Moppen.

Mop 1:Drie ambtenaren zitten aan de tapkast te praten.De eerste:'Mijn vrouw komt maar tot aan mijn schouders,niet dat zij zo klein is,maar ik ben zo groot.' De tweede:'Ik kan mijn vrouw met mijn handen om haar middel sluiten.Niet omdat ze zo een klein middeltje heeft,maar ik heb zulke grote jatten.' De derde: 'Nou,als ik s'morgens naar kantoor ga,geef ik mijn vrouw zulk een klap op haar billen,dat ze nog trillen als ik weer thuis ben.Nee,niet omdat zij van die grote billen heeft,maar ik werk zo kort.'
Mop 2:Een ambtenaar komt doodziek thuis. Zijn vrouw geeft hem alle soorten zweetpoeders,maar hij wordt daar alleen maar zieker van.Als de dokter arriveert,kan hij alleen maar de dood vaststellen.Hoe is dat nu mogelijk,snikt de vrouw,
en ze vertelt de dokter wat ze hem gegeven heeft.Tja,zegt de dokter,nu snap ik het.Waarom doet u dat nou?Ambtenaren gaan immers liever dood dan dat ze zweten!
Mop 3:Jan is al jaren in dienst bij mijnheer Van Zwol.Op een dag vraagt hij:Mijnheer mag ik morgen een vrije dag?Ik ben dan namelijk 25 jaar gehuwd.Waarop Van Zwol zuchtend:heb ik dat elke 25 jaar?







































































