vakantie in Marokko
In 1999 ging ik voor het eerst op vakantie naar een Arabisch land.
Heel eng vond ik dat toen, er deden van die vervelende verhalen de ronde, dat je daar niet als vrouw alleen naartoe kon, omdat je dan op iedere straathoek aangerand zou worden, dat je bestolen werd, je paspoort en portemonnee zouden er gerold worden en als je de kunst van het afdingen niet verstond, betaalde je een vijfvoud van wat het voorwerp dat je kocht, waard was.
Voor alle zekerheid had ik in een Arabische reisgids een paar woorden Arabisch aangestreept, die ik heel beslist wilde kennen. Het Arabisch vond ik een ingewikkelde taal, niet alleen vanwege de heel andere schrijftekens, maar ook omdat niet onmiddellijk duidelijk was wélke taalgids ik nodig had, want er was het Egyptisch Arabisch, het Irakees Arabisch, het Marokkaans Arabisch, het Tunesisch Arabisch, kortom zoveel Arabisch als er landen waren in Noord Afrika en het Midden Oosten. Ik koos voor Engels Arabisch met cassettebandje van Berlitz, er was geen Nederlands Arabisch, in ieder geval niet in 1999. Bij de inleiding werd al verteld dat het ging om Egyptisch Arabisch, maar dat ik me er in de andere Arabische landen ook verstaanbaar mee kon maken. Ik oefende een paar keer en toen ik eenmaal goede morgen en goede avond kon zeggen ,ja en nee,, a.u.b. en dan u wel en I am sorry, hield ik ermee op, oh ja, het tellen, dat leerde ik ook nog en de Arabische tekens voor de cijfers.
Op een mooie Nederlandse winterdag in februari vloog ik naar Agadir. Op het vliegveld aangekomen was er even een teleurstelling. Ik maakte gebruik van het toilet en daar werd meteen een gulden voor gevraagd, die ik natuurlijk niet betaalde. Bakshisch lè. Dat stond ook boven de toiletten geschreven, in diverse talen, dat je geen bakshisch hoefde te geven. Het mocht natuurlijk wel, maar als het zo afgedwongen wordt, heb je daar helemaal geen zin meer in.
De rit met de bus door de stad naar het hotel was adembenemend. De terracottakleur van de aarde, de pastelkleuren van de huizen en ja, natuurlijk ook de minder mooie buurten, maar al met al vond ik het een sprookje, vooral ook toen ik de eerste dromedarissen zag, want ik was vastbesloten om een ritje op zo’n dier te maken.
Het was een voordeel dat ik goed Frans sprak, zo kon ik in het hotel mineraalwater bestellen, met gas, de l’eau gaseuse, toeristen die alleen maar Engels spraken hadden daar meteen al moeite mee, want wat is Spa Rood in het Engels? En de ober was beslist vriendelijker tegen mensen die Frans spraken dan tegen degeen die dat niet konden.
De volgende morgen ging ik, na een heerlijk ontbijt met vers geperst sinaasappelsap, naar het strand en daar liepen meerdere mannen met kamelen. Ik koos de vriendelijkste man uit, een al wat oudere man die zijn dromedaris heel lief behandelde. De man heette Mohammed en de dromedaris Saïd. Ik vroeg hem hoeveel het kostte om op de kameel te mogen rijden en hij noemde een bedrag in dirham, dat ik zo snel niet om kon rekenen naar guldens, dus zei ik, de afdinggedachte in mijn hoofd: ik wil er alleen op rijden, ik wil hem niet kopen. Mohammed moest lachen en verlaagde de prijs met de helft en dat vond ik prima, het ging mij er niet om de man financieel uit te kleden, meer om proberen of afdingen zou lukken. De rit op Saïd was heel prettig, ik torende hoog boven het zand en de zee en dat gaf mij een prettig gevoel, alsof ik een koningin was. De volgende dag was Mohammed er weer met Saïd en maakte ik ,voor hetzelfde bedrag, opnieuw een ritje, na een paar dagen mocht ik een stukje draven, Mohammed hard lopend naast Saïd en ik staande op de pedalen. Marokkaanse dromedarissen hebben een zadel met koperen pedalen aan de zijkanten, dat is heel comfortabel onder het rijden. De vierde dag zag ik Mohammed niet, wel kwam er een andere man met dromedaris naar mij toe en toen ik nee zei, vroeg hij: “Waarom niet?’ Ik antwoordde dat ik op Mohammed en Saïd wachtte. De man zei: ‘Ik ben Mohammed en dit is Saïd.” Ik lachte hem toe en zei: “U denkt dat ik de ene Arabier niet van de andere kan onderscheiden?”
Een uurtje later kwam de “echte” Mohammed met de “echte” Saïd. Mijn vakantie duurde maar een week en dat was natuurlijk veel te kort. In Marokko heb ik alleen maar vriendelijke mensen ontmoet, ik ben er niet bestolen en ook niet “afgezet” noch fysiek lastig gevallen. De mensen die ik ontmoette waren vriendelijk, het eten was verrukkelijk en vanaf dat moment ben ik nooit meer bang geweest om naar een Arabisch land te reizen.
dammie















