Het leven.


Als je jong bent heb je dromen,
fantaseer je hoe je ouder kunt zijn.
Soms op een roze wolk lekker dagdromen,
en al je zorgen lijken klein.
Als je dan ouder wordt ,komen de obstakels,
het vechten zat, en soms de wanhoop nabij.
Je krijgt te maken met wonderlijkheden en mirakels,
maar je vecht je keer op keer weer vrij.
Waar zijn je illusies en je mooie fantasieën,
je zandkasteel zakt ineens in elkaar.
De stromen van eb en vloed zijn niet langer theorieën,
en het blijkt je hebt het nog lang niet voor elkaar.
En je treurt nu omdat er geen weg meer terug is,
want je weet jong zijn komt nooit meer terug.
Je mooie dromen zijn nu een heel gemis,
en voor je het weet ging ouder worden veel te vlug.


















