Naar de inhoud

dammie

akke.beakke.be

Archief

eikenblad en beukenblad

Het eikenblad verlangde heel de zomer hartstochtelijk naar het beukenblad.

Hij vond haar zó mooi, zo sierlijk, zo lief.

Hij wilde haar aanraken, voelen, ruiken, maar telkens als de wind hem naar haar toe waaide, waaide zij van hem af en als zij naar hem toe waaide, waaide hij bij haar vandaan.

De zomer ging voorbij, het werd herfst en op een kwade dag rukte de wind het eikenblad van zijn tak, hij draaide almaar sneller rond en rond, toen schoot hij omhoog en daarna viel hij op de grond……… meters bij zijn geliefde beukenblad vandaan. Hij kon haar nog nét zien. Wat een ellende, wat een verdriet, hij was verder van haar verwijderd dan ooit.

Hij huilde bittere tranen…….. maar het lot was hem gunstig gezind….. want toen de storm was gaan liggen, dwarrelde het beukenblad voorzichtig naar beneden……… en landde bovenop het eikenblad, zij kuste al zijn tranen weg……. en die nacht hadden zij elkander hartstochtelijk lief.

Dammie

nergens liever dan bij jou

het is een koude, sombere dag, ik kom naar je toe, de achterdeur staat los, zodat ik zó door kan lopen
ik heb bami bij me en geroosterd vlees met pindasaus,
je bent al heel de ochtend aan het werk,
dus is het de hoogste tijd voor een lunchpauze
ik heb wel honderd kaarsjes meegenomen en die steek ik allemaal aan,
we genieten van het eten en worden slaperig van de wijn,
ik sta op en neem je lieve hoofd tussen mijn handen, streel je over je haren, geef je een kusje op je voorhoofd, je ogen, je neus, bijt zachtjes in je oor, geef je teder kusje op je mond,
ik vlij me in je armen en ik weet één ding heel zeker:
er is geen plaats ter wereld waar ik liever ben, dan in jouw armen............
dammie

slapeloze nacht

ik beleef mijn zoveelste slapeloze nacht.

iedereen slaapt.

het is juist, of ik helemaal alleen op de wereld ben.

drie uur in de morgen.

ik voel me eenzaam en alleen,

loop wat rond in huis

en dan zie ik haar

een nachtvlindertje.

ze fladdert heen en weer

en landt dan op mijn arm

"kun je niet slapen?" vraagt ze me

als ik verdrietig nee schud

zwaait ze met haar toverstafje

en maakt mij juist zo klein als zij is, met dezelfde ragfijne vleugels

"je hoeft niet bang te zijn" zegt ze,

"straks maak ik je weer groot...........

vlieg nu maar met me mee,

slapeloos door het huis dolen is niks gedaan,

kom.............. "

voorzichtig probeer ik mijn vleugels,

het lukt!, ik schater het uit van plezier.

vliegen is verrukkelijk!

mijn nieuwe vriendinnetje en ik vliegen het raam uit,

buitelen over elkaar heen,

zitten elkaar achterna,

we hebben het grootste plezier.

wanneer ze ziet, dat ik helemaal moe en uitgelaten ben,

brengt ze me terug naar huis,

als ik in bed lig, zwaait ze met haar toverstafje en word ik weer groot.

ze geeft me een kusje op mijn voorhoofd en zegt: "slaap wel"

terwijl ik haar het raam uit zie fladderen, val ik in een diepe, gelukkige slaap.

dammie

op safari

Vandaag zijn we al vroeg opgestaan, want we gaan een rit maken op een olifant.

Het is, zoals alle dagen ,verrukkelijk warm.

We stappen in de bus, de airco staat aan, dat vind ik wel een beetje jammer, want de airco staat altijd te hoog, veel te koud,

ik doe dus een vestje aan, en je lacht me uit.

Even later trek je me tegen je aan en sla je je arm om me heen, zodat ik heerlijk warm word.

Ik val in slaap tegen je borst , ik ben, als nachtuiltje, niet gewoon om zo vroeg op te staan.

Ik lig lekker tegen je aan, heb nog nooit zo goed geslapen als tegen jouw hart aan.

Als we er bijna zijn, streel je me zachtjes over mijn haren en fluister je in mijn oor....

opstaan luiwammes, het is tijd voor onze olifantenrit.

Ik druk me nog even iets dichter tegen je aan; wil het moment van wakker worden uitstellen........

maar, je bent onverbiddelijk: het is echt tijd om de bus uit te gaan en de olifant te bestijgen.

Wat is hij hoog!,

Hij tilt zijn voorpoot op, als opstapje, en ja hoor, het lukt me om hem te bestijgen.

Je komt achter me zitten en slaat je armen om mij heen.

De tocht begint, we zijn met wel twintig olifanten en veertig mensen, twee aan twee op een olifant.

We gaan door het bos en dan door de rivier.........

Het is schitterend mooi.

Ineens staat onze olifant stil,: hij doet zijn slurf in het water en daarna spuit hij het water over zijn rug.

We krijgen een gratis douche van rivierwater!

Maar goed dat het lekker warm is!, geen koude douche dus, maar lekkere lauwwarme rivierdouche.

De mensen voor en achter ons, op de andere olifanten, lachen ons uit, maar dat geeft niks.

Heel mijn witte T-shirt is drijfnat, maar het droogt vanzelf, want het is hier heerlijk warm.
Als de tocht op de olifant voorbij is, gaan we met de bus naar de kust, waar we picknicken op het strand, zwemmen in de warme zee en genieten we van de prachtige zonsondergang.
Het is een heerlijke dag.

Ik wil hier nooit meer weg, ik wil voor altijd hier blijven,samen met jou.

Dammie

te laat

Ik zit in de trein van Utrecht naar Hilversum en moet er straks in Hollandsche Rading uit.

Na al die jaren, heb ik weer een afspraak met jou. Ik ben nerveus en opgewonden tegelijkertijd.

Het verheugt me dat ik je weer zal ontmoeten, en ik maak me zorgen over hoe ik eruit zie, vraag me af of je me zult herkennen, of ik de juiste kleren aanheb: suède jasje, rokje, schoenen met een hakje, kousen.

De ontmoeting is op het heideveldje, waar we als kind zo vaak gespeeld hebben, waar zoveel herinneringen liggen, ook uit onze tienertijd. Dertig jaar heb ik jou niet meer gezien, vijftien was ik toen ik je voor het laatst zag. Ik weet nog precies hoe je er destijds uitzag: blonde krullen, achttien jaar, klaar om te gaan studeren, ver hier vandaan. De trein nadert Hollandsche Rading. Wat raar, hij mindert geen vaart. Ik besef dat ik in de intercity zit, en niet in de stoptrein. Nu moet ik door tot Hilversum. Ik ga te laat komen!, de schrik slaat me om het hart. Zul je op me wachten? of zul je denken, dat ik me bedacht heb en afzie van de ontmoeting..........

Wat erg dat ik in de verkeerde trein zit. Als je nu maar wacht. Hollandsche Rading trekt in sneltreinvaart aan mij voorbij. Kdeng, Kdeng en weg is het. Een kwartier later stap ik uit op Hilversum Sportpark uit en kijk op de dienstregeling. Het duurt vijftigminuten uur voordat er een stoptrein vertrekt naar Hollandsche Rading, vijftig minuten! Ik besluit te gaan lopen. Binnendoor moet ik binnen een half uur op het heideveldje kunnen zijn.

dan ben ik maar een half uur te laat daar ter plekke, zou je zo lang op me wachten?

Ik begin vol goede moed, in rap tempo te lopen, de weg is niet veranderd in dertig jaar, maar het wordt nu rap donker, ik kan zo tussen alle bomen, al rap geen hand meer voor ogen zien. Ik ga nóg sneller lopen, daarbij zeer gehinderd door mijn hoge hakken........ik struikel over een boomtak.................au, een felle pijnscheut door mijn enkel................ik moet verder, pijn of niet, trek mijn schoenen uit en ga op kousenvoeten verder, hoe laat zou het zijn? ik kan het niet zien op mijn horloge..........ik loop zo rap ik kan in de juiste richting, en dan ineens, blijkt de weg op te houden.........ik heb me vergist in de weg, hoe kán dat nu, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik hier nu verdwalen? Op goed geluk kies ik een andere weg. Zou je nog op me wachten? Het liefst wil ik gaan zitten, mijn enkel doet zeer en ik ben moe, maar de angst om je mis te lopen, drijft me voort, ik roep je naam, zo hard ik kan.............maar natuurlijk antwoord je niet.........ik blijf lopen en lopen, tot ik hard met mijn hoofd tegen een boom aanloop.........

ik verlies mijn evenwicht en kom op de grond terecht, ik wil overeind komen, maar ben te moe, te duizelig,

Wanhopig roep ik nog eenmaal jouw naam.

Ik hoor gekraak van takken en dan zijn daar jouw armen om mij heen.

Je neemt me in je armen, wiegt me zachtjes heen en weer en zegt:

"Je bent nog net als vroeger..................................een warhoofd!

Je streelt me teder over mijn haren, kust mijn tranen weg, en ik weet: dit is een heerlijk weerzien!

Dammie

nog niet uitgewist

 

Ik mis je zo, heel erg, mis ik je,

de tijd heeft je nog niet uit mijn hart gewist.

Ik droomde dat ik weer bij je was.

Het voelde zo écht, zo werkelijk, zo tastbaar,

maar toen ik ontwaakte,

was er slechts de herinnering

aan wat mij ooit gelukkig maakte.

Nu lig ik hier eenzaam en alleen

en ween........

Dammie

het huis

Vandaag zag ik het huis terug.

Ik liep er, bij toeval, langs en ik dacht nog, wat een mooi huis, zo lieflijk tussen de bloemen gelegen.

Pas toen ik er al voorbij was, besefte ik, dat dit het huis was, wat jíj bouwde.

De bouw, waarop ik je twee jaar lang, bijna dagelijks kwam bezoeken, met eten, wijn en tederheid.

Ik herinner me onze gelukkige uren en ook de pijn die ik voelde, toen ik afscheid van je moest nemen, omdat het huis af was en jij vertrok naar een ander deel van het land, op weg naar een nieuw project.

Ik miste je zo heel erg, maandenlang.

En nu ben ik zomaar aan het huis voorbijgaan, zonder het nog met jou en mij te verbinden.

Het spreekwoord is dus waar!

De tijd heelt alle wonden.

Dammie

een frisse herfstdag

het is een frisse herfstdag
je bent bezig in het huis
eindeloos de ladder op en af
eindeloos stenen in cement leggen
je houdt niet van cement, je houdt niet van metselen
je verveelt je rot bij het eentonige werk en je droomt van leuker werk,
maar je weet ,dat je gewoon door moet gaan met de stenen, totdat ze op zijn, dag in ,dag uit, je zet je verstand op nul en gaat door met het metsen........
dan hoor je een licht geruis en voel je een windvlaag, zomaar, binnen in huis,
je ruikt een heerlijke etensgeur.............
je draait je om en je ziet dat ik er ben, op mijn bezempje
ik kijk je stralend aan, knip en mijn vingers, zeg: "tafeltje dek je"
en er staat een prachtig gedekte tafel
ik schep het eten op de borden en schenk er heerlijke wijn bij
je komt de ladder af, naar beneden, wast je handen en neemt plaats aan tafel........
ik vind het heerlijk om bij je te zijn, ik straal helemaal van geluk, dat ik hier zo met je aan tafel zit
het eten smaakt je goed en dat maakt me gelukkig
als de maaltijd gedaan is, knip ik wederom in mijn vingers, zeg een toverspreuk en er staat een heerlijk, groot, zacht en warm bed
we gaan een middagdutje doen
we kleden ons uit en kruipen heerlijk dicht tegen elkaar aan
vergeten zijn de stenen, vergeten is het cement
er is alleen maar dit zachte bed en mijn zachte warme lichaam tegen het jouwe
teder verkennen we elkaars lichaam
ik streel je lieve haren, geef je vlinderkusjes op je ogen, je voorhoofd, neus en oren,
mijn lippen beroeren de jouwe, onze tongen dansen met elkaar..........
we vergeten de saaiheid van het dagelijks bestaan
we doen een heerlijk middagdutje, waaruit we ontwaken als herboren,
als je wakker wordt, zie je me nog juist wegvliegen op bezempje
je zwaait me na
ik zwaai terug en roep........tot volgende keer!
dammie

picknick op de heide

Ik zit in de trein en zie dat de heide in bloei staat..........

ik herinner me, hoe we verliefd we waren, jij en ik,........onze wandelingen, de picknicks...........

impulsief neem ik de beslissing uit te stappen bij het eerstvolgende station.
Het is een prachtige, zonovergoten dag.

Ik wandel een heel stuk over de heide, genietend van de mooie bloemetjes, de zon, het zingen van de vogels, de berken met hun mooie witte stammen.......

Dan zie ik een lieflijk tafereeltje, een man die in zijn eentje zit te picknicken onder een berk.

Als ik langs hem wil lopen, nodigt hij me uit om bij hem te komen zitten.

Even aarzel ik.......zomaar, bij een wildvreemde op het picknickkleed aanschuiven.........kan dat wel.........

De man heeft een vriendelijke uitstraling, die maakt dat ik mijn schroom overwin en gewoon bij hem op het kleed ga zitten.

Hij schenkt me een glas jus d'orange in en geeft me een bruin broodje met kaas, tomaat en komkommer,

het smaakt heerlijk, we genieten zwijgend van de mooie natuur.

Hij vertelt over zijn grote liefde, die hem helaas, ontvallen is en ik durf hem over jou te vertellen, jij die mijn grote liefde was.

We herkennen gevoelens van verdriet, bij elkaar, maar ook van verlangen naar nieuwe liefde.

Aan het eind van de middag nodigt hij me uit, met hem mee naar huis te gaan, hij woont aan de rand van het heideveld, in een schattig wit huisje, met groen/rode deuren en blinden.

Hij maakt een eenvoudig maal voor ons beiden,

hij dekt de tafel buiten met een vrolijk rood/wit geruit kleed.

Ik voel me zo vertrouwd bij hem, zo veilig en zo gelukkig,

en ik weet.........dit is een nieuw begin,

het oude is voorbij, het nieuwe is begonnen....

dammie

zachtjes, op gouden vleugeltjes

Vannacht kom ik op gouden engelenvleugels naar je toevliegen.

Ik maak me mooi, speciaal voor jou.

Ik land op het terras, de deur staat op een kiertje

zachtjes loop ik naar de kamer, waar je ligt te slapen, ik kijk naar je, je ziet er zo lief uit.

Ik heb je lief, zo oneindig lief.............

Stilletjes kruip ik naast je.

Je wordt niet wakker.

Ik sla mijn armen om je heen

en dek ons toe met mijn vleugels.

Teder wieg ik je in mijn armen

Ik heb je lief mijn lief,

zó lief heb je en jou alleen.........

dammie

Meer van dammie

↑ Terug naar de berichten