Pol de Mont '” IJskristallen

IJSKRISTALLEN
Blankberijmd, vol ijskristallen,
praalt en prijkt de lange laan,
waarop bleke stralen vallen
van de volle blanke maan.
Op wát takken neer mag vallen,
bleek en blank, één straal der maan,
kaatsen honderd ijskristallen
vlammenpijlen door de laan.
Plots, als van de daken, vallen
winden, brallend, in de laan,
dat, alom, al de ijskristallen
wieglen, waggelen in de maan...

En mij dunkt, die ijskristallen,
waglend, wiegelend in de maan
'k hoor ze klingelend, klangelend vallen,
'k zie ze vonkelend, flonkerend vallen,
in de lange, langelaan...,
tjinkelend vallen, tjankelend vallen,
honderdtallen, duizendtallen
vallen, vallen, vallen, vallen
in de lange, lange laan.
__________
Pol de Mont (1857-1931)
Uit: Natuur 1890-1922
opgenomen in Zomervlammen — Verzen (1922)





Hoewel
een sprookje niet direct de aangewezen literaire basis vormt voor een
uiting van podiumkunst, zijn er toch diverse componisten geïnspireerd
geraakt door deze uiting van dichterlijk vermogen. Zo zijn er in de
negentiende eeuw enkele musici geweest, die Roeslan en Ljoedmila van Aleksandr Poesjkin (1799-1837) als uitgangspunt voor een compositie hebben gekozen.
































