Naar de inhoud

dammie

seniorennet.beseniorennet.be

droom

Ik heb over je gedroomd,

het verbaasde me, want het was zó lang geleden,

dat ik nog over je gedroomd had.

Ineens was je weer bij me,

alsof je nooit bent weggegaan..........

bij het ontwaken, was er nog het nagenieten,

van jou en mij, weer samen.

Wat er níet meer was,

was de bitterheid, omdat je,

lang geleden, níet voor mij gekozen hebt......

Dat ik terug kan zien op ons samenzijn,

zónder bitterheid en pijn,

dat ik kan genieten van de herinnering aan hoe het vroeger was,

stemt me gelukkig.

Dank je, dat je een onderdeel van mijn leven was

Dammie

gedachtestraal

Ik heb gemerkt dat ik kan reizen op een gedachtestraal

het gebeurde toen ik je zo erg miste,

dat het pijn deed,

ik ontdekte dat ik op een gedachtestraal naar je toe kon reizen

zodat ik je kon zien, voelen, horen, ruiken,

Alle nachten kom ik nu naar je toe

op de kracht van mijn gedachtestraal........
dammie

op blauwe vleugeltjes

vannacht kom ik op blauwe vleugels naar je toe

in mijn mooiste blauwe jurkje

ik land op het terras, de deur staat op een kiertje

ik loop zachtjes naar je slaapkamer,

je ligt te slapen, ik kijk naar je..........

ik heb je lief, zo oneindig lief.............

ik kruip stilletjes naast je

je wordt niet wakker

ik sla mijn armen om je heen

en dek ons toe met mijn vleugels

ik wieg je zachtjes in mijn armen

ik heb je lief mijn lief, zó lief heb je en jou alleen.........
dammie

ontmoeting aan het meer

De eerste keer dat ik hem zag, waren we beiden aan het meer. Ik zat op het bankje onder de grote kastanje en hij kwam naast mij zitten. Het was toeval dat ik daar zat, het was toeval dat hij daar langs kwam.
De daaropvolgende dagen, zat hij er soms, toevallig, als ik langskwam, ik ging dan naast hem zitten en we praatten over ditjes en datjes, niets hoogdravends.
Er waren ook dagen dat hij er niet was, en dan miste ik hem. Daarna kwam de tijd, dat we tegen elkaar zeiden: morgen weer? twee uur?
Een half jaar lang zagen we elkaar bijna alle dagen, om twee uur aan het meer. Wanneer hij er eerder was dan ik, zag ik zijn gezicht oplichten, zodra hij mij zag.
Het waren heerlijke maanden, ik leefde naar die middagen toe, ze werden het hoogtepunt van mijn bestaan. Toch deden we niet veel meer dan naast elkaar zitten en praten, zo af en toe raakten onze handen elkaar, bij toeval en voelden we onze verbondenheid.
Toen kwam de dag waarop hij zei: ik kan nog maar zo af en toe. Het spijt me, te druk, teveel werk, ik kom, wanneer ik kan.
Nu zit ik hier alle dagen en wacht..............
Dammie

afscheid van de bouw

ik word wakker, veel te vroeg, en heel verdrietig en ik weet ……dit is de dag van het afscheid van de bouw en van jou.

Het huis waaraan jij twee jaar bouwde is af.

Een jaar geleden leerde ik je, bij toeval, kennen, omdat ik langs het huis kwam, dat je aan het bouwen was.

We raakten aan de praat, ik vond je leuk en zo gebeurde het dat ik een jaar lang bijna iedere dag naar je toe kwam, voor een babbeltje en al rap bracht ik eten en drinken mee, voor de gezelligheid.

Soms hielp ik je met stenen aangeven, maar meestal zat ik gewoon naar je te kijken.

Ik zag je graag, toen al en dat gevoel is alleen maar gegroeid.

Je bouwde het huis niet voor jezelf, maar in opdracht en morgen komen de eigenaars het huis in bezit nemen.

Vandaag leg je er de laatste hand aan, vandaag is de laatste dag dat ik bij je kan zijn, morgen vertrek je naar een ander deel van het land, om daar aan een nieuwe opdracht te beginnen.

Ik trek mijn mooiste kleedje aan, maak je lievelingseten en kom naar je toe.

Ik zie, dat je blij bent, dat ik gekomen ben.

Je neemt me in je armen en omhelst me teder, ik voel het kloppen van je hart, het klopt zo lief voor mij...............

Na een paar minuten maak je je voorzichtig los van mij, neemt me bij de hand en samen lopen we nog eenmaal het huis door, eerst beneden: keuken, hal, living......... dan de trap op, de slaapkamers, het weidse uitzicht.

Ik herinner me dat de stelling hier stond en hoe we hier zaten en aten en uitkeken over de weidevelden.

Het is een prachtig huis geworden, je mag fier zijn op je werk en toch denk ik........was het nog maar vorig jaar, was het  huis nog maar níet klaar, dan hoefde je nog niet weg.

We hebben al de tijd geweten, dat onze liefde zou eindigen, als het huis af was, je hebt immers elders andere verplichtingen...........

Ik pak de mand met eten uit en voor de laatste keer eten we samen, drinken we samen,

na het eten neem ik je, als altijd, in mijn armen,

kus je teder op je voorhoofd, je lieve ogen, je neus, je mond,

nog eenmaal liggen we in elkaars armen

en dan is het sprookje voorbij,

Ik moet gaan,

jij moet gaan

Vaarwel mijn lief, vaarwel

je woont voor altijd in mijn hart

dammie

een zwoele nacht

Het is een zwoele nacht, ik ben ver bij jou vandaan.
Ik kijk naar de maan en denk aan jou.
Ik mis je enorm ............. ik wenste dat je hier kon zijn, naast mij, op dit verlaten strand, je arm om mij heen, samen kijkend naar de maan die zo mooi weerspiegeld wordt door de zee........
Ik heb je lief mijn lief, zo lief heb ik jou en jou alleen.
In mijn verbeelding ben je bij me, nu hier, naast me.
Ik ruik je geur, ik voel je warmte, en als ik mijn hoofd tegen je borst leg, hoor ik zelfs het kloppen van je hart.
Tijd, ruimte, afstand, het is allemaal verdwenen,
je kwam naar me toe op een gedachtestroom,
juist toen ik hevig naar je verlangde..........
zó zul je altijd bij me zijn
soms kom je op een gedachtestroom en voel ik je naast me "landen" als een zuchtje wind..........
dan weer kom je als een klein wolkje aan de (bijna)wolkeloze hemel.........
telkens weer is er die groet van jou
dat teken van leven
van liefde
van nabijheid
hoe ver ik ook bij je vandaan ben,
je bent altijd dicht bij me
dank je voor je vriendschap
dank je voor je genegenheid
dank je voor je trouw
Dammie

ik mis je zo

ik mis je zo heel erg

daarom kom ik op mijn bezempje naar je toegevlogen

in mijn vuurrode jurkje

je bent aan het werk in de tuin

plotseling voel je een kleine wervelwind

je kijkt om

et voilà, daar ben ik

je bent zo blij, dat je me uitbundig knuffelt en kust

je pakt me beet en draait me in de rondte

je maakt een vreugdedans met me

het is zo heerlijk weer samen te zijn

wat hebben we dát gemist

helaas kan ik maar even blijven, een uurtje slecht,

één uurtje vol geluk,

dan moet ik weer weg

je zwaait me na

ik werp je kushandjes toe en roep:

tot gauw!
dammie

vlindervleugels

Ik kom naar je toegevlogen, op vlindervleugels.
Je bent aan het werk in de tuin.
Ik neem je liefdevol in mijn armen,
aai je over je lieve bolleke,
geef tedere kusjes op je voorhoofd,
je lieve ogen, je neus, je mond......
We horen bijen zoemen, vogels fuiten.
Rozen verspreiden hun heerlijke geur.
Wat is de wereld mooi, hier in de tuin.
Ik zou op deze plek willen blijven,
met jou in mijn armen..............
voor altijd............

dammie

alleen op de berg

Ik ben geboren op de top van een berg.

Ik koesterde mij overdag in het licht van de zon

en ’s nachts in het licht van de maan en de sterren.

Zo’n duizend meter onder mij begon een dicht en donker bos.

Daaronder was een dal, met mensen.

Zij waren samen en dat wilde ik ook.

Ik wilde samenzijn met andere mensen, niet langer alleen op de berg,

Dus trok ik door het donkere, dichte bos, naar het dal.

Ik struikelde en viel, doorstond pijn en angst en bereikte het dal.

Eindelijk niet meer alleen........

maar de mensen waren heel anders dan ik had verwacht.

Ze vonden mij niet aardig, hielden niet van mij,

ze bedrogen, mishandelden en bestalen mij.

Ik dacht dat ik iets fout deed en probeerde almaar om dingen beter te doen,

maar wat ik ook deed, niets hielp, de mensen mochten mij niet.

Dus ging ik de weg terug, door het dichte,donkere bos, omhoog naar de top.

Heel tevreden zit ik daar nu, helemaal alleen, in het licht van de zon en van de maan.

Ontsnapt aan de mensen.

Dammie

mijn talent

ik heb een talent
en dat is het talent om heel hoog te vliegen,

hoe hoger ik vlieg, hoe gelukkiger ik ben,
en dan, onvermijdelijk, stort ik naar beneden
en dat is vandaag gebeurd
het doet zeer
het is donker en koud
nergens brandt een lichtje
ik ben het contact met De Bron verloren
ik heb dit vaker meegemaakt
ik weet dat het over gaat
dat ik als een feniks uit mijn as zal herrijzen
maar dat is slechts rationele wetenschap
nú is het koud en donker
dammie

gedachtebriesje

Het is vroeg in de morgen, het is nog donker, je zit in de auto op weg naar je werk en je denkt aan mij.

Ineens voel je een zacht, warm briesje....... en even later zit ik naast je.

Ik kijk je stralend aan en zeg: "Wat fijn, dat je me geroepen hebt!"

"Deed ik dat dan?" vraag je verbaasd.

"Ja zeker wel" zeg ik, "als je heel sterk aan me denkt, kom ik vanzelf naar je toe, ik kan niet anders........en ik wíl niet anders. Ik ben blij, heel blij, dat je me geroepen hebt. Het is fijn om bij je te zijn."

Ik leg mijn hand op je dijbeen en mijn hoofd op je schouder.

We rijden rustig door de donkere ochtend. Je voelt je gelukkig en je wilt dat deze rit heel lang duurt. Als je de parkeerplaats van je werk opdraait, vraag je: "Blijf je bij me?"

"Graag!" antwoord ik, "ik zorg ervoor dat alleen jij mij kunt zien, ik zal onzichtbaar zijn voor alle anderen."

Je lacht en zegt: "Mooi zo, dat spaart een heleboel uitleg."

We lopen samen naar binnen. Mensen groeten je, hebben je nodig, je moet dingen oplossen en onder al die drukke werkzaamheden,  zie ik je regelmatig naar me kijken, met een liefdevolle blik; je bent blij dat ik bij je ben.

Aan het eind van de werkdag zitten we weer samen in de auto.

Ik zie dat je moe bent en stel voor om even te stoppen op een rustige plek.

Ik masseer je nek, je rug, streel je lieve gezicht, je zachte haren, geef je  kusjes en knuffels,

tot je je weer helemaal fit en gezond voelt.

Daarna rijden we verder. Bij jouw huis aangekomen, moet ik afscheid nemen.

"Tot morgen?" vraag je. "Als je me roept......" antwoord ik.

Met hetzelfde zachte, warme briesje waarmee ik die ochtend gekomen ben, ga ik nu weg.

Je weet, dat je me altijd roepen kunt.........
dammie

eikenblad en beukenblad

Het eikenblad verlangde heel de zomer hartstochtelijk naar het beukenblad.

Hij vond haar zó mooi, zo sierlijk, zo lief.

Hij wilde haar aanraken, voelen, ruiken, maar telkens als de wind hem naar haar toe waaide, waaide zij van hem af en als zij naar hem toe waaide, waaide hij bij haar vandaan.

De zomer ging voorbij, het werd herfst en op een kwade dag rukte de wind het eikenblad van zijn tak, hij draaide almaar sneller rond en rond, toen schoot hij omhoog en daarna viel hij op de grond……… meters bij zijn geliefde beukenblad vandaan. Hij kon haar nog nét zien. Wat een ellende, wat een verdriet, hij was verder van haar verwijderd dan ooit.

Hij huilde bittere tranen…….. maar het lot was hem gunstig gezind….. want toen de storm was gaan liggen, dwarrelde het beukenblad voorzichtig naar beneden……… en landde bovenop het eikenblad, zij kuste al zijn tranen weg……. en die nacht hadden zij elkander hartstochtelijk lief.

Dammie

ik wil nog zo graag

ik wil nog zo graag met je praten

ik wil nog zoveel met je doen

ik hou van jou, zoveel van jou

ik hou van jou, alleen van jou

kom naar mij toe, ik ben zo moe

kom terug bij mij, maak me weer blij

kom naar mij toe, ik ben zo moe

kom terug bij mij, toe, maak me blij

ik hou van jou, zoveel van jou

ik hou van jou, alleen van jou

kom bij mij terug

toe kom terug

oh kom terug

terug bij mij

toe kom terug
dammie

nergens liever dan bij jou

het is een koude, sombere dag, ik kom naar je toe,de achterdeur staat los, zodat ik zó door kan lopen
ik heb bami bij me en geroosterd vlees met pindasaus,
je bent al heel de ochtend aan het werk,
dus is het de hoogste tijd voor een lunchpauze
ik heb wel honderd kaarsjes meegenomen en die steek ik allemaal aan,
we genieten van het eten en worden slaperig van de wijn,
ik sta op en neem je lieve hoofd tussen mijn handen, streel je over je haren, geef je een kusje op je voorhoofd, je ogen, je neus, bijt zachtjes in je oor, geef je teder kusje op je mond,
ik vlij me in je armen en ik weet één ding heel zeker:
er is geen plaats ter wereld waar ik liever ben, dan in jouw armen............
Dammie


Santorini

Ik herinner me ons verlof op Santorini

ik voel nóg jouw hand in de mijne

ik hoor je stem

zie de verliefde bik in je ogen

je was mijn soulmate

we waren één

waar ben je heen mijn lief?

waar ben je heen........

denk je nog weleens aan mij..........

en ben je dan gelukkig en blij?

Dammie

mijn eiland

Ik woon op een eiland, waar mensen uit alle richtingen welkom zijn en liefdevol ontvangen worden, het eiland bestaat uit een berg, er is een noordkant, met steile rotsen, daar diep beneden beuken grote golven op de rotsen, dat is de kant waar ik meestal met mijn rug naartoe zit, daar is het altijd nacht, maar het is best een mooie nacht, want het is volle maan en bijna onbewolkt,

aan mijn voorkant, mij is er de zuidkant van de berg, met de prachtig begroeide helling en uiteraard komt aan de ene kant de zon op en gaat hij aan de andere kant onder en ik kan voortdurend kiezen of ik me wil richten naar de ontroerende zonsopgang, het prachtige zuiden, of de weemoedige zonsondergang, Soms heb ik behoefte aan de zee en de volle maan, dan zit ik in het donker over zee te staren, en hoor ik diep beneden de golven op de rotsen slaan....... ik kan kíezen.......en ik wil soms hier en dan weer dáár zijn.

Zo af en toe komt er iemand naar boven, die heeft dan een hele pelgrimstocht gemaakt om bij mij te komen......

Als ik dat wil, kan ik, naar beneden gaan, naar het dal, waar de mensen zijn en ik kan me gewoon tussen hen begeven, zonder dat één van hen weet, dat ik eigenlijk op de berg hoor....

daarna kan ik weer gewoon terugkeren naar de top van mijn berg.

Dammie

liefdesgezicht

we waren heel lang samen,
toen gingen we uiteen,
maar deze nacht heb je me laten roepen,
omdat je me nog eens wilde ontmoeten,
en toen we samen kwamen,
zag ik in je bleke, vermagerde gezicht
het oude, vertrouwde liefdeslicht
en ik wist: dit is ons laatste samenzijn,
want weldra verlies jij je levenslicht,
maar misschien bestaat er een ander zijn
en zie ik later in een ander licht
je gelukkig stralende liefdesgezicht
dammie

het huis

Vandaag zag ik het huis terug.

Ik liep er, bij toeval, langs en ik dacht nog, wat een mooi huis, zo lieflijk tussen de bloemen gelegen.

Pas toen ik er al voorbij was, besefte ik, dat dit het huis was, wat jíj bouwde.

De bouw, waarop ik je twee jaar lang, bijna dagelijks kwam bezoeken, met eten, wijn en tederheid.

Ik herinner me onze gelukkige uren en ook de pijn die ik voelde, toen ik afscheid van je moest nemen,

omdat het huis af was en jij vertrok naar een ander deel van het land, op weg naar een nieuw project.

Ik miste je zo heel heel erg,maandenlang.

En nu ben ik zomaar aan het huis voorbijgaan, zonder het nog met jou en mij te verbinden.

Het spreekwoord is dus waar!

De tijd heelt alle wonden.

Dammie

ik zag je met háár

Ik zag je met háár

en voor het eerst zag ik haar gezicht,

ik kende haar wel van foto's

en ik zag eens vluchtig haar gestalte,

maar ik zag haar niet eerder in het gezicht.

Ze kijkt ongelukkig en ontevreden,

ondanks dat ze bij joú is.

Ik weet heel zeker, dat ik, alle malen

dat ik naast jou liep, straalde van geluk,

zelfs die keer dat we in de kou over de markt liepen

en ook de keer dat we het ongemakkelijke modderpad

door de duinen bewandelden.

Voor haar doe jij er niet toe, haar maak jij niet gelukkig.

Als je mij mee uit fietsen zou nemen,

zou ik heel de weg naast je strálen,

van geluk en dankbaarheid, dat je met mij ging fietsen

op een mooie dag.......... ik zou strálen van geluk.

Zij fietste naast jou en ze was ongelukkig.

Voor haar doe jij er niet toe.............
Dammie

het antwoord van de bomen

Ik dwaalde door het bos en riep, in wanhoop, 

naar de bomen:

"Mijn lief houdt niet meer van mij!"

De bomen antwoordden:

"Vergeef hem.........."

Ik schreeuwde naar de bomen:

"Ik hou nog wel van hem!"

Ze antwoordden:

"Vergeef jezelf......."

Ik huilde:

"Hij houdt van een ander!"

De bomen zeiden:

"Gun het hem......."

Ik snikte:

"Ik kan niet zonder hem!"

De bomen zeiden:

"Laat los............."

dammie

Meer van dammie

↑ Terug naar de berichten