Moppen.

Groetjes.
Mop 1: Een vrouw tegen de eigenaar van een hotel in de stad: 'Denkt u nu heus mij met zo'n klein kamertje af te kunnen schepen omdat ik uit een afgelegen dorp kom?' Antwoordt de man: 'Maakt u zich niet bezord,mevrouw. Dit is immers de lift maar.
Mop 2: Ik zal het goed met je maken ,jongen. Ik schenk je de helft van die honderd gulden die ik nog van je krijg. Dat vind ik tof van je. Dan wil ik ook de beroerdste niet zijn. Over die andere helft praten we niet meer.
Mop 3: In deze kippesoep zit niet veel kip,ober,klaagt een gast in een restaurant. Antwoordt de ober onverstoorbaar:'U zult moeten toegeven,mijnheer,dat er in koninginnesoep ook weinig van onze vorstin zit.'





























EN SLAAPWEL STRAKS.











































STRAKS.











