruggevonden worden,
kon de vriendschap onvoldaan blijven.
Zij vingen die nacht niets.
En dan, tegen de morgen
van een nieuwe aanpak,
gebeurt het toch.
Iemand staat aan het strand, aan de kant,
met een onhebbelijke vraag
naar méér vis, naar méér geloof,
toewijding, vriendschap.
Maar tevens met een pasklare oplossing:
werp het net uit, rechts van de boot,
zoek toewijding, vriendschap.
Maar tevens met een pasklare oplossing:
werp het net uit, rechts van de boot,
zoek toewijding, rechts van het egoïsme,
hervind het geloof rechts van de
zekerheid.
En dan lacht de hemel open
in netten barstensvol met vis,
in vriendschap vol tederheid,
in geloff zonder aarzeling,
in toewijding zonder berekening.
Dan gaan de ogen ook open
voor een diepere werkelijkheid
en kon men zeggen:
HET IS DE HEER.
Eer het zover is moet je eerst beslissen:
IK GA VISSEN !
(Piet Stienaers, salesiaan van Don Bosco/ Godzijdank een menselijk verhaal, Don Bosco, vorming en animatie,2014)
GOD VAN ONS HART... (Willem Vander Zee)
God van ons hart, Gij hebt ons
verbonden
eens en vooral op leven en dood.
Uw leven deelt Gij met ons
en onze dood is Uw zorg.
God van ons hart, blijf ons vasthouden
als wij U dreigen los te laten,
blijf ons aanvuren als wij de moed
verliezen:
dat wij ons staande kunnen
houden als bondgenoten van U,
zo betrouwbaar als Gij.
Maak ons tot bondgenoten van elkaar:
dat we van onze verschillen geen
geschillen maken
maar ons verheugen in onze
verscheidenheid;
bereid zijn van elkaar te leren
en samen te zoeken naar wat er nu te
doen is.
Maak ons tot bondgenoten
van hen die niets of niemand hebben:
dat wij instaan en opkomen voor iedere
mens, veraf en nabij,
die het slachtoffer is van onze macht en
rijkdom.
Maak ons tot bondgenoten
van alles wat stemloos is in uw schepping:
dat wij eerbiedig en zorgvuldig omgaan
met wat in Uw verbond is opgenomen:
de aarde die wij bewonen,
de lucht die wij inademen,
het water dat ons van dienst is,
het groen dat de aarde siert,
de dieren die onze lotgenoten zijn,
zusters en broeders van Uw verbond,
en niet onze bezittingen.
Maak ons tot bondgenoten
van allen die anders denken en anders
geloven:
dat wij er ons samen van bewust zijn
dat gerechtigheid gewild en gedaan
moet worden,
dat vrede gesticht moet worden,
dat heelheid van de schepping geleefd
moet woren,
en dat wij mensen van Uwentwege
daartoe worden geroepen en
bemoedigd.
GOD VAN ONS HART, BRENG ONS TE BINNEN
DAT BREKEN EN DELEN DE WOORDEN ZIJN
VAN UW VERBOND MET ONS,
VOORGEDAAN DOOR HEM DIE ONS IS
VOORGEGAAN,
UW LIEFDE, UW VERBOND, IN LEVENDEN LIJVE.
(Uit: Tijdschrift ADEM-TOCHT 35e jaargang nr.4-2016)
ZONNELIED VAN ST. FRANCISCUS VAN ASSISI
Allerhoogste, almachtige,goede Heer,
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig uw naam te noemen.
Wees geprezen, mijn Heer, door al uw schepselen
vooral door mijnheer broeder zon
die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En Hij is mooi en straalt met grote pracht;
van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.
Wees geprezen,mijn Heer, door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,
door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.
Wees geprezen mijnHeer, door zuster water
die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.
Wees geprezen mijn Heer, door broeder vuur
door wie Gij voor ons de nacht verlicht;
en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
Wees geprezen mijn Heer, door onze zuster moeder aarde
die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.
Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde
vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig wie dat dragen in vrede,
want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.
Wees geprezen, mijn Heer,
door onze zuster de lichamelijke dood,
die geen levend mens kan ontvluchten.
Wee hen die in doodzonde sterven;
gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
Prijs en zegen mijn heer,
en dank en dien Hem in grote nederigheid.
(Op het einde van zijn leven heeft Franciscus zijn Zonnelied, de lofzang van de schepselen gecomponeerd.)
1 reactie op dit bericht
We waren allebei verdergegaan met ons leve