Kersen
Groen het uitgestrekte gras
hoog in de bomenkruin
de spetterende spreeuw
schaterend om zoveel roodheid.
De kersen, zij wachten
geduldig
dragend hun rijpend lot
de striemende storm die hen klieven zal
de zware zon die hen branden zal
verminkt
vertrapt.
Of is er die zachte hand die hen bevrijden zal
om te worden
zoetheid voor mensenkinderen?

