ELFSTEDEN WEER UP-DATE!

ELFSTEDEN WEER UP-DATE!
HET OFFICIELE ELFSTEDENTOCHTLIED 2027: DE MEEZINGVERSIE
.

LEER VAST DE TEKST VOOR
DE 16e FRIESCHE ELFSTEDENTOCHT
It giet oan (tekst: Baukje Wytsma)
Bij twintig graden onder nul dan gaan de Friezen dooien.
Ze raken regelrecht van slag, finaal over de rooie.
Ze hossen, springen op en neer en dansen van de pret.
Want Koning winter is er weer. Hij zorgt voor vorstverlet.
Kom op, kom op, kom op we gaan er voor.
(refrein)
Jonges it sil Heve. Minsken it giet oan.
Hjoed sil wy 't beleve. Nee, 't is net gewoan.
Pake stiet op redens. Beppe dy sil los.
Sy ride tsien kear better, als dy hele Olav Koss!
Jonges it sil Heve. Minsken it giet oan.
Hjoed sil wy 't beleve. Nee, 't is net gewoan.
Waarme poeiermolke. In must fan Unox-woarst.
Wy plakke fette pempers foar't krus en foar het boarst.
Is twintig graden onder nul. Kanalen gaan bevriezen.
De Friezen staan al op het ijs. Geen tijd meer te verliezen.
De tocht der tochten die gaat door. De schaatsen uit het vet.
Nog veertien dagen onder nul en Friesland is aan zet.
Kom op, kom op, kom op we gaan er voor.
(refrein 2x)
Jonges it sil Heve. Minsken it giet oan.
Hjoed sil wy 't beleve. Nee, 't is net gewoan.
Wy binnen net te halden. Gjin minske dy 't us keart.
Al binn wy snotfarkalden. Wy woll'nei de Bonkefaert.
Jonges it sil Heve. Minsken it giet oan.
Hjoed sil wy 't beleve. Nee, 't is net gewoan.
En Alve stede letter. Dan lizze wy foar dea.
Mar helje wy it kruske. Dan dat ferjitte wy nea.
DE ELFSTEDENTOCHTEN VAN 1909 T/M 2027.1e Tocht op 2 januari 1909
Om vijf uur 's ochtends sprak voorzitter S. Hylkema van de Friesche IJsbond 22 schaatsenrijders toe in hotel Amicitia in Leeuwarden. Er hadden zich weliswaar 48 liefhebbers ingeschreven voor de eerste officiële Elfstedentocht, maar door de dooi waren er al 26 afvallers voor het startschot had geklonken. De voorzitter vroeg de heren bovendien beleefd of zij van mening waren, dat het evenement moest doorgaan. Want er hing een 'griemelige mist met drupgetik aan druipende boomtakken.' Kortom het dooide.
Niemand stemde tegen het doorgaan van de tocht, zodat de 22 dapperen al snel in het duister van de nacht richting Dokkum verdwenen. Dominee Minne Hoekstra uit Warga zal uiteindelijk als eerste over de finish komen. Hij was na terugkeer uit Dokkum bij Birdaard hard gevallen over een in het ijs ingevroren plank, maar haalde tussen Leeuwarden en Harlingen de koplopers Geerlof van der Leij, Binnema en Schaap in. De laatste twee vielen in de loop van de tocht af, maar luitenant Rooseboom achterhaalde Hoekstra en Van der leij.
De gebeurtenissen werden op de voet gevolgd door journalist Jan Feith van het Algemeen handelsblad, die een jaar eerder de tocht in drie dagen had geschaatst en nu verslag deed voor zijn krant. Hij schaatste na de terugkeer uit Dokkum doodgemoedereerd met de koplopers mee. Ook Foeke Tjalma van de Nieuwe Rotterdamsche Courant was in hun gezelschap, maar hij haakte in Franeker af op zoek naar een telegraafkantoor om zijn verslag van de eerste uren tijdig in Rotterdam te krijgen.
Op het Zwette tussen Sneek en Leeuwarden ontspon zich een driftig gevecht tussen Hoekstra, Van der Leij en Rooseboom, dat glansrijk door de theoloog werd gewonnen. Slechts negen rijders bereikten de finish.
2e Tocht op 7 februari 1912
De kwakkelwinter van 1912 leverde twee afgelaste en de tweede Elfstedentocht op. Woensdag 7 februari vertrokken 61 deelnemers, van wie er slechts 18 de finish niet zouden halen. Glorieuze winnaar werd Coen de Koning uit Arnhem, die in 1905 wereldkampioen op de schaats was geworden in Groningen en houder van het werelduurrecord was.
Coen kwam uit een groot gezin en werd in Edam geboren. Zijn broer Jacques was ook een goede rijder en kampioen van Nederland op de lange baan. Andere broer Cor reed in de jaren '20 in de kernploeg en oudste broer Jan had kortebaanwedstrijden gewonnen.
Maar Coen de Koning was de beste van de familie en dat toonde hij in de Elfstedentocht van 1912, waarin hij op het Slotermeer de gids J. Klinkhamer in dienst nam. Hij reed toen nog samen met Jan Ferwerda en Sjoerd Swierstra, die te weinig geld hadden om een gids te betalen.
Klinkhamer was een sterk rijder, die ook als een voorbeeldig gangmaker voor De Koning werkte. Tegen dat geweld waren Ferwerda en Swierstra niet opgewassen. Zij eindigden als tweede en derde.
Opmerkelijk was de deelneming van Jikke Gaastra, de eerste vrouw, die aan de start verscheen. Zij bracht het, begeleid door haar broer Jan, tot Sneek, maar omdat G. Dubois ter hoogte van de bekende ijsherberg De Dille aan het Zwette door het ijs was gezakt, besloot het bestuur de tocht te stoppen. Alle deelnemers die tot Sneek gekomen waren werden geacht de tocht te hebben volbracht. Jikke kreeg dus haar Elfstedenkruisje en moe was ze helemaal niet, want bij het bal na de prijsuitreiking danst ze tot verbazing van de aanwezigen gezellig tot in de late uurtjes met de heer J.B. Hubrechts uit Camebridge in Engeland, die net als zij in Sneek van het ijs moest.
3e Tocht op 27 januari 1917
Jan Ferwerda had na de Elfstedentocht van 1912 een opmerkelijk boekje over zijn avonturen uitgegeven, waarin hij Coen de Koning verweet gebruik te hebben gemaakt van een gangmaker. Dit schoot de schaatskampioen uit Arnhem geheel in het verkeerde keelgat. Toen hij in de mobilisatie-winter van 1917 hoorde dat er weer een Elfstedentocht zou worden gehouden, kondigde hij aan dat hij zou winnen en niemand anders.
De bekende sportverslaggever Joris van der Berg zei: "Ik win of ze dragen me in een doodskist van het ijs." Zijn oude rivaal Jan Ferwerda was ook weer van de partij, maar hij kwam in het stuk niet voor. De inschrijving vlotte overigens in het geheel niet. Drie dagen voor de start hadden zich slechts 13 toeristenen 13 wedstrijdrijders aangemeld. Uiteindelijk gingen er toch 153 wedstrijdrijders van start, wat een beetje tegenviel. Maar goed, Nederland maakte - hoewel neutraal - moeilijke tijden door tijdens de Eerste Wereldoorlog.
De Koning had er zin in. Gedreven door revanchegevoelens - zijn door Ferwerda bezoedelde naam moest gezuiverd worden - reed hij iedereen al in het nachtelijke duister op de Dokkumer Ee op afstand om een nimmer meer vertoonde 170 kilometer lange solo te rijden.
In Leeuwarden had hij bij terugkeer uit Dokkum al 2 minuten voorsprong op Sjoerd Swierstra. Ferwerda moest al tien minuten toegeven. Dus die wist toen wel hoe laat het was. Aan de eindstreep had De Koning 28 minuten voorsprong op Swierstra en 1 uur en 11 minuten (!) op nummer drie Gerlof van der Leij, de nummer twee van de eerste Elfstedentocht.
Coen de Koning reed een record van 9 uur en 53 minuten. "Of hij nog met Ferwerda had samen gereden,"vroeg een verslaggever.
"Nee,"grinnikte Coen, "die neemt mij de streken te kort."
4e Tocht op 12 februari 1929
Twaalf jaar lang moest Nederland wachten op een herhaling van het populaire sportevenement in Friesland, maar de absurd strenge winter van 1929 maakte de vierde Elfstedentocht eindelijk mogelijk. Dinsdag 12 februari was het zover. Toen kolensjouwer Karst Leemburg om half vier 's nachts van zijn huis in de Lombokstraat in Leeuwarden naar de start bij hotel de Klanderij liep was het bitter koud. Het vroor 20 graden en er stond een ijzige oostenwind. Geen dag om lekker te sporten, maar de Elfstedenrijders lieten zich niet weerhouden. Liefst 301 deelnemers doken de duisternis in.
Cor Jongert uit Ilpendam en Nico Pronk uit Warmenhuizen in Noord-Holland, die een dag eerder nog een langebaanwedstrijd in Deventer hadden gereden, leken lange tijd de onbetwiste kampioenen van deze tocht te worden, maar bij Menaldum werden ze verkeerd gestuurd. In Leeuwarden hadden ze negentien minuten voorsprong op Leemburg en vier minuten op de gebroeders Stienstra, maar in Franeker lagen ze een minuut achter de familie Stienstra. Leemburg had nog steeds 19 minuten aan zijn broek.
Maar bij Arum gingen de Noordhollanders hun schaatsen even slijpen met als gevolg, dat diverse rijders hen passeerde. Zelfs Leemburg kwam in Bolsward met een minuut voorsprong op Pronk en Jongert aan, terwijl deze negen minuten achter de broers Stienstra lagen, die gezelschap hadden gekregen van Sjouke Westra uit Warmenhuizen.
Tussen Workum en Hindeloop passeerde Leemburg de koplopers en niemand zou hem meer terug zien. Jongert ging op het Slotermeer nog wel vergeefs op jacht. Hij kwam de koploper tegen toen hij naar Sloten reed. Leemburg werd gegangmaakt door de gebroeders Poepjes uit Lemmer. Dat waren vissers en bekende kortebaanrijders. Ze beloofden de kolensjouwer een kistje gerookte bokking als hij zou winnen.
Dat gebeurde. Acht minuten na Leemburg kwam Jongert als tweede over de eindstreep.
5e Tocht op 16 december 1933
Nog nooit werd een Elfstedentocht zo vroeg in het seizoen gehouden als in 1933. Op 16 december was het al raak. Voor het eerst gingen er meeer dan 500 deelnemers van start: om precies te zijn 540.
De overwinning werd gedeeld door Abe de Vries uit Dronrijp en Sipke Casteleijn uit Wartena. Abe reed de hele tocht gezellig babbelend met Sipke en ze werden vrienden voor het leven. Toen ze bij de Prinsentuin in Leeuwarden aankwamen schaatsten ze over de finishlijn zonder dat ze er erg in hadden. De Vries voorop, Casteleijn in tweede positie. Voorzitter mr. Evert Hepkema wilde De Vries in de krans van de overwinnaar hijsen, maar deze weigerde beslist. "De finish was niet te zien," klaagde Abe. "Sipke heeft net zoveel recht op de overwinning als ik."
Het bestuur besloot na rijp beraad dan maar twee gouden medailles uit te reiken. In het hoge noorden van Friesland had het duo IJpe Smid ingelopen, die meer dan 100 kilometer alleen aan kop had gelegen. Hij eindigde uiteindelijk als derde op 9 minuten.
Abe schaatste na de tocht naar huis in Dronrijp. Zijn vrouw vroeg: "Hoeveel ben je geworden."
"Eerste," zei Abe, waarop hij doorliep om zijn koeien te melken. Daarna fietste hij weer naar Leeuwarden om zijn medaille op te halen bij de prijsuitreiking. Daar kreeg hij een heftig dispuut met Cor Jongert, die vierde was geworden. De discussie handelde over de beste schaatsen voor de Elfstedentocht. Jongert had als één van de weinige op hoge noren gereden en was op 11 minuten binnen gekomen.
"Friese schaatsen zijn het beste voor deze tocht," zei De Vries, die op doorlopers over de finishlijn was gekomen." Maar Jongert antwoordde: "De Vries wees niet eigenwijs. Op noren had jij nog veel harder gereden."
6e Tocht op 30 januari 1940
In januari 2002 overhandigde de 81-jarige Piet Keizer aan verslaggever Ron Couwenhoven een officiële uitslag van de Elfstedentocht 1940. Het ging om de beroemde tocht, die eindigde met het Pact van Dokkum. Vijf rijders kwamen dat jaar gelijk over de finish in Leeuwarden. Het waren Dirk van der Duim, Auke Adema, Sjouke Westra, Piet Keizer en Cor Jongert. Ze werden gelijk op de eerste plaats gezet.
In Dokkum hadden ze afgesproken niet te spurten voor de overwinning. Ze hadden de hele dag samengereden en waren niet ontsnapt aan het merkwaardige psychische verschijnsel dat er een enorm samenhorigheidsgevoel in hun groep was gegroeid. Bovendien hadden ze bericht gekregen dat de baan terug naar Leeuwarden erg smal was.
Maar met het finishdoek in zicht en met tienduizenden toeschouwers op de wallen kon Auke Adema zich niet meer in houden. Hij begon te spurten, maar werd op de streep geklopt door de pas 19-jarige Keizer. Cor Jongert stempelde vervolgens als eerste af. De chaos was daarmee compleet, want nu claimden liefst drie rijders de overwinning!
Laat in de middag werden ze bij de commissaris van de Koningin thuis voorgesteld aan prins Bernard. Hij adviseerde het Elfstedenbestuur alle vijf een gouden medaille te geven en dat advies werd opgevolgd, maar voor Piet Keizer bleef er zijn levenlang een bijsmaakje aan die medaille zitten.
Die ochtend in januari 2002 zei hij: "Adema begon te sprinten en daarmee was de afspraak verbroken. Ik kwam als eerste over de streep en was winnaar, maar het Elfstedenbestuur heeft altijd een alfabetische volgorde van onze namen aangehouden. Dat heb ik nooit terecht gevonden en nu heeft het bestuur mijn visie daarin gevolgd en onze namen in volgorde van binnenkomst in de uitslag gezet. Dat is niet meer dan terecht."
Piet moest meer dan zestig jaar op die gerechtigheid wachten, maar als een echte Elfstedenrijder bleef hij onverzettelijk al die jaren voor zijn recht vechten. Op het Elfstedenijs zouden we hem nooit meer terugzien, want hij was ook een goede langebaanrijder en zijn trainers vonden dat zijn slag 'er aan zou gaan, als hij lange natuurijswedstrijden zou blijven rijden.'
7e Tocht op 6 februari 1941
De eerste oorlogswinter verhinderde niet dat ruim 4600 schaatsliefhebbers op donderdag 6 februari 1941 de start namen in de zevende Elfstedentocht. Het werd een episch gevecht met de elementen. Sneeuwbuien teisterden het immense peloton, waaruit een kopgroep van vijf man ontstond. Auke Adema uit Franeker, Joop Bosman uit Breukelen, Lo Geveke uit Leeuwraden, Anne de Vries uit Franeker en Sietze de Groot uit Weidum waren de mannen, die het gezicht van deze Elfstedentocht zouden bepalen. De tocht ging ook dit jaar om 'de noord'. Op het Slotermeer waren de banen vrijwel volledig dichtgesneeuwd. Adema was hier veruit de sterkste en ging er alleen van door. In Sloten stempelde hij met een minuut voorsprong en aan de finish in Leeuwarden had hij dat uitgebouwd tot drie minuten op Joop Bosman en 5 minuten op Geveke.
Het betekende zijn tweede overwinning in de Elfstedentocht. Franeker stond op zijn kop, maar toen iemand in de Wilhelminastraat, waar Auke woonde, vroeg wie de tocht gewonnen had en tot antwoord kreeg: "Auke Adema, die woont hier in de straat!" toen wist hij niet over wie men het had.
"Nou, Auke Lor, natuurlijk," riep de boodschapper. "Zeg dat dan meteen," kreeg hij ten antwoord, want iedereen in Frentsjer kende Auke als Auke Lor, de zoon van de lompenhandelaar. Over de familienaam werd nooit gerept.
Auke werd overstelpt met fanmail uit het hele land. Hij kreeg sigaren opgestuurd en Vonk Schaatsen pronkte in advertenties trotst met Auke Adema, die op dit merk de tocht gewonnen had.
En de firma Beiersdorf stelde hem voor een sponsorcontract te tekenen, zodat men met zijn naam reclame kon maken voor zalfjes als Niveau en Eucerine, maar tien dagen later kreeg de Elfstedenkampioen een tweede brief: "Helaas gaat het niet door, want het is al te ver in het seizoen."
De dooi was ingetreden en de euforie voor het ijs was definitief verdwenen en dus wilde Beiersdorf geen risico meer nemen met een dure reclame-campagne voor middeltjes tegen gebarsten lippen en wintertenen.
8e Tocht op 22 januari 1942
De tocht van 22 januari 1942 werd onder goede omstandigheden gereden, maar eindigde toch in een ramp. In het nachtelijk duister trok het peloton eerst richting Sneek en vervolgens naar de meren en daar ging het volledig fout. Hele groepen verdwaalden op de onafzienbare ijsvlakten en tal van favorieten werden zo uitgeschakeld. Sietze de Groot, een prima kortebaanrijder en slagersknecht uit Weidum, kende de weg wel. Samen met Dirk de Jong uit Huizum en Jan van der Bij uit het Noordhollandse Julianadorp liet hij de hele meute achter zich om vervolgens met zijn snelle eindsprint de zaak gemakkelijk af te maken. In Leeuwarden reed hij in de laatste twee honderd meter De Jong nog op 9 seconden en Van der Bij op tien tellen.
De slagersvakbond was zo opgetogen over dit succes, dat zij hun lid een telegram zonden met de volgende tekst: "Daar zullen de vegetariërs van opkijken!"
Het muisje had trouwens nog wel een staartje, want toen de Nederlandsche Vereniging ter Bevordering van het Hardrijden op de Schaats (NVBHS) in de zomermaanden zijn beste rijder wilde huldigen, mocht hij wel het boek 'Mysterieuze krachten in de sport' van Joris van der Berg in ontvangst nemen, maar niet de beker, die jaarlijks werd uitgereikt.
Oorzaak: er vond een onderzoek plaats naar de profstatus van Sietze, die immers om geldprijzen op de korte baan had gereden.
Dat was een gevolg van de puriteinse opstelling van de Nederlandsche Schaatsenrijdersbond, die overigens weer onder zware pressie stond van de nazistische overheid. Kortebaanwedstrijden om geldprijzen waren al verboden en alles wat naar beroepsrijderij riekte stond in het verkeerde daglicht, maar hij Sietze kreeg zijn beker uiteindelijk toch en als Elfstedenwinnaar bleef hij voor eeuwig op de lijst.
9e Tocht op 8 februari 1947
In deze topwinter kwam er een geheel nieuwe generatie rijders naar voren. Joop Bosman uit Breukelen, in 1941 al tweede in de tocht, vertegenwoordige eigenlijk al de oudere generatie Elfstedenrijders. Er werd onder afgrijselijke omstandigheden gereden: felle vorst en oosterstorm. Klaas Schipper uit Steenwijkerwold kwam zwaar ten val en eindigde de tocht met een groot verband om zijn hoofd als tweede. Alleen Joop Bosman was sterker. Hij gleed dertig seconden eerder over de eindstreep.
Maar toen begon eingelijk pas het zwaarste gevecht van deze tocht. Het regende protesten, omdat er opgelegd gereden was: voor-en achterman hand in hand op de rug, zodat men elkaar kon duwen en trekken.
Het Elfstedenbestuur zat met de handen in het haar. Wat te doen? Naar goed Nederlands gebruik werd er een commissie in gesteld, die het allemaal haarfijn mocht uitzoeken. Pas in augustus kwam het verdict: winnaar Joop Bosman, nummer twee Klaas Schipper, nummer drie Jeen Nauta, nummer vier Jaap Wijnia, nummer zes Wierd Wijnia en nummer zeven Hein Vermeulen ontvingen geen prijs. De gebroeders Wijnia werden bovendien gediskwalificeerd, omdat ze zich per auto zouden hebben laten vervoeren.
Half Nederland stond op zijn kop en Jan W. van der Hoorn uit Ter Aar kreeg een telegram uitgereikt, terwijl hij zijn lelies op het land aan het verzorgen was: "Van Harte gefeliciteerd, U heeft de Elfstedentocht gewonnen,"meldde het bestuur van de Friesche Elfstedenvereniging de verbouwereerde bloemenkweker.
Het muisje had nog een erg lang staartje, want bijna veertig jaar later maakte Joop Bosman met zijn buurman Wim Vos een praatje, terwijl zij elk aan een kant van het slootje zaten dat hun land bij Kockengen scheidde. Vos was inmiddels één van de beste natuurijsschaatsers van Nederland. "Start nooit in de Elfstedentocht, Wim," raadde Bosman hem aan. "Want ze flikken je daar als Hollander toch."
Zo diep zat de grootste teleurstelling uit zijn leven. Bosman overleed niet lang daarna, zodat hij niet meer meemaakte, dat een geheel uit Friezen bestaande commissie een nieuw onderzoek begon naar de misdragingen van de gebroeders Wijnia. Ze kwamen tot de conclusie, dat er niets bijzonders was aangetoond, waarop het Elfstedenbestuur besloot ze meer dan 50 jaar later als nog hun Elfstedenkruisje van 1947 uit te reiken.
"Dit is de mooiste dag uit ons leven," zeiden de broers, toen ze de versierselen opgespeld kregen.
10e Tocht op 3 februari 1954
De weermannen van het KNMI voorspelden hectisch weer tijdens de tiende Elfstedentocht. Voor heel wat deelnemers, die de hel van 1947 hadden meegemaakt was dat reden om thuis te blijven, maar toch gingen er nog 2735 schaatsliefhebbers op pad. Ze beleefden een prettige dag, want de weerprofeten hadden het volledig bij het verkeerde eind. Het was zonnig, weinig wind en een echt prettige schaatsdag.
De wedstrijdrijders demonstreerden dat door in de recordtijd van 7 uur en 35 minuten terug te zijn in Leeuwarden. De finish was het meest opmerkelijk deel van deze wedstrijd, die nog jaren stof tot discussie zou geven.
De organisatoren hadden namelijk om nauwelijks twee honderd meter van de eindstreep nog een klûnplaats ingelast, zodat de vijf koplopers een smalle noodbrug op moesten, de weg oversteken en over een met stroo bestrooide loopplank weer naar het ijs moesten.
Jeen van den Berg uit Heerenveen ontdekte deze onverwachte hindernis als eerste, snelde er over heen en achter hem kwam de snelle Jan Charisius ten val, waardoor hij de overigen ook nog eens hinderde. Zo kwam Jeen als laatste Fries in de geschiedenis als eerste over de eindstreep in de Elfstedentocht.
Aad de Koning, een oomzegger van Coen de Koning, de winnaar van 1912 en 1917, werd tweede op drie seconden. Charisius derde op 8 seconden. Jeen Nauta en Anton Verhoeven, de marathonkampioen uit het Brabantse Dussen, werden op een minuut vierde en vijfde.
Een storm van protest hielp niets. Het was gebeurd en er viel volgens het bestuur niets meer aan te verhelpen.
11e Tocht op 14 februari 1956
Nauwelijks twee jaar later kregen de koplopers van '54 kans op revanche. Opnieuw zaten Jeen Nauta, Aad de Koning en Anton Verhoeven in de kopgroep. Dit keer hadden zij gezelschap van Maus Wijnhout uit Lisse en Jan J. van der Hoorn uit Ter Aar, een neef van de winnaar van '47. Ook Jeen van den Berg reed lang in hun gezelschap, maar na Franeker kreeg hij een geweldige inzinking en moest de groep laten gaan. Bij Vrouwbuurtstermolen zat hij ontredderd in de kant, terwijl hij schaatsen wisselde.
In hetzelfde dorp hadden de vijf koplopers al aangekondigd, dat zij tegelijk over de finish zouden rijden. Heel Nederland wist via de radio al wat er zou gebeuren. De vijf reden inderdaad juichend naast elkaar over de eindstreep. Het halve land sprak er schande van. De andere helft juichte het toe.
Niemand van de vijf zou ooit vertellen, wie het initiatief tot het opmerkelijke besluit had genomen, maar de vijf bleven vrienden voor het leven. Wel lekte er het één en ander uit over de beweegreden: men voelde zich onzeker over de finish, die immers twee jaar geleden ook totaal onverwacht volkomen was veranderd, nadat ze hem een dag voor de start allemaal hadden verkend.
Het bestuur had er allemaal niets mee te maken. Men besloot geen prijzen uit te reiken, maar handhaafde de vijf wel op de eerste plaats in de uitslag. Dat was een beslissing, die tot op de dag van vandaag wordt aangevochten. Zo werden de vijf van '56 altijd uitgesloten van alle officiële Elfstedenbijeenkomst, waarvoor de winnaars werden uitgenodigd. En dat terwijl ze door het bestuur wel op de eerste plaats werden gehandhaafd.
12e Tocht op 18 januari 1963
In de sportgeschiedenis van Nederland is vrijdag 18 januari 1963 ongetwijfeld de bekendste datum: die dag werd de twaalfde Elfstedentocht verreden. Het werd de meest legendarische ooit. Een slagveld, zoals nog nimmer vertoond. De temperatuur was bij de start -12 graden. Alle koude records werden die nacht gebroken. In de loop van de dag stak een noordoosterstorm op, die de baan in het noorden van Friesland volkomen onbegaanbaar maakte.
In Stavoren stapten duizenden mensen af. De trein naar Leeuwarden kon het aanbod van rijders niet verwerken. Er moesten extra bussen worden ingezet. De hospitalen langs de route lagen vol gewonde schaatsers en de EHBO maakte overal overuren.
Er gingen 9862 rijders van start. Slechts 127 zouden de eindstreep bereiken. Dat was een percentage van 1,3 procent.
Reinier Paping uit Dedemsvaart maakte zich onsterfelijk door als eerste over de finish te komen met een voorsprong van 22 minuten op Jan Uitham uit Noorderhogebrug. Zevenendertig jaar later werd hij door de kijkers van Studio Sport, het populaire sportprogramma van de NOS, uitgeroepen tot de individuele sporter, die de meest aansprekende prestatie van de twintigste eeuw had geleverd!
Bij Witmarsum had Reinier definitief afscheid genomen van Uitham, Jeen van den Berg en Anton Verhoeven. Van den Berg raakte sneeuwblind en kwam uitsluitend met hulp van Uitham als derde over de streep. Verhoeven was eveneens sneeuwblind en waggelde als aangeschoten wild over de Dokkumer Ee om uiteindelijk als een wrak over de finish op de Grote Wielen te komen.
Kroonprinses Beatrix had in de EHBO-tent met het moeder koningin Juliana winnaar Paping gefeliciteerd. Hij werd daar met infrarood lampen weer een beetje ontdooit en de prinses had herhaaldelijk geroepen: "Oh, mijnheer Paping, ik heb zo'n bewondering voor u!"
De held van de dag werd door zijn echtgenote Joke opgehaald en samen gingen zij naar Dedemsvaart, waar ze door de plaatselijke fanfare werden opgewacht. In het holst van de nacht bereikten ze het zomerhuisje (!), waar ze na hun huwelijk in verband met de woningnood hun intrek hadden genomen. De waterleiding, de bak met water voor de hand en de aardappels zaten in de pan op het butagasstelletje van de nieuwe Nederlandse voksheld waren allemaal vastgevroren.
Toen de pers de volgende ochtend het onderkomen, diep in de bossen bij Ommen had gevonden was Reinier niet thuis. Hij had tegen Joke gezegd: "Ik gaeven het bos in voor een loopje. De spieren zijn nog wat stram".
13e Tocht op 21 februari 1985
Niemand geloofde meer in de dertiende Elfstedentocht, toen voorzitter Jan Sipkema op 18 februari toch het verlossende woord sprak: 'It sil heve.' Na 22 jaar wachten was de Elfstedentocht voor de dertiende keer aangekondigd. Er ging een golf van emotie door het land. Overal vormden zich lange rijen voor de inschrijfadressen, die pas de volgende dag zouden worden geopend. Gewapend met slaapzakken, flessen beerenburg, warme kruiken en bontmantels brachten rijders en rijdsters een lange koude nacht door om het begeerde startbewijs te veroveren. Binnen een uur na de opening van de inschrijving waren de 15.000 startkaarten uitverkocht. De prijzen op de zwarte markt liepen op tot honderden guldens, maar niemand wilde afstand doen van het felst begeerde kleinood in het land.
De wedstrijdrijders weden overvallen door honderden bedrijven, die plotseling wilden sponsoren. Er volgden nerveuze dagen en topschaatsers als Emiel Hopman en Piet Kleine kregen geen startbewijs, omdat ze geen lid waren van de Elfstedenvereniging.
Daarmee waren twee kanshebbers al bijvoorbaat uitgeschakeld. Nederlands kampioen Henri Ruitenberg en de natuurijscracks Jan Kooiman en Jos Niesten gingen als favorieten van start. Ze bereikten de Bonkevaart ook inderdaad als eersten in gezelschap van een volslagen onbekend mannetje: Evert van Benthem, een veeboer van 26 jaar uit Sint Jansklooster in de kop van Overijssel. In de sprint verraste hij iedereen en volgde zo Reinier Paping op.
Nederland had er een nieuwe volksheld bij. De nieuw verworven roem was aanleiding om zijn plannen voor emigratie naar een land, waar een boer nog een normaal leven kan leiden even uit te stellen. Evert begon een kaasboerderij en plotseling wisten autobussen en toeristen de smalle weg naar zijn bedrijf te vinden.
Voor een andere schaatsheld kwam in deze tocht het einde van een lange reeks successen. Op de lange klûnplek in Kimswerd kwam Jan Roelof Kruithof uit Havelte, winnaar van liefst tien alternatieve Elfstedentocht, ten val voor de deur van het eeuwenoude bakkerijtje van het dorp.
Op het ijs was hij vrijwel niet te verslaan als er 200 kilometer geschaatst moest worden, maar hardlopen op schaatsen was iets anders. En bovendien begonnen de jaren te tellen: het rijk van Kruithof eindigde in de Elfstedentocht van 1985, die hij zo graag had gewonnen.
14e Tocht op 26 februari 1986
Nauwelijks een jaar later stonden de Elfstedenrijders opnieuw in de Veemarkthallen van Leeuwarden. Als dampende paarden klaar voor de start wachten ze in een grote kooi op het moment suprème. Vooraan stond Evert van Benthem in zijn geel-blauwe pak. De schaatsen kruislings voor de bocht. Na de lange run naar het ijs aan het Zwette arriveerde hij als één van de eersten en hij maakte er een onvergetelijke tocht van. Met ploegmaat Co Giling was afgesproken dat er voor Bolsward niets zou worden ondernomen, maar al op het Slotermeer ging Jan Kooiman er vandoor met Marten Hoekstra, Hans Bouma en Wout de Vries. Ze namen niet minder van vijf minuten voorsprong. De toren van Bolsward doemde nog maar nauwelijks aan de horizon op, toen Evert van Benthem de achtervolging ontketende. Nanne Semplonius, een onderwijzer uit Lemmer, Rein Jonker, kok in Wytgaard, Robert Kamperman, een werkloze architect uit Almere en Albert Bakker, onderwijzer in Scharmer in Groningen, sprongen mee.
Ze ontketende een helse jacht, die al voor Franeker was voltooid. De koplopers waren ingelopen, maar in de nieuwe kopgroep boterde het niet erg. Het ging Van Benthem te langzaam en hij sprong solo weg. Er sloeg een golf van enthousiasme door het publiek. Solo reed hij riching Bartlehiem, maar nog voor dit gehucht liet hij zich weer inlopen. Dat was van korte duur, want een kilometer na dit kruispunt ging Van Benthem weer in de aanval. Alleen Rein Jonker kon hem volgen. Samen stoven ze richting Dokkum. Op de terugweg sloeg Van Benthem vlak voor de passage van Oudkerk toe. Jonker kon hem niet langer bijhouden en zou met 1 minuut en 7 seconden achterstand over de eindstreep komen.
"Ik kon niet in dat prikslagje van Evert rijden," verklaarde Rein zijn nederlaag, "Zo ging ik langzaam maar zeker kapot. Ik had natuurlijk graag gewonnen, maar deze tweede plaats vind ik ook fantastisch."
15e Tocht op 4 januari 1997
De koudste periode van de twintigste eeuw speelde zich af rond de jaarwisseling van 1996 en 1997. De vorst kroop zo diep in het land, dat de ijsvloeren begin januari van uitstekende dikte waren. Er was nog geen natuurijswedstrijd van formaat gereden, toen voorzitter Henk Kroes van de Elfstedenvereniging de vijftiende tocht aankondigde: zaterdag 4 januari was het zover.
Nederland stond op zijn kop.
Erik Hulzebosch, toprijder en clown uit Hardenberg, ging als favoriet van start. Het tempo lag direct na de start zeer hoog. Door het vroege tijdstip in het jaar moesten de rijders veel langer in het donker rijden dan in 1985 en 1986. Toen de eerste groep Hindeloopen bereikte was het nog pikkedonker. Het stempelhok was nog niet verlicht en er liepen heel wat mensen op het ijs, die er niets te zoeken hadden. Piet Kleine stoof op kop van de groep langs het stempelhok. René Ruitenberg in zijn spoor. Ze vergaten te stempelen en dat werd hen fataal. Beiden werden gediskwalificeerd. Als dank werd het bruggetje in Hindeloopen in de zomermaanden omgedoopt in 'Piet Kleine breggetje'. Het slachtoffer mocht de gedenkplaat zelf onthullen.
Piet zou in het verdere verloop van de wedstrijd toch nog een grote rol spelen, want hij behoorde tot de vijf koplopers die de Bonkevaart op draaiden. De spurt was bloedstollend: Henk Angenent, boer uit Woubrugge in Zuid-Holland won, met minimaal verschil voor Erik Hulzebosch, Bert Verduin en Henk van Benthem, de jongere broer van Evert. Piet Kleine spurtte niet mee. Een paar uur later kreeg hij bericht, dat hij gediskwalificeerd was.
Voor Hulzebosch betekende deze Elfstedentocht net als voor Henk Angenent de doorbraak naar nationale roem. De winnaar van de tocht kon zich vooral op agrarisch gebied sterk ontplooien en de jaarlijkse schaatszesdaagse op kunstijs werd voortaan gesponsord door de Greenery, een veilingbedrijf van landbouwprodukten, dat de klassementsleider in een spruitjespak hulde. Dit omdat Angenent in één klap de meest vermaarde spruitjeskweker van het land was geworden.
Hulzebosch zocht zijn heil op het concertpodium. Hij werd nog dezelfde winter één van de toppers op het carnavalspodium met de hit "Hulzebosch, Hulzebosch."
Evert van Benthem verscheen als toerist aan de start. Vijf jaar later zou hij zijn boerderij in Sint Jansklooster verkopen en zijn oude droom werkelijkheid maken: hij emigreerde naar Canada en heeft nu een grote melkveehouderij in de omgeving van Calgary, zodat hij het beroep waaraan hij zijn hart altijd heeft verpand in alle rust kan uitoefenen.
16e Tocht op 17 december 2026?
ALLE WINNAARS VAN DE FRIESCHE ELFSTEDENTOCHT.De winnaars (Helden) van de tochten.
| Dag | Jaar | Naam | Woonplaats | Tijd |
| Zaterdag | 1909 | M. Hoekstra | Warmenhuizen | 13.50.00 |
| Woensdag | 1912 | C. de Koning | Arnhem | 11.40.00 |
| Zaterdag | 1917 | C. de Koning | Arnhem | 09.53.00 |
| Dinsdag | 1929 | K. Leemburg | Leeuwarden | 11.09.00 |
| Zaterdag | 1933 | A. de Vries | Dronrijp | 09.53.00 |
| Zaterdag | 1933 | C. Castelein | Wartena | 09.53.00 |
| Dinsdag | 1940 | P. Keyzer | De Lier | 11.30.00 |
| Dinsdag | 1940 | A. Adema | Franeker | 11.30.00 |
| Dinsdag | 1940 | C. Jongert | Alkmaar | 11.30.00 |
| Dinsdag | 1940 | D. v/d Duim | Warga | 11.30.00 |
| Dinsdag | 1940 | S. Westra | Warmehuizen | 11.30.00 |
| Donderdag | 1941 | A. Adema | Franeker | 09.19.00 |
| Donderdag | 1942 | S. de Groot | Wiedum | 08.44.00 |
| Zaterdag | 1947 | J.v/d Hoorn | Ter Aar | 10.51.00 |
| Woensdag | 1954 | J. v/d Berg | Nijbeets | 07.35.00 |
| Dinsdag | 1956 | Geen Winnaar | 0000000000 | 00.00.00 |
| Vrijdag | 1963 | R. Paping | Ommen | 10.59.00 |
| Donderdag | 1985 | E. van Benthem | St. Jansklooster | 06.46.47 |
| Donderdag | 1985 | L. v/d Hoorn | Eerste Vrouw | 07.33.01 |
| Woensdag | 1986 | E. van Benthem | St. Jansklooster | 06.55.17 |
| Woensdag | 1986 | T. Dijkshoorn | Eerste Vrouw | 07.55.30 |
| Zaterdag | 1997 | H. Angenent | Alphen a/d Rijn | 06.49.18 |
| Zaterdag | 1997 | K. Seinstra | Eerste Vrouw | 07.49.11 |
Sinds 1909 vonden er 15 Friesche Elfstedentochten plaats.
De laatste Friesche Elfstedentocht was op 4 januari 1997.
Tijdens De Friesche Elfstedentocht van 1985 konden er voor het eerst vrouwen aan de wedstrijd deelnemen.
Vanaf de volgende Friesche Elfstedentocht is er een aparte wedstrijd voor vrouwen en mannen.
WETENSWAARDIGHEDEN VAN DE FRIESCHE ELFSTEDENTOCHT OP DE SCHAATS.ELFSTEDEN WEETJES
Populairste dag voor een Friesche
Elfstedentocht:
Zaterdag 5 maal.
Dinsdag 3 maal.
Woensdag 3 maal.
Donderdag 3 maal.
Vrijdag 1 maal.
Populairste maand voor een Friesche Elfstedentocht:
Februari 8 maal.
Januari 6 maal.
December 1 Maal.
NOORDELIJKE ROUTE
In de begin jaren van de tocht werd om de noord gereden.
Hierbij is Dokkum de eerste stad van doorkomst.
Bij latere tochten wordt de andere kant om geschaatst.
De eerste stad van doorkomst is dan Sneek.
STARTTIJDEN WEDSTRIJD
Heren: 05.20
Dames: 05.35
HET IJS
Voor het doorgaan van een Elfstedentocht moet het ijs op nagenoeg de gehele route - bijna 200 kilometer - minimaal vijftien centimeter dik zijn. Bij aanhoudende vorst meten de rayonhoofdenten minste eenmaal per dag de dikte van het ijs. Soms worden er ijstransplantaties uitgevoerd op die stukken waar wakken aanwezig zijn. Als de tocht is afgekondigd worden er op de te zwakke plekken in de route 'klúnvoorzieningen' gebouwd. Dit zijn houten betimmeringen die over de zwakke plekken in het ijs of op de kant zijn geplaatst en waar de schaatsers overheen kunnen lopen. Ook wordt veel gebruik gemaakt van tapijt en rubbermatten. De organisatie streeft ernaar het aantal klúnplaatsen en de lengte per klúnplaats zo beperkt mogelijk te houden. Schaatsen op natuurijs is voor velen onweerstaanbaar. Al liggen gevaren als kou, wind en afmatting op de loer. Maar ijs heeft ook zijn eigen natuurwetten en het is aan te bevelen daar niet tegen te zonderen.
DE MENS IS AFHANKELIJK VAN DE DIKTE VAN HET IJS.
< 05 cm: Bij minder dan vijf centimeter niet op het ijs gaan staan.
> 08 cm: Bij acht centimeter is het ijs dik genoeg om met een handvol mensen de eerste slagen te wagen.
> 12 cm: Bij 12 centimeter dikte kunnen de eerste toertochten door gang vinden.
> 18 cm: Bij 15 centimeter dik ijs kan "DE TOCHT DER TOCHTEN" door gang vinden.
> 30cm: Vanaf 30 centimeter is het ijs dik genoeg om een vrachtwagen of een mensenmenigte te torsen.
HISTORIE
Al heel lang geldt het als een bijzondere sportieve prestatie om op een dag schaatsend alle Elf Friesche steden aan te doen: een afstand van bijna 200 kilometer. Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, is van ouds het start en finishplaats.
De Elfstedentocht voert de deelnemers vanuit Leeuwarden naar achtereenvolgers Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en weer Leeuwarden.
De Elfstedentocht kent een wedstrijd- en een toertocht die beiden op de zelfde dag plaats vinden. De wedstrijd- en toerrijders schaatsen exact dezelfde route. Elke deelnemer die de tocht binnen de gestelde tijd voltooit en alle stempels heeft verzameld, ontvangt een Elfstedenkruisje. Sinds 1909 heeft de tocht vijftien keer doorgang gevonden.
Van enkele tientallen volbrengers uit vroeger eeuwen zijn de namen bekend gebleven. Hun successen werden in de familiekring trots van generatie op generatie door verteld.
Onder de honderden mannen en vrouwen die in de lange winter van 1890 op 1891 op eigen initiatief de tocht volbrachten, bevond zich ook de grote sportpionier Willem (Pim) Mullier. Hij was het, die daarna op het idee kwam van een 'georganiseerde' Elfstedentocht. In 1909 was het zover. Toen schreef de Friesche IJsbond voor de eerste maal een Elfstedenwedstrijd uit.
De Friesche IJsbond wilde het evenwel bij deze ene keer laten. Maar mr. M.E. Hepkema, jurist te Leeuwarden, was van mening dat deze vom van schaatssport levensvatbaar was. Op 15 januari 1909 richte hij, samen met andere enthousiaste Friezen De Vereniging 'De Friesche Elf Steden'op. Mr. Hepkema was de eerste voorzitter (van 1909 tot 1947).
DEELNEMERS TOERTOCHT
Het totaal aantal deelnemers aan de toertocht was tot 2016 beperkt tot 16.000. Het aantal personen dat vanaf 2017 de tocht mag schaatsen kunnen wel eens 27.000 deelnemers zijn.
DUS IEDEREEN KAN DUS AAN DE TOCHT DEELNEMEN.
DEELNAME IS VOORBEHOUDEN AAN:
* Ieder lid van de 'Vereniging De Friesche Elf Steden' die aan hun administratieve verplichtingen hebben voldaan en in het bezit zijn van een geldig Elfstedenlegitimatiekaart.
Alle leden moeten de leeftijd van achttien jaar bereikt hebben. Voor de toertocht geldt een Tochtreglement. Dit wordt door het bestuur vast gesteld.
De deelnemers schaatsen de tocht op eigen risico. De deelnemers krijgen vooraf via de media en bij de inschrijving een aantal adviezen voor kleding en voeding tijdens de tocht.
Het schaatsmateriaal moet in uitstekende conditie verkeren en de schaatsen moet goed zijn ingeschaatst.
Bij iedere controlepost in de steden en op een aantal andere plaatsen zijn er EHBO-posten. Honderden EHBO-ers, artsen en andere vrijwilligers zijn op de been om de deelnemers ter zijde te staan.
TV KIJKERS NAAR DE ELFSTEDENTOCHT 1997
Afdeling Kijk- en Luisteronderzoek van de publieke omroep heeft bekend gemaakt dat 11.2 miljoen kijkers van zes jaar en ouder zaterdag 4 januari hun televisie hebben afgestemd op De 15e Friesche Elfstedentocht. Totaal hebben in de hele wereld ongeveer 100 miljoen mensen naar een flits van deze unieke schaattocht gekeken.
HET VERHAAL VAN DONDERDAG 21 FEBRUARI 1985.Het verhaal van 21-2-1985.
Wat het begin zou moeten zijn van een superieure dag.
Maandag 18 februari 10.00 uur is er zoals gewoonlijk vergadering, wij nemen de lopende zaken door, wij kijken terug naar de afgelopen week en wij bespreken de vrijedagen van die week. Ik spreek af mocht de De Friesche Elfstedentocht deze week door gaan ik die dag er niet zal zijn, mijn collega Freek Bakker die ik verder in dit verhaal "de slappe zal noemen" zegt dat dit goed is en dat Jerry Terborgh die dag bij het openen aanwezig zal zijn. Die dag is er balans op de zaak en zoals gewoonlijk zorgen wij dat het magazijn er voor 17.00 uur op staat en om 18.00 uur beginnen we aan de winkel met zo'n veertig mensen. De meeste zijn om 20.00 uur klaar en gaan naar huis, de slappe en ik besluiten nog enkele belangrijke groepen te controleren en zo rond de klok van 22.00 uur besluiten ook wij om naar huis te gaan. De slappe maakt een nerveuze indruk maar ik denk dat hij moe is van weer eens een hele lange dag en wij nemen afscheid en spreken af dat wij morgen om 6.30 uur beginnen.
De tocht gaat door
Precies 22.15 uur rij ik zoals gewoonlijk toeterend mijn zuster voorbij maar deze staat voor het raam te zwaaien zodat ik stop en terug rijd, het raam gaat open en zij zegt: "ir Jan Sipkema heeft het eindelijk gezegd "IT SIL HEVE" op donderdag 21 februari" "dat is mooi ik zal morgen meteen mijn vrijedag omzetten, zodat wij donderdag Ynze in Friesland kunnen verzorgen". Blij vervolg ik mijn weg want daar hadden wij 22 jaar op gewacht. Wil heeft alle journaals opgenomen en die bekijk ik allemaal, het hele land staat op zijn kop en de NOS zal de gehele dag uitzenden, maar ik zal er bij zijn met de vader van Ynze. Op iedere verjaardag hadden wij het hier over gehad, ik zou rijden en hij zou mij de weg wijzen in zijn geliefde Friesland. De hele nacht slaap ik niet en maak ik lijstjes van alles wat wij nodig zullen hebben.
Vrolijk op weg naar het werk.
Dinsdag 19 februari eindelijk is het 5.42 uur en sta ik op, Wil maakt mijn brood klaar met een kopje thee en na het douchen ga ik opgewekt naar het werk. Om 6.23 uur draai ik het parkeerterrein op en ik zie dat de slappe er al is. Wij begroeten elkaar, wat later zal blijken voor de laatste keer, met een wel gemeend goedemorgen en hopen dat de balans er vlot en goed op zal staan.
Het laatste gesprek met de slappe.
Bij het naar binnen gaan zeg ik "eindelijk donderdag de Friesche Elfstedentocht wij moeten onze vrijedag omzetten neem jij woensdag dan ben ik donderdag vrij zodat ik naar Friesland kan". De slappe zegt "ik denk niet dat dit kan want mijn nichtje is donderdag jarig", waarop ik zeg "nou die word volgend jaar weer jarig maar de Friesche Elfstedentocht kan wel weer 22 jaar op zich laten wachten". Bloed serieus zegt hij nogmaals "nee, ik ben op donderdag vrij". De bel verbreekt onze conversatie en ik loop naar boven om open te doen, Joop Corsielius staat voor de deur met zijn maatje om de balans op te nemen, het eerste wat hij zegt "de week kan voor jou al niet meer kapot met a.s. donderdag de Tocht der Tochten". Ik lach wat maar heb goed de ...... in en ga aan het werk.
Op bezoek bij Theo Hensen.
De balans staat er spoedig op en zo rond de klok van 10.00 uur vertrek ik met Bert naar Zaandam om een bezoek te brengen aan Theo Hensen die in het ziekenhuis ligt voor een liesbreuk. Aan de portier vraag ik waar de heer Hensen ligt, hij verteld mij het kamer nummer en de etage. Lopend met Bert door de gang is Theo niet te vinden tja een bezemkast maar daar zal hij toch niet liggen grapte ik. Heel zacht hoor ik "ja, hier lig ik wel" Ik loop door een soort kast met allerlei schoonmaakspullen en achter een muurtje staat een bed met een lachende Theo Hensen. "Waar hebben ze je nou in gestopt" vraag ik hem met een voor mij zachte stem, hij vraagt mij om hem niet te veel aan het lachen te maken want alles gaat goed en fijn alleen wanneer hij lacht, doet het pijn. Daarna zegt hij "donderdag gaat de Elfstedentocht ondanks alles toch door", ik zeg "praat me er niet van, de slappe wil zijn vrijedag niet ruilen". "Dat moet een grapje zijn" zegt Theo, "dat denk ik niet want hij was vanmorgen bloed serieus" vertel ik hem. Na een bezoek van een klein uurtje vertrekken wij weer naar het werk Theo achterlatend in de bezemkast.
Ynze naar Friesland.
Ynze vertrekt op dat moment richting Friesland en ik ga richting werk en zal de vader van Ynze inlichten dat ik geen vrij kan krijgen op donderdag en dat het feest niet door gaat omdat zoals al eerder gezegd de slappe zijn vrijedag niet wil ruilen. Ik waag nog een laatste poging, omdat Theo Hensen dacht dat het een grapje was. Maar ook deze keer is er niet te praten en ik besluit om nooit meer een woord te wisselen met hem en ook nooit meer een koopavond of iets anders over te nemen. Later op de dag kom Jerry Terborgh langs en vraagt hoe laat hij overmorgen op het werk moet komen ik vertel hem dat de slappe zijn vrijedag niet wil ruilen maar dat hij gewoon om half zeven kan beginnen. De dag verloopt verder zoals een balansdag altijd verloopt erg rommelig en de tijd vliegt voorbij.
Koffie drinken bij Hil.
Die avond gaan we koffie drinken bij Hil, ze heeft contact met Ynze gehad en het inschrijven is goed verlopen, hij zal starten in de eerste groep ongeveer kwart voor zes. Rond de klok van twaalf uur gaan we naar huis maar ook deze nacht kan ik de slaap niet vatten, 22 jaar is het geleden, dat de laatste Friesche Elfstedentocht is verreden en zo ongeveer 15 jaar hadden wij het er over gehad op iedere verjaardag, om Ynze te verzorgen ik kan er nog steeds niet met mijn pet bij dat dit mogelijk is.
Woensdag 20 februari 1985
Deze dag zoals gewoonlijk de wekelijkse boodschappen gedaan en vijf videobanden gekocht van 4 uur om de hele dag op te nemen zodat ik uiteindelijk later alles op mijn gemak nog eens na kan zien. Bij Its, waar ik de videobanden heb gekocht doe ik een gouden ontdekking om de pijn iets te verzachten ik neem morgen mijn televisie mee en zal deze op kantoor zetten zodat ik de hele dag alles kan volgen. Na Ynze gebeld te hebben en hem veel succes te wensen maak ik alles klaar om morgen mee te nemen. De hele avond staat in het teken van de Friesche Elfstedentocht en geen programma mis ik en alles neem ik op. Het laatst is studio sport Sipkema en Kroes moeten nogmaals uitleggen hoe het traject loopt en waar de knelpunten zullen zitten. Twee uur later val ik in slaap en droom er van dat ik alsnog Ynze opvang op de Bonke-Vaart.
Donderdag 21 februari 1985
Ik doe mijn ogen open en zie op de klok dat het 4.15 uur is, nog 45 minuten en dan begint de NOS aan zijn mega uitzending die zal duren tot na middennacht. Even later springt de klokradio aan en er klinkt een lied dat over de Bonke-Vaart gaat het gaat nu toch gebeuren na 22 jaar eindelijk een Friesche Elfstedentocht maar ik zal er niet bij zijn. Ik kijk de video na of alles goed is en precies kwart voor vijf springt deze aan en ik zet de televisie aan waar ook Friesche liedjes op te horen zijn. En dan eindelijk is het vijf uur de omroepster heet ons welkom en zegt "wat is het vroeg hé". We schakelen over naar de Frieslandhal in Leeuwarden waar Mart Smeets staat voor een grote kooi waar alle wedstrijdrijders staan te wachten op het startschot. Hij vraagt aan sommige hoe het gaat, terwijl wedstrijdleider Gerrit van de Ham uitlegt waar de knelpunten zitten en waar gekluund moet worden. Half zes klinkt het startschot, de kooi gaat open en 300 wedstrijdrijders zoeken een plekje om de eerste 1600 meter, dat lopend moet worden afgelegd, goed door te komen. In de Zwette-Haven moeten de schaatsers de schaatsen onder binden en kunnen zij eindelijk beginnen aan de 13e Friesche Elfstedentocht.
Op weg naar het werk.
Kwart voor negen ga ik op weg naar het werk met mijn televisie op de achterbank rijd ik het parkeerterrein op. De televisie zet ik op mijn bureau en open de winkel en nestel mij voor de televisie om niets te missen. Ieder half uur mogen er twee collega's komen kijken en het is toch nog een beetje gezellig. Half 11 bel ik Theo Hensen op, die dan net thuis komt vanuit het ziekenhuis, hij vraagt meteen hoe het gaat (censuur). Ik vraag maar hoe het met hem gaat hij heeft de start in het ziekenhuis gezien en gaat nu weer verder kijken.
Rob Schreuder en Martin van het Hazeveld komen langs.
Half twaalf, net zijn er weer twee andere collega's naast mij komen zitten, wanneer ik Rob Schreuder zijn hoofd om de hoek zie steken en hij vraagt, "wat doe jij hier nou waarom ben je niet in Friesland" ik zeg praat me er niet van en vraag mij verder ook maar niets want ik ben des duivels. Hij groet mij en ik hoor Martin iets zeggen over een prijsbord achter de kassa, Rob goed de situatie in schattend, zegt we kunnen beter naar een ander filiaal gaan want Eef is niet in een beste bui.
De finish op de Bonke-Vaart.
Het is kwart over twaalf en we maken ons klaar voor de finish op de Bonke-Vaart, de spanning is te snijden, bijna iedereen staat op kantoor, er loopt ook geen enkele klant in de winkel, vier schaatsers komen de Bonke-Vaart op rijden. Jan Kooiman, Jos Niesten, Henry Ruitenberg en Evert van Benthem rijden eerst achter elkaar en dan twee links en twee rechts achter elkaar en dan de sprint het lijkt dat Ruitenberg gaat winnen maar dan net voor de finish komt Evert van Benthem er bij en gaat uit eindelijk als winnaar over de streep. Ik zet de microfoon uit die aangesloten stond op het radio verslag iedereen juicht en loopt zingend de winkel in. De voorzitter van de Friesche Elfstedentocht Jan Sipkema verteld ons op de tv dat de wedstrijd wel is afgelopen maar er zijn nog meer dan 16.000 schaatsers onder weg en die moeten allemaal over het steeds slechter wordende ijs. Er staan overal plassen water op het ijs en de kluunplaatsen worden steeds langer, waar zou mijn zwager Ynze zitten in het traject?
Het feest barst los in Franeker.
Het is vier uur geworden en nog steeds genieten we van de televisiebeelden die uit Friesland komen, in Franeker is spontaan een volksfeest uitgebroken maar ook in Bartlehiem en Dokkum is het feest er wordt gezongen en voor iedere deelnemer is er een grootse ontvangst. Duizenden mensen stromen toe, Mart Smeets vraag om koffie en toiletpapier dat is niet meer te vinden in Bartlehiem. De Friesche Elfsteden Vereniging heeft grote problemen want het ijs wordt steeds slechter en het is de vraag of iedereen wel langs alle elf steden kan schaatsen.
De huldiging in de Frieslandhal in Leeuwarden.
Het is half vijf wanneer we over schakelen naar de Frieslandhal in Leeuwarden waar de huldiging zal plaats vinden van de eerste twaalf aankomende. Het is ongekend de hal is mud en mud vol er kan geen mens meer bij en er wordt gezongen, zo massaal dat het kippenvel over je rug loopt. De voorzitter neemt het woord en roept nummer twaalf naar voren, gelukkig is dat Jan Roelof Kruithof, zodat de ongekroonde koning van de alternatieve Elfstedentochten toch nog toe gezongen kan worden. In de jaren 70 was Kruithof de beste schaatser op natuurijs maar helaas in de bloei van zijn leven kwam er geen Friesche Elfstedentocht en nu in 1985 was hij niet meer top. Maar wat is top, 48 jaar oud en dan twaalfde worden in de Friesche Elfstedentocht over 200 kilometer, ik neem diep mijn petje voor hem af. Alle elf worden toegezongen door de vele duizenden mensen en dan is het tijd voor de winnaar, hij krijgt de wisselbeker een speciaal bord met de wapens van de Elf Frieschesteden. Met de grote krans om zijn schouder wordt hij onophoudelijk toe gezongen en hij gaat op de schouwers van Kruithof en Ruitenberg tot slot klinkt het Friesche Volkslied dat zelfs door Hans Wiegel wordt mee gezongen.
Het is donker geworden en nog niets gehoord van Ynze.
Zes uur de winkel gaat dicht, ik pak mijn televisie op, sluit razend snel af om naar huis te gaan en verder te kijken, want een mens mag hier eigenlijk niets van missen. Thuis komende is er nog steeds geen nieuws van Ynze maar rond de klok van negen uur gaat de telefoon en Hil verteld dat Ynze om vijf over achten in Leeuwarden is aan gekomen en alles is goed met hem. Precies twaalf uur komt de laatste deelnemer die een kruisje krijgt over de finish nog geen 15 seconden later komt de volgende over de streep maar de voorzitter is keihard, hij zegt "u bent te laat maar u heeft vast een mooie dag gehad" de man kan wel huilen hij heeft Zestien (16) uur op het ijs gestaan. Half 1 volgt er nog een samenvatting van de dag en half twee is er een eind gekomen aan een marathon uitzending die vanochtend om vijf uur was begonnen.
Vrijdag 22 februari die nacht kan ik de slaap niet vatten.
Eindelijk is het half vijf, tijd om op te staan ik heb niet geslapen en krijg weer goed de ........ in. De boys staan al te wachten wanneer ik het parkeerterrein op rijd we drinken gezamenlijk een kopje koffie en gaan weer over tot de orde van de dag. Om 1 uur komt de slappe binnen, hij heeft koopavond, en vraagt waar zijn krantje is, ik kijk achter mij of er nog iemand in het kantoor is, maar ik zie niemand ik denk de stakker hij praat in zich zelf. Ik trek mijn jas aan en ga naar huis waar ik later een bloementje met Wil ga kopen en op het kaartje schrijf, Evert was grandioos maar jij was beter. Eef en Wil. We drinken een kopje koffie en eten een gebakje en luisteren naar de verhalen van Ynze. Na het eten vertrekken we naar huis en zet ik de eerste videoband op en het is weer even 21 februari 1985 vijf uur in de morgen en in de loop van de nacht val ik in slaap en droom ik dat ik op het ijs loop van de Bonke-Vaart. Niet kort daarna ging ik naar een ander filiaal want de werksituatie was niet meer wat het was geweest en de slappe heb ik nooit meer gezien.
UPDATE 29-8-2017: Tot nu toe heb ik de slappe nog twee keer gezien sinds 30 Mei 1985.
Dit is een waar gebeurt verhaal met velen heb ik nog steeds contact en sommige doen mee met De Friesche Elfsteden Vistocht, Theo Hensen is jaren scheidsrechter geweest hij gaf de tijden door aan Ynze, Hans vermeulen is daarna scheidsrechter geworden en met sommig heb ik nog altijd contact via facebook..
HET VERHAAL VAN ZATERDAG 4 JANUARI 1997.
Het verhaal van 4-1-1997.
Het begin van een superieure dag.
Het is zaterdag 4 januari 1997 en op mijn klokradio is het bijna 4.00 uur, na een korte slapeloze nacht is het tijd om op te staan. Vandaag zal de 15e Friesche Elfstedentocht op de schaats worden gereden met mijn neefje Erik gaan we zijn vader en mijn zwager Ynze de Jong, die vandaag aan zijn derde Friesche Elfstedentocht zal beginnen, verzorgen en een hart onder de riem steken bij de moeilijke ogenblikken, op vijf vooraf afgesproken plaatsen.
Alleen Mitchell nog uitlaten.
Terwijl Willy drie liter chocolademelk, erwtensoep en broodjes klaar maakt om deze unieke dag door te komen laat ik onze trouwe zwarte Bouvier Mitchell uit. Buiten is de gevoelstemperatuur -26 graden en dat is goed te voelen de wind is vrij krachtig en het sneeuwt heel licht. Om 5.30 uur is alles klaar en in Leeuwarden beginnen de wedstrijdrijders aan De 15e Friesche Elfstedentocht.
Het vertrek naar Friesland.
Kwart voor zes volgt een laatste controle of alles in de auto is gedaan (dekens, laarzen en extra kleding) en vertrekken we richting onze eerste verzorgings- plaats Stavoren, Ynze heeft dan 67 kilometer afgelegd we hopen hem te vinden. Via Almere, Lelystad, Emmeloord en Lemmer rijden wij de Provincie Friesland binnen, de wegen zijn redelijk te berijden doordat vele pekelwagens die voor ons rijden de weg met kilo's zout bestrooien.
We zien de HELDEN, het is net een schilderrijtje. 
We zijn verdwaald en staan plotseling in Sneek, waar ik aan een buschauffeur vraag hoe ik in Stavoren kom. In zijn beste Hollands legt hij uit hoe ik daar kom. We zitten zo'n twee en een half uur in de auto en rijden het plaatsje Woudsend binnen, boven op de brug zien wij voor het eerst schaatsenrijders onder ons door gaan. Aan een politie agente vraag ik wat dit zijn, wedstrijdrijders of zijn dit al toertochtrijders, zij verteld dat dit al de eerste toertochtrijders zijn, waarop ik zeg dat moet ik filmen, waarop zij zegt "zet je auto dan even op de stoep". Ik zet mijn auto op de stoep een stukje voorbij de brug en maak mijn eerste beelden, het lijkt wel een schilderrijtje met de molen op de achtergrond. Ik bedank de agente en zij roept nog "fijne dag collega", en ik denk hoe weet zij dat nou, later begreep ik pas dat ik een petje op had met een politie embleem.
Op het ijs bij de Gallemedammen.
We vervolgen onze weg en rijden over een landweggetje richting Stavoren, we zijn duidelijk op de goede weg, plots zien we een bruggetje waar schaatsers onder door rijden. Ik stop en kijk op de landkaart waar we zitten, ik lees de Gallemedammen, nooit van gehoord, we lopen zo het ijs op, we zien de HELDEN nu wel van heel dichtbij, met grote ijspegels aan de kin flitsen zij ons voorbij. Wanneer wij nu ook nog Ynze vinden dan kan de dag niet meer stuk en het is pas kwart voor negen.
De eerste verzorging in Stavoren.

We rijden Stavoren in het is precies negen uur, ik parkeer de auto op een grasveldje net over de sluis we horen een sirene van een brandweerauto er wordt gezongen het is groot feest in dit stadje. Samen lopen wij het ijs op en zien op nog geen 25 meter het stempelhokje staan, ik vraag aan een schaatser hoe laat hij is vertrokken "kwart voor zes uit de tent en zes uur ben ik begonnen met schaatsen" antwoorden hij mij. Nog geen 10 minuten later zie ik Ynze aan komen schaatsen met zijn rode muts en kleurig jack, ik roep "YNZE, YNZE YNZE" hij ziet ons meteen en komt naar ons toe. Hij ziet er wonder boven wonder niet eens vermoeid uit en verteld dat de eerste kilometers in het donker niet gemakkelijk waren hij heeft de wind in de rug gehad en het schaatsen gaat bijna vanzelf. Vanaf hier echter gaat het noordwaarts en heeft hij tot aan Dokkum de wind tegen. Ik vraag wat hij moet hebben "een beker warme chocolademelk" zegt hij. Erik gaat naar de auto toe, Ynze gaat zijn 4e stempel halen en ik bekijk al die schaatsers die langs komen. Dit had ik vaak gelezen in kranten en boekjes, maar nu ik zelf op het ijs in Friesland stond was alles nog ...... (bedenk daar maar eens een woord voor). Erik trekt zijn jas uit doet deze om de schouders van Ynze zodat deze niet te veel afkoelt en schenkt een warme beker chocolademelk in en stopt een mars in de zak van Ynze we staan gezellig wat te kletsen over hoe het gaat en het lijkt net of wij aan het vissen zijn met een bakkie chocolademelk in ons hand. Na een aantal minuten vertrekt Ynze naar de volgende stempelplaats Hindeloopen, hij besluit zijn rugzak achter te laten omdat wij nooit ver uit de buurt zullen zijn, wanneer er iets aan de hand zal zijn spreken we af dan belt hij ons via zijn zaktelefoon ('n niet door mijn verzonnen woord).
De bocht linksaf naar Hindeloopen.
Wij vervolgen onze weg, na enkele minuten rijden kunnen wij langs een sloot mee rijden met de schaatsers, bij een bocht naar links besluiten wij om de auto weer aan de kant te zetten en wachten tot dat Ynze voorbij komt. Niet veel later maakt hij zwaaiend naar ons de bocht naar Hindeloopen. Wat is dat prachtig al die mensen die staan te klappen en te juichen en dat bij een gevoelstemperatuur van -26 graden. Weer in de auto rijdend zien wij overal schaatsers net boven het riet uit komen en in de lucht worden zij in de gaten gehouden door helikopters van het leger. De organisatie doet zijn uiterste best om alles zo perfect mogelijk te laten verlopen, maar de schaatsers moeten het allemaal zelf doen.
De 2e verzorging in Workum.
Bij het bord Workum slaan we linksaf en rijden recht door tot ik niet verder kan dan sla ik rechtsaf en bij de 3e zijstraat weer linksaf, tot mijn stomme verbazing rijd ik tegen een kanaal aan en ik kan de schaatsers bijna aan raken. Ik sla linksaf en parkeer mijn auto op het gras nog geen 5 meter van het ijs af. Aan de kant speelt een dweilorkest de ene meezinger na de andere en wij zijn gereed om Ynze, hij heeft dan 87 kilometer afgelegd, een hart onder de riem te steken want al 20 kilometer lang beukt de wind met een kracht van 5 a 6 in zijn gezicht. Niet lang daarna verschijnt Ynze in ons gezichtveld en hij ziet ons meteen, zittend op de wallenkant krijgt hij opnieuw een lekkere beker warme chocolademelk een warme jas om hem heen en het gaat nog altijd voortvarend alleen een beetje stijve rug, maar mag het, ik vind het al een hele prestatie want dit is echte topsport. Ynze vraagt "waar gaan jullie nu naar toe" ik antwoord "waar je ons maar wilt hebben, we kunnen je overal zien en zijn nooit ver weg". Zwaaiend, met zijn handen op zijn rug vervolgt hij zijn tocht op weg naar Bolsward precies op de helft 100 kilometer.
Het in de familie wereld beroemde trekgat 300 meter voorbij Bolsward.
Bolsward is voor ons niet te bereiken we mogen er niet met de auto in, ik besluit daarom door te rijden, maar na 300 meter loopt het traject onder de rijksweg door, ik parkeer mijn auto langs de kant van de weg. Wij steken de weg over en gaan lopend over het ijs in de bocht staan waar het traject naar rechts gaat. Deze plaats zal de geschiedenis ingaan als: HET BEROEMDE TREKGAT 300 METER VOORBIJ BOLSWARD. Kijkend onder de brug door staan we echter wel vol in de ijskoude wind maar zo kunnen we iedere schaatsers goed zien. Na enkele minuten zegt Erik "ik ga even bekertjes halen uit de auto". Veertig (40) minuten later passeert Ynze de brug en buigt af naar rechts en zwaait naar mij dat alles goed gaat. Van het ijs aflopend bedenk ik me plotseling waar is Erik, bij de auto aankomend zie ik hem zitten met een lekkere bak snert in zijn hand, ik vraag "waar was je nou" en bemerkt dat niet alles meer functioneert zoals het zou moeten. Ik blijk een beetje bevangen te zijn door de kou in de spiegel kijkend zie ik dat rond mijn mond het een beetje wit is. Met soep en een sjaal komt alles weer snel tot leven en ik bedenk ter plekke de zin: ERIK JE MOET JE SCHAMEN IN DE KOU, DAT JIJ JE OOMPJE NIET HELPEN WOU.
Op een voetbalveld in Witmarsum wachten wij op Ynze voor zijn de derde verzorging .
Overal waar we rijden zien we de helden tegen de zeer sterke wind op boksen, het is prachtig maar je moet wel bewondering hebben voor al die schaatsers die al uren onder weg zijn. Wij vervolgen onze weg richting Harlingen, het probleem is echter dat wij na iedere bocht weer een mooie plek zien waar Ynze langs komt en wij besluiten over een brug links een soort voetbalveld op te rijden. Het is er erg druk en de plaats of dorp heet Witmarsem, na 50 meter staan we op het ijs. In dit openveld is de wind nog veel erger te voelen, stuif sneeuw waait over het ijs. Niet veel later zien wij Ynze onder de brug aan komen, ik schreeuw en hij ziet ons meteen het gaat wat moeilijker maar mag het na bijna 118 kilometer? Eten wil hij niet maar een flesje AA-Drink daar heeft hij trek in, helaas hebben wij dit niet bij ons. Ik stel voor dat wij wat flesjes gaan kopen en bij de eerste gelegenheid die aan Ynze te geven. Na een slok warme chocolademelk en weer een mars voor onderweg begint hij aan de volgende loodzware kilometers. Wij kijken hem na tot dat hij de hoek om gaat en stappen in de auto op zoek naar een winkel die AA-Drink verkoopt.
De vliegende bevoorrading.
Bij het inrijden van Harlingen komen wij een benzinestation tegen, Erik stapt uit en koopt drie flesjes AA-Drink. Wij verlaten Harlingen want het is erg druk en ik ben bang om vast te raken in het verkeer. Even buiten Harlingen zien wij weer schaatsers aan de rechter kant en vrijwel meteen zien wij Ynze de hoek omkomen. Zonder te aarzelen rijd ik het fietspad op en trek 500 meter door, Erik springt uit de auto en duikt door de bosjes naar beneden en geeft Ynze zijn flesje AA-Drink. Dit gaat de geschiedenis in als "De vliegende bevoorrading op het Van Harinxmakanaal". Dit was wel gaafkoel zeg, na 2500 meter kan ik eindelijk het fietspad af en rij ik op de weg naar Franeker.
Het overbekende Franeker fietstunneltje.
Bij Franeker slaan we rechtsaf maar verder rijden is niet mogelijk de 9e stempelplaats is afgesloten voor het verkeer. Ik besluit om te keren en terug te rijden richting Harlingen en daar weer richting Franeker te rijden. Bij een televisiemast stop ik en parkeer mijn auto in de berm, we steken de weg over en lopen naar beneden. Hier blijkt een fietstunneltje onder de rijksweg door te lopen waar de schaatsers 150 meter moeten klunen en we kijken een kleine 200 meter ver op een smalle sloot, wel staan we weer vol in de wind met onze kop. Na dik een half uur wachten komt Ynze aanrijden wij vragen of hij iets moet hebben maar hij maakt een wegwerp gebaar dat hij niets moet hebben. Met een beker warme chocolademelk in de hand klim ik met Erik over een afzettingshek en lopen wij met Ynze mee onder de rijksweg door. Het gaat niet meer zo soepel Ynze heeft dan bijna 132 kilometer afgelegd en staat al bijna 8 uur op het ijs en heeft duidelijk een klein dipje. Erik zegt tegen zijn vader dat hij door moet gaan en vloekt dat hij het makkelijk kan halen het is immers pas kwart voor twee. Mijn beker warme chocolademelk geeft Erik aan een andere rijder die daar erg blij mee is en al filmend lopen wij aan de andere kant het tunneltje weer uit. Ik help Ynze het houten trappetje af en vraagt aan mij "waar zie ik jullie weer"? Ik vertel hem dat wij voorbij Franeker hem weer opwachten en dat ik nu al vind dat hij het geweldig doet na 65 kilometer tegen de wind in. Later blijkt dat hij dan nog 50 kilometer tot aan Dokkum tegen de wind in moet rijden. Een beetje traag komt hij weer op gang en zwaait nog een keer naar mij en legt dan de handen op zijn rug om zijn weg te vervolgen.
Gastvrijheid in Berlikum.
Erik en ik klimmen naar boven en stappen weer in de auto nemen wat te drinken en vervolgen onze weg naar de volgende stopplaats. Boven de schaatsers hangen nog steeds de helikopters van het leger en die volg ik tot dat wij door het stadje Berlikum rijden. Ik zie dat een bewoner zijn tuinhek heeft weggehaald zodat iedereen via zijn tuin op het ijs kan stappen en wij doen dit dus ook. Het is toch fantastisch die Friezen. Op het ijs staande zien we dat er grote lengte scheuren in het ijs lopen, dus buiten de wind moeten de schaatsers ook goed op letten waar zij schaatsen. Na dik een uur wachten komt eindelijk Ynze aan schaatsen en ik vrees het ergste want hoe ik hem op het ijs zette in Franeker voorspelde niet veel goeds, maar hij heeft duidelijk de man met de hamer een ros voor zijn kop gegeven want hij steekt zij duim op dat alles weer goed gaat. Blij, dat het weer zo goed gaat, verlaten wij het ijs en gaan op weg naar Bartlehiem.
Op zoek naar Bartlehiem.
Na enkele tientallen kilometers ben ik de weg duidelijk kwijt en besluit om maar ergens aan te bellen en te vragen hoe ik in Bartlehiem kom. Een vriendelijke oude mevrouw verteld hoe ik moest rijden om in de richting van Bartlehiem te komen. We rijden een landweg op met aan beide kanten in de berm allemaal auto's en hoe verder ik rij hoe drukker het wordt en gladder. Ik glibber van de ene kant naar de andere kant zo glad is het op de weg, ik besluit om ergens te keren waar dit mogelijk is.
Meer dan vier uur in de snijdende oostenwind.
Terug op de weg zie ik een bord staan met Birdaard 3 kilometer, ik stel voor om daar Ynze weer op te vangen. Even later parkeer ik mijn auto achter een kerk, het is dan kwart over vier en het is bijna donker geworden. We lopen een smal pad op langs een prachtig verlichte molen Erik roept "het is hier fantastisch vakantieman" en dit allemaal bij een gevoels- temperatuur van, we zouden het bijna vergeten -26 graden. Ik vermoed dat we op een camping terecht zijn gekomen en lopen langs de kade richting het licht en zien weer schaatsers tegen de sterke wind vechten, ze staan bijna stil. We maken contact met een politie agent uit Enschede en staan een tijdje te praten met hem maar we blijven in het donker de schaatsers bekijken of we Ynze kunnen herkennen. Kwart over zes zegt Erik "ik heb hem gezien" en ik vraag "weet je het zeker" en hij knikt ja. Dan kunnen wij wel even wat te drinken nemen in de auto en ons een beetje op temperatuur brengen want twee uur in een snijdende oostenwind gaat je niet in je warme kleren zitten. Wij genieten van een bakje erwtensoep en wat plakken roggebrood met kaas, niet veel later staan we weer op het ijs maar dan aan de overkant. Twee meisjes staan er met lauw water en warme bouillon en voor de zoveelste keer zien we Cor, die met zijn naam op zijn buik rijd passeren, hij zal Leeuwarden makkelijk halen. Bijna half negen besluiten wij om het op te geven en richting Leeuwarden te gaan, mijn ogen doen pijn van vier uur lang in het donker turen naar voorbij komende schaatsers.
Bijna naar huis
Teleurgesteld stappen we in de auto en ik bel Ynze voor de vijftigste keer op zijn zaktelefoon maar ook nu neemt hij niet op, later blijkt dat zijn telefoon in zijn rugtas zat die bij mij in de kofferbak ligt. Via de mooiste dorpjes kom ik steeds dichter bij Leeuwarden maar ik durf niet de stad zelf in te gaan bang om vast te komen zitten in het verkeer.
Op weg naar huis.
Rond de klok van negen uur gaan we richting huis, Wil belt op dat moment dat Ynze om kwart voor acht is gefinisht op de Bonke-Vaart en via Harlingen vind ik de Afsluitdijk, waar ik de weg bijna niet kan zien door de mist die wel erg dicht wordt. Naast mij hoor ik een licht gesnurk van Erik en ik neem mij voor om een bandje op te zetten van Andre Hazes want mijn kop begint aardig te gloeien. Ik heb het gevoel dat mijn hoofd steeds groter wordt en mijn pet begint te knellen ik zing steeds harder om niet in slaap te vallen, niet dat ik moe ben maar iedereen kent dat wel zo'n rozig gevoel. Half elf, even voor Zaandam, hoor ik "zijn we hier al" tja wanneer je ruim een uur slaapt gaat de tijd snel voorbij.
Ynze aan de telefoon.
Elf uur precies draai ik mijn straat in moe maar voldaan val ik tien minuten later in mijn stoel en bel ik Ynze op die al gedoucht en fris aan de koffie zit bij zijn neef Max en zijn nicht Jannie, ik zeg wat jammer dat we je niet meer gezien hebben en ik vraag hoe het is, zijn antwoord is "het gaat wel" na een kort gesprek sluit ik af met "ik zie je morgen wel".
Eindelijk naar bed.
Precies twaalf uur val ik moe maar zeer voldaan op mijn bed het is dan twintig uur later toen ik daar uit stapte maar het was het meer dan waard, wat een dag onvergetelijk en ik weet nu pas wat ik in 1985 mis gelopen ben. De slappe wordt nogmaals bedankt met zijn nicht uit Maastricht.
Dinsdag 8 Juli 2008 is er een tegeltje van Ynze geplaatst.Op dinsdag 8 juli 2008 is voor Ynze op het Elfstedenmonument "IT SIL HEVE" een tegeltje geplaatst met zijn foto en jaartallen van zijn gereden Elftedentochten op de schaats, inmiddels heeft hij de Elfstedentocht ook meerdere malen op de fiets volbracht en heeft hij 17 Elfsteden Vistochten gedaan. Het tegeltje is hem aangeboden door zijn broer Bertus de Jong.
Hier onder het verhaal van zaterdag 4 januari 1997 geschreven door Ynze.
UNIEKE FOTO'S GEVONDEN VAN YNZE IN SNEEK EN DE START IN LEEUWARDEN 18-1-1963
HET VERHAAL VAN ELFSTEDEN BEDWINGER YNZE.
''It giet oan''
Aanvankelijk zag het er eind 1996 nog niet zo rooskleurig uit voor de Vereniging 'De Friese Elf Steden', maar na een strenge vorstperiode rond de jaarwisseling barstte de elfstedenkoorts in Friesland en daar buiten los.
Een voorbereiding van een week natuurijs en dan klinken de inmiddels legendarische woorden van de toen nog voorzitter Henk Kroes "It giet oan", woorden die menig schaatsenrijder voor altijd in het geheugen gegrift staan.
Ook voor lidnummer 446 met startnummer 95, Ynze de Jong uit Amsterdam, brak een drukke periode aan, bellen naar zijn neef Max Jonkman in Leeuwarden voor een slaapplaats en regelen voor het materiaal dat mee moest.
Plotseling meldde mijn zwager Eef dat hij en mijn zoon Erik mee zouden gaan voor de verzorging en dat zij op de dag van de rit 4 januari 1997 steeds op een vooraf afgesproken plaats zouden staan. De tijd van de start en de voorspelde windrichting Noordoosten wind, met voor de wind een aangepaste snelheid, de rit zou nog lang genoeg duren, zou het betekenen dat ik omstreeks 09.15 uur in Stavoren zou zijn.
Stavoren ligt 66 kilometer vanaf Leeuwarden en om 09.20 uur stempelde ik in Stavoren en zag ik Eef en Erik voor de eerste keer.
Het weer in ogenschouw nemend kon het wel eens een zware Elfstedentocht worden omdat de wind aan trok naar kracht 6/7 en nog ruim 130 kilometer met tegenwind geschaatst moest worden.
Later hoorde ik dat de verslaggeefster van de NOS Annette van Trigt de Elfstedentocht als makkelijk bestempelde maar dat kwam omdat zij ergens op het platteland in de luwte van een boerderij de rit versloeg, daar aan denkend krijg ik nog steeds de kriebels als ik haar op de televisie zag en moest denken aan haar woorden "makkelijk" en heb het er nog steeds over wanneer we het hebben over schaatsen en Elfstedentochten.
Als ik er aan denk kan ik nog woest worden omdat, toen mijn vader nog leefde, hij mij daar steeds aan herinnerde en de Elfstedentocht 1997 een makkie vond.
Iedereen vond deze tocht juist een van de zwaarste.
Na Eef en Erik gevonden te hebben, warme chocolade gedronken en wetenswaardigheden uitgewisseld te hebben besloot ik met achterlating van mijn rugzak door te gaan en daar ging het fout. Geleerd te hebben van de vorige Elfstedentochten had ik nu mijn trainingsschoenen en mobiel mee genomen voor het geval dat ik eerder van het ijs zou gaan of wanneer ik op de Bonke was aangekomen en eindelijk mijn schoenen kon aandoen of in geval van problemen onderweg kon bellen. Omdat op de route van de Elfstedentocht 1001 bruggen maar vooral bruggetjes liggen en menigeen daar haast zijn of haar nek brak besloot ik mijn rugzak in de auto te laten maar zoals eerder gemeld zaten in de rugzak mijn trainingsschoenen en mijn mobiel.
Later hoorde ik van Eef en Erik dat zij constant gebeld hadden maar ja ... ... ... ... een kofferbak van een auto geeft geen antwoord.
Na 87 kilometer in Workum aangekomen zie ik Erik en Eef meteen staan en het gaat nog steeds redelijk goed maar het zwaarste deel moet nog komen Wanneer we voorbij Franeker de Hel van het Noorden, de Noordhoek van Friesland in gaan.
Het lijkt wel een Belgische wielerklassieker.
Bolsward op de helft en moet onbewust denken aan de Elfstedentocht van 1963. Toen leek het wel of je in Siberië reed als je al reed want je wist bij god niet waar je was, op het ijs of liep je misschien op een landweggetje naar een boerderij toe.
Na Franeker, waar het wereldberoemde fietstunneltje is, ging het moeilijker. Eten ging haast helemaal niet meer alleen drinken wilde nog wel en om me heen kijkend zie en hoor ik dat ik niet de enige ben die problemen heeft. Gevloek over de wind en de afstand die nog afgelegd moet worden is haast het enige wat je hoort, nog ruim 70 kilometer tegen de wind in, een wind die lijkt aan te trekken naar orkaankracht.
Arme Annette van Trigt die lekker uit de wind achter een boerderij staat. MUTS!
Tussen Franeker en Bartlehiem slaat de man met de hamer toe, kramp en nog eens kramp. Aan de rand van een sloot staat een keet alwaar rook uit opsteeg dus daar na toe maar de wallenkant die 10 centimeter hoger lag dan het ijs kon ik niet opkomen. Op mijn geroep kwam een man uit de keet en hielp me naar binnen met de vraag wat het probleem was, KRAMP!
"100 meter verder is een massage post" zei de man en die kunnen je wel verder helpen maar wanneer je in de problemen zit is lijkt 100 meter onoverbrugbaar, na veel gestrompel en gekreun toch naar die post gekomen maar daar leek het wel de Kalverstraat in Amsterdam in betere tijden, een drukte van je welst met allerlei mensen die gemasseerd wilde worden. Het leek wel of alle toerrijders hier lagen, ongelooflijk. Alles met elkaar heeft het wel een uur geduurd voor ik weer op het ijs stond.
De warmte, wat eten en drinken hielpen me op de been en de rust van anderhalf uur had me goed gedaan maar nu moest ik weer naar het ijs, geen probleem zei een man en nam me op de rug. Dank, duizend maal dank.
Bij Bartlehiem kreeg ik opnieuw problemen maar nu met mijn ogen, het zicht was minder geworden en met de tocht van 1963 in het achterhoofd dacht ik aan bevriezing maar ik was mijn lenzen kwijt, in mijn skibril vond ik nog 1 lens maar het zicht werd er niet beter op.
Toch maar doorgaan en reed achter een man met een geel jack wat goed opviel tot de man vroeg over te nemen waarop ik zei dat ik mijn lenzen kwijt was, "blijf dan maar achter mij aanrijden". Bij Dokkum met de wind in de rug terug naar Leeuwarden wat weer extra krachten opriep omdat het eind in zicht was. Intussen was het donker geworden en reed ik achter een stel aan met een lamp maar dat was geen goed idee bleek later want toen zij het riet inreden dacht ik ook die kant op te moeten en reed rustig mee. Drie man in het riet, ook dat kon er nog wel bij maar toen zij al opgestaan waren lag ik nog steeds in het riet. Na het roepen en ophelpen werd door gereden maar bij Oudkerk kregen we opnieuw de wind pal tegen, "nog maar 5 kilometer en dan heb je weer wind mee" werd geroepen. De aanmoedigingen en het meeleven van het publiek is enorm maar "je bent er bijna" kan ik niet meer horen, dat werd al geroepen toen ik net Sneek gepasseerd was.
De Bonke, de finish en het laatste stempel om 20.15 uur, het finishen is op zich al een beleving met zoveel mensen en toejuichingen dat je er kippenvel van krijgt wat de beelden op de televisie wel duidelijk hebben gemaakt.
Het wachten was nu op de bus naar de FEC en of ik Eef en Erik kon vinden want je begrijpt het al "geen rugzak, geen gsm, geen trainingsschoenen". Na een half uur wachten heb ik mijn wanten om mijn voeten gedaan en ben in de bus gestapt naar de FEC.
Eerst gezocht naar een paar passende schoenen uit een enorme berg maar uiteindelijk een paar trainingsschoenen maat 52 meegenomen, deze paste in ieder geval. Na het afmelden eindelijk naar huis naar Max en Jannie.
''It giet oan''
Zal nog lang in ieders geheugen blijven.
Met vriendelijke groet
Ynze de Jong
HET INTERVIEW VAN YNZE EN EEF IN HET FRIESCH DAGBLAD.Voor niets stad en land af voor Ard-en Keessiemuts
Sloten - Stad en land afgezocht heeft hij voor zo'n Art- en Keessiemuts, en nu is hij door de bemanning van De Hel van '63 ingedeeld bij de toeschouwers en moet hij een hoed op. Een heel klein beetje teleurgesteld is Ynze de Jong uit Amsterdam toch wel. Op het aanmeldingsformulier werd specifiek gevraagd naar zijn Elfstedenervaring. Op basis daarvan is De Jong er toch een beetje vanuit gegaan dat hij voor de film heel dunnetjes mocht overdoen wat hij in '63, '85 en '97 in het echt had gedaan.
Maar goed, hij vermaakt zich best tijdens de opnamedag in Sloten. Ook al zijn de sneeuw en het ijs nep en is het eerder voorjaar dan winterweer: Hij en zijn zwager kunnen toch het Elfstedensfeertje proeven.
Zijn zwager en buurman Evert Kuijt had De Jong opgegeven als figurant voor de nieuwste film van Steven de Jong. Met name Kuijt, al heeft hij hem zelf nooit gereden, is een echte Elfstedenfan. In '63 was hij elf. Het maakte een enorme indruk op hem dat het negentienjarige vriendje van zijn zus - De Jong dus - die barre toch reed. Dat de tiener in Bolsward afstapte, deed niets af aan zijn bewondering. De Jong echter heeft nog altijd een beetje last van die beslissing. ,, Ik zag niets meer. Ik wist niet meer waar ik was: of ik nu in een weiland rondstapte of op het ijs reed, geen idee. Mijn oogleden waren bevroren, het weer werd slechter. Toen dacht ik: ik kap ermee. Een auto pikte mij op. Maar ik zat nog geen vijf minuten in die warme auto En toen kreeg ik al spijt. "
Rationeel denkt hij dat de kans om in die omstandigheden de tocht wel uitgereden had, heel klein was. Maar toch, die twijfel. Zo'n Elfstedentocht is toch een unieke ervaring, eentje die je niet vaak krijgt. Revanche, om alsnog dat kruisje te halen, kreeg hij uiteindelijk 22 jaar later. Met Kuijt had hij in '63 afgesproken dat die bij een volgende Elfstedentocht zou meegaan als verzorger. Op het moment suprême kon Kuijt echter niet vrij krijgen. ,, Een collega wilde niet ruilen omdat hij een verjaardag had. Tot op de dag van vandaag heb ik nooit meer met hem gesproken. "Een jaar later hij kon er weer niet bij zijn: Toen overleed de oma van De Jong. Pas in 1997 konden de mannen eindelijk samen de Elfsteden beleven.,, Geweldig. Die sfeer. Zoiets vergeet je nooit weer", aldus Kuijt.
Sinds die tocht in 1997 is hij helemaal Elfstedenfan. Hij heeft hem al in de auto gereden, organiseert komende zomer zelfs voor de 10e maal een Elfsteden Vistocht en toen zich de kans voordeed om als figurant mee te spelen in een Elfstedenfilm dan is de 56 jarige er als de kippen bij. "Ik zag die oproep op internet en dacht: Goh, dat is leuk."
Het is lang niet zeker dat-De Jong en Kuijt uiteindelijk in de film te zien zijn. Alleen al in Sloten zijn Driehonderd figuranten. ,, En in Sneek hebben we er straks zelfs achthonderd nodig ", vertelt hoofd figuratie Dorret Klunder. Via de media zijn mensen opgeroepen zich te melden als figurant, en in een zo authentiek mogelijk jaren zestig-look.,, Dat is aardig gelukt" , vindt Rosita de Groot. Een figurant is komen opdagen in de kleding die hij droeg tijdens de tocht van '63.
Glitters
Heel af en toe slaan mensen de plank mis. ,, Dan zijn de kleuren van kleding net iets te fel of hebben ze een sjaaltje met glitters erin. Ja, dat hadden ze in die tijd nog niet. "Erg is dat niet. Van een groot kostuumverhuurbedrijf uit Praag heeft de bemanning van De Hel van 63 een hele partij warme jaren zestig kleding gehuurd.,, Dan kunnen we zo een sjaal of muts uitlenen", vertelt Ingrid Schagen. Degene die zich volgens het Productiebedrijf het mooist uitgedost heeft, mag bovendien mee naar de opnamen in Lapland. Wie er bovenaan staat, kan Schagen niet zeggen. Maar zelf heeft ze wel een favoriet. ,, Er kwam ook een gezin, compleet verkleed. De jongetjes in overal. Zo leuk. Met name die kinderen waren zo enthousiast. "
De Hel van '63
Ondanks het barre winterweer besluit het Elfstedencomité, onder druk van de media, dat de Elfstedentocht doorgaat. Onder de deelnemers bevinden zich soldaat Henk Buma (Cas Jansen), boerenzoon Sjoerd Lelkama (Lourens van den Akker), arbeider Kees Ferwerda (Chris Zegers) en verpleegster Annemiek (Chava voor in 't Holt). Elk hebben ze een reden om mee te schaatsen. Het script is van Jean Ummels, die het verhaal deels heeft gebaseerd op de ervaringen van schaatscoach Henk Gemser. Gemser reed als een van de weinigen de tocht in 1963 uit. De Elfstedentocht van 18 januari '63 is berucht vanwege de barre omstandigheden. Het vroor ruim 18 graden en er stond een sterke oostenwind. Van de 568 wedstrijdrijders wisten slechts 57 rijders binnen de vereiste twee uur na de winnaar (Reinier Paping) binnen te komen. Van de 9.294 toerrijders haalden slechts 69 de eindstreep.
HET VERHAAL VAN ELFSTEDENTOCHT RIJDER JOHAN BROUWER.Beste Eef,
Allereerst dank voor je sympathieke reactie. Fijn om te zien dat ik iemand hiermee een plezier heb kunnen doen. Lovenswaardig initiatief, een Friesche Elfsteden Vistocht! Heel origineel, ook de manier waarop: niet zomaar de grootste, maar een hoeveelheid aan tijd gebonden, inclusief stempelkaart. Echt heel leuk, ik ben geen visser maar kan me voorstellen dat het enorm gezellig moet zijn.
Het is absoluut geen probleem om delen uit mijn verhaal te verwerken, wanneer je dit doet, wil je dan een link naar mijn site maken in het verhaal.
Veel succes met De Friesche Elfsteden Vistocht!
Hartelijke Groet Johan Brouwer
Verhaal van een Elfstedenrijder 4-1-1997.
De Finish
Ook de Dokkummer Ee kent zijn grenzen, weer bij Bartlehiem aangekomen leide (lijdde?) de tocht mij pal oost, tegen de wind in.
Lees het hele verhaal van start tot finish op: http://www.xs4all.nl/~jjbrouwe/elfsteden/index.html
VERHALEN VAN JAAP NIENHUIS OVER DE ELFSTEDENTOCHTEN 1963 & 1997
18 JANUARI 1963 - 18 JANUARI 2016 53 JAAR GELEDEN.



"It Giet Troch" in 1963
.

HISTORISCHE BEELDEN ELFSTEDENTOCHT 1941.
Historische beelden Elfstedentocht
Het Fries Film Archief heeft de hand weten te leggen op nooit eerder vertoonde beelden van de Elfstedentocht in het oorlogsjaar 1941. Het gaat om een reeks 8 millimeterfilms, zo maakte het archief dinsdag bekend.
De films zijn gemaakt door de amateurfilmer Piet Wagter (1906-1995), die in de jaren vijftig naar de Verenigde Staten emigreerde. Volgens een woordvoerder van het Fries Film Archief zijn de beelden van grote historische waarde. Ze kwamen via de zoon van Wagter bij het archief terecht. Die stuurde de beelden naar vrienden in Sneek om te digitaliseren, omdat de familie binnenkort een reunie heeft in Friesland.
DE EERSTE MARATHON OP NATUURIJSDE EERSTE MARATHON OP NATUURIJS
2025/2026
WELKOM UIT WINTERSWIJK
De eerste natuurijs op Vrijdag 26-12-2025
Uitslag
1: Crispijn Ariëns
2: Klaas Poortinga
3: Christiaan Haasjes
DE EERSTE MARATHON OP NATUURIJS
2023/2024
WELKOM UIT WINTERSWIJK
De eerste natuurijs op Dinsdag 09-1-2024
Uitslag
1: Harm Visser
2: Christian Haasjes
3: Peter Michael
De tweede natuurijs op Woensdag 10-1-2024
Welkom in Noordlaren
Uitslag
1. Evert Hoolwerf
2. Jordy Harink
3. Harm Visser
DE EERSTE MARATHON OP NATUURIJS
2022/2023
WELKOM UIT BURGUM
De eerste natuurijs op Woensdag 14-12-2022
Uitslag
1: Gary Hekman
2: Harm Visser
3: Jordy Harink
DE EERSTE MARATHON OP NATUURIJS
2021/2022
WELKOM UIT NOORD LARENN
De eerste natuurijs op Zondag 26-12-2021
Uitslag
1: Bart Hoolwerf
2: Sjoerd den Hertog
3: Crispijn Ariëns
2018/2019
WELKOM UIT HAAKSBERGEN
De eerste natuurijs op Maandag 21-1-2019
Uitslag
1: Simon Schouten
2: Arjen Stroetinga
3: Casper de Gier
2017/2018
WELKOM UIT HAAKSBERGEN
De eerste natuurijs op Woensdag 28-2-2018
Uitslag
1: Simon Schouten
2: Sjoerd den Hertog
3: Bob de Vries
De tweede natuurijs op Donderdag 1-3-2018
Wekom in Arnhem
Uitslag
1. Bart de Vries
2. Erik Jan Kooiman
3. Crispijn Ariëns
De derde natuurijs op Vrijdag 2-3-2018
Welkom in Noordlaren
Uitslag
1: Simon SChouten
2: Crispijn Ariëns
3: Remco Schouten
Winnaar 3 daagse*
Simon Schouten
* Haaksbergen, Arnhem, Noordlaren.
(In Veenoord was het ijs niet goed genoeg, daarom een 3 daagse)
2016/2017
WELKOM UIT NOORDLAREN
De eerste natuurijs op Woensdag 18-1-2017
Uitslag
1: Simon Schouten
2: Robert Post
3: Sjoerd den Hertog
2015/2016
WELKOM UIT HAAKSBERGEN
De eerste natuurijs op Dinsdag 19-1-2016
Uitslag
1: Gary Hekman
2: Simon Schouten
3: Bart Swings
2012/2013
WELKOM UIT NOORDLAREN
De eerste natuurijs op Dinsdag 15-1-2013
Uitslag
1: Bob de Vries
2: Christijn Groeneveld
3: Ingma Bergma
2011/2012
WELKOM UIT NOORDLAREN
De eerste natuurijs op Dinsdag 31-1-2012
Uitslag
1: Erik Jan kooiman
2: Swen Faber
3: Andres Landman
2010/2011
WELKOM UIT NOORDLAREN
De eerste natuurijs op Maandag 29-11-2010
Uitslag
1: Bob de Vries
2: Swen Faber
3: Andres Landman
Winnaar 4 daagse*
Christijn Groeneveld
*Noordlaren, Gramsbergen, Haaksbergen en Veenoord.
2009/2010
WELKOM UIT HAAKSBERGEN
De eerste natuurijs op Dinsdag 19-12-2009
Uitslag
1: Kurt Wubbes
2: Arjen Stroetinga
3: Bart de Vries
2007/2008
WELKOM UIT HAAKSBERGEN
De eerste natuurijs op Woensdag 28-12-2008
Uitslag
1: Arjen Stroetinga
2: Bob de Vries
3: J.M. Heideman
4: Karlo Timmerman
5: Sjoerd Huisman
2006/2007
WELKOM UIT HAAKSBERGEN
De eerste natuurijs op Woensdag 19-12-2007
Uitslag
1: Ingmar Berga
2: J.M. Heidemna
3: Roy Boeve
4: Rene Ruitenberg
5: Henk Angenent
2005/2006
WELKOM UIT VEENOORD
De eerste natuurijs op Zaterdag 25-1-2006
Uitslag
1: André Klompmaker
2004/2005
WELKOM UIT VEENOORD
De eerste natuurijs op vrijdag 4-3-2005
Met gevaar voor eigen leven begonnen de 120 deelnemers aan de eertste marathon op natuurijs maar na amper 3 ronden en tientallen harde valpartijen nam scheidsrecheter Kerst Woudman de enige juiste beslissing: de marathon werd afgeblazen.
NEDERLANDSKAMPIOENSCHAP OP NATUURIJS 2013 & ALLE WINNAARS!VRIJDAG 25 FEBRUARI 2013
Het vijfde N.K. oprij.
NK-titel 2013 natuurijs
naar Chistijn Groeneveld
NK: BAM wat de klok slaat
Zoals verwacht domineerde de BAM-ploeg vrijdag het NK op natuurijs. Het goud ging na 100 kilometer op het Veluwemeer naar BAM-rijder Christijn Groeneveld, voor zijn ploeggenoten Arjan Stroetinga en Jorrit Bergsma.
Drie ronden voor het einde van de boeiende race vormde Groeneveld met Stroetinga en Jan van Loon uit Lelystad (Team De Haan) een kansrijk kopgroepje. De voorsprong op het sterk gehavende peloton liep op tot 22 seconden. In de laatste ronde ging Groeneveld er vandoor, waarna ook Stroetinga bij Van Loon wegreed.
Met ruime voorsprong kwam Groeneveld alleen over de streep. De langeafstandschaatser uit Heerhugowaard won eerder dit seizoen al de KPN Marathon Cup.
"Mooier kan niet", concludeerde Groeneveld direct naar de finish. "We zaten er de hele dag goed bij met de ploeg." Groeneveld is de opvolger van Bergsma, die in 2012 nog met de titel aan de haal ging.
"Super", zei de nummer twee, Stroetinga, over de onvervalste één-twee-drie van BAM. "In de slotfase heb ik er alles aan gedaan om nog bij Christijn te komen, maar het lukte niet."
De derde BAM'er, Bergsma, baalde evan dat hij zijn titel kwijt is. "Dat doet wel een beetje pijn, maar mooi dat we 'm hier weer pakken met de ploeg. Iedereen bij ons kan winnen. Soms is dat een voordeel en nu dus een nadeel."
Alle winnaars
N.K. Marathon op natuurijs in Nederland.
1979 Henk Portengen
1985 Henri Ruitenberg
1986 Dries van Wijhe
1987 Hilbert van de Duin
1991 Dries van Wijhe
1993 Erik Hulzebosch
1994 Lammert Huitema
1996 Yep Kramer
1997 Bert Verduin
2009 Sjoerd Huisman
2010 Jorrit Bergsma
2011 Bob de Vries
2012 Jorrit Bergsma
2013 Christijn Groeneveld
NK: BAM WAT DE KLOK SLAAT!Bob de Vries snelst in ‘Ronde van BAMsterlan’
Bob de Vries heeft zaterdag de Ronde van Skarsterlan-de Friese Meren op zijn naam geschreven. Ingmar Berga kwam als tweede over de streep in het Friese Goingarijp. Arjan Stroetinga werd derde. Net als bij het NK Marathon op natuurijs vrijdag in Elburg, was het dus een volledig BAM-podium. Reden genoeg om de wedstrijd om te dopen tot Ronde van BAMsterlan ..
Het was een prachtige overwinning voor De Vries. In de finale schaatste hij weg uit de kopgroep, kwam zelfs nog ten val maar bleef toch voorop. Om uiteindelijk solo over de finish te komen.
NK: BAM wat de klok slaat
Zoals verwacht domineerde de BAM-ploeg vrijdag het NK op natuurijs. Het goud ging na 100 kilometer op het Veluwemeer naar BAM-rijder Christijn Groeneveld, voor zijn ploeggenoten Arjan Stroetinga en Jorrit Bergsma.
Drie ronden voor het einde van de boeiende race vormde Groeneveld met Stroetinga en Jan van Loon uit Lelystad (Team De Haan) een kansrijk kopgroepje. De voorsprong op het sterk gehavende peloton liep op tot 22 seconden. In de laatste ronde ging Groeneveld er vandoor, waarna ook Stroetinga bij Van Loon wegreed.
Met ruime voorsprong kwam Groeneveld alleen over de streep. De langeafstandschaatser uit Heerhugowaard won eerder dit seizoen al de KPN Marathon Cup.
"Mooier kan niet", concludeerde Groeneveld direct naar de finish. "We zaten er de hele dag goed bij met de ploeg." Groeneveld is de opvolger van Bergsma, die in 2012 nog met de titel aan de haal ging.
"Super", zei de nummer twee, Stroetinga, over de onvervalste één-twee-drie van BAM. "In de slotfase heb ik er alles aan gedaan om nog bij Christijn te komen, maar het lukte niet."
De derde BAM'er, Bergsma, baalde evan dat hij zijn titel kwijt is. "Dat doet wel een beetje pijn, maar mooi dat we 'm hier weer pakken met de ploeg. Iedereen bij ons kan winnen. Soms is dat een voordeel en nu dus een nadeel."
ALLE WINNAARS VAN DE ALTERNATIEVE ELFSTEDENTOCHTEN.
Winnaars van de Alternatieve Elfstedentochten
1974 Lillehammer 200 km Kruithof.
1976 Lahti 200 km Kruithof.
1976 Lillehammer 18 km Wardenier.
1977 Oulu 200 km Kruithof.
1978 Oulu 200 km Kruithof.
1978 Lahti 100 km Jonkman.
1979 Elburg 190 km van Wijhe.
1979 Zevenhuizen 200 km van Wijhe.
1979 Oulu 200 km Kruithof.
1980 Oulu 200 km Kruithof.
1981 Lahti 200 km Kruithof.
1982 Zevenhuizen 200 km Niesten.
1982 Lahti 200 km Kruithof.
1983 Newport 200 km Kruithof.
1984 Ottawa 200 km Westerveld.
1984 Kuopio 200 km Kruithof.
1985 Elburg 203 km Boon.
1985 Zevenhuizen 200 km Niesten.
1991 Kuopio 200 km Kruithof.
De Alternatieve Elfstedentochten dateren van 2 maart 1974 en zijn 200 kilometer wedstrijden die steeds op een baan van maximaal 50 kilometer werden gehouden. Sinds 1989 wordt deze Alternatieve Elfstedentocht in Oostenrijk op de Weissensee gereden. Zie voor die winnaars aan de rechterkant.
DE TWEEDE ANGENENT CLASSIC ZATERDAG 11 FEBRUARI 2012Fabriek wint Angenent Classic
Marathonschaatser Durk Fabriek heeft de tweede Henk Angenent Classic op zijn naam geschreven. De 25-jarige Fries versloeg zaterdag na 200 kilometer schaatsen op het loodzware ijs van de Wijde Aa bij Hoogmade zijn medevluchter Rutger ter Laak. Mart Bruggink werde derde in de klassieker, die vernoemd is naar de laatste winnaar van de Elfstedentocht. Een klein peloton van 33 schaatsers ging van start in Hoogmade, slechts 6 schaatsers haalden het einde.
De Angenent Classic werd gehouden op een parcours tussen Hoogmade en Woubrugge.
WINNAARS VAN DE ANGENENT CLASSIC:
2010 Peter van der Pol.
2012 Durk Fabriek.
VAN DER WAL PAKT ZEGE OP LOODZWAAR VELUWEMEER 14-1- 2010.
Veluwemeertocht ware slijtageslag 
Hij heeft er even op moeten wachten, maar dan heb je ook wat. De eerste zege van Geert-Jan van der Wal is er direct eentje om in te lijsten. De 24-jarige schaatser uit de Nefit-ploeg was donderdag de sterkste tijdens de Veluwemeertocht.
De tocht over honderd kilometer over het Veluwemeer liep, zoals vooraf al voorspeld, uit op een slijtageslag. Slechts twintig deelnemers haalden de finish. Van der Wal, student aan de Hogere Landbouwschool in Groningen, was de beste. Hij klopte Jouke Hoogeveen in de eindsprint. Van der Wal is daarmee de opvolger van René Ruitenberg, die in 1997 de vorige Veluwemeertocht op zijn naam schreef.
Bij de vrouwen ging de winst naar Mireille Reitsma. Ze soleerde naar de winst.
1 reactie op dit bericht
Een aangename vrijdag