ontmoeting aan het meer


De eerste keer dat ik hem zag, waren we beiden aan het meer. Ik zat op het bankje onder de grote kastanje en hij kwam naast mij zitten. Het was toeval dat ik daar zat, het was toeval dat hij daar langs kwam.
De daaropvolgende dagen, zat hij er soms, toevallig, als ik langskwam, ik ging dan naast hem zitten en we praatten over ditjes en datjes, niets hoogdravends.
Er waren ook dagen dat hij er niet was, en dan miste ik hem. Daarna kwam de tijd, dat we tegen elkaar zeiden: morgen weer? twee uur?
Een half jaar lang zagen we elkaar bijna alle dagen, om twee uur aan het meer. Wanneer hij er eerder was dan ik, zag ik zijn gezicht oplichten, zodra hij mij zag.
Het waren heerlijke maanden, ik leefde naar die middagen toe, ze werden het hoogtepunt van mijn bestaan. Toch deden we niet veel meer dan naast elkaar zitten en praten, zo af en toe raakten onze handen elkaar, bij toeval en voelden we onze verbondenheid.
Toen kwam de dag waarop hij zei: ik kan nog maar zo af en toe. Het spijt me, te druk, teveel werk, ik kom, wanneer ik kan.
Nu zit ik hier alle dagen en wacht..............
Dammie










